Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Translate

Volgers

woensdag 27 februari 2013

Buuëtjes Hei

De Stramprooierheide begint bij de Zevensprong. De plaatselijke naam voor de “Stramproysche Heide” is “Buuëtjes Hei”. Buuëtjeshei staat voor “ Bootjeshei “. Het heidegebied in Stramproy is namelijk heuvelachtig.

Stramprooierheide in de jaren '50. Geschilderd door Bèr Stals
Het terrein “golft” een beetje en het open landschap moet er vroeger met name bij zonsopkomst en -ondergang (en met de nodige fantasie) als een golvende zee hebben uit gezien. Met vliegdennen als bootjes.... En dat is volgens de overlevering de oorsprong van de naam “Buuëtjes Hei”.
Vanwege de aangeplante naaldbomen, is dat nu allemaal niet meer te zien.

Vroeger was de Stramprooierheide het gebied tussen globaal genomen de Ruytersbaan (huidige Grensweg),Scheidstraat (huidige Stramproyergrensweg), het Vosseven en Areven. Afgaande op de topografische militaire kaart van omstreeks 1850.
Het was een heide- en stuifzandgebied, waar rond 1800 maar liefst 6 schaapherders werkzaam waren.
Rond 1900 is dit gebied ook nog grotendeels heide, maar verschijnen er ook al bos- en landbouwperceeltjes zoals de Lieëg Hei, Siëndonk en Morrelke.

foto van februari 2013

Daarna is de verbossing van de heide snel gegaan door met name de aanplant van bomen voor mijnhout. Eind jaren tachtig waren er nog hier en daar wat plukjes heide over, maar anno 2013 is er helaas nog maar één heel klein stukje "echte Buuëtjes Hei”.


In 1985 kocht Natuurmonumenten haar eerste perceel op de Stramprooierheide. Dit perceel bestond uit 8.75 hectare bos. In de 90’er jaren van de twintigste eeuw werd het bos voor de eerste keer uitgedund. Rond het laatste stukje heide werden extra veel bomen weg gehaald, met het idee om de heide meer toekomstmoge-lijkheden te geven. Dit leverde resultaat op, want de eerste nieuwe heideplantjes staken al snel de kop op.


Men wilde graag een groter gebied, maar dat ging niet zo een, twee, drie en zeker niet vanzelf.
De natuur moest een handje geholpen worden. Een groep vrijwilligers uit Stramproy heeft het heidegebiedje in 2000 geadopteerd en zet er al jaren op een natuurvriendelijke wijze de schouders onder. Jaarlijks organiseren vrijwilligers Hilde en John van Dael een werkdag onder de naam “Stramproyer Natuurwerkdag”. Een lovenswaardig initiatief. De basisschooljeugd wordt er actief bij betrokken en ook andere vrijwilligers werken meerdere dagen per jaar aan het herstel van de heide. Om het heideareaal uit te breiden wordt er handgereedschap gebruikt; jonge dennetjes worden uitgetrokken, houtopslag wordt verwijderd, braamstruiken graaft men uit en kleine stukjes worden geplagd. Er zijn doorgangen gezaagd in de nabij gelegen bosrand om het lichter te maken en ook om zo betere migratieroutes voor vlinders te maken.

Omdat het nogal veel en zwaar werk was, heeft Natuurmonumenten er in 2009 een groen-aannemer aan het werk gezet. Met machines is toen een wat groter gebied vrijgesteld van bos en is de bosgrond deels afgeplagd en afgevoerd. De nog in de grond aanwezige heidezaden kregen zo weer een kans.
Nu is het voor de vrijwilligers ook gemakkelijker om het heidegebiedje te onderhouden. Het gaat (nog) om een heel klein gebiedje, dat echter gekoesterd wordt, want het is het enige dat er nog is in Stramproy.


De afgelopen maanden is er weer een houthandelaar aan de slag gegaan. Omdat het een 'einddunning' betreft, is het niet de bedoeling dat hierna nog meer bomen geveld worden.
Men is niet (hoewel je dat zou denken, als je ziet hoe ze hebben "huisgehouden") zo maar te werk gegaan, maar er zijn selectief bomen gerooid, om zo meer open plekken te creëren. Kaprijpe grove dennen zijn weggehaald en de mooiste dennen, loofhout en de struikbegroeiing zijn gespaard. Zo moet er geleidelijk een afwisselender bos ontstaan.


Het wordt zeker geen “opgeruimd” bos, want zo’n bos “leeft” namelijk niet. Dode bomen en het kaphout laat men dus zoveel mogelijk liggen. Dit geldt niet voor het kleine heideveldje, waar het kaphout wél verwijderd moet worden om nieuwe hei de kans te geven te gaan/ blijven groeien. Van het afgekomen materiaal heeft men alvast een aantal zogenaamde “broedhopen” aan de bosrand gemaakt, als winterschuilplaats voor amfibieën en kleine zoogdieren, zoals bijvoorbeeld de egel. De terugkeer van dood hout in onze natuur levert nog meer op: er is niet alleen meer beschutting, maar ook spechten, kevers, mossen, schimmels en nog veel meer dieren en planten profiteren er van en vinden er voedsel.
Er is daardoor zo veel meer te zien om van te genieten en onze natuurbeleving neemt toe.

Het is interessant om de ontwikkelingen in dit kleine en kwetsbare heidegebied(je) te volgen. Vooral als de heide in bloei staat (vanaf half augustus tot midden september), zal ik er zeker nog eens een bezoekje brengen.

LAATSTE NIEUWS: werkgroep stopt er mee.............
Zie mijn blog van 3 september: Alles is maakbaar, zolang als het duurt......





Grotere kaart weergeven

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Blogarchief