Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Select language

Volgers


vrijdag 8 maart 2013

Driehoornmestkever

Gisteren tijdens een wandeling op het voor iedereen toegankelijke militair oefenterrein "Kruispeel/Achterbroek" (bij de Laurabossen in Weert), zag ik opvallend veel hoopjes zand, met gaatjes van een paar cm. De grootte van dergelijk hoopjes wisselde, maar was gemiddeld zo’n 10 cm in doorsnee.




















Interessant om eens na te gaan, waar we hier mee te maken hadden. Het viel mij op dat er steeds konijnenkeutels in de onmiddellijke nabijheid lagen. Het was me toen snel duidelijk; dit waren holletjes van mestkevers. Niet veel later zag ik inderdaad verschillende exemplaren in de omgeving van zo’n holletje. Aan de hoorntjes kon ik zien wat het was, namelijk de driehoornmestkever. (Typhoeus typhoeus).


De driehoornmestkever, of drietand, is een zwarte, glanzende kever waarvan de dekvleugels diepe ribben hebben. De kever is herkenbaar aan de drie horentjes op zijn halsschild, twee grote en een kleintje in het midden. Vandaar de naam. Vrouwtjes hebben kleinere uitsteeksels.


Deze kever, met een lengte van 12-20 mm. is een typische heidebewoner; de dieren kiezen uitsluitend open, zandige terreinen en met dennen en pijpenstrootje begroeide heidevelden. Opvallend kenmerk is dat ze plaatsen opzoeken waar konijnen- of schapenkeutels in de onmiddellijke nabijheid liggen.
Ze zijn actief van september tot en met maart, dus ook in de winter. Je krijgt ze niet zo gauw te zien, maar op een mooie winterdag, of (zoals nu) in het vroege voorjaar, kun je ze zeker tegenkomen. Het was gisteren toch al gauw 15 graden. Warm voor de tijd van het jaar dus!


De mestkevers brengen veel zand vanuit de diepte naar boven, waardoor de heuveltjes ontstaan. De kleurverschillen van de hoopjes komen door de verschil- lende bodemlagen waarvan het zand naar boven wordt gebracht.

Het vrouwtje graaft een gang van anderhalve meter diep, met nog enkele zijgangen, waar aan het eind in een kleine holte het eitje wordt gelegd. Daarop wordt dan 1-2 cm zand aangebracht. Het mannetje voert de keutels aan en deponeert die in de gang. Het wijfje verkruimelt de keutels ondergronds. Hierna wordt de “broedkamer” met mest gevuld. Het eitje ligt dus uiteindelijk buiten de broedkamer. De uitkomende larven moeten dan ook zelf op zoek naar hun voedsel. Om in de met mest gevulde broedkamer te geraken moeten ze eerst door de 1-2 cm zandlaag. De larven die uit de eitjes komen, leven van de mestvoorraad, die op deze diepte vochtig blijft.
De kevers spelen op deze manier een belangrijke rol in de natuurhuishouding. Samen met andere opruimers van menselijke- en dierlijke uitwerpselen, zetten zij de afvalstoffen snel om en bewerken ze deze weer tot bodemverrijkende humus.

De kevers zelf dienen weer als voedsel voor vogels zoals de boomvalk en uilen, maar ook voor vossen en boommarters. Vooral in de voorzomer vind je nogal eens dode mannetjes.

Een vraag blijft over: waar blijven de vrouwelijke kevers?
Zijn ze na het leggen van het laatste ei in de zelf gegraven gang achtergebleven?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Blogarchief