Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Translate

Volgers

zaterdag 26 september 2015

Kruispeel en Eigen Erf

In mijn vorige blog schreef ik al over de nieuwe plannen die er voor de CZW aan de Lozerweg ("het Blauwe Meertje") klaar liggen en de onrust die dat teweeg brengt bij de natuurverenigingen.

Donderdag 24 september, las ik in Dagblad de Limburger dat de wethouder van ruimtelijke zaken een poging gaat doen de natuurverenigingen en ontgronder Kuypers van de CZW op één lijn te laten komen.
De krant heeft het over een verschil van mening omtrent het al dan niet aanpassen van het bestemmings- plan en de afstand die minstens moet worden aangehouden tot de Kruispeel.
Als men niet tot overeenstemming komt en de plannen dreigen door te gaan, zullen de natuurverenigingen dat ongetwijfeld juridisch aanvechten, dus het eind is nog niet in zicht.

Panorama van de Kruispeel vanaf het uitkijkpunt aan de Zuid-Willemsvaart
Oorspronkelijk was de Kruispeel, evenals de Kalverpeel/ SpekkeWijffelterbroek en de Kettingdijk, een laaggelegen doorstroommoeras in Altweerterheide, dat enkel gevoed werd door kwel en regenwater.
De Kruispeel is ruwweg het gebied tussen de Zuid-Willemsvaart, Heihuisweg, Diesterbaan, Vetpeelweg.  Het hoogveen in de Kruispeel is door turfwinning (tot eind 19e eeuw) volledig verdwenen en het laagveen grotendeels.

Kruisbergen tussen Herenvennenweg - Heihuisweg
Restanten van het buitengoed der Zusters Ursulinen
De Kruispeel is genoemd naar de nabijgelegen Kruisbergen. Deze zandrug loopt ten zuidwesten van de voormalige zandverstuiving Lichtenberg tot aan de Heihuisweg. In het dennenbos tussen de Herenvennenweg - Heihuisweg en Kruispeelweg - Kruisbergenweg hadden de "Pruuse begiêne"  (zusters Ursulinen ) uit de stad hun buitengoed. Tot 1956 hadden ze een buitenverblijf nabij de huidige Maarheezerhuttendijk, maar ze moesten die afstaan als oefenterrein voor militairen.  Door bemiddeling van de burgemeester kon een nieuw verblijf aangekocht worden aan de Kruisberg. Ongeveer in het midden van het bos lag op een open plek een soort “Calvarieberg”; een heuvel met daarop een groot houten kruis. Zo hier en daar vind je nog restanten uit die periode.

Door de toenemende vergrijzing  en het niet meer aanwezig zijn van pensionairen, werd het nog maar weinig gebruikt en deed men het van de hand in 1986.

Op deze kaart van 1901 zie je de recht gegraven beek in het Kruispeelgebied
Op deze militaire kaart is te zien dat er al in 1901 een recht gegraven beek vanaf de Zuid-Willemsvaart tot aan de Diesterbaan was aangelegd. In die jaren was er echter nog geen sprake van afwatering vanwege ontginning van de Kruispeel. Die ontginning begon namelijk pas in 1920.

Op de kaart van 1892 zie je de gegraven bovenloop van de Tungelroyse beek ook al. De beek die door de Kruispeel stroomt is dus toentertijd niet gegraven voor de afwatering vanwege ontginningen.
Waarom dan wel, zo kun je je afvragen? De reden daarvan ligt aan de andere kant van het kanaal.
Niet vanwege de zinkfabriek, want de beek in de Kruispeel is al in 1877 aangelegd, maar vanwege de vloeiweiden op de Belgische Lozerheide. In een eerdere blog heb ik daar al iets over geschreven.

Ook op deze militaire kaart van 1892 zie je de beek al door de Kruispeel lopen.
Toen de Zinkfabriek zich in 1892 in Budel-Dorplein vestigde, kon hiervan goed gebruik maken. Men had niet alleen het water van het Ringselven nodig in het productieproces, maar moest ook naar een oplossing zoeken voor het lozen van het koel- en afvalwater. Het water lozen in de Zuid-Willemsvaart was geen optie. Daarom koos men voor het moerasgebied aan de overzijde van het kanaal. Via de duiker en de gegraven beek door de Kruispeel kwam het koel- en afvalwater terecht in de Spekkebeek en de doorstroommoerassen Kalverpeel en Spikke,  om uiteindelijk terecht te komen in de échte Tungelroyse beek. Op de kaart is goed te zien dat die beek dicht bij de Heltenboschbrug ("Bakskesbrug")  begon. Welke gevolgen dit voor de toekomst zou hebben realiseerde men zich toen niet.


Hoewel er al in 1904 een plan van de Heidemaatschappij klaar  lag voor de ontginning van de Kalverpeel en Spekke, is daarmee pas begonnen in 1914. De grond werd gepacht door de NV Hollandia. Toen is ook het laatste stuk beek van de Diesterbaan tot aan de uitmonding van de Tungelroyse beek gegraven. Dit gebeurde onder meer door de Spekkebeek, (vanaf het punt waar die bij de Diesterbaan onder de Weerterbeek door liep tot aan de Wijffelterbroekdijk), te normaliseren en uit te diepen. Tijdens de ontginning van het Wijffelterbroek waren de Spekkebeek en een andere kleine beek (de Rietloop) al vanaf dat punt tot aan de Heltenboschdijk rechtgetrokken, verbreed en uitgediept. Hoewel er oorspronkelijk ook plannen waren om visvijvers in de Spekke aan te leggen, heeft men hier uiteindelijk toch van af gezien (*bron: Kanton Weert, 24 september 1904). De NV. Hollandia had andere plannen met het gebied.

NV Hollandia was een fabriek in Vlaardingen die gecondenseerde melk produceerde. Vanwege de benodigde grote hoeveelheid bietsuiker, had ze grond nodig voor de productie van suikerbieten en ze liet o.a. haar oog vallen op de Kalverpeel in Altweerterheide. De pachtprijs en de nabijheid van de Zuid-Willemsvaart (transport) speelden hierin waarschijnlijk de grootste rol. Het ontginningsgebied in de Kalverpeel wordt daarom "Hollandia" genoemd. Aan de bouwstijl van de boerderijen (Centrum, Peel-, Biet- Beekwoning en Voorhoeve) is deze westelijk Zuid-Hollandse invloed nog merkbaar. Deze bouwstijl behoort tot het hallehuistype. Vooral Centrum verkeert nog zo goed als in originele staat.

Als je de volledige geschiedenis van Ontginning Hollandia wil lezen, moet je op deze link klikken.

Als je het natuurgebied verlaat, begint bij Golfbaan Crossmoor de beek te meanderen.
Door de ontginning van het Wijffelterbroek, de Kalverpeel/Spekke  en de aanleg van de Tungelroyse beek, werd het ook mogelijk de Kruispeel te ontginnen.
In de tijd van voedselschaarste gedurende de Eerste Wereldoorlog kwam de beweging "Eigen Erf" op. De Limburgse afdeling ontstond in 1917 met als zetel Roermond. Boerenleiders en bevorderaars van ontginningen in Limburg waren de leidende krachten. Anders dan elders in Nederland had de organisatie in Limburg eigen statuten. Men kocht, pachtte of nam gronden in erfpacht teneinde deze, eventueel na ontginning of verbetering, op gemakkelijke betalingsvoorwaarden weer door te geven aan land- en tuinbouwers, in het bijzonder voor het kleinbedrijf. In feite was de vereniging een soort grondbank. Men gaf aandelen à f 100,- uit (in 1925 waren er ongeveer 1275 geplaatst en de Centrale Boerenleenbank verleende een crediet van f100.000,-).

In 1920 begon de Provinciale Limburgsche Vereniging “Eigen Erf” met de ontginning van het grootste deel van de Kruispeel. Dit was hun eerste aankoop.  Afwateringssloten werden aangesloten op de beek en zorgden voor de noodzakelijke afwatering van het gebied.
Het gehele terrein van 210 ha. was jarenlang het eigendom van de familie Chevallier de Sauvage uit Luik geweest (bron:  Nieuwe Koerier 27/6/1941) en werd beheerd door rentmeester P. Ceresa.

Ceresa in 1990
Ruïne Ceresa in 2015
Naar hem is de tussen "Les Beaux Champs" en CZW gelegen boerderij "Ceresa" genoemd.  Ook deze boerderij is door verkoop in eigendom overgegaan aan Eigen Erf en werd daarna bewoond door Frans en Sjaak Ceresa. De laatste die Ceresa bewoonde was de familie Tonnaer uit Thorn. Dit waren geen boerenmensen. Nadat deze familie ergens in de jaren '70 verhuisde, is het leeg blijven staan en tegenwoordig is het zoals je ziet, een ruïne. Het zou mooi zijn als het gebouw behouden zou blijven als herinnering aan het verleden, maar ik vrees het ergste........

Sint Janshoeve, afgebroken

Eigen Erf plaatste bij voorkeur grote gezinnen op de boerderijen: om ze van een kant te steunen en bij het groter worden van de kinderen hadden de ouders goedkope (hulp-) krachten!
Op de 59 ha. in cultuur gebrachte grond van Eigen Erf kwamen slechts twee boerderijen te liggen, namelijk de Sint Janshoeve en de Sint Petrushoeve. De resterende grond was alleen geschikt voor dennencultuur (70 ha.) en de overige 80 ha. moest nog ontgonnen worden.

Op donderdag 5 juli 1923 was de plechtige inzegening van de boerderijen en landerijen (bron: Kanton Weert). Ze werden bewoond door Pier Jacobs (uit Obbicht) en Wullem Peeters (uit Stevensweert).

Later woonden hier Sjeng Rietjens (Dikke Zjeng) die trouwde met To (dochter van Wullem Peeters) en Zjang Jacobs, die trouwde met Lies Halfers (van Wieke Duur van de Voorhoeve).

Sint Jozefhoeve, 1990
In 1939 is bij de Kruispeelweg door Harry Seegers uit Stevensweert de Sint Jozefhoeve gebouwd, maar dat terzijde, want die had niets met Eigen Erf te maken. Nu woont er Cor van den Bogaard. Zijn zonen hebben de boerderij verbouwd tot een groepsaccommodatie voor jeugdgroepen, verenigingen, familie- en vriendengroepen.

Sinds 1988 ligt op dit, nog geen 100 jaar geleden ontwikkeld landbouwgebied, Golfbaan "Crossmoor".  "Dankzij" de nieuw geplande activiteiten rondom de CZW , zal het gebied rondom Ceresa straks nog uit één waterplas bestaan en zijn er, als er niet  opgepast wordt, problemen te voorzien voor de waterhuishouding in de Kruispeel.

Na de ontginningen in het oorspronkelijke Kruispeelgebied is uiteindelijk nog slechts zo’n 35 ha. natuurgebied over gebleven. Het is eigendom van Natuurmonumenten en het beheer van de Tungelroyse beek gebeurt door Waterschap Peel en Maasvallei. Hoewel het gebied bij het kanaal wat opener is gemaakt, bestaat het grotendeels nog uit (berken)bos met een ruige onderbegroeiing aan de ene, en aangeplante eiken, berken, dennen en sparren aan de andere kant van de beek.

Vanaf de Lozerweg is de vernatting aan de westkant door afplaggen goed te zien.

Door de lage ligging ten opzichte van de omgeving en het kanaal ontvangt de Kruispeel kwel uit de Hoge Kempen en kanaalkwel van de Zuid-Willemsvaart. Door de geringe ontwatering, moet het gebied oorspronkelijk dan ook een hoge waterstand hebben gehad en kletsnat zijn geweest.
Om het gebied te ontwateren, werden voor de ontginning ervan rond 1920 (ontwaterings)sloten aangelegd en aangesloten op de Tungelroyse beek. Ook de (industriële) grondwaterwinning rond Weert en in Budel-Dorplein (vanaf de jaren ‘50 tot 2003) had een grondwaterdaling van maar liefst 60-100 cm tot gevolg.

Verder zuidelijk zie je in het bos vooral pitrus en pijpenstrootje als bodembedekkers
Door deze activiteiten is de Kruispeel ernstig verdroogd. Het staat dan ook niet voor niks op de lijst van TOPgebieden (een top-lijst van verdrogingsgebieden, wel te verstaan). Op die lijst staan natuurgebieden waar de Provincie tussen 2007 en 2015 met voorrang moet gaan inzetten op natuurherstel. Dat is dus dit jaar!!!!!! Van natuurherstel is hier echter nog niet veel te merken.......

Aan de erg droge oostkant groeien met name eiken, berken en sparren. Je ziet er veel varens.
De verdrogingsproblematiek heeft ook (vooral) grote gevolgen voor veelal zeldzame planten- en diersoorten. Hierover heb ik in een blog over TOPgebieden iets geschreven. Door de voorgenomen plannen bij de CZW, zo is de verwachting, zal de situatie in plaats van te verbeteren, alleen maar verergeren.

Een in 2000 aangelegd ven gezien vanaf de Lozerweg
Rond 2000 is men begonnen met natuurherstel door het afplaggen van een gedeelte, het afdichten van (afwaterings)sloten en slootjes en  venherstel. Twee vennen aan weerszijden van de beek zijn aangepakt. Dit alles met de bedoeling de vennen op te schonen, het water langer vast te houden en het gebied te vernatten . Hetzelfde is al eerder gebeurd met het iets zuidelijker gelegen ca. 10 are grote bosven, dat dichtgeslibd was en nagenoeg droog stond. De maatregelen daar hebben er voor gezorgd dat het waterpeil daar wat hoger is komen te staan.....

De beek door het natuurgebied heeft men recht gegraven over een lengte van ongeveer 1 km .
Een ander groot probleem is dat de bodem en het grond- en oppervlaktewater ernstig vervuild zijn geraakt door de jarenlange lozing van vervuild water (cadmium en zink) door de Zinkfabriek en eutrofiëring door (over)bemesting van de (landbouw)gronden in de naaste omgeving.
De grote sanering van de Tungelroyse beek die in 2012 werd afgesloten, heeft (nog) niet het effect dat men voor ogen heeft. De historische verontreiniging van de bodem en het grondwater in het bovenstroomse gebied (dus ook de Kruispeel) is blijkbaar dusdanig groot, dat ondanks dit miljoenenproject het water toch steeds weer verontreinigd wordt.

Het water kan bezinken in deze slib- zandvang
Om de verspreiding van de verontreiniging vanuit de Kruispeel naar benedenstroomse delen van de beek enigszins te beperken, heeft het Waterschap in 2010 o.a. iets verderop een slib- zandvang aangelegd. Een slib-zandvang is een flinke verbreding van de beek. Hierdoor stroomt het water langzamer en kunnen vervuilde deeltjes naar de bodem zinken. Het schonere water kan vervolgens verder stromen.

Het bosven is rond 2000 opgeschoond. Het waterpeil stond bij mijn bezoek op 32,10 m.
De verdroging en verontreiniging hebben de Kruispeel tot een kwetsbaar gebied gemaakt. Het is dan ook niet vrij toegankelijk.

Hoewel de beek gesaneerd en heringericht is, is de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater nog steeds niet goed en is van vernatting in het gebied door een (gewenste) peilverhoging van minimaal 50 cm nog absoluut geen sprake. Het is niet alleen van belang het vervuild water in de beek te laten stromen, maar zolang de Zinkfabriek haar afvoerwater met zware metalen via de beek afvoert, is stuwing en/of waterinlaat door de Tungelroyse beek niet mogelijk of in elk geval beperkt. Om die reden heeft men de beek in het gebied over een lengte van 1 km. niet laten meanderen, maar heringericht met een 2 fasenprofiel (te vergelijken met een zomerbed en een winterbed van een rivier). Zo is de af- en doorstroommogelijkheid beter en wordt voorkomen dat water uit de beek in het gebied terecht kan komen.

Het begin van deze beverdam bestaat hier vooral uit riet
Dat is ook de reden dat de activiteit van een bever aldaar niet gewenst is en elke nieuw ontstane dam wordt dan ook consequent verwijderd.

 
Het grootste deel van het "broekbos" aan de westkant (wat het in mijn ogen niet meer is), met vooral zachte berk, heeft een bijna ondoordringbare onderbegroeiing van met name pitrus en pijpenstrootje. Ook de afgedichte slootjes staan droog en zijn dichtgegroeid. Vlak bij het bosven vond ik hier en daar wat plukjes galigaan, drijvend fonteinkruid en haakveenmos. Niet om echt vrolijk van te worden wat je hier ziet.

moerashertshooi
Aan de rand van het afgeplagde en natste gedeelte (aan de kanaalkant) vond ik behalve een ruige rietkraag hier en daar wat galigaan, drijvend fonteinkruid, moerasandoorn en zowaar op enkele plekjes moerashertshooi. Moerashertshooi staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als vrij zeldzaam en matig afgenomen. Het is een plant van ondiep water en periodiek droogvallende, matig voedselarme grond.

Een sterk vervuilde afwateringssloot bij landgoed Beauchamps.
Aan de oostkant, tussen landgoed Les Beaux Champs (“Den Advocoat”) en de beek vind je aangelegde sloten en slootjes met rabatten en een aanplant van met name eiken, berken, sparren en dennen. Door de aanleg van een regelbare stuw en een vaste overlaat in de Beauchamplossing (parallel lopend met de Lozerweg en bij de duiker uitmondend in de Tungelroyse beek ), heeft Natuurmonumenten al in 1994 geprobeerd het water vast te houden. Dit is echter bij lange na niet voldoende...... De sloot op bovenstaande foto mondt hierin uit.....

In het gedeelte tussen Beauchamps staan opvallend veel varens tussen de bomen. Hier is goed te zien hoe droog het gebied is.

Overleg over de aankoop van landgoed Beauchamps en verplaatsing van het Straalbedrijf duurt al vele jaren, maar stilaan komt men tot overeenstemming.

Na een paar bezoekjes aan de Kruispeel is duidelijk geworden dat hier nog veel moet gebeuren. Met name het oplossen van de verontreiniging met cadmium en zink is er een van de lange adem. Nu de al ernstige verdroging van het gebied mogelijk alleen maar zal toenemen door de plannen bij de CZW, ziet het er niet rooskleurig uit.

maandag 21 september 2015

Plannen CZW, een bedreiging voor de Kruispeel

Op dit moment is er weer veel te doen over de CZW langs de Zuid-Willemsvaart in Weert.
In mijn blog “Er gaat veel mis bij het Blauwe Meertje" heb ik al geschreven dat men (m.n. de VVD) af wil van de in 2004 gemaakte afspraak (extensieve recreatie =wandel- fiets- en ruitergebied) naar actieve recreatie rond de plas. De ontgronder wil een “Weert Beach” creëren en B&W zien dat helemaal zitten.....
Hoewel het gebied bestemd is als natuurgebied, is de natuur nu helaas ondergeschikt gemaakt aan recreatie. Op onderstaande schets van de CZW (van 1 april 2014!!!!) zie je de plannen, die nu openbaar zijn gemaakt.

In plaats van de overeengekomen ontgronding in 2018 af te ronden, wil de ontgronder dus doorgaan en in ruil daarvoor een recreatiegebied ontwikkelen. Prompt kwamen de lokale natuurverenigingen, maar ook Milieufederatie Limburg en Natuurmonumenten tegen deze plannen in het geweer. De vrees bestaat namelijk dat dit niet alleen zal leiden tot grote bedreigingen voor natuur en landschap rond de plas zelf, maar indirect ook tot verdere grondwaterdaling, wegstromen van kwelwater en dus ook verdere verdroging van nabij gelegen Natura2000/EHS-gebieden en dan in het bijzonder de Kruispeel.

In Dagblad De Limburger van vrijdag 18 september wordt hierover het volgende vermeld:
"Geen toenadering inzake CZW". "Natuurverenigingen en ontzander Kuypers Kessel BV staan nog steeds lijnrecht tegenover elkaar wat betreft de uitbreiding van de CZW. Kuypers wil de zandwinning uitbreiden. Daardoor ontstaat, naast het Blauwe meertje, een tweede plas. Als tegenprestatie wil Kuypers onder meer een strandbad, parkeerplaats, zandspeelplek en duikplaats aanleggen. Natuurverenigingen verzetten zich tegen het plan, omdat er in hun ogen te diep en te dicht bij Natura2000- gebied Kruispeel gegraven wordt".

Door de plannen komt niet alleen weinig van de eerder beloofde natuurcompensatie terecht, maar is het vooral de verandering in de grondwaterstand, die funest zal zijn voor de Kruispeel.
Het is terecht dat de Natuurverenigingen hier tegen in gaan.
Ze hebben een alternatief plan opgesteld. Vooral de voorgenomen aanleg van de “Natuur- en duikplas” is een heet hangijzer.

Het voert te ver om in deze blog op de perikelen omtrent de plas dieper in te gaan, maar voor geïnteresseerden zijn onderstaande links interessant om eens te bekijken.
Door op een link te klikken, vind je de visies van een drietal betrokken natuurorganisaties die tegen dat voornemen zijn.
Ecologische werkgroep Weert Zuid
Natuur en Milieufederatie
Stichting Groen Weert

De Kruispeel is een gebied met hoge natuurwaarden en een ecologische verbindingszone tussen de omliggende natuurgebieden, maar heeft al jarenlang te maken met een sterke daling van de grondwater- stand vanwege ontwaterings- en ontginningswerkzaamheden en grondwaterwinningen in het verleden.
Voor een goede ontwikkeling van de Kruispeel is het zure en voedselarme Kempen kwelwater, de kalkrijkere en voedselrijkere kanaalkwel van de Zuid-Willemsvaart, het verhogen van het grondwaterpeil en het vasthouden van het oppervlaktewater van belang. Door het graven van een plas in de nabije omgeving ondervindt het grondwater minder weerstand en zo trek je het water als het ware naar de plas, in plaats van dat het kwelt en in de Kruispeel tot boven het maaiveld komt.

In de volgende blog wil ik wat meer over de Kruispeel vertellen.

zaterdag 19 september 2015

Tungelderse Wel op YouTube

Ik heb al verschillende keren geschreven over de Tungelerwallen en de ontwikkelingen daar.
In deze blog vandaag nou eens geen verhaal, maar enkel de mededeling, dat ik op YouTube weer een filmpje heb geplaatst. Deze keer met foto's van de Tungelderse wel en op de achtergrond hoor je het gelijknamige lied "tungelderse wel" van de Mooshoofpaadzengers, een dialect zanggroep uit Stramproy.
Deze zanggroep is opgericht in 1976 en bestaat/bestond? uit Jan Coenen, Lei Steijvers, Geer van Sjoemaekers Pjaer (Kwaspen), Geer (†17-10-2012) en Jan van Sjoemaekers To (Kwaspen), Thei en Frans Peeters, Jack Palmen en Fons Heuvelmans.

Ze halen in dit lied de Tungeler Wallen weer voor even terug in onze herinneringen. De 'Wel' heeft namelijk een bijzondere plek in de harten en hoofden van veel (oudere) bewoners van Weert en Stramproy.
Hele generaties (jong én oud) beleefden hier  prachtige avonturen of anderszins, op en rond de enorme zandbak die de Tungeler Wallen vanouds is.

De "wel" is helaas niet meer de "wel" van weleer,
maar dankzij "kartrekker" Frans van de Ecologische Werkgroep Weert Zuid, vindt er in deze periode van het jaar, met inzet van een aantal enthousiaste vrijwilligers, kleinschalig onderhoud plaats op enkele particuliere percelen zoals "bie René", "bie Toos",  het "Armenbos" en de "Böskes" op de Kleine Wel. En het mag gezegd worden: het verschil met de andere percelen is maar al te goed merkbaar. Ik zou zeggen: ga eens kijken, of misschien nog beter: ga eens helpen.

Je kunt het filmpje bekijken door op de foto te klikken. Voor een betere kwaliteit kun je dan klikken op het tandwiel rechtsonder en bij kwaliteit stel je in plaats van 360p. in op 1080p. Rechtsonder kun je ook op volledig scherm klikken, zodat je ruim 5 minuten schermvullend en optimaal kunt genieten van de foto's.

Ik zou het leuk vinden als je eens laat horen wat je er van vindt.......

dinsdag 15 september 2015

Enkele vlinders in augustus en september

Mijn trouwe bezoekers, zal het meteen opvallen dat een aantal vlinders in deze blog al in "Allemaal beestjes #4" (mijn vorige blog) hebben gestaan. Ik heb echter besloten die blog op te splitsen, want hij was veel te groot geworden. Vandaar dat je ze nogmaals te zien krijgt.

De eerste drie 3 vlinders zijn zandoogjes. Zandoogjes zijn bruinige dagvlinders met oogvormige vlekken, meestal zowel op de bovenkant als op de onderkant van alle vleugels. Die ogen dienen om aanvallers bang te maken of de aandacht af te leiden. De bekendste zijn het bruin- bont- en oranje zandoogje, maar ook het koevinkje en hooibeestje horen bij deze groep.

Bont zandoogje
Het Bont Zandoogje is een algemeen voorkomende vlinder, die bij voorkeur gemengde bossen en naaldbossen als leefgebied heeft, maar hij is ook steeds meer in tuinen en wegbermen te vinden. In tegenstelling tot de meeste vlinders is het een schaduwminnaar. Het bont zandoogje heeft opvallende gele vlekken.

Bont zandoogje
De mannetjes zijn iets kleiner dan het vrouwtje, hebben rondere vleugeltippen en een vagere tekening. Ze zijn vrij fel tegenover soortgenoten en jagen andere mannetjes weg.
Het vrouwtje legt haar eitjes op half in de schaduw staand gras. De lichtgroene rups leeft van gras, zoals straatgras, veldbeemdgras, pijpenstrootje en witbol.

Bruin zandoogje
Het bruin zandoogje is een algemene soort van veel verschillende soorten graslanden. Ze zijn meestal zeer actief en vallen daardoor op. Het mannetje heeft meestal helemaal bruine vleugels,soms met een ietwat oranjeachtige zweem, terwijl het vrouwtje een duidelijke oranje kleur op de voorvleugels heeft. De vrij duidelijke egale banden op de achtervleugel gaven bij mij de doorslag, want bij het oranje zandoogje is dat een mozaïek van verschillende bruintinten met hier en daar witte stipjes. Ook vliegt het bruin zandoogje duidelijk eerder dan het oranje zandoogje. De piek is begin juli al bereikt, terwijl die van het oranje zandoogje dan nog moet beginnen.

Oranje zandoogje
Bruine zandoogjes lijken veel op oranje zandoogjes en ze worden dan ook vaak verward. Een verschil is de witte stip op de voorvleugel. Bij het bruine zandoogje is dat meestal één, terwijl dat bij het oranje zandoogje bijna altijd twee is. Maar dat is geen constant kenmerk en dat zorgt daarom voor verwarring. Hier kun je echter duidelijk de, voor het oranje zandoogje, kenmerkende witte stippen op de achtervleugel zien.

Oranje zandoogje
In grote delen van Midden Nederland komt hij trouwens niet voor. Terwijl het bruin zandoogje in vrijwel het hele land talrijk en algemeen is, is het oranje zandoogje beperkt tot het zuiden, het noordoosten en de Waddeneilanden.

Icarusblauwtje (vrl)
Het zal niet bij iedereen bekend zijn dat er ook bruine blauwtjes zijn. Er zijn zo’n 16 soorten blauwtjes, waarvan de mannetjes overwegend blauw en de vrouwtjes altijd bruin kleuren. Terwijl het mannetje vooral met open geklapte vleugels opvallend blauw kleurt, probeert het vrouwtje zo onopvallend mogelijk door het leven te gaan en is ze overwegend bruin.

Toen ik dit vlindertje zag, dacht ik in eerste instantie dat ik het vrouwtje van het Gentiaanblauwtje zag. Zoals de naam al aan geeft, is de klokjesgentiaan de waardplant voor deze soort. De plant dus, waar deze vlinder haar eitjes op af zet. En laat ik nou net dit vlindertje zien bij de Waerbrookskoel, waar momenteel de klokjesgentiaan volop in bloei staat. Het Gentiaanblauwtje is een vrij zeldzame standvlinder, die lokaal voorkomt op de zandgronden in Zuid- en Noordoost-Nederland. Je vindt ze op natte heide, vochtige heischrale graslanden en blauwgraslanden. De Waerbrookskoel zou een prima omgeving voor deze soort kunnen zijn, maar is daar niet eerder waargenomen.  Zou het ????

Icarusblauwtje (vrl)
Toen ik de vlinder ook kon bekijken met dichtgeklapte vleugels, ging ik echter twijfelen. Zou het dan toch misschien een Icarusblauwtje of een Heideblauwtje zijn? Navraag bij iemand die kennis van zaken heeft wat betreft vlinders (Piet van N.), maakte aan alle twijfel een eind. Het is dus inderdaad (maar) een Icarusblauwtje. Vooral het puntje (zie blauwe pijl) schijnt een kenmerk te zijn.
Voor mij was dit weer een bevestiging hoe moeilijk het soms kan zijn de soort te benoemen. Gelukkig zijn er mensen waar ik op kan terugvallen. Bedankt Piet.

Dagpauwoog
Wil je nog vlinders of andere insecten fotograferen, dan geef ik je de tip om op zoek te gaan naar het koninginnekruid of leverkruid. Het is een soort die meer dan een meter hoog kan worden en die je nu overal bloeiend aantreft op vochtige plaatsen, zoals bijvoorbeeld in ruigtes, aan waterkanten, in moerassen, rietlanden en vochtige bossen. De roze bloemhoofdjes van vijf of zes buisbloemen produceren veel nectar en worden op een zonnige dag dan ook druk bezocht door vlinders en bijen.

Dagpauwoog
Zo zag ik onlangs op die plant onder andere deze prachtige dagpauwoog. Het is een van de bontst gekleurde en bekendste soorten vlinders in Europa en niet te verwarren met andere vlinders vanwege de grootte, de oranjerode vleugels en de karakteristieke oogvlek op de bovenzijde van iedere vleugel. Het is een van de soorten die als volwassen vlinder overwintert en 's winters dan ook kan worden aangetroffen in huizen of op andere goed beschutte plekjes.

Atalanta
Al vroeg op een zonnige ochtend zag ik deze atalanta, die zich op de stenen van onze garage aan het opwarmen was. De atalanta is gemakkelijk te herkennen: een zwarte vlinder met twee rode banen op zijn vleugels en bovenaan wat witte vlekken. De atalanta is dit jaar de meest getelde vlinder van Nederland. De zwart-bruin-oranje vlinder staat voor het eerst bovenaan de lijst; hij is 13.500 keer geteld en wordt op de voet gevolgd door de dagpauwoog (12.380) en op enige afstand door het klein en groot koolwitje (5.500 en 5.200).

Atalanta
De atalanta is een trekvlinder, die overwintert in Zuid Europa en zich hier voort plant. De eitjes worden afgezet op de grote brandnetel (waardplant) en de rupsen gebruiken de plant als voedsel. Dus..brandnetels in de tuin laten staan!! Ze leven van nectar, maar zijn ook gek op het sap van rottend fruit en boomsappen.
In Nederland komen twee generaties per jaar voor. In het najaar trekt een deel van de vlinders weer naar het zuiden.

zondag 6 september 2015

Allemaal beestjes#4

Het moge intussen wel duidelijk zijn, hoe ik geniet van het kleine grut dat hier rond loopt en vliegt.
Als je de foto van zo’n beestje op de p.c. bekijkt, zie je pas hoe bijzonder onze kleine insecten zijn.
Stuk voor stuk zijn het wondertjes der natuur.

Bronzen - of Bruine Zandloopkever
Dat geldt bijvoorbeeld ook voor deze ca. 20 mm. grote Bronzen - of Bruine Zandloopkever, een van de 5 zandloopkevers die in Nederland voorkomen. Deze soort is typisch voor kale zandplekken op de hogere stuifzandgebieden. De kever verkent snel lopend en vliegend de bodem en grijpt met zijn sterke kaken alles wat hij aan kan, vooral mieren en andere insecten. Al talloze malen heb ik geprobeerd om hem goed op de foto te krijgen, maar dit ADHD-ertje geeft je meestal niet de kans. Tijdens mijn bezoek aan de Tungelroyse Wallen was alles nog vochtig en het zonnetje liet zich (nog) niet zien, zodat hij nog niet goed was opgewarmd en hij minder snel was dan anders.
Pas op de foto zie je de details van dit kleurige loopwondertje, zoals de rood blauwe pootjes, die sterk behaard zijn met witte haartjes. Ook zijn buik is trouwens sterk behaard. Prachtig toch om dit alles op je gemak te kunnen bekijken dankzij de fotografie.

Aspergehaantje of aspergekever
Het opvallend kleurrijke aspergehaantje is te herkennen aan het rode borststuk, de metaal- achtige glanzende kop en de zes witte vlekken op de blauwgroene dekschilden. De grote tasters zijn blauwzwart en hebben een fluweelachtige beharing.
Hoewel het kevertje slechts 6 millimeter groot is, hebben de aspergeboeren een hekel aan deze soort vanwege zijn eetgewoonten. Ze eten niet de wortels, maar het loof en de zachte scheuten. Hierdoor maakt de plant minder voedsel aan, groeit minder snel en verdort. Al te veel exemplaren kunnen een plant helemaal kaal vreten. De eitjes worden één voor een afgezet op de planten. De larve komt al na 1 week uit het ei, vreet zich in ongeveer drie weken vol en verpopt zich dan in de bodem.

Bij de bestrijding worden aaltjes, sluipwespen en insecticiden ingezet. Kleinere tuinders zetten een bak onder de plant en schudden ze er dan uit. Als de kevertjes iets zien bewegen, gaan ze snel schuilen aan de andere zijde van de aspergetak waarop ze zitten. Als ze schrikken of als je te dichtbij komt, laten ze zich gewoon vallen. Ik moest dus uiterst voorzichtig zijn bij het maken van een foto.

Pluimvoetbij (vrouwtje)
Zandbijen behoren tot een grote bijengroep. In de Benelux leven zo'n 70 tot 80 soorten! De soorten zijn vaak moeilijk uit elkaar te houden en niet altijd gemakkelijk op naam te brengen. Dat was bij deze soort, vanwege de opvallend lange beharing aan de achterpoten, niet zo moeilijk. De grote pluimen van deze Pluimvoetbij vormen als het ware een korfje. Hiermee wordt stuifmeel verzameld en zij schijnt er ook gemak van te hebben bij het graven van de broedgangen in de grond. Het is een vrij grote bij van circa 15 mm. Het achterlijf is zwart met witte haarbandjes. Ook bij de mannetjes zijn de lange poten opvallend behaard, maar dan met korte haren. De bij op deze foto is dus het vrouwtje.

Dit soort bijen vormt geen staat, maar meerdere vrouwtjes nestelen vaak wel graag bij elkaar in de buurt en soms wordt zelfs hetzelfde nestingangetje door meerdere vrouwtjes gedeeld. De pluimvoetbij graaft een verticale gang van 50 cm diep of dieper. Deze nestgang heeft verschillende zijgangetjes met broedcellen.

Wespen- of tijgerspin
Deze wespen- of tijgerspin komt veel voor in het Middellandse-Zeegebied, maar haar leefgebied breidt zich de laatste decennia steeds noordelijker uit. In 2008 werd ze voor het eerst waargenomen in Groningen en tegenwoordig zie je haar in het hele land. Deze zag ik bij de CZW.

Ze wordt zo genoemd vanwege haar zwart-gele strepen, maar vooral herkenbaar aan de witte zigzagband van witte zijde in haar web. De functie van die zigzagband is niet geheel duidelijk. Er wordt wel eens gezegd, dat het bedoeld is om insecten aan te trekken; De witte zijde zou UV-licht weerkaatsen wat insecten zou aantrekken. Het blijft gissen, maar dat het een voortreffelijke jager is, mag wel duidelijk zijn. De 2 juffers waren zo druk bezig (getuige het paringswiel), dat ze het web over het hoofd gezien hebben.
Dat waren dus twee "vliegen" in één klap....

Akkerhommel
De akkerhommel op de foto bezoekt hier een bloem van de hibiscus. Een bloem die slechts één dag bloeit, maar rijk aan stuifmeel is. Om bij het vruchtbeginsel met de nectar te komen, moest ze langs de stuifmeelrijke stamper, waardoor haar haartjes volop bedekt zijn met dit stuifmeel. Ze verzamelt stuifmeel van verschillende plantensoorten uit diverse plantenfamilies. De soort is dan ook in allerlei biotopen aan te treffen, ook in stedelijke omgeving.
Het lijkt alsof ze geen vleugels heeft, maar als je goed kijkt, zie je dat ze op het punt staat weg te vliegen. Haar vleugels bewegen daarbij zo snel, dat je ze amper ziet.

Akkerhommels zijn te herkennen aan de roestbruine beharing op de kop, het borststuk en het achterlijf; het zijn de nozems onder de hommels. Het is heel bijzonder dat deze soort in het midden en oosten van Nederland een gelig of grijs gekleurd achterlijf heeft en in het westen een grotendeels zwart achterlijf. Bij deze hommels zie je vaak een driehoekig zwart veld op de bovenzijde van het borststuk. Deze soort is zeer vriendelijk en zal niet gauw steken.

Kempense heidelibel
Intussen is me duidelijk geworden, dat je beter niet achter libellen aan kunt gaan om ze te fotograferen. Veel libellen hebben namelijk een vast stekkie, waar ze na verloop van tijd weer naar terug vliegen. Dat kan een stokje of takje of blaadje zijn of een punt van prikkeldraad. In dit geval was het een papaverbol. Als je dat in de gaten hebt, blijf je daar een tijdje staan, tot ie terug keert. Met als beloning een mooie foto.

Deze, alleen lokaal voorkomende, Kempense Heidelibel lijkt in de gaten te hebben, dat ik weet hoe de vork in de steel zit en kijkt me aan met rollende ogen en met een big smile op zijn gezicht. Zo van: ”je hebt me door, dus je mag me fotograferen”……… Het lukt niet vaak dat ze zo voor je "poseren" en je ze op amper 10 cm. frontaal voor je lens krijgt.