Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Translate

Volgers

zaterdag 29 december 2012

Konikpaard

Het konikpaard is nieuwsgierig en niet schuw, waardoor er snel contact met de dieren is
In het grensoverschrijdende natuur- gebied Kempen-Broek lopen grote grazers rond, waarvan de TaurOs natuurlijk het meest opvalt. De Belgische partner “Natuurpunt Limburg” heeft in Smeetshof gekozen voor het konikpaard. Dat tref je aan in het noordelijk deel van het Smeetshof; het overstroommoeras waar Lechterrietbeek en Veldhovenbeek stromen. Samen met galloways zorgen ze jaarrond voor de begrazing van het gebied.

Waarom konikpaarden? Deze dieren grazen het gras korter af dan runderen. Ze zorgen voor een hele andere vegetatiesamenstelling, waardoor een soort “paardenwei” ontstaat. Hun latrines (vaste poepplekken) in het gebied daarentegen, verruigen het juist, omdat daar niet gegeten wordt en de mest voeding brengt. Door dit effect zorgt het konikpaard voor diverse flora en fauna en helpt het de natuurbeheerders. De galloways zorgen voor de ruigere vegetatie.

"sociale" ontmoetingsplaats bij de vaste poepplekken (latrines)
Vijftienduizend jaar geleden leefden er al paarden in Europa. Dit oerpaard, dat helaas is uitgestorven, heette de tarpan. De tarpan leefde onder andere in Polen en Wit-Rusland. Daar hebben boeren vroeger vaak hun tamme paarden met wilde paarden gekruist. Deze paarden werden door hen "konik"genoemd. Konik betekent “klein paard”. Het is bekend dat de tarpan tot in de 18de eeuw in de grote oude bossen en moerassen van Bialowieza in Polen voorkwam. De laatste beschreven tarpan stierf in 1887 in gevangenschap in de dierentuin van München.

Men is op de Poznan Universiteit (Polen) in 1936 begonnen met het 'terugfokken' van de oorspronkelijke uitgestorven tarpan. De Poolse overheid vorderde daarvoor alle konikpaarden die tarpanachtige kenmerken toonden. Het resultaat van dit fokprogramma is dat semi-wilde kuddes van moderne "tarpan" of konikpaarden vandaag de dag gezien kunnen worden. Veel van de konikpaarden kunnen gevonden worden in natuurgebieden in Europa. Zijn schofthoogte is maximaal 1 meter 40. Klein van stuk dus, maar robuust en bestand tegen extreme weersomstandigheden. Het paard heeft een herkenbare aalstreep over zijn rug lopen. Verder heeft hij een brede rug, een korte, dikke hals, relatief korte oren en gespierde dijen. De kleur van deze dieren kan verschillen, maar ligt meestal tussen muisgrijs en bruin.

De Konik paarden in Nederland zijn eigendom van de Stichting Ark, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, en een aantal andere natuur beherende organisaties.
Stichting Ark bezit 17 bloedlijnen, de overige 5 lijnen bevinden zich in Polen. Ze werden in 1982 voor het eerst in de Nederlandse natuurgebieden geïntroduceerd. De Konik populatie bedraagt momenteel zo'n 2500 stuks, over de hele wereld gezien. Van dat aantal lopen er ca. 1200 in Nederland en aangrenzende Belgische gebieden!

Konikpaarden, dus ook die in het Smeetshof, hebben een “nadeel” waar je als bezoeker rekening mee moet houden; ze zijn namelijk nieuwsgierig en niet schuw. Hierdoor is er snel contact met de dieren, die naar je toe komen rennen als ze je opmerken. De Koniks gedragen zich meestal rustig, maar... blijf attent, want het blijven beesten die in het wild zijn opgegroeid en onvoorspelbaar zijn. Soms worden ze te opdringerig en komen ze zich met z'n allen om je heen verdringen. Als ze zich bedreigd voelen, schrikken, of elkaar aan de kant duwen, kunnen ze je gemakkelijk omverlopen.
Ze lopen er het hele jaar, maar in de winter is er niet voldoende gras aanwezig en worden ze bijgevoerd.


Grotere kaart weergeven

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Blogarchief