Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Select language

Volgers


zaterdag 24 december 2022

Herfst 2022.......Paddenstoelentijd deel 6: Van alles wat.

 Dit is mijn laatste post van dit jaar. De 6e over paddenstoelen. We hebben dit jaar 10 natuurgebieden bezocht en ik heb daar de nodige foto's kunnen maken. Van "gewone" tot "bijzondere soorten". Vooral de kleine myxomyceetjes trokken mijn aandacht. In deze laatste post geen toelichting er bij, maar enkel foto's van soorten die ik nog niet heb laten zien en de moeite waard zijn om getoond te worden.  Ik heb al de foto's  die ik dit jaar genomen heb op mijn site Flickr geplaatst. Je vindt daar liefst 660 foto's, waaronder dus ook  soorten dubbel. Keus genoeg in elk geval! Mocht je ze willen bekijken dan moet je even  HIER klikken.

Tevens wil ik van deze gelegenheid gebruik maken om  mijn bezoekers fijne feestdagen en alle goeds toe te wensen voor het nieuwe jaar. Blijf gezond en trek er op uit als je de kans hebt, want in de natuur raak je nooit uitgekeken. De tere witte paddenstoeltjes zijn overigens Bundelmycena's, maar dit terzijde..

Asgrauwe koraalzwam
Biefstukzwam
onderkant van de Bleke oesterzwam
Bruine trilzwam met Korsthoutskoolzwam op de achtergrond
Gekraagde aardster
Gewone wimperzwam
Gewone zwavelkop
Gewoon eekhoorntjesbrood
Gewoon elfenbankje
Groene anijstrechterzwam
Groene schelpzwam
Oranjerode stropharia
Paardenhaartaailing
Onderkant Roodporiehoutzwam
Roodvoetknotsje
Schubbige fopzwam
Streepsteelmycena
Wieltje
Zwavelmelkbekerzwam
Zwerminktzwam


vrijdag 16 december 2022

Herfst 2022.......Paddenstoelentijd deel 5: Myxomyceten

Nu de eerste vorst is ingetreden, hebben de nodige paddenstoelen het loodje gelegd. Er zijn echter nog genoeg taaie rakkers te vinden…...In een eerdere post heb ik daar al het een en ander over verteld. 
Dat kun je HIER nog eens nalezen. Twee weken geleden, net voor de vorst, vond ik enkele soorten myxomyceten oftewel slijmzwammen in de Tungeler wallen. Deze wil ik jullie, samen met nog niet eerder geplaatste exemplaren, laten zien in deze post. 

Over myxomyceten heb ik al eerder geschreven. Dat kun je onder andere HIER en HIER en HIER nog eens nalezen. 
gewoon ijsvingertje
 Je zult nu waarschijnlijk tevergeefs zoeken naar dit GEWOON  IJSVINGERTJE (Ceratiomyxa fruticulosa).  In tegenstelling tot wat de naam suggereert is het namelijk geen soort die je in de winter zult aantreffen. Het wordt IJsvingertje genoemd vanwege de kleur en de vorm. Men zegt er ook wel IJspegeltje tegen.
Gewoon ijsvingertje
Hoewel sommige soorten myxomyceten nu nog met wat geluk te vinden zijn, is de winter geen goede periode. Slijmzwammen zijn namelijk sterk afhankelijk van vocht en temperatuur. Je kunt ze gedurende het gehele jaar vinden, maar in het algemeen vind je ze vooral op warme dagen, voorafgegaan door regen, zodat de atmosfeer nog vochtig is. Ook ‘s winters, als na vorst enige warmere dagen komen. In ons land zijn ze vanaf het voorjaar tot laat in het najaar te vinden, maar de rijkste vondsten doe je toch in de nazomer. Is het plasmodium ontwikkeld, maar slaat het weer om en wordt het te droog of te koud, dan trekt het samen tot een sclerotium; een zwamvlokpakket met aan de buitenkant een vliezig laagje dat uitdroging tegengaat. Dit is een soort overlevingsorgaan dat reservevoedsel bevat, en dat zich “verbergt” in bijvoorbeeld spleetjes in hout en schors. Dit sclerotium kan dan maanden wachten tot de omstandigheden weer gunstig zijn en gaat dan weer over in een plasmodium op zoek naar voedsel. 
  Gewoon ijsvingertje
Het IJsvingertje is ook in gunstige omstandigheden moeilijk te vinden, want de hoogte is nauwelijks meer dan een millimeter. Vanaf het pad of van een afstand gezien lijkt het een grauwwitte plek op het hout of tussen het mos. Niets echt iets voor de meeste mensen om te gaan kijken. Misschien is deze onopvallendheid de reden dat hij minder bekend is bij mensen, maar ze zijn zeker even zo goed het bekijken waard. De zuiltjes zijn waterig en doorschijnend. Er is een wel loepje voor nodig om de “vingertjes” goed te zien, maar met een beetje geluk vind je ze in het kruipend stadium van uitstulpen en vochtig slijm afscheidend. 
IJshoningraatje
Vanwege de kleur en de gelijkenis, wordt dit zusje van het IJsvingertje het IJSHONINGRAATJE   (Ceratiomyxa porioides) genoemd. De slijmerige klontjes die je ziet, is  het plasmodiale stadium van deze slijmzwam..
Je vindt ze van de nazomer tot de herfst op zeer verrot en nat hout, schors, bladeren, mos en andere plantenresten. Ze zijn slijmerig, meestal wit, maar ze zijn ook soms bleek tot lichtgeel en geelachtig groen. 
Bol kalkschaaltje.
Hoewel microscopische controle nodig is voor een zekere determinatie van kalkschaaltjes, is dit hoogstwaarschijnlijk het BOL KALKSCHAALTJE (Diderma globosum). Volgens de NMV Verspreidingsatlas is het echter een vrij zeldzame soort. Dus het is twijfelachtig. Een kalkschaaltje is een saprotroof  (leeft van dood organisch materiaal) op kruidachtige plantendelen. Habitat: Loofbossen. Ik heb ze gevonden op een blad van een Amerikaanse eik in de Tungeler Wallen op 3-12-2022. Is nauw verwant aan het Korstvormig kalkschaaltje, maar staat in kleinere groepen en minder dicht op elkaar gedrongen. De purperzwarte sporen veroorzaken zwartkleuring van de substraat.  
Kalkschaaltjes kenmerken zich - zoals de naam al aangeeft - door een kalkachtige schaal. Bij uitharding is dit omhulsel bros en breekbaar. De schaal zelf kan zowel ruw als glad zijn. Bij de meeste soorten onderscheiden we twee laagjes, soms zijn dat er ook drie. Het binnenste omhulsel is zeer dun (een soort membraan) en doorzichtig. Er zijn meerdere soorten die eigenlijk alleen maar met behulp van een microscoop te identificeren zijn.
Fopdraadwatje.
Het Fopdraadwatje wordt vaak verward met het er op lijkend Peervormig draadwatje en het Goudgeel draadwatje. Vandaar wellicht “fop” in de Nederlandse naam. Het is echter meer boonvormig dan de anderen en is verspreid in kleine groepjes. Het is zelden gesteeld. Je kunt ook gefopt worden omdat de vruchtlichamen kleuren van wit naar geel, oranje en dan bruin Deze zwam wordt aangetroffen op dood nat hout.
Bloedweizwam of Gewone boomwrat
Boompuist
Soorten in de wat grotere orde der Liceales, zoals Bloedweizwam en Boompuist, zijn goed herkenbaar, maar omdat de vruchtlichamen van veel kleine slijmzwammen zoals kalkkopjes, kristalkopjes en kalknetjes  o.a. vaak van kleur veranderen bij rijping, is detectie meestal alleen mogelijk met behulp van een microscoop. Een specialistisch werkje dat mijn pet te boven gaat. 

Twijfelachtig, maar mogelijk het  Grijswit kalkkopje.
Kalkkopje of  Kristalkopje. 
Kalkkopje of kristalkopje.
Langstelig draadwatje.
Langstelig draadwatje.
Langstelig draadwatje.
Langstelig draadwatje.
Kalkkopje of Kristalkopje.
Kalkkopje of Kristalkopje.

Bij de volgende foto's heb ik geen juiste naam gezet, omdat ik twijfel. Ik denk aan een kalkkopje en het glanzend druivenpitje, maar er zijn te weinig aanknopingspunten. Zoals ik eerder al zei, kan hier eigenlijk alleen microscopisch onderzoek duidelijkheid verschaffen.  Ik heb er daarom  "Myxomycota indet" bij gezet. Wat zoveel als "myxomyceet onbekend" betekent.
Myxomycota indet.
Myxomycota indet.
Myxomycota indet.
Myxomycota indet.
Met een grootte van vaak nog geen millimeter trekken de slijmzwammen niet bepaald de aandacht. Omdat de meeste soorten zo klein zijn schrikt het ook velen af om er aan te beginnen, maar als je eenmaal begonnen bent, gaat er een compleet andere wereld voor je open!  Er zitten echte beauty's tussen. 

Mocht je interesse gewekt zijn, dan moet je zeker de verschillende ordes eens bekijken.
Je vindt prachtige foto's op de site Schleimpilze.com. Dat is een Duitstalige site, maar als je op de betreffende pagina klikt met de rechter muisknop, zie je dat je via het rolmenu in Nederlands kunt vertalen. Je kunt ook klikken op onderstaande 5 ordes.
 
==    Liceales: o.a. bloedweizwam en loodkleurig netplaatje 
==    Physarales: o.a. kalk- en kristalkopje, glanzend druivenpitje, heksenboter 
==    Trichiales: netwatjes 
==    Ceratiomyxales: o.a. ijsvingertje 
==    Stemonitales: netpluimpjes

zondag 4 december 2022

Herfst 2022.......Paddenstoelentijd deel 4: Van alles wat

Vandaag al weer de 4e post van dit jaar over paddenstoelen. Haast is geboden, want het seizoen loopt op zijn einde en ik heb nog zoveel mooie soorten die ik jullie wil laten zien. In tegenstelling tot de vorige post, heb ik, zoals je van mij gewend bent, er nu weer het een en ander over te vertellen. 

Oranjegeel trechtertje
Ik begin deze post met een klein en teer paddenstoeltje; het ORANJEGEEL TRECHTERTJE (Rickenella fibula). Het is in Nederland en België een zeer algemene soort. De soortnaam fibula betekent "speld' en heeft betrekking op de vorm en grootte van het vruchtlichaam. De schimmel is een saprofyt en leeft op vochtige plaatsen tussen het mos in voedselrijke bossen, graslanden, wegbermen en tuinen. Het leeft daar van mosweefsel dat al is afgestorven, maar gaat mogelijk ook een samenwerkingsverband (symbiose) aan met zijn gastheer. Het mos ondervindt geen nadeel van de verbintenis. Het vruchtlichaam ontwikkelt zich van juni tot oktober.

Het hoedje van de paddenstoel is bijzonder klein en heeft een diameter van slechts vier tot tien millimeter. Jonge vruchtlichamen hebben een vlakke hoed met een kleine holling in het centrum, later wordt deze trechtervormig. Het gladde oppervlak is geeloranje tot donkeroranje en heeft ribbels die vanaf het donkerdere centrum naar de gekerfde zijkant lopen. 
De holle, gladde, oranje steel is drie tot vijf centimeter hoog en heeft een doorsnede van een à twee millimeter. Net als de hoed is deze bedekt met fijne haartjes. De witte lamellen zijn breed en lopen ver door op de steel. Na verloop van tijd kleuren deze ook naar geel tot oranje. Het vlees van het vruchtlichaam is oranje, heeft geen geur en smaakt onsmakelijk. Wie zou zoiets trouwens willen eten?
Oranje dwergmycena 
Oude exemplaren verbleken en kunnen dan met andere soorten worden verward zoals deze ook zeer algemeen voorkomende ORANJE DWERGMYCENA (Mycena acicula).
Zwarte knoopzwam
De ZWARTE KNOOPZWAM (Bulgaria inquinans) is een zakjeszwam (Ascomyceet). De soort komt in Nederland vrij algemeen voor. Je vindt ze meestal in groepen. De zwam groeit op afgevallen takken en op de schors van voornamelijk pas gestorven eiken en beuken. Zelden wordt hij gevonden op takken van andere loofbomen. Hij is te vinden van oktober tot maart. Is dus winterhard. 
De textuur van de paddenstoel is afhankelijk van het weer. Elastisch bij droog weer en leerachtig bij nat weer. De jonge zwarte knoopzwam heeft een compleet ander uiterlijk: is rond tot kegelvormig, licht- tot donkerbruin van kleur, met een korrelige buitenhuid. 
De bol vouwt zich later open waardoor de donkere, glanzende, sporenvormende laag zichtbaar wordt. Oudere exemplaren zijn 1-4 cm in diameter, (vrijwel) geheel uitgevouwen en glanzend zwart van kleur. 
Dit zwarte vlak wordt bij het ouder worden steeds groter, zodat de ′knoopvorm′ ontstaat. Het lijken dan net dropjes. Ze zijn dan ook net zo elastisch als de meeste dropsoorten. Niet vreemd dat ze ook vaak Dropzwam worden genoemd. Op het zwarte vlak liggen de sporen. Je kunt ze er met je vinger afvegen. Je vinger kleurt dan echter niet zwart, maar donkerbruin.
Narcisamaniet
Ik twijfelde of het wel klopte, maar Waarneming.nl geeft 100% zekerheid, dat het hier wel degelijk de giftige NARCISAMANIET (Amanita gemmata) is. Het is een vrij algemene amaniet, die vooral op zandgronden voor komt. Deze knolamaniet leeft in symbiose met verschillende naaldboomsoorten, maar ook met enkele loofboomsoorten als Beuk en Eik en dan vooral in lanen. Op de vorige Rode Lijst (1995) stond de Narcisamaniet nog als bedreigde soort te boek, maar daar is op de nieuwe Rode Lijst (die van 2008) geen sprake meer van. 
Opvallend aan deze soort is dat hij al vroeg in het voorjaar gevonden kan worden. De vroegste waarneming dateert van 8 januari 2007!!! De hoed van de Narcisamaniet is bleek oker- tot citroengeel gekleurd en bevat vaak vrij grote witte velumplakken. Hij heeft een bleke, gestreepte hoedrand. 
De steel is wit tot lichtgeel gekleurd en heeft een erg vergankelijke ring. Deze ontbreekt dus vaak. De steel kan variëren van kaal tot bezet met vrij grove velumresten. De knolvoet is meestal relatief slank en heeft vaak een dunne beurs. 
Gele knolamaniet
De soort kan makkelijk verward worden met deze GELE KNOLAMANIET (Amanita citrina), maar die heeft meestal een hoed die veel lichter is en ook meer velumresten bevat. Tevens heeft de Gele Knolamaniet doorgaans een grotere knolvoet en een minder vergankelijke ring om de steel. Bij de rechter paddenstoel is die goed te zien.
Panteramaniet (li.) en Gele knolamaniet (re.)
Hoewel je hier een jong en nog wat donkerder exemplaar ziet, wordt de Narcisamaniet  ook nogal eens verward met oudere lichte exemplaren van de PANTERAMANIET ( Amanita pantherina ). De steel van de Panteramaniet is echter doorgaans grover gevormd, en heeft spierwitte wratten op de hoed in plaats van plakjes. De steel van de Panteramaniet bevat ook een ring die lang niet zo vergankelijk is als die van de Narcisamaniet. Ook zit er om de knolvoet meestal een duidelijkere beurs.
Tweekleurig elfenbankje
Bij het zien van deze zwammen op een oude tak, dacht ik in eerste instantie dat we hier te maken hadden met de Spekzwoerdzwam. Weliswaar wat bleekjes, maar het voelde zo “spekachtig” aan. Maar laat het nou het TWEEKLEURIG ELFENBANKJE (Vitreoporus dichrous) zijn. Bij Elfenbankje, een saprofiet (levend van dood organisch materiaal), denk je aan dakpansgewijze waaiervormige hoeden, vaak met verschillend gekleurde zones en vooral taai en stevig, maar er zijn meerdere soorten: Gewoon -, Gezoneerd -, Fop-, Ruig- Geelgerand-, Wit- Dwerg- en Tweekleurig elfenbankje. 
onderkant tweekleurig elfenbankje
Het Tweekleurig elfenbankje is een eenjarige saprofiet die voorkomt op stammen en stronken van berken in loofbossen, vaak in onderling verbonden rijen of dakpansgewijs groeiend. Zeer zelden komt de soort voor op naaldhout. De vruchtlichamen van dit Elfenbankje zijn in tegenstelling tot bijvoorbeeld het veel voorkomende Gewoon- en Fopelfenbankje, rubberachtig gelatineus als ze nat zijn en hard als ze droog zijn. Vaak is er dan een groene aanslag vanwege algen. 
Het bovenoppervlak van de hoeden van jonge vruchtlichamen is fluweelachtig en ietwat behaard (viltig) wit en wordt later glad of borstelig. 
Bij jonge exemplaren zijn de buisjes vuilroze, later worden deze roodpaars tot violetzwart en ten slotte bij oude exemplaren bruin. De rand van het onderoppervlak is steriel, zuiver wit. En dat is hier inderdaad te zien. 
Hoewel ze in de Rode Lijst van 1989 nog staan vermeld als zeldzaam en afname zijn er nu geen aan wijzigingen meer voor. In de lijst van 2008 staan ze dan ook vermeld als: “Niet meer bedreigd”. Als je echter kijkt op de Verspreidingsatlas, valt op dat het met name de kleigebieden zijn waar ze minder voorkomen en óók op de zandgronden in Midden-Limburg en Oostelijk Noord-Brabant wordt deze soort minder vaak wordt waargenomen. Vandaar ook dat ik deze niet meteen herkende.
Pronkhertenzwam
De PRONKHERTENZWAM (Pluteus umbrosus) doet haar naam eer aan. Leuk om te zien hoe dit jonkie daar tussen het mos op een oude beuk staat te pronken en sierlijk staat te wezen met haar langs de hoedrand afhangende, op tandjes  lijkende schubjes, de donkere aders en schubjes op haar hoed en de sierlijke steel bedekt met naar onder toe donker wordende schubjes en vezeltjes. Jammer dat we de fraaie witte lamellen met donkere snede hier niet kunnen zien.
De hoed is aanvankelijk half bolvormig, later is die uitgespreid. In het midden zien we een brede, lage umbo (knobbel). Deze is donkerder bruin dan de rest van de hoed. De hoed is in veel gevallen bedekt met tot 3 mm brede aders die naar de rand toe smaller worden. Het centrum van de hoed is bedekt met opstaande schubjes. 
Zoals je hier kunt zien, wordt de kleur fletser naarmate ze ouder worden. Het hoedvlees van deze paddenstoel is ook hygrofaan. Dat wil zeggen dat die van kleur verandert als die water verliest of absorbeert. Hij is grijsbruin bij vocht en wit bij droogte. Het vlees in de steel is eveneens grijsbruin bij vocht en glanzend wit bij droogte en geelbruin in de voet. 
De lamellen staan vrij, aanvankelijk zijn ze wit, later rossig tot rossig bruin door de sporen, ze zijn bedekt met kleine bruine vlekjes (loep gebruiken!) en de lamelsnede is vlokkig en donkerbruin. De steel (55x120 en 3,5-13 mm) is cilindrisch of loopt taps toe naar de top, de voet is vaak verdikt. De kleur is glanzend wit tot lichtbruin. De structuur is vezelig en gestreept. Het oppervlak is bedekt met schubjes en vezeltjes die in het onderste deel donkerder zijn dan in het bovenste deel.

Blogarchief