Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Select language

Volgers

COPYRIGHT..

Deze posts zijn auteursrechtelijk beschermd. Overname van de inhoud van deze rapportage, hetzij integraal, gedeeltelijk of parafraserend, ongeacht het analoge of digitale medium waarin, ongeacht het doel en ongeacht de aanvrager, is niet toegestaan zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de beheerder.

dinsdag 13 oktober 2026

Herfst 2026.......Paddenstoelentijd deel 1: Van alles wat

Het is al weer een tijd geleden dat ik actief was op mijn weblog en een post plaatste. Dat had zo zijn reden..... De herfst is weer begonnen, dus ik ben wel weer enkele keren met de Paddenstoelenwerkgroep op pad geweest en we hebben al weer een paar interessante en nog niet eerder geziene soorten gevonden. De komende maanden zullen er ongetwijfeld nog enkele post met paddenstoelen verschijnen, waarvan dit de eerste is van het jaar. 
wortelende boleet
De WORTELENDE BOLEET (Boletus radicans) is een zeldzame soort. Vóór 1990 zelfs nog uitgesproken zeldzaam, maar momenteel sterk toegenomen en niet meer bedreigd. Deze troffen we aan in het Weerterbos. Het is een warmteminnende soort. De toename zou dan ook te wijten kunnen zijn aan het warmer worden van het klimaat.  De boleet heeft een grauwwitte tot licht beige hoed met een doorsnede van 8 tot wel 30 centimeter. 
wortelende boleet
Hij heeft heldergele poriën en een gele, met naar de basis toe verdikte wortelende steel, waarop meestal een geel netwerk zichtbaar is. Het vlees verkleurt bij doorsnijden snel naar korenbloem blauw om na enige minuten langzaam te verbleken. Het vlees van deze boleet smaakt zeer bitter en is dan ook oneetbaar. 
wortelende boleet
De Wortelende boleet leeft in symbiose met eik en beuk. Dat wordt een ectomycorrhizasymbiont genoemd. Ze komen vooral voor in min of meer schrale lanen en bermen met oude bomen, voornamelijk op kalkhoudende rivierklei, maar ook op matig humusrijk lemig zand. De groeiplaatsen bevinden zich meestal op door de mens sterk beïnvloede habitats en nauwelijks in bossen. Op de groeiplaatsen zijn ze vaak in gezelschap van andere boletensoorten. 
gewone korstvuurzwam
 De GEWONE KORSTVUURZWAM (Fuscoporia ferruginosa) is een buisjeszwam uit de familie Hymenochaetaceae. Deze schimmel veroorzaakt witrot. De naam Fuscoporia is gevormd uit het Latijnse fuscus, d. i. bruin, donkerbruin tot donker getint, en het Latijnse pori, wat betekent poriën. Ferruginosa komt van het Latijnse ferrugineus, dat roestig of ijzerkleurig betekent, wat slaat op het roestbruin tot vuurrood vruchtlichaam. Vandaar de naam van deze zwam. Hoewel ik nagenoeg zeker ben, is microscopische controle nodig voor een zekere determinatie. 

Hij leeft saprotroof op (liggende) takken en stammen van loofbomen, vooral eik, maar ook op beuk, wilg en meidoorn kun je hem aantreffen. Een saprotroof is een organisme dat zijn voedingsstoffen rechtstreeks verkrijgt uit dood organisch materiaal.  Het worden grote plakkaten die het substraat bedekken, vaak ook met verdikkingen. De buisjes zijn roestbruin, vaak in meerdere etages boven elkaar, het geheel tot 6 mm dik. Poriën zijn rond en zeer fijn.  

eikenboleet of rosse populierboleet
De EIKENBOLEET (Leccinum quercinum) werd vroeger onderscheiden van de ROSSE POPULIERBOLEET (Leccinum aurantiacum), maar tegenwoordig worden deze paddenstoelen beschouwd als varianten van één enkele soort. Leccinum aurantiacum, Boletus aurantiacus en Boletus rufus zijn daarom synoniemen van Leccinum quercinum. Eikenboleten zijn warmte minnend. 

In Nederland komt de Rosse populierboleet vrij algemeen voor en wordt momenteel niet meer bedreigd, maar staat wel op de rode lijst nog in de categorie "Kwetsbaar". Het is een paddenstoel die als ectomycorrhiza-partner groeit bij verschillende soorten loofbomen. Dat zijn meestal eiken, maar de soort is niet strikt aan eiken gebonden. Hij kan ook gevonden worden bij o.a. populieren, abelen, berken en beuken. 
eikenboleet of rosse populierboleet
De hoed is in jonge toestand bolvormig, maar spreidt zich later kussenvormig uit. Hij is steenrood tot helderbruin van kleur, met een fijn viltig oppervlak, dat op suède lijkt en bij vochtig weer kleverig aanvoelt. 
eikenboleet of rosse populierboleet
De paddenstoel kan een doorsnee van 6 tot 15 cm, soms zelfs van 20 cm krijgen. De buisjes aan de onderzijde zijn in jonge toestand wittig, verkleuren bij druk wat gelig bruin en worden later grijs. Als je erop drukt, worden de poriën bruin. De dikke steel is met roodbruine schubjes bedekt en verkleurt bij beschadiging donker-violet, vooral aan de onderzijde. 

 De WEIDEKRINGZWAM (Marasmius oreades) was paddenstoel van het jaar 2025! Het is een paddenstoel uit de familie Marasmiaceae. De genusnaam Marasmius is afgeleid van het Griekse woord marasmos, dat "mager" of  "uitgedroogd" betekent. De paddenstoeltjes kunnen bij droogte namelijk op een karakteristieke manier verschrompelen en een uitgemergelde aanblik krijgen. Het kan langdurige droogte echter goed verdragen en bij vochtig weer zwellen de vruchtlichamen weer op. 
weidekringzwam
De weidekringzwam komt voor in weilanden en op andere grazige en humusrijke plekken en leeft van de afbraak van dood plantaardig materiaal. Ze staan meestal in groepen of heksenkringen Heksenkringen ontstaan doordat de schimmeldraden in de bodem in alle richtingen even sterk uitgroeien. Het resultaat is een cirkelvormige zwamvlok. Aan de buitenrand van de zwamvlok bevinden zich de meeste voedingsstoffen, waardoor deze hier het meest groeit. Zodra er genoeg vocht is, worden hier ook de paddenstoelen gevormd die daardoor in een cirkel staan. De heksenkring wordt met de tijd groter. 
weidekringzwam
De zwam is zeer algemeen, staat dan ook niet op de rode lijst en wordt ook niet bedreigd. Je vindt ze van mei tot en met november. Het is een eetbare soort, die goed te herkennen is aan de brede klokvormige, geelbruine hoed met ver uit elkaar staande lamellen.  De hoed is 2 tot 6 centimeter breed en eerst gewelfd, om zich later vlak uit te spreiden, waarbij er dikwijls een stompe bult (umbo) in het midden zichtbaar blijft. Hij is taai, vlezig, en kaal

De hoed is bij vochtig weer bleekbruin tot bleekgeel, om bij droogte te verbleken. De hoedrand is vaak gerimpeld en het hoedoppervlak doorschijnend gestreept. De plaatjes aan de onderzijde zijn bleker dan de hoed, vrij dik en (meestal) vrijstaand van de steel. Ze kunnen door dwarsaders met elkaar verbonden zijn. De steel is taai, 4 tot 7 centimeter lang en 3 tot 9 millimeter dik, wit of beige van kleur en wat bruiner aan de basis en bedekt met fijne witte lengtevezels en schilfertjes. 
Het blauwzuur dat in de paddenstoel zit, produceert een licht penetrante geur, die ook wordt vergeleken met vers zaagsel, kruidnagel of bittere amandelen. 
gewone knolparasolzwam
 De GEWONE KNOLPARASOLZWAM (Chlorophyllum rhacodes, synoniem: Macrolepiota rhacodes) is een schimmel uit de familie champignonachtigen ( Agaricaceae). De soort komt algemeen voor in de (vroege) herfst met als standplaats bossen (zowel in naaldbossen als gemengde bossen), parken en tuinen.  Als het maar op een humeuze voedselrijke bodem is. Ik vond deze in de wegberm, midden in de stad. Deze soort vormt regelmatig heksenkringen of komt voor in rijen. De hoed van de gewone knolparasolzwam is in de jeugd bolvormig, waardoor de paddenstoel het uiterlijk heeft van een trommelstok. 
gewone knolparasolzwam
Weldra breekt de bol echter open en is dan bedekt met regelmatig verspreide, witte tot bruine schubben op een wittige ondergrond. De hoed is ongeveer 8-15 cm breed. Het oppervlak is bedekt met rode tot kastanjebruine of grijsbruine schubben op een witachtige achtergrond, waarvan sommige op elkaar liggen. 
gewone knolparasolzwam
Alleen het midden van de hoed is glad, maar niet erg duidelijk gedefinieerd.  De lamellen zijn witachtig crèmekleurig, soms met een bruinachtige rand, en zijn door een ringvormige rand duidelijk van de steel gescheiden. Ze verkleuren roodbruin bij beschadiging. 
De gladde, hooguit fijnvezelige, witachtige, holle steel die later bruinachtig wordt, is ongeveer 8-15 cm lang en 1-2 cm in diameter. Het heeft een robuuste ring die met de jaren kan verschuiven en aan de onderkant bruinachtig is. De basis is sterk knolvormig, verdikt, maar heeft geen duidelijke rand. Bij aanraking verandert de kleur van saffraangeel naar bruinachtig. De geur en smaak zijn aangenaam, zelden muf.  
groen viltmatje
Het GROEN VILTMATJE (Trichoderma viride) is een schimmel die erom bekendstaat als een parasiet onder andere te groeien op de rhizomorfen van de honingzwam (Armillaria).  Rhizomorfen zijn de stevige, leerachtige zwarte draden onder de bast van bomen of in de bodem die zich verspreiden en bomen infecteren. Het fenomeen dat de ene schimmel de ander aanvalt en "opeet" wordt mycoparasitisme genoemd.
groen viltmatje
Het Groen Viltmatje (dit is de ongeslachtelijke vorm van de Rossige kussentjeszwam) produceert een fijn, felgroen tot viltachtig laagje sporen bovenop de zwarte veters. De schimmel scheidt enzymen uit die de celwanden van de honingzwam afbreken. Hierdoor dringt hij de rhizomorfen binnen en doodt ze. Vanwege deze eigenschap worden Trichoderma-soorten wereldwijd onderzocht en gebruikt als biologisch bestrijdingsmiddel tegen schadelijke wortelschimmels. 
weke kussentjeszwam
De WEKE KUSSENTJESZWAM (Hypocrea gelatinosa, tegenwoordig ook bekend als Trichoderma gelatinosum) is te vinden van herfst tot voorjaar. Het is een heel klein paddenstoeltje dat leeft op dood hout (stammen, stronken, takken en twijgjes van allerlei soorten loofhout).  Hoe ziet hij eruit? 
• Vorm: Kogel- tot kussenvormig. • Grootte: Heel klein, slechts ongeveer 1 tot 3 millimeter breed. Je moet dan ook  goed zoeken, omdat ze zo klein zijn. De foto is daarom ook niet echt superscherp.
weke kussentjeszwam
De kleur is variabel; in het begin nog waterig crèmewit tot bleekgeel en als de zwam rijpt, zie je kleine groene puntjes verschijnen. Een beschrijving en de verschillende fases kun je vinden op de site van o.a. Loegiesen Paddenstoelen. In Nederland en België is de soort vrij zeldzaam. 
Meer over de verspreiding en status kun je lezen op de site  Verspreidingsatlas. 
Ook hier is microscopische controle nodig voor zekere determinatie. Bij de zwammetjes die je op de foto ziet, is dat niet gebeurd; dus de determinatie is onder voorbehoud.  
oranje grastaailing
 Voor de ORANJE GRASTAAILING (Marasmius curreyi) geldt: zeer algemeen, maar weinig gezien....Je zult er meestal voor op de knieën moeten. Het is namelijk een klein, onopvallend, maar ook een heel sierlijk paddenstoeltje dat behoort tot de familie Marasmiaceae. Soorten als brandnetelklokje,  muizenstaartzwammetje  en de hierboven genoemde weidekringzwam horen daar ook bij.
Deze taailing is een saprofiet die voornamelijk groeit op dood en soms ook levend organisch materiaal van grassen en zeggen, zoals stengels en bladeren. Het heeft een oranjebruin hoedje, een donker, elastisch steeltje en (een beperkt aantal) witte plaatjes. 
oranje grastaailing
Nog meer dan bijvoorbeeld het erom bekend staand Kaalkopje is dit een échte zomersoort, die op de meest droge plaatsen kan opduiken. Een minimum aan regen is al genoeg, want veel vocht bevat zo’n grastaailing niet, met zijn taaie dunne steeltje en flinterdun hoedje dat doorgaans niet groter dan 5 mm wordt. Taailingen hebben de eigenschap “reviviscent” te zijn, d.i. heroplevend. Als hun vruchtlichamen uitdrogen, kunnen ze zich na een vochtige periode weer “vullen” en verder gaan.

dinsdag 2 juni 2026

Loozerheide mei 2026

In oktober 2012 schreef ik over de Loozerheide: 
Aan de Limburgse kant van de natuurgronden van zinkfabriek Nyrstar in Budel-Dorplein, ligt een grotendeels uit heide, bossen en graslanden bestaand gebied, dat in 2012 aan Ark en Natuurmonumenten is overgedragen. Het betreft de Loozerheide". 

Loozerheide met pijpenstrootje, elzen en populieren in oktober 2012
Het was een gebied waar ik toen nog nooit was geweest, omdat het grootste deel vanwege "de Zink" (Nyrstar) namelijk verboden terrein was. Eindelijk kon ik dat na ruim 60 jaar eens gaan bezoeken. Wat ik er toen zag, was niet echt iets waar je blij van werd; er waren talloze afwateringsslootjes, het was er kurkdroog en je zag er vooral massaal groeiend pijpenstrootje, hier en daar wat boompjes en een populieren- en elzenbos. Ook waren er bij de defensiedijk enkele akkertjes waar mais op werd verbouwd en een veldje dat braak lag en waar voornamelijk het Jacobskruiskruid op te vinden was. En dat was het zo'n beetje......
Loozerheide grotendeels met pijpenstrootje begroeid. foto van februari 2013
populieren- en elzenbos met afwateringssloten in februari 2013
afgraving van grote stukken voormalige akkergrond in 2014
Sindsdien is het gebied flink op de schop gegaan: alle elzen en populieren zijn gekapt, de talloze afwateringssloten zijn gedempt en  een eertijds gedempte moerassige laagte en de voedselrijke bovenlaag van de enkele akkertjes zijn dusdanig afgegraven dat er een grote plas is ontstaan. Er is 25.000 m3 zand afgegraven en met een gedeelte van dat zand heeft men een uitkijkpunt gemaakt, die als vogeltelpost gebruikt kon worden. Sinds 2013 zorgen onder andere Maremmana runderen en Exmoor ponys  er door een jaarrond begrazing voor dat het één grote open vlakte blijft.  

In november 2014 is het natuurherstel-project afgesloten en sindsdien laat men er de natuur zijn gang gaan. Dit wordt REWILDING genoemd; een vorm van natuurherstel waarbij de natuur zoveel mogelijk de vrije hand krijgt. Het doel is het terugbrengen van natuurlijke processen en biodiversiteit met minimale menselijke bemoeienis. In plaats van het landschap strak te beheren, laat men dus ecosystemen zichzelf reguleren. In 2017 is het gebied overgedragen aan Natuurmonumenten. 
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Het gebied zou (zo werd voorspeld) in de toekomst nog spectaculairder worden. De verwachtingen waren, zoals je ook op de poster ziet, in 2013 torenhoog. Ik las toen op de site van Arkrewilding.nl: "door vernatting en begrazing ontstaat een grote variatie in hoge en lage begroeiingen en ontstaat een afwisseling van kletsnat en gortdroog grasland. De Loozerheide is nu al een bijzonder soortenrijk gebied. In de toekomst zal het gebied nog spectaculairder worden. De Loozerheide is vrij toegankelijk. Hou wel minimaal 25 meter afstand tot de runderen en paarden in het gebied. Struinen kan, maar zorg er voor dat je niet wegzakt in het veen". We zijn nu 13 jaar verder, maar om eerlijk te zijn heb ik van dit geschetste toekomstbeeld van de Loozerheide nog niet veel gezien.....................
In de post :"Grazers op de Loozerheide" van juni 2014 heb ik ook nog iets verteld over de geschiedenis van de Loozerheide en over de runderen die er toen graasden.
situatie in september 2020
De laatste keer dat ik er was,  is al weer bijna 6 jaar geleden, namelijk in september 2020. Hoewel de verwachting was, dat er door de begrazing  een toename van de biodiversiteit en kruidenrijke planten zou komen, was daar toen nog weinig van te merken. Voor de vegetatie de kans krijgt om verder te groeien, wordt die namelijk weggevreten door de runderen. Wat toen wel al erg opviel waren de fraaie vergezichten. Iets wat je in onze omgeving niet veel ziet.
Loozerheide gezien vanaf het klappoortje bij de Defensiedijk
Er van uitgaande dat er sindsdien wel het een en ander zou zijn veranderend, besloot ik dat het weer eens tijd werd om er naar toe te gaan om te kijken hoe het er nu  in 2026 uit zou zien. 
Dat gebeurde op 26 april op een warme en vooral winderige middag. Ik vond het gebied nog steeds allesbehalve spectaculair; het was er  heel erg droog, er was weinig (geen) variatie van planten in het veld en rond en in het water en weinig activiteit van insecten en andere dieren. De enige vogels die ik zag, waren grauwe ganzen, die snel het water opzochten toen ze mij opmerkten.......

Ik moet daar wel bij opmerken dat het waarschijnlijk ook geen ideaal tijdstip was toen ik het gebied heb bezocht en dat  ik uiteraard niet het hele 200 ha. grote gebied heb verkend.  Met name aan de zuidkant, het nattere gedeelte langs de Kempenweg, ben ik niet geweest. 
hoewel minder, is een groot gedeelte aan de zuidkant toch nog steeds begroeid met pijpenstrootje.
Wat betreft verjonging en variatie van gewassen in het door mij bezochte deel, was door de jaarrond begrazing nog steeds niets opvallends te zien. De oevers zijn kaal en de runderen en paarden geven door hun gegraas de natuur niet echt de kans om echt voluit tot groei en bloei te komen; ze laten het pijpenstrootje en de pitrus met rust en zijn vooral op zoek naar het jonge malse en sappige groen dat net de kop op steekt. En geef ze eens ongelijk...................................
Al sinds februari 2013 wordt het gebied begraasd door Maremmana runderen en Exmoor pony's. Nadat in november 2014 het natuurherstelprogramma was afgesloten, zijn er nog een Maronesa stier en enkele Limia koeien bij gekomen. Ik schat dat het nu om en nabij  15 runderen zijn. 
een niet meer raszuivere Maremmana koe
Raszuivere dieren zag ik niet. Het zijn kruisingen van Limia's met Maremmana, Maremmana met Maronesa en Limia's met Maronesa runderen. Het viel me op dat ze vooral rond de grote plas grazen en nauwelijks reageerden op mijn aanwezigheid. Ook de Exmoors liepen daar. 
grauwe ganzen op weg naar het water
afgeknabbelde struiken, voornamelijk zwarte els
nagenoeg geen vegetatie in en langs het water
ook amper vegetatie en variatie bij het vennetje
Exmoor pony's
Paarden hebben een ander graasgedrag dan runderen. Een koe graast door haar lange, ruwe tong om een pluk gras te slaan en deze met haar ondertanden af te snijden. Een paard knabbelt het gras en kruiden waar de runderen niet bij kunnen kort af en doet zich als er niks anders meer is, tegoed aan boombast en de jonge struikjes. Dat is hier en daar ook goed merkbaar.
lupineveld in april 2026
Het "groen" dat vooral opviel is pitrus en opvallend veel lupinen. Deze vlinderbloemige is ooit gezaaid door een boer die er in een ver verleden enkele perceeltjes had gepacht en heeft getracht daarmee de bodem te verbeteren en te bemesten. In de loop der jaren heeft deze soort zich kunnen vermeerderen en is verwilderd. Hoewel het vaste planten zijn, hebben ze geen lang leven beschoren, maar ze zaaien zich gemakkelijk uit en hebben zich hier dan ook ongebreideld kunnen verspreiden. 
lupineveld in mei 2014
 Bij mijn bezoek medio mei 2014 stonden ze volop in bloei. En ik moet bekennen dat ik het een prachtig gezicht vond. En ook nu zijn er dus nog plekken waar je ze aantreft. Ze staan nu (eind april) op het punt om tot bloei te komen. Over enige tijd zal het er dan ook ongetwijfeld mooi paars kleuren. 
De lupine is vooral bekend als zogenoemde “stikstofbinder”. Vlinderbloemigen hebben de bijzondere eigenschap dat ze met hulp van speciale bacteriën in hun wortelknolletjes stikstof uit de lucht opnemen. Daardoor maakt de plant de bodem gezonder. De runderen en Exmoors ponys die er jaarrond grazen, laten deze plant met rust, want hoewel die rijk is aan eiwit, vezels en mineralen, is het ook van nature een vrij bittere plant is en de zaden zijn bovendien giftig (ze bevatten alkaloïden). 

dinsdag 19 mei 2026

Voorjaarsbloeiers 2026 deel 2

 In de vorige post zei ik al dat er nog een serie voorjaarsbloeiers zou komen. Voorjaarsbloeiers zijn planten en heesters, die kleur brengen na de winter en vanaf eind januari tot eind mei bloeien. Planten dus die al in bloei staan voor de rest van de natuur helemaal is ontwaakt. Ook nu weer behoeven de planten geen nadere uitleg en laat ik het enkel bij de naam.

koolzaadveld
veldsla
tuinjudaspenning
sleedoorn
kruipend zenegroen
pinksterbloem
oosterse sterhyacint (verwilderd)
muskuskruid
look zonder look
kromhals
krentenboompje
klein vogelpootje
gehoornde klaverzuring
slanke sleutelbloem
duinviooltje
zwaardherik
witte dovenetel
vroegeling
vingerhelmbloem
lampenpoetser

Blogarchief