Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Select language

Volgers

COPYRIGHT..

Deze posts zijn auteursrechtelijk beschermd. Overname van de inhoud van deze rapportage, hetzij integraal, gedeeltelijk of parafraserend, ongeacht het analoge of digitale medium waarin, ongeacht het doel en ongeacht de aanvrager, is niet toegestaan zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de beheerder.

Posts tonen met het label paddenstoel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label paddenstoel. Alle posts tonen

dinsdag 13 oktober 2026

Herfst 2026.......Paddenstoelentijd deel 1: Van alles wat

Het is al weer een tijd geleden dat ik actief was op mijn weblog en een post plaatste. Dat had zo zijn reden..... De herfst is weer begonnen, dus ik ben wel weer enkele keren met de Paddenstoelenwerkgroep op pad geweest en we hebben al weer een paar interessante en nog niet eerder geziene soorten gevonden. De komende maanden zullen er ongetwijfeld nog enkele post met paddenstoelen verschijnen, waarvan dit de eerste is van het jaar. 
wortelende boleet
De WORTELENDE BOLEET (Boletus radicans) is een zeldzame soort. Vóór 1990 zelfs nog uitgesproken zeldzaam, maar momenteel sterk toegenomen en niet meer bedreigd. Deze troffen we aan in het Weerterbos. Het is een warmteminnende soort. De toename zou dan ook te wijten kunnen zijn aan het warmer worden van het klimaat.  De boleet heeft een grauwwitte tot licht beige hoed met een doorsnede van 8 tot wel 30 centimeter. 
wortelende boleet
Hij heeft heldergele poriën en een gele, met naar de basis toe verdikte wortelende steel, waarop meestal een geel netwerk zichtbaar is. Het vlees verkleurt bij doorsnijden snel naar korenbloem blauw om na enige minuten langzaam te verbleken. Het vlees van deze boleet smaakt zeer bitter en is dan ook oneetbaar. 
wortelende boleet
De Wortelende boleet leeft in symbiose met eik en beuk. Dat wordt een ectomycorrhizasymbiont genoemd. Ze komen vooral voor in min of meer schrale lanen en bermen met oude bomen, voornamelijk op kalkhoudende rivierklei, maar ook op matig humusrijk lemig zand. De groeiplaatsen bevinden zich meestal op door de mens sterk beïnvloede habitats en nauwelijks in bossen. Op de groeiplaatsen zijn ze vaak in gezelschap van andere boletensoorten. 
gewone korstvuurzwam
 De GEWONE KORSTVUURZWAM (Fuscoporia ferruginosa) is een buisjeszwam uit de familie Hymenochaetaceae. Deze schimmel veroorzaakt witrot. De naam Fuscoporia is gevormd uit het Latijnse fuscus, d. i. bruin, donkerbruin tot donker getint, en het Latijnse pori, wat betekent poriën. Ferruginosa komt van het Latijnse ferrugineus, dat roestig of ijzerkleurig betekent, wat slaat op het roestbruin tot vuurrood vruchtlichaam. Vandaar de naam van deze zwam. Hoewel ik nagenoeg zeker ben, is microscopische controle nodig voor een zekere determinatie. 

Hij leeft saprotroof op (liggende) takken en stammen van loofbomen, vooral eik, maar ook op beuk, wilg en meidoorn kun je hem aantreffen. Een saprotroof is een organisme dat zijn voedingsstoffen rechtstreeks verkrijgt uit dood organisch materiaal.  Het worden grote plakkaten die het substraat bedekken, vaak ook met verdikkingen. De buisjes zijn roestbruin, vaak in meerdere etages boven elkaar, het geheel tot 6 mm dik. Poriën zijn rond en zeer fijn.  

eikenboleet of rosse populierboleet
De EIKENBOLEET (Leccinum quercinum) werd vroeger onderscheiden van de ROSSE POPULIERBOLEET (Leccinum aurantiacum), maar tegenwoordig worden deze paddenstoelen beschouwd als varianten van één enkele soort. Leccinum aurantiacum, Boletus aurantiacus en Boletus rufus zijn daarom synoniemen van Leccinum quercinum. Eikenboleten zijn warmte minnend. 

In Nederland komt de Rosse populierboleet vrij algemeen voor en wordt momenteel niet meer bedreigd, maar staat wel op de rode lijst nog in de categorie "Kwetsbaar". Het is een paddenstoel die als ectomycorrhiza-partner groeit bij verschillende soorten loofbomen. Dat zijn meestal eiken, maar de soort is niet strikt aan eiken gebonden. Hij kan ook gevonden worden bij o.a. populieren, abelen, berken en beuken. 
eikenboleet of rosse populierboleet
De hoed is in jonge toestand bolvormig, maar spreidt zich later kussenvormig uit. Hij is steenrood tot helderbruin van kleur, met een fijn viltig oppervlak, dat op suède lijkt en bij vochtig weer kleverig aanvoelt. 
eikenboleet of rosse populierboleet
De paddenstoel kan een doorsnee van 6 tot 15 cm, soms zelfs van 20 cm krijgen. De buisjes aan de onderzijde zijn in jonge toestand wittig, verkleuren bij druk wat gelig bruin en worden later grijs. Als je erop drukt, worden de poriën bruin. De dikke steel is met roodbruine schubjes bedekt en verkleurt bij beschadiging donker-violet, vooral aan de onderzijde. 

 De WEIDEKRINGZWAM (Marasmius oreades) was paddenstoel van het jaar 2025! Het is een paddenstoel uit de familie Marasmiaceae. De genusnaam Marasmius is afgeleid van het Griekse woord marasmos, dat "mager" of  "uitgedroogd" betekent. De paddenstoeltjes kunnen bij droogte namelijk op een karakteristieke manier verschrompelen en een uitgemergelde aanblik krijgen. Het kan langdurige droogte echter goed verdragen en bij vochtig weer zwellen de vruchtlichamen weer op. 
weidekringzwam
De weidekringzwam komt voor in weilanden en op andere grazige en humusrijke plekken en leeft van de afbraak van dood plantaardig materiaal. Ze staan meestal in groepen of heksenkringen Heksenkringen ontstaan doordat de schimmeldraden in de bodem in alle richtingen even sterk uitgroeien. Het resultaat is een cirkelvormige zwamvlok. Aan de buitenrand van de zwamvlok bevinden zich de meeste voedingsstoffen, waardoor deze hier het meest groeit. Zodra er genoeg vocht is, worden hier ook de paddenstoelen gevormd die daardoor in een cirkel staan. De heksenkring wordt met de tijd groter. 
weidekringzwam
De zwam is zeer algemeen, staat dan ook niet op de rode lijst en wordt ook niet bedreigd. Je vindt ze van mei tot en met november. Het is een eetbare soort, die goed te herkennen is aan de brede klokvormige, geelbruine hoed met ver uit elkaar staande lamellen.  De hoed is 2 tot 6 centimeter breed en eerst gewelfd, om zich later vlak uit te spreiden, waarbij er dikwijls een stompe bult (umbo) in het midden zichtbaar blijft. Hij is taai, vlezig, en kaal

De hoed is bij vochtig weer bleekbruin tot bleekgeel, om bij droogte te verbleken. De hoedrand is vaak gerimpeld en het hoedoppervlak doorschijnend gestreept. De plaatjes aan de onderzijde zijn bleker dan de hoed, vrij dik en (meestal) vrijstaand van de steel. Ze kunnen door dwarsaders met elkaar verbonden zijn. De steel is taai, 4 tot 7 centimeter lang en 3 tot 9 millimeter dik, wit of beige van kleur en wat bruiner aan de basis en bedekt met fijne witte lengtevezels en schilfertjes. 
Het blauwzuur dat in de paddenstoel zit, produceert een licht penetrante geur, die ook wordt vergeleken met vers zaagsel, kruidnagel of bittere amandelen. 
gewone knolparasolzwam
 De GEWONE KNOLPARASOLZWAM (Chlorophyllum rhacodes, synoniem: Macrolepiota rhacodes) is een schimmel uit de familie champignonachtigen ( Agaricaceae). De soort komt algemeen voor in de (vroege) herfst met als standplaats bossen (zowel in naaldbossen als gemengde bossen), parken en tuinen.  Als het maar op een humeuze voedselrijke bodem is. Ik vond deze in de wegberm, midden in de stad. Deze soort vormt regelmatig heksenkringen of komt voor in rijen. De hoed van de gewone knolparasolzwam is in de jeugd bolvormig, waardoor de paddenstoel het uiterlijk heeft van een trommelstok. 
gewone knolparasolzwam
Weldra breekt de bol echter open en is dan bedekt met regelmatig verspreide, witte tot bruine schubben op een wittige ondergrond. De hoed is ongeveer 8-15 cm breed. Het oppervlak is bedekt met rode tot kastanjebruine of grijsbruine schubben op een witachtige achtergrond, waarvan sommige op elkaar liggen. 
gewone knolparasolzwam
Alleen het midden van de hoed is glad, maar niet erg duidelijk gedefinieerd.  De lamellen zijn witachtig crèmekleurig, soms met een bruinachtige rand, en zijn door een ringvormige rand duidelijk van de steel gescheiden. Ze verkleuren roodbruin bij beschadiging. 
De gladde, hooguit fijnvezelige, witachtige, holle steel die later bruinachtig wordt, is ongeveer 8-15 cm lang en 1-2 cm in diameter. Het heeft een robuuste ring die met de jaren kan verschuiven en aan de onderkant bruinachtig is. De basis is sterk knolvormig, verdikt, maar heeft geen duidelijke rand. Bij aanraking verandert de kleur van saffraangeel naar bruinachtig. De geur en smaak zijn aangenaam, zelden muf.  
groen viltmatje
Het GROEN VILTMATJE (Trichoderma viride) is een schimmel die erom bekendstaat als een parasiet onder andere te groeien op de rhizomorfen van de honingzwam (Armillaria).  Rhizomorfen zijn de stevige, leerachtige zwarte draden onder de bast van bomen of in de bodem die zich verspreiden en bomen infecteren. Het fenomeen dat de ene schimmel de ander aanvalt en "opeet" wordt mycoparasitisme genoemd.
groen viltmatje
Het Groen Viltmatje (dit is de ongeslachtelijke vorm van de Rossige kussentjeszwam) produceert een fijn, felgroen tot viltachtig laagje sporen bovenop de zwarte veters. De schimmel scheidt enzymen uit die de celwanden van de honingzwam afbreken. Hierdoor dringt hij de rhizomorfen binnen en doodt ze. Vanwege deze eigenschap worden Trichoderma-soorten wereldwijd onderzocht en gebruikt als biologisch bestrijdingsmiddel tegen schadelijke wortelschimmels. 
weke kussentjeszwam
De WEKE KUSSENTJESZWAM (Hypocrea gelatinosa, tegenwoordig ook bekend als Trichoderma gelatinosum) is te vinden van herfst tot voorjaar. Het is een heel klein paddenstoeltje dat leeft op dood hout (stammen, stronken, takken en twijgjes van allerlei soorten loofhout).  Hoe ziet hij eruit? 
• Vorm: Kogel- tot kussenvormig. • Grootte: Heel klein, slechts ongeveer 1 tot 3 millimeter breed. Je moet dan ook  goed zoeken, omdat ze zo klein zijn. De foto is daarom ook niet echt superscherp.
weke kussentjeszwam
De kleur is variabel; in het begin nog waterig crèmewit tot bleekgeel en als de zwam rijpt, zie je kleine groene puntjes verschijnen. Een beschrijving en de verschillende fases kun je vinden op de site van o.a. Loegiesen Paddenstoelen. In Nederland en België is de soort vrij zeldzaam. 
Meer over de verspreiding en status kun je lezen op de site  Verspreidingsatlas. 
Ook hier is microscopische controle nodig voor zekere determinatie. Bij de zwammetjes die je op de foto ziet, is dat niet gebeurd; dus de determinatie is onder voorbehoud.  
oranje grastaailing
 Voor de ORANJE GRASTAAILING (Marasmius curreyi) geldt: zeer algemeen, maar weinig gezien....
Je zult er meestal voor op de knieën moeten. Het is namelijk een klein, onopvallend, maar ook een heel sierlijk paddenstoeltje dat behoort tot de familie Marasmiaceae. Soorten als brandnetelklokje,  muizenstaartzwammetje  en de hierboven genoemde weidekringzwam horen daar ook bij.
Deze taailing is een saprofiet die voornamelijk groeit op dood en soms ook levend organisch materiaal van grassen en zeggen, zoals stengels en bladeren. Het heeft een oranjebruin hoedje, een donker, elastisch steeltje en (een beperkt aantal) witte plaatjes. 
oranje grastaailing
Nog meer dan bijvoorbeeld het erom bekend staand Kaalkopje is dit een échte zomersoort, die op de meest droge plaatsen kan opduiken. Een minimum aan regen is al genoeg, want veel vocht bevat zo’n grastaailing niet, met zijn taaie dunne steeltje en flinterdun hoedje dat doorgaans niet groter dan 5 mm wordt. Taailingen hebben de eigenschap “reviviscent” te zijn, d.i. heroplevend. Als hun vruchtlichamen uitdrogen, kunnen ze zich na een vochtige periode weer “vullen” en verder gaan.

zondag 28 december 2025

Herfst 2025.......Paddenstoelentijd deel 4: Van alles wat

 En dan nu zoals ik in de vorige post beloofde, mijn laatste post van het jaar 2025 over paddenstoelen.

okerknolcollybia
De OKERKNOLCOLLYBIA (Collybia cookei) groeit in dichte groepen en heeft aan het uiteinde een okergeel knolletje (sclerotium). Ik heb dat met pijltjes aangegeven en die je kunt die na uitvergroten wat beter waarnemen. Dus even op de foto klikken. Je vindt ze op zwart geworden resten van (plaatjes)zwammen, die meestal nauwelijks nog als zodanig te herkennen zijn. Soms kun je ze ook aantreffen op goed vergaan hout of op een rijke humuslaag. 
okerknolcollybia
Hoewel de soort algemeen schijnt voor te komen, hebben we die pas in 2019 voor het eerst gevonden in natuurgebied  "Zwart Water" (Venlo). De knolletjes waren toen heel wat groter zoals je hier goed kunt zien. Hoewel de hoedjes hier wat afgeplat zijn, zijn ze in het begin nog bolvormig. Ze worden maximaal 1 cm in doorsnee. Het steeltje is meestal niet helemaal recht, maar heeft krommingen.
okerwitte ridderzwam
De zeldzame en bedreigde OKERWITTE RIDDERZWAM (Tricholoma stiparophyllum) is een paddenstoel met een opvallende, vaak onaangename en weeïg-zoete geur zoals van jasmijn of honing. De geur kan echter variëren. De Okerwitte ridderzwam staat bekend om zijn statige verschijning. 

** Als je goed kijkt zie je ook een vliegje. Dat is een fruitvliegje (Drosophila spp.).  Het blijkt dat veel soorten fruitvliegen worden aangetrokken door schimmels en paddenstoelen, omdat deze namelijk dienen als voedselbron en broedplaats.  Of in dit geval misschien alleen om even uit te rusten!!!!!!!!
okerwitte ridderzwam
De witachtige steel heeft geen ring. De belangrijkste mycorrhiza-partner is de eik, maar hij kan ook een symbiose vormen met andere loofbomen. Aan de blaadjes te zien, is dat hier ook het geval. 
Mycorrhiza is een gunstige symbiose tussen schimmels en plantenwortels, waarbij de schimmel een uitgebreid ondergronds netwerk vormt dat de opname van water en voedingsstoffen verbetert en de plant in ruil daarvoor suikers levert. Er is een sterke gelijkenis met de Witte ridderzwam (Tricholoma album). Ze zijn allebei giftig, dus voorzichtigheid is geboden.
geurige schijnridderzwam
Dit is de GEURIGE SCHIJNRIDDERZWAM (Collybia irina).  Het belangrijkste onderscheid tussen ridderzwammen (geslacht Tricholoma) en schijnridderzwammen (geslacht Lepista) is ecologisch: ridderzwammen zijn ectomycorrhizaschimmels (leven in symbiose met bomen) en groeien op of bij bomen, terwijl schijnridderzwammen saprofytisch zijn en leven van strooisel. Ze leven op humus van meestal loofbomen op matig vochtige tot vrij droge, zand- en kleigronden. De Geurige schijnridder-zwam is vrij zeldzaam, maar staat niet op de rode lijst als bedreigd (bron: Verspreidingsatlas). 
geurige schijnridderzwam
De hoed, die in het midden dik is, is als hij jong is bijna half bolvormig, later wordt hij vlakker en platter en heeft hij een min of meer uitgesproken bult. Het bereikt gemiddeld een diameter van 5 tot 9 cm, maar soms zelfs tot 14 centimeter. Het matte, gladde oppervlak van de hoed is licht witgrijs tot crèmekleurig, lichtbruin in het midden. De hoedrand is onregelmatig, gebogen en soms licht geribbeld. De hoed verandert van kleur als hij nat is (hygrofaan).  Deze zwam heeft een karakteristieke geur die wordt omschreven als "aromatisch, aangenaam, enigszins parfumachtig" of "sterk bloemig".
bruinzwarte vuurzwam
De BRUINZWARTE VUURZWAM (Phellinopsis conchata) leeft parasitair op levende stammen van  levende loofbomen, die via wonden worden geïnfecteerd, of saprotroof op dood hout zoals hier het geval is. Het gevolg is witrot van het hout.  De Bruinzwarte vuurzwam is in een apart geslacht geplaatst (Phellinopsis), omdat er geen verwantschap is met de "echte" vuurzwammen (Phellinus sensu stricto). In Nederland en België komt de bruinzwarte vuurzwam vrij zeldzaam voor, maar is niet bedreigd. Bron: Verspreidingsatlas. 
bruinzwarte  vuurzwam met Suikermycena
De zwam komt vooral voor op wilg of populier. De hoeden zijn vaak gereduceerd tot hoedranden, met een op het substraat aflopende poriënlaag en het vruchtlichaam kan ook geheel korstvormig groeien. Heeft bruine, fijne gaatjes (5-6 poriën/ mm) en kaneelbruin vruchtvlees . Meerjarige vruchtlichamen vertonen tot 2 mm dikke onduidelijk gescheiden roestbruine buisjeslagen. Het hele vruchtlichaam kleurt zwart in KOH (KOH of Kaliumhydroxide is een sterke base). De zwam heeft geen opvallende geur.

Leuke bijkomstigheid zijn de kleine witte paddenstoeltjes. Dat is de SUIKERMYCENA (Mycena adscendens). Deze groeit vaak op dood hout, maar kan ook verschijnen op andere schimmels of zwammen die op hout groeien, zoals deze bruinzwarte vuurzwam, omdat beide soorten saprotroof zijn (leven van dood organisch materiaal) en dezelfde voedingsbronnen delen, waardoor ze elkaar "tegenkomen" en de minuscule, "suikerachtige" paddenstoeltjes zich kunnen nestelen tussen de grotere zwammen.
blanke champignonparasol
Het mycelium van de BLANKE CHAMPIGNONPARASOL (Leucoagaricus leucothites) leeft van de afbraak van dood plantaardig materiaal. Hij heeft een voorkeur voor het cultuurlandschap en wordt dan ook vaak gevonden in parken, tuinen, kerkhoven, wegbermen en groenstroken, maar kan ook in weilanden en boomgaarden opduiken, bijvoorbeeld op afval- en composthopen. Wij vonden meerdere exemplaren in de groentekas van de herenboeren. Vooral de jonge zwammen zijn fraai om te zien. 
Hoewel de soort ruikt en smaakt naar champignon is het niet aan te raden om die te eten, omdat het risico op maag- darmklachten bij consumptie groot is.
blanke champignonparasol
Ze hebben een levensduur van slechts enkele dagen. De hoed is aanvankelijk halfbolvormig om zich vervolgens uit te spreiden. Hij is wit of witachtig van kleur, maar loopt bij het ouder worden geelbruin tot bruin aan. Het hoedoppervlak is meestal glad en zijdeachtig). De plaatjes aan de onderzijde zijn aanvankelijk wit om pas in een heel laat stadium lichtroze te verkleuren. De steel van de paddenstoel heeft onderaan een knolvormige verdikking, maar heeft geen beurs. Rond de steel is een witte, dunne en verschuifbare ring aanwezig, die bij oude exemplaren kan zijn verdwenen. 
okergele stropharia
De OKERGELE STROPHARIA (Psilocybe coronilla) is een paddenstoel die leeft van de afbraak van dood plantaardig materiaal. Hij kan gevonden worden in droog grasland, weilanden, wegbermen en langs bospaden met een grazige berm. Lichte groeiplaatsen hebben de voorkeur, en de bodem kan ofwel voedselarm of juist stikstofrijk zijn. We vonden deze in de groentetuin van de Herenboeren. Meestal zijn maar weinig exemplaren op een groeiplaats aanwezig.
okergele stropharia
De hoed van de vruchtlichamen heeft een doorsnee van 2 tot 5 cm. In jonge toestand is hij halfbolvormig. Later spreidt hij zich wat meer uit, maar blijft bol. De kleur is bleekgeel, citroengeel of okerkleurig en het oppervlak voelt bij vochtig weer enigszins vettig of kleverig aan. De steel van de paddenstoel is wit en heeft een vliezige ring die aan de bovenkant geribbeld is. 

Bij jonge exemplaren is de steel massief, maar bij veroudering wordt hij hol en bros, en breekt gemakkelijk. De plaatjes aan de onderzijde van de hoed zijn aanvankelijk bleek grijsbruin, later grauwviolet of grauwpaars. De sporen hebben een donkerpurperen kleur. Wanneer de paddenstoel rijp wordt, komen er veel sporen op zijn ring terecht, waardoor de ribbels en groeven van de ring duidelijk zichtbaar worden.
goudgele hertenzwam
De fraaie GOUDGELE HERTENZWAM (Pluteus leoninus) is, zoals je ook op de Verspreidingsatlas kunt zien, een in Nederland vrij zeldzame paddenstoelensoort en staat op de Rode lijst als KW (kwetsbaar). Door de felle citroen- tot goudgele kleur is het echter een niet te missen paddenstoeltje. 
De vruchtlichamen zijn aanwezig van juni tot en met september in loofbos op sterk verrotte takken en stronken van eik, berk, els en beuk. 
goudgele hertenzwam
Vergissing met de sterk gelijkende Gele aderhertenzwam (Pluteus chrysophaes) ligt op de loer, maar die is meer mosterdgeel en heeft geen donkerder centrum. De Goudgele hertenzwam heeft een grotere hoed, is goudgeel gekleurd en heeft zoals je hier goed kunt zien, een iets donkerder centrum.
onderkant van de goudgele hertenzwam
De hoed heeft een diameter tot ca. 6 centimeter en is klokvormig bij jonge vruchtlichamen, dan breed kegelvormig met een bult en uiteindelijk afgeplat. De hoedrand is geribbeld en fijn gestreept. Het centrum kan enigszins geaderd zijn. De lamellen zijn eerst geel-achtig, soms met een gele lamelsnede en later zalm-roze. De steel is tot 6 centimeter lang en heeft een verdikte voet. De kleur is wit-gelig, onderaan okerachtig, en het oppervlak gestreept. De paddenstoel is geurloos.
breedgerande poria
De BREEDGERANDE PORIA (Oxyporus latemarginatus) is een specifieke soort paddenstoel die behoort tot de poriënzwammen en gekenmerkt wordt door zijn brede, vaak witachtige rand (=poria) en groeit onderaan de dode stam van loofbomen als eik, beuk en berk. Het is een saprofiet; breekt dus dood materiaal af. Volgens de Verspreidingsatlas is dit ook een zeldzame soort, hoewel hij staat vermeld op de Rode lijst als TNB: thans niet bedreigd. 

Het vruchtlichaam van de breedgerande poria vormt nooit hoeden, alleen korstvormige vruchtlichamen die soms wel een paar jaar oud kunnen worden met meerdere buisjeslagen boven elkaar en kan zoals je ziet behoorlijk groot worden. De poriën zijn relatief groot en rond.
breedgerande poria
Deze zwam veroorzaakt witrot in het hout, wat betekent dat hij cellulose afbreekt en zo het hout zacht en brokkelig maakt. Dit soort schimmels zijn echter essentieel voor het functioneren van ecosystemen, omdat ze dode biomassa omzetten in voedingsstoffen, zodat die weer beschikbaar komen voor andere organismen. Door het afbreken van dood hout, creëren ze ook ruimte voor nieuwe planten om te groeien en dragen ze bij aan de vorming van humus in de bodem.

donderdag 25 december 2025

Herfst 2025.......Paddenstoelentijd deel 3: Van alles wat

Vanwege wat gezondheidsproblemen ben ik dit jaar niet erg actief geweest op mijn blog, waarvoor mijn excuses. Dus hoewel het eigenlijk een prima jaar was met mooie, interessante paddenstoelenvondsten,  heb ik daar pas 2 posts over geplaatst. Omdat het de laatste kans van dit jaar is, plaats ik nu en ook volgende week een post van een aantal waargenomen soorten. Daarna ga ik in “winterslaap” , om straks in het voorjaar, hopen op wat minder droog weer dan afgelopen jaar en om eens wat niet eerder waargenomen voorjaarssoorten te begroeten. 

rossige melkzwam
De ROSSIGE MELKZWAM (Lactarius rufus) wordt voornamelijk aangetroffen in de buurt van naaldbomen, zoals sparren, maar hij kan ook voorkomen nabij berken. Hij is te vinden van de late lente tot in de late herfst. De paddenstoel heeft een gewelfde roodbruine hoed, die trechtervormig kan worden naarmate ze groter wordt. De soortaanduiding rufus (Latijn voor rossig) refereert aan de kleur van de paddenstoel. De hoed kan een diameter van 10 cm bereiken.
De lamellen, die veelal duidelijk zichtbaar zijn door de trechtervorm van de hoed, zijn oranje, geel tot donkerbruin van kleur. Het melksap stroomt vrij overvloedig. Het is waterig wit, mild van smaak, maar laat een bittere nasmaak achter. Het heeft een harsachtige geur.
spinellus fusiger 
SPINELLUS FUSIGER (er is geen Nederlandse naam voor) groeit als een parasitaire knop- of speldenschimmel op paddenstoelen, waaronder verschillende soorten Mycena. Daarom is het ook wel bekend als mycenaparasiet, maar het wordt ook aangetroffen op soorten als het Eikenbladzwammetje en Botercollybia. 
close-up van de knopschimmel  spinellus fusiger
Tijdens de voortplantingsfase groeit de schimmel door de hoed van de gastheerpaddenstoel heen en breekt uiteindelijk door de hoed heen om voortplantingsstengels (sporangioforen) te produceren met daarop minuscule, bolvormige sporenbevattende structuren, sporangia genaamd. Het sporenkopje is in het begin melkwit en heeft in volwassen stadium een zwarte kleur. Het meet 0,1 mm in diameter. Het sporenkopje groeit op een tot 2 cm lange doorzichtige draad.
Knoopzwam p.p. - waarschijnlijk de Grootsporige paarse knoopzwam
Op een sterk verrotte stam trof ik deze mooie knoopzwammen aan, die ik noteer als: KNOOPZWAM P.P.  Met de toevoeging P.P. = Pro Parte (Latijn voor "deels") wordt bedoeld dat er meerdere soorten onder deze naam schuil kunnen gaan.  Al eerder heb ik iets geschreven over de Paarse knoopzwam, maar bij een vondst van een Paarse knoopzwam moet er tegenwoordig verplicht microscopisch onderzoek gedaan worden om de juiste soort te determineren. 
 Gaandeweg is men namelijk gaan inzien dat je niet over dé Knoopzwam kunt praten, want microscopisch onderzoek heeft laten zien dat deze soort in het veld anders niet te onderscheiden is van nauwverwante soorten.   In dit specifieke geval verwijst "Knoopzwam p.p." dus naar zowel de Paarse knoopzwam (Ascocoryne sarcoides) als de Grootsporige paarse knoopzwam (Ascocoryne cylichnium). 
Omdat deze twee soorten erg op elkaar lijken, worden waarnemingen ook vaak onder de gezamenlijke naam "Paarse knoopzwam sl." ingevoerd. SL = sensu lato, wat "in ruime zin" betekent.
gerimpelde korstzwam 
Ik ben er bijna zeker van dat dit de GERIMPELDE KORSTZWAM (Stereum rugosum) is, maar toch zijn er enige twijfels. Het is namelijk niet goed meer na te gaan van welke boom deze stronk is. Deze korstzwam soort leeft saprotroof op dode, nog staande stammen of stronken  (of ook soms als wondparasiet), in bossen en parken op allerlei grondsoorten. De voorkeur gaat vooral uit naar beukenbossen (zoals de Herbertusbossen in Heeze, waar we hem vonden), maar het zou ook de Eikenbloedzwam kunnen zijn, want eiken staan daar ook......

Het is een algemeen voorkomende paddenstoel die meerjarige vruchtlichamen vormt op hout. De vruchtlichamen zitten grotendeels vast aan het substraat, zijn korstvormig en kunnen een groot oppervlak beslaan. De sporen worden op de rimpelige buitenkant van de korst gevormd, die een witachtige, bleekgele of oranjebruine aanblik biedt. Bij vochtig weer is de paddenstoel grijs tot roestbruin van kleur. Beschadiging van het vruchtlichaam veroorzaakt een opvallend rode verkleuring: het weefsel begint te "bloeden"(zie foto). Dat geldt overigens ook voor de Eikenbloedzwam.... 

Omdat de vruchtlichamen meer dan tien jaar oud kunnen worden en er zich elk jaar op het oude weefsel een nieuwe sporenvormende laag vormt, kunnen de korsten uiteindelijk een dikte van 4 mm krijgen. Bovendien groeit de paddenstoel elk jaar zijwaarts uit, waarbij een groeirand met lichtere kleur ontstaat.

toefige labyrintzwam
Deze TOEFIGE LABYRINTZWAM (Abortiporus biennis) op een bedje van gewoon klauwtjesmos, is een nog heel jong exemplaar uit de familie Meruliaceae. Van toefjes is hier nog geen sprake. Na verloop van tijd krijgen ze meestal een rozetvorm waar de toefjes wel te zien zijn, maar ze kunnen de vreemdste vormen aannemen. Ze produceren vaak guttatiedruppels die vaak rood/oranje kleuren, waardoor ze ook wel Bloeddruppelzwam worden genoemd.
onderkant van de toefige labyrintzwam
Andere soorten die bij de familie  Meruliaceae horen, zijn bijvoorbeeld de spekzwoerdzwam, donzige korstzwam, paarse korstzwam, grijze buisjeszwam , bleke- en gele stekelkorstzwam. 
Als de paddenstoel jong is, is de hoedkleur nog licht (loodwit-achtig), later wordt hij wat donkerder (lichtroze) van kleur. De bovenzijde van de hoed is fluweelachtig en voelt wat viltig aan.

 voorbeelden van uiteindelijke vormen van de toefige labyrintzwam
Al eerder dit jaar vond ik in het Munningsbos (Sint Odilienberg) meerdere "volwassen" exemplaren op een vergane beuk. In mijn blog kun je nog meer oudere en bijzonder afwijkende exemplaren bekijken en kun je ook wat meer over deze bijzondere paddenstoel lezen.  Heb ik je nieuwsgierig gemaakt? Klik dan HIER.
roestkleurige borstelzwam
De ROESTKLEURIGE BORSTELZWAM (Hymenochaete rubiginosa) is een saprotrofe paddenstoel (groeit dus op stronken en liggende dode stammen) uit de familie Hymenochaetaceae. Je treft hem aan op (stronken van) loofbomen, vooral eiken, wat hier ook het geval was. Het is een witrot veroorzakende zwam die het gehele jaar voorkomt. Hoewel hij in onze omgeving minder vaak voorkomt, is het in Nederland en België algemeen en thans niet meer is bedreigd (TNB). Het is een taaie soort en je kunt hem na wat nachten vorst nog steeds vinden.
onderkant van de Roestkleurige borstelzwam
Het vruchtlichaam heeft een doorsnede van 4–7 cm. De in de breedte aan het hout gehechte duidelijk afstaande hoedjes groeien in rijen naast en/of boven elkaar. Ze zijn vaak sterk met elkaar vergroeid en hangen dikwijls wat schuin naar onder. De bovenzijde is dof fijnviltig en gezoneerd. Het dunne vlees is taai en donkerbruin. Bij de aanhechting is de kleur bijna zwart donkerbruin, naar de rand toe zijn er meerdere wisselend getinte bruine zones. De onderzijde is glad of wat bultig en wijnrood van kleur. De geur is onopvallend.
kroontjesknotszwam
De KROONTJESKNOTSZWAM (Artomyces pyxidatus) is een relatief nieuwe soort in Nederland, met de eerste officiële vondst in 1996. Deze opvallende zwam werd vervolgens in 2002 ook in Vlaanderen bevestigd, en is sindsdien een algemene en bekende soort.  Het is een schimmel uit de familie Auriscalpiaceae. Daar horen o.a. de Oorlepelzwam en de Bruine anijszwam bij. In Nederland komt de soort nu (anno 2025) vrij algemeen voor, hoewel hij in de noordelijke provincies minder vaak gevonden wordt (bron: Verspreidingsatlas).  Het is dus geen bedreigde soort meer en staat ook niet op de rode lijst. 
kroontjesknotszwam
 Hij groeit op liggende, ontschorste stammen, vooral van (ratel)populieren, maar ook van wilgen. Ik kon hier niet meer zien van welke boom deze stam was. Voorts is de kleur hiervan geeloker met vleeskleurige tint tot lichtkaneelkleurig met gelige toppen. Het eenjarige vruchtlichaam heeft een lengte van 4 tot 12 cm. De vorm is kandelaarachtig met rechtopstaande takken. 
detail van de kroontjesknotszwam
De kroontjesknotszwam mag dan wel lijken op de rechte koraalzwam (Ramaria stricta), maar het meest karakteristieke kenmerk van deze soort is de kandelaarachtige vorm met kroonvormige toppen. Het mag dan wel een spectaculaire koraalzwam-achtige paddenstoel zijn, maar de Kroontjesknotszwam is zelfs niet verwant met koraalzwammen. Daarover is men het op basis van microscopische kenmerken al snel eens geworden. De takken staan dicht bij elkaar. De basis is stronkachtig vergroeid. De kleur is bleek vleeskleurig tot beige of okergeel. Het elastische, ietwat taaie vlees (trama) is wit tot geelachtig van kleur en wordt bruin bij wrijven.
mollisia p.p.
De vruchtlichamen van deze soort zijn kleine steelloze schijfzwammetjes van ca. 2 à 3 mm. doorsnee. Waarschijnlijk is dit de veel voorkomende GEDRONGEN MOLLISIA (Mollisia cinerea), maar dat is onzeker. In Europa komen namelijk ruim 50 soorten Mollisia voor, die zonder microscoop en eventueel chemisch onderzoek niet of nauwelijks gedetermineerd kunnen worden. Dat is hier niet gedaan. 
Vandaar de naam mollisia p.p. of met andere woorden: een onbekende mollisia. 
mollisia p.p.
Het is een beker- tot schotelvormige zakjeszwam, die voor komt in groepen van soms wel honderden tegelijkertijd. Hij leeft saprotroof op vermolmd hout van allerlei soorten loofbomen, zoals beuk, berken, eik, hazelaar of linde. Bij uitzondering ook op naaldbomen.

Blogarchief