| Gewone streeploopkever |
Een zo'n kever is deze gewone streeploopkever. Hij heeft een voorkeur voor het open veld en mijdt grasstroken en heggen, ook al is daar veel voedsel. Om prooi te vinden loopt hij kriskras door het veld en loopt op een dag al zigzaggend een afstand af van (schrik niet) 10-16 meter! Over een heel groeiseizoen van 16 weken komen de kevers niet verder dan 100-170 meter vanaf de plaats waar ze uit de pop kropen. Het type gewas kan mede bepalen hoeveel kevers er in een akker lopen.
![]() |
| Bosmestkever |
De zware bepantsering maakt dat de mestkever zwaar en niet erg snel is. De poten zijn dan ook stevig en sterk behaard en worden gebruikt om mest te begraven onder de grond. De tasters zijn kort maar vanwege de sterk geveerde, soms oranje uiteinden die wel wat op blaadjes lijken, zijn die erg opvallend. Met die sprieten kunnen ze mest op grote afstand ruiken. Deze gebruiken ze als voedselbron en om hun eieren in af te zetten. De kever komt in juli uit, maar blijft tot het voorjaar onder de grond zitten. Je vindt hem van mei tot oktober op zanderige gronden zoals heidevelden, maar uiteraard vooral in bossen en langs bosranden.
![]() |
| Kettingschallebijter |
De lengtegroeven en kettingachtige bobbels op het rugschild van deze schallebijter zijn kenmerkend voor zijn soort. Vandaar zijn naam kettingschallebijter. De kleur is variabel; meestal zijn ze donkerbruin, maar ook komen zwarte en zelfs oranjerode en groene exemplaren voor. Deze snelle jager is voornamelijk 's nachts actief en kan overdag gevonden worden onder stenen, afgevallen takken en achter schors van dood hout. Op zijn menu staan vooral wormen, ritnaalden, emelten en naaktslakken, die al rennend bejaagd worden en eenmaal gevangen in stukjes worden geknipt met de grote sterke kaken.
![]() |
| Vuurwants |
Dit jaar zag ik weer veel Vuurwantsen in mijn tuin. Ook nu kun je ze nog vinden. Vooral op zonnige plekjes, want het zijn echte zonaanbidders. En hoe warmer en zonniger, des te sneller ze zijn. Als ze merken dat ze "begluurd" worden, verdwijnen ze meteen uit je gezichtsveld door weg te rennen, achter een blad te gaan zitten, of desnoods door zich te laten vallen. Zij leven voornamelijk van plantensappen (zaadjes, bladeren, boomschors, ... ), maar soms zuigen ze ook het sap uit insecteneieren en (dode) insecten. Ze gebruiken het opgezogen plantensap ook als chemisch afweermiddel tegen vijanden zoals vogels. Vandaar ook de waarschuwing aan de vogels met hun vuurrode kleur en masker.
![]() |
| net vervelde onuitgekleurde nimf van de vuurwants |
| nimfen van de Vuurwants |
![]() |
| Kaneelwants |
![]() |
| Grauwe veldwants |
Door de opwarming van het klimaat zien we hier steeds meer soorten, die hier vroeger zeldzaam waren. Een voorbeeld daarvan is deze ca. 15 mm. grote Grauwe veldwants, hoewel die alleen nog in het zuiden van Nederland voor schijnt te komen. Het imago (volwassen exemplaar) is wat minder kleurig dan de nimf, die in eerste instantie ook vleugelloos is. De vleugelstompjes zijn alleen herkenbaar in een later (3e) stadium.
Ze eten bladkeverlarven en zijn nuttig, zeker als die een plaag dreigen te gaan vormen. Verder zuigen ze ook sappen uit vruchten en zaden. De soort produceert slechts één generatie per jaar en overwintert bij voorkeur op muren bedekt met klimop. Op hun zoektocht naar geschikte spleten en kieren komen ze nogal eens in huis terecht. Ze doen echter geen kwaad en in het voorjaar zijn ze weer verdwenen. Ik zou zeggen: gun die beestjes toch ook een goed hotel!!! (hoewel mijn vrouw daar ongetwijfeld anders over zal denken..........)
![]() |
| Bootsmannetje |
Omdat hij vooral prooien eet die zich op of tegen het wateroppervlak bevinden, kan hij ze blijkbaar liggend op zijn rug beter waarnemen. Als hij dieper onder water zwemt en even stopt met roeien, stijgt hij direct naar de oppervlakte, omdat hij lucht onder zijn vleugels heeft opgeslagen, die hem onder water van zuurstof voorziet. Aan de oppervlakte zwemmend, haalt hij adem door een korte adembuis bij zijn achterlijf, dat iets boven het water uitsteekt. Deze geduchte rover kun je beter niet oppakken, want hij kan gemeen bijten.
Tot slot nog een heel ander (en groter) beestje in deze post: de bruine kikker. Die zijn dit jaar, waarschijnlijk dankzij de zachte nazomer en begin van de herfst, nog steeds actief. Vandaar deze foto's.
![]() |
| Bruine kikker |
bruine kikker
De bruine kikker komt tot in alle uithoeken van Nederland en België voor. Nu zie je vooral jonge kikkers, die op zoek zijn naar een veilig plekje voor de winter. Hij leeft voornamelijk op vochtige plaatsen onder struiken, in weilanden naast sloten, in bossen en heidevelden.
![]() |
| Bruine kikker |
bruine kikker
Aan de zijkant van de kop, vanaf het oog tot aan de schouder heeft hij een grote, donkerbruine vlek; de kwaakblaas. De bruine kikker heeft een inwendige kwaakblaas, zodat de roep zeer zacht is en amper 10 tot 20 m ver draagt. Ze hebben lange achterpoten met goed zichtbare zwemvliezen. Dat is het beste op de eerste foto te zien.
Dat is de laatste "Allemaal beestjes" van dit jaar. De komende blogs zal ik vooral aandacht besteden aan paddenstoelen, die eindelijk steeds veelvuldiger hun kopjes boven de grond uit steken.



















