Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Translate

Volgers

woensdag 31 juli 2013

Valse acacia in het Weerter Bos.

Toen ik begin juli in het Weerter Bos over de Maarheezer- grensweg langs het afgegraven Maarheezerveld fietste, zag ik verschillende knoestige bomen met opvallende en prachtige, tot 20 cm lange, sterk geurende witte bloemtrossen. Het zijn de bloemen van de zogenaamde valse- of schijn acacia. De nectar van deze bloem kan 35 tot 59% suiker bevatten, waardoor de eveneens sterk geurende bloemen veel bijen lokken. In het najaar blijven peulen met zaden aan de boom hangen. De kleine, harde zaden kunnen tot 30 jaar later nog kiemen.

Aan de bloemen van de valse acacia is goed te zien, dat we met een vlinderbloemige te doen hebben. Familie van bijvoorbeeld de erwt. En hoewel de “Robinia pseudoacacia” ook nog scherpe stekels op de takken heeft, is het géén acacia. Vandaar ook de naam pseudo-acacia.

Robinia pseudoacacia verwijst naar “Robin” en naar “acacia”. Jean Robin was een lijfarts van koning Hendrik IV van Frankrijk, die in 1601 deze Noord-Amerikaanse boomsoort in de tuin van het Louvre in Parijs plantte. Acacia komt van het Griekse akis: doorn.

Vanwege de snelle en grillige groei en nood- zakelijk arbeidsintensief snoeiwerk is de robinia niet geschikt voor de kleine tuin. Voor dat doel zijn cultivars ontwikkeld. (cultivated =geteeld variety). De soort heeft een zeer hoge weerstand tegen insectenaantasting en is goed te verwerken.

Reeds vroeg kwam men er achter dat robiniahout vanwege zijn hardheid en sterkte (Robinia is sterker dan eik en is een volwaardig alternatief van tropisch hardhout) als grondstof voor bijvoor- beeld wielspaken, laddersporten, afrasteringspalen, nagels, pinnen en meubels gebruikt kon worden.
Dat is waarschijnlijk ook de reden dat je deze boom nu nog aantreft in het Weerter Bos. Het Weerter Bos werd namelijk in de 19e en 20e eeuw omgevormd van moerasbos tot productiebos.

De valse acacia noemen we een invasieve exoot. Invasieve exoten zijn uitheemse dieren, planten en micro-organismen die door menselijk handelen in een nieuw gebied terechtkomen (zoals Ned.) en die door vestiging en verspreiding schade kunnen veroorzaken. Doordat hij snel groeit (tot 1 m. per jaar), een enorme kiemkracht heeft en er ook massaal nieuwe bomen opschieten vanuit een breed en oppervlakkig wortelstelsel, kan dat schade veroorzaken en door het afzetten van stikstof in de bodem (een eigenschap van alle vlinderbloemigen) is er mogelijk sprake van bodemverrijking en verruiging. Hierdoor kunnen inheemse planten die op de arme bodem groeien, mogelijk in het gedrang komen, waardoor de biodiversiteit vermindert.



 
Uit ecologische overwegingen zou de boom dan ook bestreden moeten worden. Omdat de robinia graag groeit op losse grond, vraag ik me echter ook af, of deze boom ook bestand is tegen de vernatting die er momenteel in het Weerter Bos plaatsvindt. Mogelijk verdwijnt de soort dan vanzelf na verloop van jaren.
Persoonlijk zou ik dat jammer vinden, want hij brengt wel kleur in het bos.

dinsdag 2 juli 2013

Schoorkuilen

In de gemeente Nederweert is al in januari 2007 Stichting het Limburgs Landschap gestart met de eerste werkzaamheden van het venherstel- project “Kwegt” en “ Schoorkuilen”.
De Schoorkuilen maakte vroeger deel uit van de Roeventerpeel. In het gebied werd op kleine schaal turf gestoken, waardoor de vennen, kuilen of “koulen” ontstonden.
Met een “schore” werd in het Middelnederlands een kleine waterovergang bedoeld, gewoonlijk niet meer dan een paar balken of planken breed. Het viel niet mee hier overheen te lopen. Denk maar eens aan het woord “schoorvoetend” dat we nu nog gebruiken in de betekenis van “aarzelend, voorzichtig”. Waarschijnlijk dat bij Schoorkuilen het smalle en enige paadje bedoeld werd, dat op onderstaande kaart van 1892 te zien is; de Schoordijk.
kaart van 1892 met de huidige rood ingekleurde Schoorkuilen
Over de Roeventerpeel heb ik al een en ander geschreven. De aanleg van kanaal Wessem-Nederweert was een ingrijpende verandering van het gebied, dat tot dan toe vrijwel ongeschonden was. Het betekende meteen ook het einde van Schoorkuilen, dat men kon gaan gebruiken als landbouwgrond. Het gebied is nu aangewezen als TOP-gebied en maakt deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
Dat betekent dat gestreefd wordt om de knelpunten, zoals met name de verdrogingsproblematiek, tussen natuur en landbouw te verbeteren en op te lossen en van de versnipperde natuurgebieden één aaneen- gesloten gebied te maken, waarin de natuur (plant en dier) voorrang heeft en wordt beschermd.
Roeventerpeelven

Vanwege de autoweg en het kanaal is het natuurlijk niet meer mogelijk het oorspronkelijke Roeventerpeel te herstellen. Vandaar de “deelvennen” Roeventerpeel, Schoorkuilen en Kwegt. Deze sluiten aan op Sarsven, Banen, de Zoom en de Moost. In de periode 2007-2009 is al een 40 ha groot gedeelte aan de andere kant van het kanaal door Rijkswaterstaat hersteld, als proefproject en als natuurcompensatie. Dit gebied, waar ik al iets over geschreven heb, wordt de “Kwegt” genoemd en heeft zich in korte tijd prachtig ontwikkeld.
de Kwegt
Aan weerszijden van de Schoordijk is in de afgelopen jaren ongeveer 1 miljoen m3 verwijderd tot op de oorspronkelijke venbodem. Aan de (verlaagde) Schoordijkweg is de oever wat steiler gelaten, terwijl de rest van de oever meer glooiend is gemaakt. De plas is zo gesitueerd dat er voldoende windwerking is, die tot golfslag leidt. Hierdoor zal de plas niet dicht groeien, wat weer ten goede komt aan de functie die het ven kan hebben voor watervogels.
uitzicht vanaf het zanddepot op Schoorkuilen met de Schoordijk in het midden
Het project kon vooral gefinancierd worden door het witte zand te verkopen aan Rijkswaterstaat ter verbre- ding van de A2 bij Eindhoven. Bij het AC restaurant heeft men een op- en afrit aangelegd voor de afvoer van het zand. Niet al het zand was meteen bruikbaar, of was ongeschikt, en heeft men opgeslagen in een groot zanddepot langs het ven. Al snel daarna heeft een kolonie oeverzwaluwen dit zanddepot gevonden en heeft zich hier gevestigd. Het vervoer van het zand heeft in het voorjaar 2011 om die reden zelfs een tijdje stilgelegen. Momenteel is men volop bezig de rest van het zand af te voeren. Het is al ruim een maand een af- en aanrijden van vrachtwagens. Ook nu weer nestelen er oeverzwaluwen, maar daar houdt men geluk- kig tot nu toe goed rekening mee. Men blijft voldoende op afstand, zodat de vogels niet gestoord worden.
 

Er is een berken-zomereikenbosje aan de kant van de Meiberg (de westkant van de plas), zodat de snelweg geïsoleerd ligt van het natuurgebied en de rust in het gebied vergroot wordt. Het is er in elk geval rustig genoeg, want ik heb er sporen van reeën in het zand aangetroffen.

Tevens is de Einderbeek vanwege de sterke afwatering heringericht en zijn de overlopen van het ven naar de beek afgesloten. De beek stroomt van oost naar west en mondt net ten westen van de Schoorkuilen uit in de Leukerbeek, een van de zijbeken van de Tungelroyse beek. Het waterpeil van de beek is lager dan het streefpeil in de vennen, zodat daar geen gebiedsvreemd (voedselrijk) water komt. De waterkwaliteit in de Einderbeek wordt namelijk enerzijds bepaald door het grondwater en anderzijds door het water dat wordt aangevoerd vanuit de Noordervaart. Het grondwater wordt door de omringende landbouwpercelen beïnvloed en bevat daardoor o.a. bestrijdingsmiddelen, nitraat en fosfaat. Het water uit de Noordervaart is hard, zwavelrijk en voedselrijk. Ongeschikt dus voor de vennen.

De verwachtingen voor het gebied zijn hooggespannen, na de ontdekking van nog steeds kiemkrachtige zaden van zeldzame planten in de oorspronkelijke veenbodem en de prachtige resultaten na venherstel in De Banen in de jaren negentig.


blaartrekkende boterbloem
Er is een rijke oevervegetatie. Nu zie je langs de glooiende oever opvallend veel blaartrekkende boterbloemen. Het is een tot 60 cm hoge pionier, die massaal kan groeien en van mei tot oktober bloeit. De plant heeft een kleine onopvallende bloem en de bloemblaadjes vallen snel af. Opvallend zijn de vruchtlichaampjes die er als korfjes uit zien.

Niet dat deze plant zo bijzonder is, want ze komt algemeen voor op vochtige en drassige stikstofrijke bodems, maar ik wil je er op attenderen deze niet aan te raken of te plukken. Hoewel alle boterbloemen giftig zijn (vandaar dat grazende dieren ze niet eten), is de blaartrekkende boterbloem de meest giftige. Wanneer de bladeren gekreukt, beschadigd of verma- len worden, brengen ze op de menselijke huid lelijke zweren en blaren. De plant heet in de volksmond niet voor niks jeukbloem of kankerbloem. Voorzichtigheid is dus op zijn plaats.

rijke oevervegetatie aan de westkant van Schoordijk