Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Translate

Volgers

zondag 19 januari 2014

Areven of Hareven?

Het laaggelegen vochtig natuurgebied "het Areven" is onderdeel van het grensoverschrijdend landschap Kempen~Broek. Het ligt ongeveer 6 km. ten zuidwesten van Weert en ongeveer 1,5 kilometer van het dorp Stramproy (hetgeen staat voor “ontgonnen bos”). Van het 22 ha. grote gebied is ruim 12 hectare van Natuur- monumenten en het overige deel is (nog)privébezit van kleine grondeigenaren.

In 1953 schreef  mijn oom W.L. Stals in Lacerta 11 (het tijdschrift van een van de oudste reptielen- en amfibieënverenigingen) een artikel over de boomkikker in onze omgeving. Deze kwam hier tot in het begin van de jaren '50 nog algemeen voor. Over het Areven schreef hij het volgende: " een ven omgeven door bouwland en weidegronden, afgewisseld met heide. Het ondiepe ven zelf wordt doorsneden door slootjes en komt ’s zomers vrijwel droog te liggen. De Vlietbeek zorgt voor de ontwatering van het gebied onderlangs Stramproy".

De Arevensdijk, die door het Areven loopt
Om een beter beeld te krijgen over de situatie van het gebied in het verleden, maak ik graag gebruik van het toponiem. Toponiemen kun je eenvoudigweg omschrijven als ‘plaatsnamen’. Nederland en België kenden een rijke traditie op het gebied van de toponymie. Natuur- en landbouwgebieden, gehuchten, dorpen, steden en landstreken kregen vaak hun naam door de geografische verschijningsvorm, de persoon die er woonde, of een gebeurtenis die er plaatsvond. Het zijn de namen die de mensen in het verleden gegeven hebben, met het doel deze te onderscheiden en te lokaliseren.

Pad naar het "Ermendeil", dat de arme mensen vroeger mochten gebruiken.
Ze zijn vaak waardevol vanwege de informatie die ze bevatten over de geschiedenis, ontginningen, percelen, bodemgesteldheid, plantengroei, hoogteligging, vroegere gebruiken, de aard van nederzettingen enz.

Bijvoorbeeld het woord donk, zoals in Siëndonk, wordt in verschillende regio's gebruikt voor "heuvels" die een heel verschillende vorm en ontstaanswijze kunnen hebben. Een donk is echter altijd een verhoging die zich duidelijk aftekent tegenover een lager gelegen gebied, en is heel vaak een bewoonde plek (geweest).

Je komt ook vaak plaatsnamen tegen, waar een link is met een familienaam. Denk bijvoorbeeld aan Heykersbroek, Smeetshof, Pelmersheij, Toutelsveld en Bakewell. Die namen noemt men patroniemen.

Soms is de verklaring van namen gemakkelijk te vinden, maar andere keren duurt de zoektocht wat langer of kan ik die zelfs niet vinden. Namen zijn namelijk uit talen afkomstig , die al lang niet meer gesproken worden. In Nederland en Vlaanderen worden sinds ongeveer 350 n.Chr. Germaanse dialecten gesproken en de meeste namen zijn daaruit dan ook afkomstig, maar sommige zijn ouder, bijvoorbeeld van Romeinse oorsprong, zoals Maastricht (Mosa Trajectum), of Keltische, zoals Nijmegen (Noviomagus).
Van een Germaanse naam is vaak nog wel aan de hand van de vorm de ouderdom ongeveer in te schatten, hoewel de taal zich ontwikkeld heeft en ook de gewoonten in naamgeving steeds veranderden. Zo zijn namen die eindigen op bijvoorbeeld -donk, -horst, -laar en -bos van na het jaar 1000.

St(r)amproy op een Ferrariskaart van 1771 - 1778 
Soms worden namen, waarin de oorspronkelijke woorden niet meer herkend worden, verbogen of verbasterd (doordat men er andere woorden in herkent). Dat was bijvoorbeeld het geval met "het Mèrling", dat verbas- terd werd tot "de Meerling" (De latere Laurabossen). Dit wordt volks-etymologie genoemd.
Dat is volgens mij ook gebeurd met Areven. Ik kon namelijk nergens een verklaring vinden voor het woord. Tot ik in het gemeentearchief het woord "Hareven" tegenkwam in "Raadsnotulen in N.A.W. (archieven 1795-1920"); Daar las ik dat op 11/8/1828 tijdens een vergadering werd "gedelibereerd" (beraadslaagd) over de verkoop van een aantal gemeentegronden en kwam o.a. ook het "Hareven" aan de orde.
Eindelijk kon ik verder met mijn zoektocht naar de betekenis van Hareven.

Kadasterkaart van St(r)amproy  tussen 1811 en 1832
In het Oudnederlands woordenboek vond ik de woorden hare, harel, haru, hara, hares, hari en here.
Deze zijn afgeleid van het latijnse *harula, dat 'hoogte, 'heuveltje, 'zandrug, 'zandige heuvelrug' betekent.
-- Zo heeft het N. Brabantse Haren het toponiem Hare. De kern van deze plaats ligt dus op een zandrug.
-- Je vindt het in die betekenis ook als achtervoegsel in Dinthara (Dinter)en Wassanhare (Wassenaar).
-- Als voorvoegsel vond ik het woord in bijvoorbeeld het Belgische Harelbeke (van harula) en in Arendschot (Harenscoet) en Arendonk. *Aren(d) is afkomstig van ‘haren’, dat verklaard wordt als zandige heuvelrug of kleine verhevenheid, in het bijzonder in een heidelandschap.
(in: Historisch-geografisch onderzoek naar de relatie tussen toponiemen en het landschap, E. Ranson, Gent)

Het (groen omlijst) Areven op een Kadasterkaart van omstreeks 1840
In Areven is het woord volgens mij ook als voorvoegsel in het toponiem gebruikt:
Hare- ven werd in de loop der tijd "verbasterd" tot Are-ven…
Wie bekend is met de ligging van het Areven, zal zich naar mijn mening helemaal kunnen vinden in deze betekenis van haren of aren (vanwege de zandige "verhevenheid" in het heidelandschap).

Het Weerter- en Stramproyer  landschap bestaat uit een landschap van zwak golvende dekzandafzettingen, afgewisseld met een stelsel van laagtes met daarin moerasgebieden. De drogere zandgronden gaan via nat zand over in een veenbodem.

Het Areven is ook zo'n laagte, maar ligt op een verhoogde zandrug, waarop ook Siëndonk, Stramprooise hei, Bobberden, (H)eltenbos,("hooggelegen bos"), Heiroth en de Berg liggen. Een leemlaag in de ondergrond houdt het kwel- en regen- water vast en voorkomt dat het weg kan stromen. Zo kon dit moerassig gebied ontstaan.
De droge zandige delen vormen de (water)scheiding tussen het in het zuiden gelegen voormalige doorstroom- moeras van het Stramprooyerbroek met de Aabeek en de Raam en Tungelroyse Beek in het noorden.

Tot zover mijn verklaring voor het woord "Areven". Ik ben benieuwd hoe over deze uitleg, die ik nergens anders heb aangetroffen, wordt gedacht. Dus reageer gerust.
In een volgende blog zal ik wat meer vertellen over het gebied zelf.

1 opmerking:

  1. Gerard, dat is een hoop speurwerk geweest. Zeer interessant om te lezen. Ik ben weer een stuk wijzer geworden.
    Nog bedankt voor je reactie op mijn blog over Stevensweert.

    BeantwoordenVerwijderen