Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Translate

Volgers

zaterdag 17 mei 2014

Leuken en de Leukerbeek

In deze blog wil ik wat dieper in gaan op de geschiedenis van Leuken en de betekenis van de Leukerbeek.
Leuken is niet echt gezegend met veel natuur. Dat is ongetwijfeld ooit anders geweest en ook af te leiden aan de naam; Leuken werd vroeger namelijk op oudere kaarten geschreven als (het) "Looyken".
Ook komen we namen tegen als "Locken" of “Loken”. Naar deze vormen van de naam te oordelen, moet het vroeger bosgebied (lo) zijn geweest. Ook het feit dat er in de Truyenhoek en Hads boerderijen lagen die nog uit de Laat-Middeleeuwen stamden en ‘boshoeven’ werden genoemd, duidt op bosgebied.

De buytennij Leuken, als Looyken vermeld, op een oude Ferrariskaart van 1777
Velen zullen de naam Leuken direct verbinden met de huidige parochie Leuken, maar zo is het niet altijd geweest. Leuken omvatte globaal genomen het gebied langs de huidige Overweertstraat en Leukerstraat met directe omgeving, de Roermondseweg met de Moesdijk tot aan de Trumpert en Roeventerpeel. Ook het Minderbroedersklooster, de Doolhof (waar de "zwarte nonnen" zaten) en het huidige Groenewoud, dat op de “Heuvaeker Akker” of het Leukerveld lag, werden bij Leuken gerekend.

Het gebied, inclusief Roeventerpeel, was grotendeels eigendom van de Prins van Chimay, de laatste Heer Van Weert na de van Hornes. Hij bezat in Weert een aanzienlijke hoeveelheid niet in cultuur gebrachte grond, waaronder moerassen, turf- en heidevelden zoals het Weerter Bos en Bakewell.
Ten tijde van de Franse Republiek (Weert was toen deel van het departement van de Nedermaas) werden zijn bezittingen verbeurd verklaard.

Kadasterkaart van 1811-1832  met daarop de versnippering in kleine akkers en weilanden.
Het gebied rondom de stad Weert bestond tot in de 19e eeuw uit uitgestrekte aaneengesloten bouwland- complexen en woeste gronden. In de loop der eeuwen waren in dat landbouwgebied groepjes boerderijen ontstaan, die aaneengroeiden tot gehuchten of de zgn. "buytenijen" van de vrijheerlijkheid Weert.

Wanneer Leuken ontstaan is, heb ik niet te achterhalen, maar het behoorde ook van oudsher tot deze “buytenijen". Op oude kaarten zie je op Leuken hier en daar wat bebouwing, die zich vooral op de Truyenhoek, Hads en Klein Leuken aan de rand van de "Bemden" of "Bettemmer/Betmer Akker"  had ontwikkeld. Bemden of Beemden is het toponiem voor nat (weide/ hooi)land en Betmer komt van het Germaanse moor of mar, wat moerassig gebied, nat gebied, water betekent.
(Vergelijkbaar met bijvoorbeeld Bettmar/Bettmer bij het Duitse Hildesheim en Aalsmeer/Alsmer/Alsmar).
Ook "Kaaskamp" was een van oudsher nat en laaggelegen gebied, dat in gebruik was als grasland.
Kamp (het Latijnse woord campus) in de betekenis van: door grachten, sloten of heggen ingesloten percelen.

Rietpeel, die duidelijk lager ligt vanwege het weggraven van leem voor de huizenbouw.
Met weinig kosten werd m.b.v. afvoersloten het gebied drooggelegd en in weiland of hooiland veranderd.
Bij een Inventariserend veldonderzoek in 2006 in Vrouwenhof (Leuken-Oost), vond men laat- en post- middeleeuwse perceelsgreppels en grote kuilen die mogelijk duiden op vroegere leem- en/of veenwinning.
Zo is o.a. de "Begeenepeel" ontstaan. In oude geschriften wordt vermeld dat deze "begiêne" de “Witte nonnen” zijn (de nonnen in de Maasstraat). In de volksmond is deze plas, later bekend geworden als het "Paakes Pieëlke". Genoemd naar Korsten (de latere Weerter bakkersfamilie) die daar vlakbij woonde en de bijnaam Paakske had. Toch jammer dat deze plas in midden jaren 60 van de vorige eeuw gedempt is.
In een vorige blog over Leuken heb ik ook al vermeld dat de Rietpeel leem bevatte, die men gebruikte om stenen te maken voor huizenbouw.

In de grotere met water gevulde turf- en/of leemputten, waarvan enkele tot vijvers waren ingezakt, kon men ook vis uitzetten. In de periode dat Weert deel uitmaakte van de Oostenrijkse Nederlanden (tot aan de Franse Tijd) was er in de heerlijkheid Weert bijvoorbeeld sprake van de 7 bunder (ha.) grote “Leuker Weijers” of Vijverbeemden met visvijvers . Deze lagen ruwweg tussen   Kraanweg  en de “weg van de Biest naar Leuken” (Leukerstraat). Op de Ferrariskaart van 1777 zien we bij het Schoorwater (Roeventerpeel) ook een visvijver met de naam "Visheuvel".

**Vis was in de middeleeuwen en lang daarna een belangrijke en goedkope voedselbron (denk aan de talrijke vasten- en onthoudingsdagen, waarop vlees verboden was). In kloosters kende men nog veel meer vasten- en onthoudingsdagen en was vis een belangrijk vervangingsmiddel van vlees. Deze werd gekweekt in wijers (aangelegde vijvers), die door de heer van Chimay beschikbaar werden gesteld.

Het omheinde "Het Wilding" met toegangspoort
Het Wilding vanaf Hoefbemdenweg met links Vrouwenhof
.
.
"Het Wilding" ligt er verwaarloosd bij, maar is een oase van rust voor kleine dieren en vogels
De huidige woonwijk Vrouwenhof was voorheen een cultuurlandschap, dat rond 1900 grootschalig is ontgonnen en waarbij de van oorsprong woeste gronden zijn ontwaterd en verkaveld.
De Wildingsteeg met "Het Wilding"(*wildinc,wildingue = "wilde plaats"), nu een recreatieperceeltje aan de rand van Vrouwenhof, zijn nog een herinnering aan de tijd dat hier sprake was van een woest gebied. Ook bevinden zich op dat perceel nog enkele kleine leemkuilen.

In het periodiek “ de Nieuwe Koerier” van 1938 wordt Leuken nog omschreven als " het stille gehucht met het wijdse landschap" en in 1948 was dat nog niet veel anders getuige de luchtfoto.

Leuken was nog steeds een voornamelijk agrarisch gehucht. In 1836 had Leuken slechts 504 inwoners en is pas na de oorlog gaan groeien.
Qua oppervlakte is het kleiner geworden door onder andere de afscheiding van het gedeelte van de Biest en de afscheiding van Groenewoud.


Waterlopen zoals de Leukerbeek, Klein Leukerbeek, zijtak Leukerbeek en lossingen zoals Rietpeellossing hebben ongetwijfeld een (grote) rol gespeeld in het waterbeheer en waren zowel waterafvoerend als waterbergend. Met name de Leukerbeek, komend vanaf de Doolhof was het gehele jaar watervoerend, met voeding van water uit, (in eerste instantie) de Weerterbeek en later de Zuid-Willemsvaart, om zo de visweijers, de poelen en de gracht bij hoeve de "Lieve Vrouwenhoef" van voldoende water te voorzien.

Klein Leukerbeek met op de achtergrond het Wilding en de huidige Vrouwenhof (li.)
Leukerbeek vanaf Vrouwenhof met links Het Wilding

Afvoer van het water bij Vrouwenhof door de Leukerbeek
Vrouwenhof was een grote, waarschijnlijk in de 17e eeuw gebouwde hoeve, tevens schans, met een grote oprijlaan en omgeven door een brede gracht en meer dan 12 hectaren landbouwgrond in de “Bemden”. Vooral in de zomer was aanvoer van water een welkome aanvulling. Dat gold ook voor de hoger gelegen akkerlanden verderop.

Tegenwoordig zijn deze beken van minder belang. Vanwege cultuurhistorische gronden (behoud van natuurlijke waterlopen) heeft men bij de aanleg van de nieuwe woonwijk Vrouwenhof de greppels en waterpartijen terug laten komen.

Leukerbeek en Klein Leukerbeek komen samen
Het water wordt aangevoerd vanaf de Doolhof en via de Noordervijver. Een dam houdt het water in de Vrouwenhof op het gewenste peil en het teveel aan water wordt via de Leukerbeek afgevoerd. Verder stromend door de Beemden naar de Roeventerpeel is de Leukerbeek dus vooral waterafvoerend. Dit geldt ook voor de andere genoemde beken en lossingen die bij de Hakke samenkomen met de Leukerbeek.

Ook via de Klein Leukerbeek in de Truyenhoek, die begint bij de milieustraat,  wordt nog (regelmatig?) voedselrijk kanaalwater ingelaten.


Zijtak Leukerbeek bij Achterstestraat van geen  betekenis meer
Leukerbeek stromend naar Roeventerpeel

Een dam houdt de afvoer via de oude Leukerbeek tegen
De nieuw aangelegde Leukerbeek is om het gebied geleid
Bij de Hakkeweg komen de verschillende beken bij elkaar en voeren het water af richting Roeventerpeel. Om te voorkomen dat het verrijkt kanaal- en landbouwwater in de Roeventerpeel komt, is de oude beek met een dam afgesloten en stroomt het water, samen met de omgeleide Einderbeek, aan de buitenkant van het gebied richting Roermondseweg. Vandaar gaat het via de Kootspeel en Roukespeel richting A2 en mondt daar uit in de Tungelroyse beek.

Afgelopen jaar is door eigenaar Natuurmonumenten en het Waterschap een nieuwe slingerende beek over een lengte van ca. 1750 m aan de noordrand van de Roukespeel gelegd. Het inrichtingsproject was er op gericht om de verdrogingsproblematiek een halt toe te roepen, de natuurwaarden in en langs de beek te verhogen door een gezond, schoon en ecologisch goed functionerend beeksysteem te creëren en het eigen (kwel)water en regenwater langer in het gebied vast te houden.
Over deze herinrichting en omleiding van de Leukerbeek bij de Roukespeel heb ik al eerder iets verteld.