Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Translate

Volgers

dinsdag 30 september 2014

Van alles wat 3

Vandaag weer wat foto's en een praatje over beestjes waar we meestal geen aandacht aan schenken, maar die de moeite van het bekijken meer dan waard zijn. Op de close-ups die ik ervan gemaakt heb, is goed te zien hoe boeiend onze kleine dierenwereld kan zijn.

Ze zijn er nog, de libellen. Dit is een gewone oeverlibel. Een mannetje. Mannetjes zijn namelijk blauw gekleurd met een zwarte achterlijfspunt. Vrouwtjes zijn bruin met zwart met lichtere zijkanten. Door deze kleuren lijken ze sterk op de platbuik, maar die laatste soort is duidelijk breder.

Veldsprinkhanen zijn herkenbaar aan de korte antennen en het ontbreken van een legboor. De meest algemene veldsprinkhaan is de bruine sprinkhaan. Deze soort stelt weinig eisen aan de leefomgeving en je komt hem dan ook overal wel tegen. Vanwege zijn "zang" wordt ie ook wel tandradje genoemd. De kleur van deze sprinkhaan is uiteraard bruin, maar er is soms ook wat groen of rood zichtbaar.
Probeer er eens een te vinden en geniet dan gewoon eens van dit kleine magische springwondertje.

De kleine vuurvlinder is een kleine oranje-bruine standvlinder, die verspreid over het hele land voorkomt. Meestal niet in grote getale, dus het blijft een verrassing om er een te vinden. Hij mag dan wel rood zijn, maar hij is familie van de blauwtjes! Vooral wanneer de zon erop schijnt, lijken de voorvleugels intens te schitteren en is hij gemakkelijk te zien.
Je vindt hem bij schrale graslanden, open terreinen, heidevelden, duinen en braakliggende gronden.
De waardplanten voor de rups zijn vooral zuringsoorten zoals schapenzuring en veldzuring.

Nu de dagen korten en de nachten kouder worden, maken de vlinders dankbaar gebruik van elk zonnestraaltje dat ze kunnen vangen. Dat geldt ook voor deze atalanta. Toen ik om 10 uur deze foto nam, was hij blijkbaar nog niet voldoende opgewarmd en kon ik hem van dichtbij op de "korrel" nemen.
Met de vleugels wijd gespreid, kon ik hem van alle kanten rustig bekijken. Normaal zijn deze vlinders erg snel en is het moeilijk er een foto van te maken.

De veelvraat (ook wel heidespinner genoemd), is een grote diklijvige nachtvlinder ,waarvan het mannetje ook overdag vliegt. De vrouwtjes vliegen alleen ´s nachts. De onopvallende vlinder komt in Nederland wijdverbreid voor in bossen, heidevelden, zandgronden en duinen. Vlak voor het einde van de zomer, in augustus, komen de gelegde eitjes uit en zijn de meeste vlinders weer gestorven.
Ik vond de roodbruin behaarde, met zwarte ringelbanden herkenbare rups op een heideveldje. Ze doet een beetje denken aan de grote beerrups en de haren kunnen ook jeuk veroorzaken.

De dambordvlieg is een vleesvlieg, waar we vies van zijn en eigenlijk is dat wel terecht. In tegenstelling tot de meeste vliegen is deze soort eierlevendbarend; er worden wel eitjes geproduceerd, maar die komen ín het vrouwtje al uit. Dit heeft als voordeel dat de larven meteen kunnen beginnen met eten. De larven worden namelijk afgezet op aas of vers vlees van open wonden, waarin ze zich verder ontwikkelen.
Ondanks dat we het een vies beestje vinden, speelt ze een grote rol in de voedselketen, want ze is voedsel voor veel insecteneters. De kleur van deze vlieg is grijszwart en ze heeft een patroon van afwisselende lichte en donkere vlekken, waaraan ze de naam dambordvlieg te danken heeft.

Op vuilniswagens in mijn woonplaats staat: "afval bestaat niet". Ik betwijfel of dat wel helemaal waar is, maar voor de natuur geldt dat gezegde in elk geval wel. Het klinkt cru, maar in de natuur geldt: "dood doet leven". Alle dode materialen, planten en dieren worden namelijk door bacteriën, schimmels en grote of kleine aaseters "gerecycled". Vooral in die laatste groep zijn er heel veel, die van dode dieren afhankelijk zijn.

Dat geldt ook o.a. voor deze groene vleesvlieg. Of beter gezegd, voor haar nakomelingen. Ze legt namelijk haar eitjes in kadavers (op deze foto is dat een haas), zodat de larven, meteen als ze ter wereld komen, aan een gedekte tafel komen te zitten. En zeg nou zelf: ondanks dat we het een vies beestje vinden, is het toch (zeker met felle zonnestralen er bij) een prachtig insect met die metallic lijkende groene kleuren.

Je ziet ze weer, langpootmuggen. Onbeholpen slungels, met een veel te groot lijf en te kleine vleugels, die je moeiteloos uit de lucht kunt plukken. Ze worden ook wel vliegende hooiwagen, of glazenwasser genoemd (omdat ze `s avonds op het licht af komen en luidruchtig rond de lamp fladderen). Het zijn de primitiefste tweevleugeligen en ze behoren tot de orde van de vliegen en muggen. Waarschijnlijk hebben ze ooit 4 vleugels gehad, maar het achterste paar is in de loop der evolutie omgevormd tot een soort knotsvormige haltertjes, die ze gebruiken als stabilisator.Op de foto zijn die goed te zien.
Hoewel het lijkt of ze een angel hebben, steken ze niet. Die achterlijfspunt is namelijk een legboor. Daarmee legt het vrouwtje de eitjes in de grond. Hieraan kun je dus ook zien dat dit het vrouwtje is, want het mannetje heeft die niet nodig. De volwassen langpootmuggen leven maar enkele dagen om te paren en zijn onschuldige dieren, maar de emelten (de larven) kunnen flink schade aanrichten aan o.a. gazons.

Mogelijk zijn er mensen die deze ongeveer 3 cm grote stinkende kortschildkever kennen als het “vuilnisbakmonster”. Dit is namelijk zijn bijnaam, omdat hij graag en vaak onder de vuilnisbak zit. Deze felle jager komt graag in de tuin, omdat er zoveel schuilplekjes zijn onder stenen of bladeren of bij de mestvaalt. Hij is er niet van gediend als je hem stoort en neemt meteen een dreighouding aan; hij spert zijn kaken open, steekt de grote tasters recht vooruit en zijn staart wordt net zoals een schorpioen omhoog en naar voren gekromd. Op die achterlijfspunt zitten klieren, die een stinkende vloeistof kunnen spuiten. Ik kan me goed voorstellen dat hij afschrikt. Het is echter niet de staart waar je voor moet oppassen, maar zijn stevige bovenkaken. Hiermee kan hij je pijnlijk bijten en hij laat niet graag los.
Ik heb die dreighouding proberen te fotograferen, maar dat lukte helaas niet goed. Jammer, maar mijn kans komt nog wel een keer. Je weet in elk geval dat het geen beestje is om zonder handschoenen aan te pakken.

Ik bezoek regelmatig met de Ecologische Werkgroep Weert Zuid een natuurgebied in mijn omgeving voor een inventarisatie van planten. Bij het zoeken naar bijzondere (en gewone) plantjes, zie ik regelmatig andere dingen die interessant zijn om te fotograferen. Zo vond ik ook deze bijzondere rups. Aan de witte "ogen" op zijn lijf, de 2 paar buikpoten en 1 paar naschuivers is te zien dat deze bij de familie der uiltjes (nachtvlinders) hoort. Het is de rups van het schaapje. Een heel toepasselijke leuke naam voor deze rups. Je vindt de soort vooral in broekbossen, heide en moerassen. De onopvallende vlinder zul je niet gauw zien, of je moet 's nachts op pad gaan. Ze komen dan af op het licht.

De zweefvliegen lijken allemaal wel wat op elkaar. Pas als je ze op je gemak kunt bekijken nadat je er een close-up van hebt gemaakt, kom je er achter hoeveel verschillende soorten er zijn. Deze zweefvlieg, die je vaak bij kleine poeltjes of vennetjes ziet, is de hoogveenzweefvlieg.
Deze zweefvlieg wordt ongeveer 13 tot 15 millimeter lang en is daarmee groter dan de meeste soorten.
De larven die in zuurstofarm water leven, hebben een unieke manier van ademen; een soort uitschuifbare buis die tot het wateroppervlak reikt. Zo haalt de larve adem, zonder in gevaar te komen. Men noemt ze heel toepasselijk rattenstaartlarven.

Als je in de natuur je momenten van rust neemt en je ogen dan goed de kost geeft, zie je vaak leuke dingen. Zo kwam ik oog in oog te staan met dit kleine rosse woelmuisje. Oog in oog is wat te veel gezegd, want het beestje was nog zo jong, dat het zijn oogjes amper open kon houden. Het was zich nog van geen gevaar bewust, zodat ik het van alle kanten kon bekijken. Vooral de pootjes vielen me op.
Dit muisje dankt zijn naam aan de rosse gloed die over zijn vacht ligt. De woelmuis kent vele vijanden, dus het is zaak om voor veel nakomelingen te zorgen. Het voortplantingsseizoen loopt van februari tot oktober. De vrouwtjes krijgen meestal 3 tot 7 jongen en dat vier à vijf keer per jaar. De jongen worden geboren na een draagtijd van 16 tot 18 dagen en de jonge geboren vrouwtjes zijn al geslachtsrijp na 4,5 week. Dus tel uit je winst.....

vrijdag 26 september 2014

Natuurontwikkelingsproject Kettingdijk

In mijn vorige blog vertelde ik over het, in de eind jaren 30 van de vorige eeuw tot landbouwgrond en bospercelen omgevormd natuurgebied, de Kettingdijk. Het laagste punt van de Kettingdijk ligt op ± 32 m. NAP. Dat is ± 4 meter lager dan de Laurabossen  (± 36 m. NAP). Het grote niveauverschil is goed te zien op onderstaande hoogtekaart (bron: instituut voor natuur- en bosonderzoek). Wat ooit met veel inspanning ontgonnen werd, wordt nu na ruim 70 jaar weer omgevormd tot één groot moerassig natuurgebied.

Overzichtsfoto van Barry Zwiers van de werkzaamheden waarmee men in augustus begon.
Bij de afgraving wordt groot materiaal ingezet
Op de voormalige akkers en weilanden langs de Laurabossen (Kettingdijk Oost) wordt momenteel met groot materiaal de landbouwgrond afgegraven tot het veen(40 cm) of gaat men zelfs verder tot de humusarme (en vaak lemige) zandlaag, die plaatselijk op ongeveer 100 cm. diepte ligt. Aannemer Kuypers uit Kessel voert het project uit. Na verloop van tijd zullen op dit bijna 30 ha. tellend gebied heischraal grasland, nat schraalgrasland en waterreservoirs (kwelmoeras) ontstaan.

Foto mei 2013. Dit is hoe we de natte graslanden op de Kettingdijk graag zien.
Van Landgoed Kettingdijk werd , als ik het goed begrepen heb, in 2003 al het grootste deel aangekocht door Natuurmonumenten. Voor grondaankopen binnen de Ecologische Hoofdstructuur stelt de overheid subsidies beschikbaar, maar voor grond buiten de EHS moet men putten uit eigen middelen en met geld van o.a. de Nationale Postcode Loterij en schenkingen. Dat gold bijvoorbeeld ook voor grond op de Kettingdijk.

Deze aankopen werden door Natuurmonumenten toch noodzakelijk gevonden om het hele gebied robuuster en sterker te maken. In 2009 besteedde de Vereniging 3 miljoen euro aan niet-gesubsidieerde verwervingen, waaronder 22 hectare landbouwgrond op de Kettingdijk. Na moeizame onderhandelingen met de erven Spaas, wisten ze die te verwerven. (In hun jaarverslag vermeldden ze dat deze aankoop met €811.000 in de top 10 verwervingen van 2009 stond).

In 2012 is men in de nieuw verworven landbouwhectares begonnen met het aanpakken van de waterhuishouding met zijn talloze slootjes en stuwtjes en is o.a. een perceel sparren gekapt.
Dat perceel is inmiddels al weer grotendeels begroeid met vooral berken.

Op deze waterlopenkaart is goed het grote aantal (afwaterings)sloten en slootjes te zien
foto december 2012: Het afdichten van slootjes en neerlaten van de stuwtjes heeft direct gevolgen
Het beheer van de hooi- en weilanden aan de zuidwest kant(bij de Bocholterweg) en het verderop gelegen elzen/berken broekbos langs de Lossing, is er op gericht, dat het gebiedseigen (kwel)water niet langer afgevoerd wordt naar de Emissaire en de Vetpeellossing, maar in het gebied wordt vastgehouden en op termijn weer over een grote oppervlakte het maaiveld bereikt.

Door deze vorm van beheer zullen de graslanden geleidelijk verschralen en steeds gevarieerder worden. Het resultaat was al snel merkbaar zoals je op bovenstaande foto's van december 2012 kunt zien.

foto december 2012: Door de vernatting tot broekbos, voelt de bever zich hier snel thuis
foto augustus 2014: verruiging van het grasland met rechts het elzen/berken broekbos
Door de omvorming tot moerasbos voelt de bever, die zich al eerder op de Smeetshof heeft gevestigd, zich hier al snel thuis. Deze "landschapsarchitect" zorgt echter ongewild ook voor een probleem; de dam in de Lossing die door zijn toedoen is ontstaan, stuwt het met chloride, sulfaat, nitraat en fosfaat vervuild water namelijk op, zodat het  bij een hoge waterstand in het gebied stroomt. Als in natuurgebieden te veel "voedselrijk" water terecht komt, is dat slecht voor de biodiversiteit. Het zorgt namelijk voor eentonige natuur met maar weinig planten- en diersoorten. Uiteraard is dat niet de bedoeling en zal men een oplossing moeten vinden.

In "Bouwstenen voor ontsnippering Grenspark Kempen~Broek (2007)" speelt de Bosgroep Zuid-Nederland met de gedachte om de Emissaire/Lossing te dichten en het water om te leiden naar de Zuid-Willemsvaart. Ook denkt men er over om de Kettingdijkweg af te sluiten en een nieuwe weg naar de boerderij aan te leggen vanaf de Laurabossen. Als ik het goed heb, is het Waterschap Peel en Maas echter meer genegen om het water van de Lossing via de Vetpeel naar de Raam om te leiden. Dit naar aanleiding van een voorstel daartoe in 2008 door m.n. de Ecologische Werkgroep Weert-Zuid.
Wat het uiteindelijk zal worden, is mij niet bekend.

Ook aan de noordwest kant van de Kettingdijk, vond al een geleidelijk en kleinschalig omvormingsbeheer plaats en werd het gebied vernat door slootjes te dichten. Dit is, zoals je op de foto's van maart 2013 kunt zien, al snel merkbaar, want als sparren en populieren ergens niet tegen kunnen, dan is dat natte voeten. De bedoeling van de vernatting van deze bossen is de omvorming naar een meer natuurlijk (loof)bos.

foto augustus 2014: omvorming naar een meer natuurlijk (loof)bos

In de nieuwsbrief "gebiedsontwikkeling Kempen~Broek" van maart 2014, wordt vermeld dat de Kettingdijk nu volledig eigendom is geworden van Natuurmonumenten. Met de aankoop van de laatste hectares landbouwgrond, gelegen tussen Kettingdijkweg en Laurabossen en de afkoop van het pachtrecht, kan nu eindelijk begonnen worden met de grootschalige herstelwerkzaamheden. Zolang de pachter er namelijk nog aan landbouw deed, moest daar nog ontwaterd worden en kon men daar niet verder.

De hoger gelegen weilanden aan de noordoost kant (rand Laurabossen) verruigen en laat men begrazen door taurossen. Dit gedeelte zal na verloop van tijd veranderen in schraal grasland. Het lager gelegen gedeelte vlak bij de hoeve wordt afgegraven.

Door de afgraving zullen waterreservoirs en schraal grasland ontstaan.
Afgraving gezien vanaf de Laurabossen. Op de voorgrond de restanten van het laatste maisveld.
Op deze foto is goed te zien hoeveel zand en veen !!!!! op sommige plaatsen wordt weggehaald.
In augustus is Natuurmonumenten/Ark samen met het Waterschap in augustus begonnen met het afgraven van de bovenlaag. Ik vind het trouwens wel wat "krom" dat men bij een natuurontwikkelingsproject de al tientallen jaren, zwaar bemeste en  en met fosfaat- en stikstof vervuilde grond, afvoert naar een ander in ontwikkeling zijnd natuurgebied. Aangezien  Kuypers Bouwgrondstoffen bv. Kessel bij de CZW met de zandwinning bezig is, natuurlijk een logische keus, maar het storten van verontreinigde grond kan  leiden tot verontreiniging van het (grond)water. Ik neem aan dat men dat goed beseft en dat de mate van vervuiling binnen de norm valt, maar toch blijf ik het vreemd vinden.
Op de faceboekpagina van Beleef Kempen~Broek, kun je de laatste ontwikkelingen volgen.

**** Begin 2015 zijn de werkzaamheden afgesloten.

Dit is wat men ongeveer voor ogen heeft met de Kettingdijk - Smeetshof - Wijffelterbroek.

dinsdag 16 september 2014

Kettingdijk

De bedoeling van mijn blog is, om de Weerter natuurgebieden in natuurpark Kempen-broek de revue te laten passeren. Maar ook de gebieden die hier geen deel van uitmaken en een aantal Belgische- en Nederweerter natuurgebieden komen aan de orde. Ik vertel iets over de geschiedenis, de huidige situatie en de ontwikkelingen die er eventueel plaatsvinden. Ook besteed ik van tijd tot tijd aandacht aan planten en dieren die ik er tegen kom en interessant genoeg vind om er iets over te vertellen.

Hoewel ik al 147 berichten geplaatst heb, ben ik voorlopig nog niet klaar. Het wordt me steeds duidelijker hoe rijk Weert en omgeving is, als het gaat over de natuur. Dat wil niet zeggen dat alles koek en ei is, want er moet op tal van plaatsen nog veel gebeuren. Ik denk bijvoorbeeld aan de verdrogingsproblematiek in de zogenaamde Top-gebieden, waarin Weert e.o. helaas goed vertegenwoordigd is.

foto mei 2012: effect van de vernatting van de weilanden aan de Kettingdijk.
Eén van de gebieden waar ik bijvoorbeeld nog niets over geschreven heb, is de Kettingdijk. Nota bene gelegen in mijn eigen geboortedorp Altweerterheide. De Kettingdijk is een belangrijke schakel in de EHS.
Een schakel in de ketting van (grensoverschrijdende) natuurgebieden in het Kempen-broek; het verbindt nl. de Kruispeel en de Laurabossen met het Wijffelterbroek en Smeetshof. Zolang dit gebied echter nog niet volledig het eigendom was van Natuurmonumenten en een deel nog als landbouwgrond in gebruik was, kon er niet begonnen worden met grote herstelwerkzaamheden.

foto december 2012: gevolgen van de vernatting van het broekbos aan de Kettingdijk.
De Kettingdijk is een 125 ha. groot gebied ten noorden van natuurgebied Wijffelterbroek, dat ooit onderdeel uitmaakte van het Bocholterbroek; één uitgestrekt moerasgebied tussen Weert en het Belgische Bocholt.
De Lossing of Emissaire die gegraven is in de periode 1865-1875, sneed als het ware het gebied in tweeën.

foto Frans Van Bauwel: het overstroommoeras van Smeetshof vanaf de Nederlandse kant gezien
Doordat Nederland en België het niet eens konden worden, ligt de Lossing volledig op Belgisch grondgebied en is ca. 5 m. aan Nederlandse zijde nog steeds Belgisch grondgebied.

foto december 2012: sterrenplekje aan Nederlandse zijde van de Lossing
De Belgische natuurvereniging “Natuurpunt vzw" kreeg in 2006 aan de Nederlandse kant van de Lossing een sterrenplekje toegewezen. Door Regionaal Landschap Lage Kempen waren namelijk een 140-tal mooie landschappen getoetst op het zicht, stilte, geur, bijzonderheid,cultuurhistorische waarde, schoonheid, x-factor en natuurlijkheid en het plekje, met uitzicht op het overstroommoeras aan de andere kant van de Lossing, werd uitgekozen als een van de 20 mooiste plekjes en kreeg dus een landschapsster.

Bij mijn laatste bezoekje afgelopen maand, was het plekje echter niet meer zo aantrekkelijk als ik me kon herinneren; het zag er erg rommelig uit en het pad dat richting Smeetshof gaat, was erg moeilijk begaan- baar. Ook belemmerde de hoge vegetatie het uitzicht op het overstroommoeras. Eigenlijk geen ster meer waardig. Met wat onderhoud door Natuurpunt vzw. zou dit toch veranderd moeten kunnen worden.

foto maart 2013: De Lossing met aan de Belgische kant duidelijk zichtbare beversporen
foto december 2013: afwatering van de Kettingdijk door de Vetpeellossing.
De ontginning van de Kettingdijk is begonnen eind 30er jaren van de vorige eeuw. De grond werd geschikt gemaakt voor landbouw door zandgrond op het veen aan te brengen en door de talloze sloten die afwaterden op de Emissaire en de Vetpeellossing, kon het waterpeil beheerst worden. De Emissaire en Vetpeellossing wateren op hun beurt weer af op de Raam.

foto november 2011: uitzicht op een deel van de Kettingdijk vanaf de Laurabossen.
foto: maart 2013:  een perceel eiken aan de noord-west kant (richting Zuid-Willemsvaart.
Circa ⅓ deel van het ontgonnen gebied kon men gebruiken voor landbouw en de rest werd productiebos.
Om het gebied toegankelijk te maken, is een weg aangelegd vanaf de Bocholterweg. Deze verharde hoger gelegen zandweg liep langs de 2 km verder gelegen boerderij naar de grensovergang bij het Belgische Lozen, waar een eenvoudige kettingbrug over de Lossing lag. Aan deze brug dankt het gebied zijn naam.

voorbeeld van een kettingbrug op een oude briefkaart
Foto van de Kettinghoeve en de Kettingdijkweg in 1959

Een oud- burgemeester van Nuenen, Jhr. mr. Cornelis T. J. van Rijckevorsel (1902-1975), was de eerste grondbezitter. Hij was getrouwd met Maria van Nispen tot Sevenaer. Een broer van haar werd mede-eigenaar van de Kettingdijk. Van Rijckevorsel is geboren in 's Hertogenbosch op 29-12-1902. Op 7 december 1931 werd hij tot burgemeester van Nuenen c.a. benoemd. Op 31 augustus 1954 trad hij vervroegd af. Hij vertrok naar Nijmegen en overleed in Den Haag op 15-12-1975. Hij ligt begraven op de begraafplaats van de Heilig Landstichting in Nijmegen.

Van Rijckevorsel bouwde in augustus 1941 de Kettinghoeve op een natuurlijke hoogte, zodat alles dus goed droog bleef. Het was zijn bedoeling om er een kasteelboerderij te bouwen, maar dat is uiteindelijk niet door gegaan. Oorspronkelijk liep de weg links van de woning. De voordeur van nu is dus eigenlijk de achterdeur.

Er is later een vergissing gemaakt met het jaartal op de voorgevel. De hoeve is, zoals gezegd, gebouwd in 1941 en niet zoals vermeld staat in 1939. Dit is echter nooit meer aangepast.

Zowel de landbouwgrond als de hoeve werd door hem verpacht. De eerste pachter was Edmond H. Vaessen, die in maart 1955 met 7 gezinsleden naar Luxemburg verhuisde.  Na hem kwam Hendrikus J. Schoonen die het echter in maart 1956 al voor gezien hield en naar Veldhoven verhuisde. Daarna heeft Sjeng Camp het nog heel even geprobeerd, maar die stopte er ook al binnen het jaar mee.

In 1957 is de Kettingdijk overgenomen door Jozef  A. H. Th.  Spaas (1897-1992). Een telg uit een succesvol teutengeslacht (teuten waren rondreizende handelaars of ambachtslieden). Hij was ingenieur van beroep en werd burgemeester van Sint Huibrechts-Lille. Hij was getrouwd met Madeleine H.J.P. Indekeu. Hij is overleden op 22 januari 1992. Hij was toen 94 jaar oud.
Spaas heeft een groot deel van het gebied beplant met productiehout en de rest van de grond (inclusief de boerderij) werd verpacht aan Tjeu Peeters.
Een bewoner, die al sinds 1925 in het nabijgelegen landbouwgebied "de Lozer Kempen" woont, vertelde mij dat Spaas alle landbouwgrond ooit te koop zou hebben aangeboden, maar dat pachter Peeters het bedrag van 800.000 Bfrs te veel vond en besloot niet op het aanbod in te gaan. Dat was toen ongeveer fl. 55.000. We hebben het hier over omgerekend € 25.000!!!!!  Naar de maatstaven van toen was dat veel, maar in vergelijking met nu is dat natuurlijk onvoorstelbaar weinig. Zeker als je op pagina 19 van het jaarverslag 2009 van Natuurmonumenten leest dat 22 ha. van deze grond voor €811.000 van de erven Spaas  is overgenomen.....

Theo Peeters is de vijfde en tevens laatste pachter. Na ruim 70 jaar, is het gebied, incl. pachtrecht en boerderij, namelijk eigendom van Natuurmonumenten.

Door het groot opgezette natuurontwikkelingsproject van Ark, Natuurmonumenten en het Waterschap wordt het gebied weer "teruggegeven" aan de natuur. Daarover in mijn volgende blog meer.

De prachtige Kettinghoeve in oktober 2014. De schuur aan de andere kant van de weg is afgebroken.