Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Translate

Volgers

maandag 28 november 2016

Herfst 2016....... Paddenstoelentijd deel 6

De meeste mensen hebben geen idee van de rijkdom van onze natuur. Als het gaat over paddenstoelen, kom je niet alleen de naam “schimmelrijk” tegen, maar ook “schimmenrijk” of “schimmig rijk”. Dat zegt genoeg...
Hoewel het aantal paddenstoelen boven de 5000 ligt (aldus NMV-Verspreidingsatlas), wordt het aantal meestal veel en veel lager ingeschat. Laat iemand voor de aardigheid maar eens 10 soorten opnoemen…..

Dit is vooral te wijten aan het feit dat paddenstoelen vaak niet opvallen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld vogels (ongeveer 200) en zoogdieren (een 50 tal). Daarvan wordt het aantal altijd hoger ingeschat dan het in werkelijkheid is. Stuk voor stuk zijn paddenstoelen echter wonderwerkjes. Vaak nog geen centimeter groot.

Dwergcollybia
Neem nou deze Dwergcollybia's (Collybia amanitae). Je vindt ze in allerlei typen bos met voedselarm zand op oude, gedroogde en zwart geworden resten van plaatjeszwammen zoals melkzwammen en russula’s. Mooie zwammetjes met een gewelfd tot vlak, wit en zijdeachtig aanvoelend hoedje. De diameter is maar 0,5 tot 1,5 cm. Het witte steeltje wordt 2 cm lang. Het is een plaatjeszwam. Aan de dennennaalden is te zien hoe klein ze zijn. Logisch eigenlijk dat de meeste mensen daar overheen kijken, hoewel het een veel voorkomende soort is.

Draadknotszwam
Een ander voorbeeld is de Draadknotszwam (Macrotyphula juncea). Die komt best veel voor, maar wordt gemakkelijk over het hoofd gezien, omdat ze slechts ca.6 cm lang en 2 mm dik wordt. De draadvormige vruchtlichamen buigen als naalden in een boog omhoog, waardoor ze op dennenspelden of hooi lijken.
De kleur varieert van geelwit tot okerkleurig. Jonge exemplaren hebben een puntige top, die bij ouder worden stomp wordt. Het vlees is taai, stevig en niet breekbaar. De draadknotszwam komt vrij algemeen voor op rottend bladstrooisel van berken, elzen, beuken en eiken. Meestal worden grote groepen gevormd op voedselrijke, vochtige bodems. Deze soort kan slechts een beperkt aantal weken op het einde van het jaar (oktober-december) teruggevonden worden, met het hoogtepunt in november.

Pijpknotszwam
De Pijpknotszwam (Macrotyphula fistulosa) is een schimmel die leeft op dode stammen, takken en twijgen van loofbomen, zoals els en berk. De naam "fistulosa" betekent buisvormige. De pijpknotszwam is dus een lang, kaarsrecht omhoog gericht "buisje" dat wel 25 cm hoog kan worden. Nagenoeg rolrond, maar meestal niet dikker dan 5 mm. Egaal okerbruin van kleur, als van een zeem. Alleen vlak bij de grond wat meer donkerbruin en daar ook een klein beetje viltig behaard. Eigenlijk wel logisch dat mensen daar overheen kijken. De soort is echter veelvuldig te vinden in de maanden september - oktober en komt voor in heel Europa en N. Amerika.

Wit oorzwammetje
Het Wit oorzwammetje (Crepidotus variabilis) is een heel gewone soort, die op allerlei soorten dood hout kan worden aangetroffen. Meestal zijn dat dunne takken, maar je vindt ze ook op verhoute stengels van planten als de brandnetel. Het hoedje is klein, bij volgroeide exemplaren is het niet groter dan 3 centimeter. Het heeft een karakteristieke vorm; als een geopende waaier. De hoedrand is bochtig en onregelmatig gegolfd.
Het is vooral de onderkant die het zwammetje mooi maakt. De plaatjes aan de onderzijde zijn aanvankelijk witachtig, maar worden al snel okerkleurig of bruinroze. Ze zijn dun en lopen straalsgewijs uit van het punt waar de hoed vast zit aan de tak. Meestal is er geen of nauwelijks een steel aanwezig.

Klein oorzwammetje
Het Wit oorzwammetje heeft zo'n 10 neefjes in Nederland. De meeste moeten onder de microscoop om de soort te herkennen, maar ik ga er van uit dat dit het Klein oorzwammetje (Crepidotus epybrius) is.
Je vindt dit ca. 5 mm. grote zwammetje met name op grassen, bladeren en kleine takjes in loofbossen.

Klein oorzwammetje
Het zwammetje is schelp- tot niervormig en wittig tot crèmekleurig met een beetje zijdeachtige uitstraling aan de bovenkant. Op de foto lijkt het net alsof hij bedekt is met watten. De lamellen aan de onderkant vanuit het centrum zijn wit van kleur.

Echte tonderzwam op een eik.
Hoe onopvallend veel soorten dan ook moge zijn, bij deze Echte tonderzwam (Fomes fomentarius) is dat allesbehalve het geval. Bij de meeste mensen zal deze soort dan ook bekend zijn. Tot beginjaren 1970 werd de Echte Tonderzwam door het systematisch opruimen van dood hout echter nog maar sporadisch gevonden.
Door nieuwe inzichten omtrent natuurbeheer, neemt de soort gelukkig weer toe. Tenminste op de zandgronden en de duingebieden. Op de NMV Verspreidings- atlas is te zien dat ze in bijvoorbeeld Groningen, Friesland, Zeeland en de kop van N. Holland (kleigebieden) veel minder tot niet voor komen. Vreemd eigenlijk.....

Echte vuurzwam????? op een berk.
De Tonderzwam is  een paddenstoel die je aantreft op zieke, verzwakte en dode loofbomen. Vooral op beuken en berken, maar ook op eiken en populieren. Als hij zich eenmaal op zo' n boom heeft gevestigd, gaat die boom onherroepelijk dood. Zo'n tonderzwam kan overigens meer dan 15 jaar oud worden.De kleuren kunnen sterk uiteenlopen, van zilvergrijs, rood- of donker- bruin tot bijna zwart. Helemaal zwart en zo spiraalvormig en langwerpig had ik ze tot nu toe nog nooit gezien. Ik vermoed dan ook dat dit de Echte vuurzwam is. De zwam is erg hard, blijft meerdere jaren achtereen op een boom zichtbaar en vormt dan telkens een nieuwe verdieping omlaag aan de onderkant van deze buisjeszwam.

Gewoon fluweelpootje
Het Gewoon fluweelpootje (Flammulina velutipes) groeit bijna altijd in groepen van meerdere paddenstoelen. Je vindt deze soort op levende en dode loofbomen. Ook zijn oude stompen van loofbomen een geliefde plaats. De groeitijd is van de herfst tot het voorjaar.

Gewoon fluweelpootje
De hoed (2 tot 8 cm) is honinggeel en in het midden roestbruin. Hij is aanvankelijk gewelfd en wordt daarna vlakker.

Gewoon fluweelpootje
De lamellen zijn geelachtig en verhecht met de steel. Ze staan breed uiteen. De steel is aan de top gelig en heeft verder een bruinzwarte kleur. Hij heeft een versmalde basis en een gestreept uiterlijk.

Het is een eetbare soort die ook gekweekt wordt.
Er is echter een groot verschil tussen de wilde versie en de gecultiveerde versie. De gekweekte fluweelpootjes ("Enoki" genoemd) zijn namelijk wit van kleur. Dit is omdat ze niet worden blootgesteld aan licht.
Ze worden in bundeltjes gekweekt en verkocht. Meestal zit er onderaan het trosje nog een stukje van de voedingsbodem.

Waaierkorstzwam
De Waaierkorstzwam (Stereum subtomentosum) is een paddenstoel van vochtige, dichte bossen die groeit op dode stammen van loofbomen. Stereum= taai (het is moeilijk om een stukje van de hoed af te scheuren) en Subtomentosum = zacht behaard (vanwege het fluwelige hoedoppervlak).
Hij heeft een dunne waaiervormige okergele tot grijzig bruine bovenzijde met een lichte groeirand. In Engeland wordt hij "Yellowing Curtain Crust" genoemd vanwege het feit dat de hoed geel verkleurt wanneer hij aan de bovenzijde wordt ingekrast.

Waaierkorstzwam
Hij lijkt veel op de Gele korstzwam. Het verschil is dat de Waaierkorstzwam maar op één plek vast zit in plaats van over de volle breedte en het oppervlak is viltig (niet ruwharig zoals de Gele korstzwam) en smal gezoneerd. Aan de onderzijde zul je geen buisjes, plooien of stekels aantreffen, maar een soort weefsellaag, of kiemvlies, dat hymenium wordt genoemd.

Scherpe schelpzwam
De Scherpe schelpzwam (Panellus stipticus) is een paddenstoelsoort, die leeft van de afbraak van dood loofhout. Het is een plaatjeszwam die je dikwijls op omgevallen boomstammen, dode stobben en afgevallen dikke takken ziet. Je vindt ze vooral op eik, maar ook op beuk en els en een enkele keer ook op naaldhout. Je kunt ze het hele jaar en vooral tijdens de winter vinden.

Scherpe schelpzwam
De vruchtlichamen zijn klein (1.5 tot 4 cm diameter) en waaier- of niervormig, meestal dakpansgewijs bijeen.

Scherpe schelpzwam
De bovenkant (1-4 cm breed) is geel-bruin tot licht okerkleurig en vlak en half-cirkelvormig en is met een soort bleker gekleurde schubjes bedekt. Het is alsof er barstjes in zitten. Bij uitdrogen verbleken de paddenstoelen en worden ze hard en broos van structuur, maar bij vochtig weer worden ze weer week. Interessant te lezen dat sommige variëteiten van deze Scherpe schelpzwam die in Z. Europa en de oostelijke Verenigde Staten voorkomen, een soort groenig schijnsel verspreiden, zodat hij ook in het donker zichtbaar is. Dit noemt men bioluminescentie. De functie daarvan heeft men pas sinds kort ontdekt; hiermee worden namelijk insecten aangelokt die de paddenstoel bezoeken, vervolgens overdekt raken met de paddenstoelensporen en zo zorgen voor de verspreiding ervan.

Groene schelpzwam
Bij Scherpe schelpzwammen kan de hoedhuid niet gescheiden worden van het hoedvlees. Dit is wel mogelijk bij deze Groene schelpzwam (Panellus serotinus), die er nauw mee verwant is. De Groene schelpzwam (Panellus serotinus) is een in Nederland algemene paddenstoelensoort, die van september tot en met december te vinden zijn op dode stammen en stronken van loofbomen. Meestal in groepjes, maar soms ook alleenstaand. Bij jonge exemplaren is de schelp- tot spatelvormige hoed donkergroen (bruingroen), mat en vettig aanvoelend met een diameter tot ongeveer 10 centimeter. Bij het ouder worden verkleurt de hoedhuid meer naar groengrijs en tot slot naar okergeel, de hoedhuid droogt op en wordt vlakker.

Groene schelpzwam
De lichtgeel tot okerkleurige steel is ca. 1-2 cm lang en bevindt zich aan de zijkant. De aflopende lamellen staan dicht opeen en zijn bleekgeel van kleur. Later verbleken ze.

Gewone oesterzwam
Oudere exemplaren van de Groene schelpzwam worden nogal eens verward met deze Gewone Oesterzwam en hoewel de soort ook eetbaar is, is hij lang zo smakelijk niet als de Gewone Oesterzwam. Over de Oesterzwam wil ik in de volgende blog wat meer vertellen.

De paddenstoelen die je op deze blog ziet, zijn m.u.v. de Dwergcollybia, aangetroffen bij de Houtsberg (gemeente Nederweert). Met de paddenstoelengroep hebben we daar bijna 60 soorten geïnventariseerd, waarvan je er een groot aantal kunt bekijken, door op deze LINK te klikken.

2 opmerkingen:

  1. Hoi Geert,
    dit is weer een blog vol rijkdom. Inderdaad weten de meeste mensen niet van zoveel soorten paddenstoelen en zwammen af. het is ook ondoenlijk om deze allemaal te kunnen bekijken en te benoemen. Ik vind het juist geweldig om al die zwammetjes te zien en dan met name de kleintjes en zoals deze draadknotszwam en pijpknotszwam. ook de oorzwammetjes zijn supermooi!
    Het is weer een waardevol, interessant en leerzaam blog.

    Groetjes, Helma

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Bedankt Helma. We zitten beiden op dezelfde lijn, dat is wel duidelijk . Ook ik kan hier van genieten en wil met deze blogs de mensen nieuwsgierig maken...

    BeantwoordenVerwijderen

Blogarchief