Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Select language

Volgers

donderdag 7 december 2017

Herfst 2017.......Paddenstoelentijd deel 9

In deze post zie je bekende en minder bekende soorten. Ik wil je vooral attenderen op de informatie over het eetbare Stobbezwammetje en het sterk gelijkende, maar zéér giftige Bundelmoskopje.
Ook hebben paddenstoelen soms een signaalfunctie. Ik denk bijvoorbeeld aan soorten als de Oesterzwam en het Fluweelpootje, die steeds vaker in verband worden gebracht met de steeds verder oprukkende en gevreesde kastanjebloedingsziekte.  Of eigenlijk beter: "je bent waarschijnlijk te laat als je ze ziet!!!"

Spikkelplooiparasol
De hoed van de vrij algemene Spikkelplooiparasol (Leucocoprinus brebissonii) is bol- of eivormig tot uitgespreid, en heeft een vlokkige rand. De doorsnede van het hoedje is slechts 15-30 mm, is mat, met vezelige, donkerbruine tot zwarte schubjes op een witte ondergrond. Het centrum is grijs- tot zwartbruin. De dunne, gladde, witte steel heeft oorspronkelijk een ring, maar deze spoelt meestal al snel weg. Je vindt hem op zeer humusrijk of met grof strooisel bedekte bodem, vooral in loofbossen. Vergeleken met de rest van het land, tref je hem hier minder aan.


Stobbezwammetje
Het Stobbezwammetje (Kuehneromyces mutabilis) is een eetbare paddenstoel, die tot de familie Strophariaceae behoort. Familie dus van bijvoorbeeld de oranjerode stropharia, vlamhoeden, zwavelkopjes en schubbige bundelzwam. Alleen de hoed kan gegeten worden.
Het vlees is bruinachtig, met een zachte smaak en een iets zoetige maar nóóit meelachtige geur. De paddenstoel is in Nederland algemeen en groeit in bundels op stobben en stronken van eik, els, berk en wilg.

Stobbezwammetje
In vochtige toestand is het Stobbezwammetje kaneel- tot honingbruin en dan tweekleurig met een bleek centrum en een donkerdere rand opdrogend. De hoed is 3 tot 8 cm in doorsnee. Steel bovenaan glad en geelachtig, onder de vliezige, bruine ring met wittige schubben op een donkere ondergrond. De kleur van de lamellen is bleek kaneelbruin en dicht opeen staand.

Bundelmoskopje
Door niet- kenners kan de soort makkelijk verwisseld worden met o.a. de giftige gewone zwavelkop en vooral met wat grotere exemplaren van het zeer giftige Bundelmoskopje (Galerina marginata), dat je hier ziet. Het onschuldig en schattig uitziend paddenstoeltje bevat namelijk amanitine en kan dodelijke vergiftiging veroorzaken. In Engeland kennen ze hem als de “autumn skullcap” (herfstdoodshoofd). Dat zegt voldoende lijkt me. Dus je bent gewaarschuwd. Lees anders “Gevaarlijke paddenstoelen” van Fred de Vries maar eens.

Bundelmoskopje
In de jeugd is het Bundelmoskopje net als het Stobbezwammetje in vochtige toestand honingbruin en dan geelbruin opdrogend. Het blijft meestal wat kleiner, groeit dicht zodevormig maar de stelen altijd apart staand, dus niet in bundels zoals de naam suggereert. Je vindt ze op naaldbomen, maar (om de verwarring groter te maken) een enkele keer ook op loofhout! Hij ruikt meestal meelachtig. Enkele verschillen dus met het eetbare Stobbezwammetje, dat nagenoeg alleen op loofhout groeit en niet naar meel ruikt.

Donker hazenoor
De herfst loopt zo stilaan op zijn eind en de eerste nachtvorst (ook al is het maar een lichte) hebben we al gehad. Dat betekent ook het einde voor veel paddenstoelen, maar er zijn ook soorten die het zelfs met stevige vorst nog weten vol te houden.

Het Donker hazenoor (Otidea bufonia) is een bekerzwam die evenals de andere bekerzwammen goed tegen de vorst kan. Het vruchtlichaam is onregelmatig kom- tot oorvormig, aan één zijde gespleten, Ø 2-8 cm. Binnenzijde okerkleurig tot kaneelkleurig. De buitenzijde is glad tot gerimpeld, ruw wrattig, okerkleurig bruin tot sepiakleurig.

Donker hazenoor
Het Donker hazenoor  verschijnt op bemoste, grazige plaatsen aan de rand van bospaden, dikwijls ook op plaatsen waar tuin- of snoeiafval is weggegooid.

Over de naam “hazenoor” schrijft NMV Paddenstoelenkartering op haar site het volgende:
" Hazenoren luisteren naar hun omgeving!  
Hazenoren beginnen, als de sporen rijp zijn, te “roken” als er een hard geluid in de buurt is, zoals het kraken van takken en zelfs het klappen in de handen. Gewoon een beetje wind is trouwens ook genoeg. Zo'n luchttrilling zorgt voor de reactie van het hazenoor, dat een seconde nodig heeft om de sporen vrij te laten. Het lijkt dus of de hazenoren werkelijk kunnen horen!"
Er is inderdaad maar heel weinig nodig om het uitslingeren van een wolkje sporenstof te veroorzaken en je moet dat zeker eens proberen, mocht je hem vinden. Ik heb dat ook gedaan, maar heb er helaas geen goeie foto van kunnen maken.

Zakjestrilzwam
De Zakjestrilzwam (Ascotremella faginea) is ook zo’n paddenstoel die wel een stootje kan hebben. Hij komt vooral op dode takken van beuken en elzen voor, maar soms ook op andere loofbomen.
Het is een taai uitziende gelatine-achtige soort. Omdat hij hersenachtig of als darmen is gevormd, ziet hij er niet zo smakelijk uit. Zeker als je hem, zoals hier op de foto, uitvergroot ziet. Hij wordt nogal eens verwisseld met o.a. de Paarse knoopzwam, maar in tegenstelling tot deze zit hij op slechts één plek gehecht, terwijl de Paarse knoopzwam groepjes vormt. De kleur is vrij variabel en kan verschillen van rozebruin tot paarsbruin.

Paarse knoopzwam
De Paarse Knoopzwam  (Ascocoryne sarcoides) is een algemene paddenstoel, die op zowel dood loof- én naaldhout voorkomt. Vanwege de groeivorm en vanwege zijn fel paarse kleur bij vochtig weer, vallen de zwammetjes op. Op deze foto is te zien dat de Paarse knoopzwam niet één vruchtlichaam is, maar een groep individuele vruchtlichamen bij elkaar.

Paarse knoopzwam
Wanneer de vruchtlichamen uitdrogen verschrompelen ze en worden zwart.

Paarse knoopzwam
Een zo’n zwammetje wordt maximaal 3 cm groot en zo kunnen die exemplaren samen uiteindelijk flinke afmetingen bereiken en er uit zien als één groep. Je ziet ze in allerlei vormen: knikkervormig, tolvormig, bekervormig, staafjesvormig, bladvormig en hersenvormig. Door die hersenvorm wordt hij nogal eens verwisseld met de Zakjestrilzwam.

Gewoon fluweelpootje
Het Fluweelpootje of Gewoon fluweelpootje (Flammulina velutipes) is een paddenstoel die algemeen in Nederland en België voorkomt. In Herfst 2016.......Paddenstoelentijd deel 6 heb ik daar al iets over verteld.

Het zwammetje groeit meestal in bundeltjes op stronken, stammen en gevallen takken van loofbomen. Op hout van naaldbomen zul je hem zelden aantreffen. De vaak gladde en slijmerige hoed is 2–10 cm breed en heeft een honinggele tot roodbruine kleur. Hij is verder goed te herkennen aan de bruine, fluwelig behaarde stelen, waar ie zijn naam aan heeft te danken. Ook heeft deze soort geen ring.

Gewoon fluweelpootje na een nachtje vorst
Het Fluweelpootje is een echte winterpaddenstoel. Omdat hij zo goed tegen vorst kan, kun je hem de hele winter zien. Eigenlijk wordt ie zelfs pas op zijn mooist na een paar nachten vorst.

Gewoon fluweelpootje op een paardenkastanje in januari 2016
In recente onderzoeken wordt het fluweelpootje, in combinatie met de oesterzwam, in verband gebracht met tak-/stambreuk bij minder vitale paardenkastanjes, die aangetast zijn door de kastanjebloedingsziekte (KBZ). Deze plantenziekte, die in 2002 voor het eerst werd ontdekt in de Haarlemmermeer, wordt veroorzaakt door een bacterie en heeft zich sindsdien over het hele land verspreid.

Omdat de sapstroom wordt onderbroken, verdorren de bladeren en takken, krijgen de bomen bruine vlekken op de stam, sterft bastweefsel af  en "bloeden" donker vocht. De bacterie veroorzaakt een verzwakking van vitaliteit, waardoor de boom ook gevoelig wordt voor aantastingen door zwammen. De oesterzwam en het fluweelpootje zijn dan de bekendste soorten.

Bij ernstige aantasting leidt dat tot sterfte van de boom. Na meerdere niet effectieve bestrijdingsmethoden, probeert men het probleem tegenwoordig op te lossen met behulp van een warmtebehandeling van de zieke boom. Met deze methode zorgt men voor een temperatuur tot 42 graden in het bastweefsel, precies daar, waar de bacterie zich bevindt. Hierdoor wordt de bacterie vernietigd en kan het afgestorven bastweefsel en dus de sapstroom zich (zo hoopt men) herstellen. Hoe eerder men uiteraard ingrijpt, des te beter het gewenste effect.

 
In januari van dit jaar zag ik al exemplaren van het Gewoon fluweelpootje op de kastanjebomen bij de kerk op Keent. Deze zwammetjes vond ik daar onlangs weer.
Er is waarschijnlijk te weinig of niets ondernomen om het probleem op te lossen, want er zit uiteraard een prijskaartje aan. Ik heb begrepen dat de gemeente Weert dit jaar ook wil gaan experimenteren met deze speciale warmtebehandeling, maar dat gaat waarschijnlijk niet voor de bomen op Keent gelden. Voor mij is duidelijk dat ze voor deze bomen te laat is.

 
Het was overigens niet de enige soort die ik daar aantrof. Ik zag evenals vorig jaar op enkele bomen ook de Gewone oesterzwam en daarbij nog 2 korstzwammen, namelijk de Paarse korstzwam en de Donzige korstzwam. Deze komen niet alleen voor als saprofyt op dood hout, maar ook als zwakte-parasiet op levend hout.

2 opmerkingen:

  1. Een prachtige collectie heb je hier weer samengesteld Geer.
    Bedankt.
    Groeten Roos

    BeantwoordenVerwijderen
  2. dank je Roos. Ik heb dit jaar idd een leuke collectie bij elkaar weten te sprokkelen
    Geer

    BeantwoordenVerwijderen

Blogarchief