Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Select language

Volgers


Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht leukerbeek. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht leukerbeek. Sorteren op datum Alle posts tonen

woensdag 23 april 2014

Sporen in de Roeventerpeel.

Aangezien ik vorig jaar tijdens een paar bezoekjes aan de Roeventerpeel beversporen had gezien, werd het weer eens tijd om te gaan kijken,of het dier het er nog steeds naar zijn zin heeft. Het vroege voorjaar is een goed tijdstip om beversporen te zien.

Al meteen bij de spoorwegovergang aan de Roermondseweg zie ik dat het dier nog steeds actief is in dit gebied. Blijkbaar voelt hij zich er zodanig thuis, dat hij zich er heeft gevestigd. Op de achtergrond zie je de stuw in de oude afgesloten Leukerbeek, met links de nieuwe Leukerbeek, die om de Roeventerpeel geleid is. Op de voorgrond materiaal, dat door de bever is aangevoerd, zodat er een dammetje is ontstaan.


In de Roeventerpeel groeit vooral zwarte els, berk en wilg. Al lopende langs de Leukerbeek kom ik meerdere sporen tegen zoals looppaadjes met sleepsporen van en naar het water. Dit noemt men een beveropgang.

De bever heeft een zeer uitgebreid menu. 's Zomers eet hij kruiden, bloemen, jonge scheuten van waterplanten, grassen en wortels. Daarnaast eet hij ook alle delen van bomen en struiken (stam, takken, bladeren en wortels).


's Winters eet hij meer twijgen en schors, 's zomers meer groene plantendelen.Hij heeft een voorkeur voor wilg, els, populier en ratelpopulier.

De schors van de stam knaagt hij af met zijn vlijmscherpe tanden. Zijn tanden groeien almaar door, omdat ze slijten door de tanden te gebruiken als gereedschap voor het doorknagen van de boomstammen, de bouw van hun burcht en een dam.

Bij de bever denken we altijd aan een burcht in het water, maar als het mogelijk is, bouwen ze een nest in een ondergronds hol naast de oever. Ze zitten dan verscholen in de oever en de ingang onder de waterspiegel is niet te zien. Je kunt over zo'n beverhol lopen zonder iets in de gaten te hebben.

Soms worden die holen pas zichtbaar als bijvoorbeeld de aarde door een hogere waterstand week wordt en een deel van de gang instort. Soms gebeurt het ook dat een deel van de gang instort, als mensen of dieren zoals paard of koe er doorheen zakken. Pas dan wordt duidelijk hoeveel grondverplaatsing voor het graven van het hol er heeft plaatsgevonden. Dat is te zien op bovenstaande foto waar de bever een hol heeft gemaakt dat een stuk boven de normale waterspiegel ligt. Waarom dat gat is ontstaan is niet duidelijk. Door het grote gat was voor de bever waarschijnlijk geen eer meer te behalen.  Hoewel hij het hier zelfs bij hoogwater een tijdje droog heeft kunnen houden, is het nu onbruikbaar.

De aanwezigheid van bevers wordt niet alleen verraden door de aanwezigheid van omgevallen bomen, bomen waarvan de schors is afgeschild, dammetjes en looppaadjes , maar ook soms een burcht in het water.

Dat is ook het geval in de Roeventerpeel. Bevers bouwen minder snel een burcht dan hun Canadese verwant, en de burchten van bevers in ons land zijn ook minder groot.

De bever heeft afgelopen jaar een burcht gebouwd in de plas die in het gebied ligt. Vlak bij de nu oude afgesloten Leuker- en Einderbeek die voorheen door het gebied liep en nu dus om het gebied heen is geleid.

Uitwerpselen van het ree
In het gebied leven ook reeën, vossen (te veel volgens de jagers) en (heel bijzonder) een exoot, namelijk de Siberische eekhoorn. Deze uitheemse soort heeft zich hier, na waarschijnlijk een ontsnapping bij een particulier of fokker, ook sinds een aantal jaren gevestigd en weet hier blijkbaar goed te overleven. Deze eekhoorn moet je niet verwarren met de Pallas eekhoorn. De Siberische eekhoorn is, in tegenstelling tot de Pallas eekhoorn, geen bedreiging voor onze eigen inlandse eekhoorn.
Van de vos en eekhoorn heb ik geen sporen aangetroffen. Wel echter van het ree.

Dit is een plekje waar de bok de grond heeft losgewoeld met zijn voorpoten om zijn territorium af te bakenen. Meestal is deze krabplaats driehoekig van vorm en ongeveer 60 cm lang.

De reebok veegt en krabt in de loop van het voortplantseizoen in zijn territorium aan bodem, struiken en bomen. Tijdens het lopen en krabben in de grond wordt een geurstof uit de geurklieren aan de poten naar buiten geperst, waardoor een reukspoor wordt gevormd waaraan elk ree individueel te herkennen is. Zowel het vegen (met het gewei langs bijv. bomen wrijven of met het gewei langs takken slaan), als het krabben met de poten zijn een vorm van markeren van het territorium.

Een kleine kale plek omzoomd met dode bladeren doet dienst als lig- en slaapplaats. De ligplaats is meestal ovaal van vorm (60cm lang) en je kan er plukjes haar vinden.

Het ree ligt graag op droge, meestal wat hogere plaatsen, te herkauwen. Naar mate deze vaker gebruikt wordt, is deze ligplaats beter te herkennen. Voor dat het dier gaat liggen krabt het in de bodem. Op den duur ontstaat zo een plek waar de planten weg zijn. De humus en de bladeren liggen meer aan de rand. En in het midden is soms zelfs de harde bodem te zien. Uit de grootte en diepte zijn het gewicht en de grootte van de reeën ten opzichte van elkaar af te leiden.


Ook het legsel van de grauwe gans is niet veilig voor de rovers, zoals je bij dit lege nest ziet. Iets verderop lagen leeggegeten eieren. De uitwerpselen duiden mogelijk op een marterachtige. Hun uitwerpselen lopen altijd uit in een punt. Soms zijn ze gevlochten of gedraaid. De kleur hangt af van het gegeten voedsel en kan zwart, bruin-oranjebruin of grijs-wit zijn. Het is echter voor mij niet duidelijk van welk dier deze drol is, want ook de vos rooft eieren.

zondag 16 december 2012

Roeventerpeel 1

Enige tijd geleden heb een bezoekje gebracht aan een nieuw ontwikkeld natuurgebied, waar ik nog niet was geweest: het 21 ha grote Roeventerpeel. Het gebied ligt in een laag moerassig deel, dat wordt omringd door hogere zandgronden.

In de Roeventerpeel, vroeger ook wel Boevenderpeel genoemd, ligt een onlangs hersteld ven te pronken. Het was oorspronkelijk een lang en smal ven, dat doorstroomd werd door de Leukerbeek. Deze ontstond als een samenvloeiing van o.a. de Roevenlossing, Kraanlossing, Schoorlossing en vooral de Einderbeek. Via een nieuw aangelegde loop van de Einderbeek wordt nu het voedselrijke(landbouw)water langs de westkant van de Roeventerpeel geleid. De andere lossingen zijn afgekoppeld, zodat ze stilstaand in de Roeventerpeel achterblijven. Stroomafwaarts sluiten de Kootspeel , Moeselpeel en Roukespeel hier op aan.

De Roeventerpeel, sinds 1971 eigendom van Stichting het Limburgs Landschap, vormde vroeger een belangrijke schakel in de reeks Limburgse - en Brabantse Peelvenen. Het was toen één groot moerasgebied (zoals je op een oude kaart van 1892 kunt zien), waar alleen de Schoordijk(weg) door heen liep.

oude historische kaart van 1892
Roeven komt oorspronkelijk van Roederven. Letterlijk betekent dit: rood ven. Het verwijst naar het bruine, ijzerhoudende water.
Het gebied lag in het beekdal van de Einder- beek. Omdat dit dal een langgerekte ondiepe laagte was, stroomde het water langzaam over een grote oppervlakte weg en ontstonden grote vennen. Omdat de afvoer traag verliep, kun je eigenlijk beter spreken van een doorstroommoeras, waarbij het water van ven naar ven stroomde.

Enkele vennen in het Roeventerpeelgebied waren Schoorkuilen, Kwegt en Roeventerpeelven. Deze sloten aan op de andere Peelvennen zoals Sarsven, de Banen, Vlakwater en de Zoom.

Bij de aanleg van Kanaal Wessem - Nederweert (1929) werd de vrijkomende grond gebruikt om de ernaast gelegen natte laagtes op te hogen. Zo werd nagenoeg de hele noordkant en een gedeelte van de zuidkant van het moerasgebied gedempt. Op sommige plaatsen werd wel 3 meter zand op de veenbodem gestort, waardoor het oorspronkelijke karakter helemaal verloren ging. Het zand bedolf de unieke vegetatie die toen in de Roeventerpeel groeide (b.v. waterlobelia en biesvaren). Het was meteen ook het einde van de Schoorkuilen en de Kwegt. Het Roeventerpeelven kwam helemaal geïsoleerd te liggen tussen het kanaal, het spoor (aangelegd in 1879 als Nederlands deel van de IJzeren Rijn), de Roermondseweg en de later in 1970 aangelegde A2 tussen Nederweert en Kelpen-Oler. Van het oorspronkelijke grote moerasgebied met een unieke flora en fauna, bleef dus nagenoeg niets meer over.

Vroeger had het afgesplitste gebied met het ven nog een "functie" als leverancier van bijvoorbeeld, turf, hout en vis, maar in naoorlogse jaren werd het als “overbodig” en onrendabel gezien en gebruikt als stortplaats van huisvuil en deels dicht gegooid met zand om als landbouwgrond te dienen. Het ven is uiteindelijk nagenoeg geheel verland en dicht gegroeid met riet en struikgewas. De stortplaats werd in 1957 verplaatst naar de Kootspeel, die vanwege de aansluiting van de riolering sinds de jaren 30 van de vorige eeuw bekend stond als "Stroontpieël".

De moeilijk begaanbare noord-westkant
In 2010 is door een natuur- en landschapsherstelproject van het Limburgs Landschap, het vuil en opgebracht zand verwijderd en een ven van zo’n 11 hectare ontstaan.

Hoewel het vanwege rabatten met afwateringsslootjes aan de zuidwesten- en westenkant niet echt nat is, is het er vanwege de ruige begroeiing en het ontbreken van paadjes niet goed toegankelijk. Ik ben desondanks deels om het ven heen kunnen lopen, totdat ik halverwege bij de oude en afgesloten Leukerbeek (die midden in het gebied ligt), kwam en noodgedwongen rechtsomkeert moest maken. Je kunt er volop genieten van de mooie typische venplanten en de natuurlijke afwisselende venoevers die weer nieuw leefgebied zijn voor libellen, amfibieën en talloze watervogels.

Ik heb er aan de westkant zowaar beversporen aangetroffen. Een teken dat het goed gaat met het huidige waterbeleid en een mooie impuls voor een aantrekkelijk en soortenrijk landschap.
In mijn volgende blog zal ik het ven vanaf de oostkant bekijken.




LAATSTE NIEUWS:

Op 18 februari van dit jaar heeft Anthony vd. Loo met behulp van een cameraval bij de Leukerbeek (vlak bij de Roermondse weg),een foto van een (jongere?) bever kunnen maken. Mogelijk dat dit dier van de Roukes- peel af komt. Het ziet er naar uit dat het dier (of dieren?) zich hier langer gaat vestigen. TOP......




Grotere kaart weergeven

woensdag 26 juni 2013

TOP-gebieden in Weert e.o.

Als ik één woord bij natuurbeheer misleidend vind, dan is dat het woord "TOP-gebied". De gebieden waar het namelijk over gaat, staan niet (zoals je zou verwachten) positief aan de "top". Ze staan aan de top van de prioritaire gebieden t.a.v. aanpak verdroging.......

Top-lijst voor Weert en Nederweert
Het Rijk heeft al jaren geleden (2006) aan alle Nederlandse Provincies gevraagd een prioriteiten lijst, een zogenoemde 'TOP-lijst', voor de verdrogingsbestrij- ding op te stellen. Op die lijst staan natuurgebieden waar de Provincie tussen 2007 en 2015 met voorrang moet gaan inzetten op natuurherstel.
Het Rijk draagt via de ILG financieel 50% bij aan uitvoeringsmaatregelen in deze gebieden. Het ILG (Investeringsbudget Landelijk Gebied) is een subsidie- regeling om het landelijk gebied mooi en vitaal te houden. Met het ILG is een groot aantal subsidie- regelingen in één keer vervangen.

Gedeputeerde staten van Limburg heeft in 2008 een TOP-lijst met 48 gebieden vastgesteld. Zoals je op het (deel)kaartje kunt zien, zijn de Weerter (en Nederweerter) natuurgebieden helaas goed vertegenwoordigd. Je ziet dat er verdrogingsproblemen zijn in het Weerter Bos, de Kruispeel, Wijffelterbroek, Areven, Krang, Moeselpeel, Kootspeel, Roeventerpeel, Sarsven-de Banen, grote- en Kleine Moost, de Zoom en Kruisvennen. En niet te vergeten de 372 ha. grote Groote Peel.

Verdroging in het Weerterbos  door o.a. de aanleg van rabatten
Ooit bestond Nederland uit vlakten met beken en rivieren die vrij door het landschap slingerden. Dijken ontbraken nog. Ons land was een weelderige moerasrijke delta met broekbossen en omvangrijke hoog- en laagveengebieden. Maar Nederland is inmiddels verdroogd. In grote delen van Nederland is de natuur- lijke waterhuishouding gewijzigd door menselijke ingrepen. De grondwaterstand en kwel in natuurgebieden is veranderd en verdroging is een van de hardnekkigste milieuproblemen geworden.

Verdroging in de Hoort op de grens Weert - Dorplein
Al in de jaren zeventig verschenen studies (Grootjans, 1979; Gijsen, 1979; Beintema en Van den Berg, 1979; Molenaar, 1980) waarin gemeld werd, dat er “iets mis was met de grondwaterstanden in Nederland”.
En in 1994 werd circa 600.000 ha natuur- gebied als verdroogd gekenmerkt!!!!!

De belangrijkste oorzaken van verdroging  (aldus Beugelink en Claessen, 1995) zijn:
• ontwatering en versnelde afwatering ten behoeve van de landbouw (60%);
• grondwateronttrekkingen voor drink- en industriewater en beregening (30%);
• overige oorzaken zoals de toename van verhard oppervlak, bebossing (toename verdamping, met name door naaldbos) en zandwinning (10%).
Over de oorzaken en effecten kun je meer lezen op de site Compendium voor de Leefomgeving.

De verdrogingsproblematiek heeft ook (vooral) grote gevolgen voor veelal zeldzame planten- en diersoorten. Verdroging bedreigt circa 40% van onze inheemse planten. Ook dieren, die voor hun voortplanting zijn aangewezen op specifieke grondwater- en/of kwel- afhankelijke plantensoorten (bijvoorbeeld insecten) worden in hun voortbestaan bedreigd. De bijzondere natuur mag niet verdwijnen en men dient er voor te zorgen dat het gebied zo sterk mogelijk wordt gemaakt. Het beheer moet snel verbeterd worden en er moeten weer sterke, aaneengesloten natuurgebieden komen door de watersituatie optimaal te maken.

afvoer van kwelwater aan de rand van  het Stramproyerbroek
Afwateringssloot in het Weerterbos

Er is de afgelopen jaren al veel werk verzet in de Weerter natuurgebieden. Over de behaalde resultaten heb ik in mijn blogs al een en ander verteld, maar men is er nog lang niet.....
In een van de genoemde gebieden, namelijk de Krang, is men momenteel bezig met de laatste fase bij en om de Leukerbeek. De werkzaamheden in het deelgebied Roukespeel zijn van groot belang voor het oplossen van de verdrogingsproblematiek aldaar. In een volgende blog zal ik hier wat meer over vertellen.

zondag 13 april 2014

Graaf van Hornepad

Als je wel eens in een van de in mijn blog beschreven natuurgebieden rondom Weert komt, zul je ongetwijfeld behalve het logo van de lange afstandswandeling Kempen-Broek, ook het blauw gele bordje van Wandelorganisatie OLAT gezien hebben op de paaltjes met routeverwijzingen.

Het Graaf van Hornepad voert je onder andere langs de Moeselpeel

Op de site van Midden-Limburg Actueel las ik op 7 april  onderstaand bericht:
"Wandel op 10 mei mee tijdens eerste Graaf van Hornepad wandeldag".

geel/blauwe bewegwijziering
"Het Graaf van Hornepad is de langst aangesloten wandeling rond Weert. Het pad is 93 kilometer lang . Na de aanleg van het nieuwe ecoduct over de A2 en werkzaamheden in natuurgebied De Krang is de route weer hele- maal zonder hindernissen of omleidingen te bewandelen. Ter gelegenheid van de start van het zomerseizoen vindt op zaterdag 10 mei een speciale Van Hornepad wandeldag plaats". 

"Verreweg de meeste wandelaars leggen het Graaf van Hornepad in drie of meer etappes af. Op zaterdag 10 mei loopt ultraloopster Riet Emans het pad echter in één keer. “Daarmee is de route op een bijzondere manier ingewijd en klaar om wandelaars uit heel Nederland te ontvangen”, aldus Theo Beelen. Riet Emans is lid van wandelvereniging OLAT. Ze start haar tocht om 6.00 uur vanaf het station in Weert, het officiële startpunt". 

Ook in de Trompetter/Land van Weert en op de site van Nederweert24 werd hier aandacht aan besteed.
Na de aanleg van het nieuwe ecoduct over de A2 en werkzaamheden in natuurgebied De Krang is het Graaf van Hornepad dus weer helemaal op orde en probleemloos te bewandelen. Terecht dat coördinator Theo Beelen en zijn team trots zijn op de heropening van dit wandelpad, dat is opgenomen in het landelijk netwerk van Wandelorganisatie OLAT.

Het ecoduct Weerterbergen is op 12 maart  geopend
De werkzaamheden aan de Leukerbeek zijn voltooid

Piet Hermans, voormalig vrijwilliger van het Weerter VVV, heeft in in 1993 een 78 km lange route rondom Weert ontworpen. Het pad werd genoemd naar de laatste graaf van Horne die in 1568 op bevel van Alva in Brussel werd onthoofd.
Niet lang daarna werd het pad door Theo Tromp als een officiële wandelweg ontworpen en opgenomen in de topogids van Olat. Theo Tromp was lid van de in 1967 opgerichte wandelsportvereniging "Ollandse Lange Afstand Tippelaars" uit het kerkdorp Olland (gemeente Sint-Oedenrode). Kortweg "Olat" genoemd. Dit is een wandelclub waar alle facetten van de wandelsport (ook lange afstand- en prestatiewandelaars) door geheel Nederland beoefend kunnen worden. Tromp wordt daarmee beschouwd als de geestelijk vader van het pad. Nadat deze route in eerste instantie werd uitgebreid tot een 103,5 km lange recreatieve wandelweg, werd ze in 1999 weer herzien en de afstand werd ingekort tot 93 km.

Het Graaf van Hornepad voert je langs het Grenskerkmonument in het Weerter Bos
Vooral de afgelopen jaren is in het landschap rondom Weert echter veel veranderd. De aanleg van nieuwe wegen en de afscherming van kwetsbare natuurgebieden dwong al eerder tot een aantal aanpassingen. Maar veel belangrijker zijn de verbeteringen en uitbreidingen die hebben plaatsgevonden in het grote aantal natuurgebieden dat Weert omringt. Niet alleen door de aanleg van goede paden, maar ook omdat voormalige landbouwgebieden teruggegeven zijn aan de natuur. Het zou doodzonde zijn om deze opgeleg- de kansen niet te benutten en deze nieuwe mooie plekjes niet in het Graaf van Hornepad op te nemen.

Voormalige landbouwgebieden aan de Kettingdijk zijn "teruggegeven" aan de natuur
Na overleg met Natuurmonumenten, Limburgs Landschap en het Belgische Natuurpunt over noodzakelijk geachte veranderingen en mogelijke verbeteringen, kon de nieuwe versie gepresenteerd worden in 2010. Deze vierde druk kan nu, na enkele kleine aanpassingen, nog steeds gebruikt worden.

De meidoorn in het voormalig landbouwgebied bij de Smeetshof staat al volop in bloei
Het Graaf van Hornepad doorkruist maar liefst 13 officiële natuurgebieden in Weert en Nederweert.
Ook loopt de route door het Belgische Stramprooierbroek en Smeetshof.

De route is verdeeld in 9 etappes:
NS Weert – Swartbroek (10 km)
Swartbroek – Tungelerwallen (9,1 km)
Tungeler Wallen – Stramproy (9,8 km)
Stramproy – Vosseven (8,9 km)
Vosseven – Laurabossen (10,1 km)
Laurabossen – IJzeren Man (14,4 km)
IJzeren Man – Meemorteldijk (8,2 km)
Blaakven – Grenskerkmonument (10,5 km)
Grenskerkmonument – NS Station Weert (11,8 km)

Men kan zelf bepalen welke (gecombineerde) etappes en hoeveel km. men gaat lopen. De geel-blauw gemar- keerde route is ook verkrijgbaar bij de plaatselijke VVV of kan besteld worden op boetiek@olat.nl
(prijs 10 euro + 1,80 euro verzendkosten).

zaterdag 2 april 2022

Laagbroek

Onlangs heb ik deelgenomen aan een wandeling in het Laagbroek in Swartbroek (gem. Weert). Die was gepland door Natuurmonumenten. Laagbroek is ruwweg het gebied tussen de onverharde Laagbroekstraat en Hulsweg. Natuurmonumenten heeft concrete plannen voor het gebied en tijdens de wandeling werden de geplande herstelmaatregelen toegelicht. Het is de bedoeling dat die in de tweede helft van 2022 worden uitgevoerd.

Hoogtekaart van de Krang met Roukespeel en Laagbroek

Oorspronkelijk is het Laagbroek een broekbos geweest dat een overstromingsvlakte was van de naastgelegen Tungelroysebeek. Door drooglegging in de beginjaren van de 20e eeuw is het moeras verdwenen, maar de benaming is gebleven.

Ik heb die naam altijd vreemd gevonden. Het Oudnederlandse woord broek, betekent “vochtig laagland, moeras”. Een broek ligt altijd laag. Laag t.o.v. zijn omgeving. Dat is ook wat je op de hoogtekaart goed kunt zien. Het woord Laagbroek bestaat dus eigenlijk uit twee woorden van dezelfde woordsoort. Men noemt dit een pleonasme. Een pleonasme is dus een uitdrukking waarin het ene woord iets benoemt wat ook al in het andere woord besloten ligt. Vergelijk het bijvoorbeeld met een witte schimmel, een zwarte neger en een oude bejaarde. De toevoeging “laag” heeft hier volgens mij dan ook niet de betekenis van “laag gelegen” , maar van slecht of waardeloos. De grond was vroeger namelijk in de ogen van de mensen nergens voor te gebruiken. Ook bij de secundaire waterloop “Leegbroek”, moet je bij het woord “leeg” volgens mij denken aan het Limburgse "lieëg" in de betekenis van minderwaardig of slecht.

Foto genomen op de Laagbroekstraat. Let op het grote hoogteverschil met de zandrug.

Het Laagbroek (in het zuiden) maakt samen met de Roukespeel (in het noorden) deel uit van het 325 ha. grote  natuurgebied de "Krang". De twee gebieden zijn van elkaar gescheiden door een hoge zandrug. Al gauw een verschil van ca. 3 m. Dat is goed te zien op de hoogtekaart en deze foto. Op deze zandrug is  al in de loop van de 16e eeuw het buurtschap (en huidige kerkdorp)  Swartbroek ontstaan. Tussen Pelmersheideweg, dat is de verbindingsweg tussen Swartbroek en Tungelroy, en de Laagbroekstraat zijn al vroeg kleinschalige ontginningen geweest en vind je er enkele akkers en weilanden/hooilanden. Vanwege de onvruchtbare grond zijn er op de zandrug echter vooral bomen geplant. Voornamelijk dennen en lariksen die bedoeld zijn/waren als productiehout.

Om het laag gelegen gebied droog te leggen heeft men er de nodige greppels en afwateringssloten moeten graven die het water afvoerden. Als eerste werd de  al in 1917 dwars door het gebied gegraven Noodbeek gebruikt voor  waterafvoer naar de Leukerbeek, maar vooral via waterloop "Leegbroek" kwam vanaf 1931 het overtollige water terecht in de Kranglossing. Deze mondt uit in de Tungelroyse beek.  De talloze greppeltjes zijn goed zichtbaar op de kaart van het Waterschap Limburg.
Met het opgeworpen zand uit de greppels werden de daartussen gelegen ruggen opgehoogd. Men noemt zulke ophogingen rabatten. De humusrijkere grond werd op het hoger gelegen rabat geschept om het gehalte organische stof te verhogen. De hoeveelheid organische stof werd versterkt doordat de greppels regelmatig werden schoongemaakt en de bagger op de rabatten werd uitgespreid.

Bij voorkeur werd een klein aantal smalle greppels en brede rabatten gegraven om zoveel mogelijk productief land over te houden. Maar de breedte en diepte en het aantal greppels per hectare was sterk afhankelijk van de drassigheid van het perceel. Hoe natter het perceel, hoe meer greppels en hoe smaller de rabatten. De greppelbreedte liep uiteen van 1-2 meter bij een diepte van 60 -70 centimeter.
Op de opgeworpen droge stroken werden bomen als ruwe berk, zomereik en zwarte els geplant. Die bomen werden vroeger vooral gebruikt voor hakhout (eikengeriefhout). De handel in hakhout was toen namelijk nog zeer lonend, totdat rond 1950 andere brandstoffen op kwamen. Ook de wilgentenen  in de natste stukken, die gebruikt werden in de mandenmakerijen,  raakten uit de gratie. Gevolg was dat de rabatten niet echt meer werden onderhouden en ook de houtopzichter die toezicht hield werd overbodig. De greppeltjes verlandden.      
Door de overvloedige regen van de afgelopen tijd is het op een aantal plaatsen nog steeds erg nat

Ooit was natuurgebied Laagbroek dus een kletsnatte natuurparel. Het was een doorstroommoeras met natuurwaarden waar men zich toen echter niet mee bezig hield. Het was een laagte waar het altijd veel te nat was en waar het water maar langzaam richting nabijgelegen Tungelroyse Beek stroomde. Men zag het daarom als een waardeloos, onbruikbaar gebied, een gebied waar je niets mee kon doen...
Het Laagbroek en ook de Roukespeel staan al vele decennia op een lijst van  TOP-gebieden.  Helaas is dat de top van sterk VERDROOGDE gebieden in Limburg!!!!!! En dat allemaal door menselijk toedoen. De belangrijkste oorzaken zijn namelijk de versnelde afvoer van het kwel- en regenwater en soms ook het doorbreken van ondoorlatende lagen. Ook de beregening door de boeren en winning van water voor drinkwater speelden/spelen hierin een rol. De grondwaterstand is de afgelopen eeuw dan ook fors gedaald, soms wel met enkele meters, met alle gevolgen van dien. 
Nu in maart zie je na de regenval van de afgelopen maanden nog  steeds in de laagste delen water in de slootjes tussen de rabatten staan, maar binnen afzienbare tijd zullen die droog komen te staan omdat het water via de waterlopen versneld afgevoerd wordt. Tenminste als er niet ingegrepen wordt.......... 
Ook doet zich het probleem voor dat bij wateroverlast in het omringende landbouwgebied via sloten nutriëntrijk - en vervuild grond- en oppervlaktewater in het gebied terecht komt.
Door de verdroging komen meer voedingsstoffen vrij waardoor het bos verruigd met onder meer bramen en brandnetels. Daardoor komen de karakteristieke plantensoorten van vochtige bossen in de verdrukking en verdwijnen langzaam maar zeker. Door het gebied zoveel mogelijk terug te brengen naar hoe het oorspronkelijk was (een nat, afwisselend en robuust gebied), zullen bomen als populier, eik en es teruggedrongen worden en plaats maken voor soorten als wilg en els. 
Al eerder werd de Noodbeek afgesloten, maar dat had niet het gewenste effect.
Door klimaatveranderingen nu én vooral in de toekomst krijgen we steeds meer en vaker te maken met extreme droogte en/of extreme natheid. Men wil dit voormalige doorstroommoeras gaan herstellen, zodat het sterk van water afhankelijke en kwetsbare gebied hersteld wordt en kan gaan functioneren als een natuurlijke klimaatbuffer. Met een klimaatbuffer wordt een gebied bedoeld dat na extreme regenval water op kan vangen, kan vasthouden en ook weer los kan laten als dat nodig is in drogere tijden. 
Geplande herstelwerkzaamheden door Natuurmonumenten
Natuurmonumenten heeft gekozen voor een geleidelijke aanpak. Men gaat dus niet rigoureus te werk. De maatregelen die je op het kaartje van Natuurmonumenten kunt zien, beïnvloeden alleen het Laagbroek zelf en hebben dus ook geen effect op de omliggende percelen. Het zijn:
1. Het dempen van de grote ontwateringssloten.
2. het graven van nieuwe greppels om nutriëntrijk water van de landbouwgebieden weg te voeren van het Laagbroek.
3. Duikers en boerenstuwtjes moeten zorgen voor het vasthouden en de gecontroleerde afvoer van het water.
4. Op meerdere plaatsen wordt een voorde (doorwaadbare plaats met een verstevigde bodem) aangelegd.
• De grotere ontwateringssloten (groen gekleurd op de kaart) die nu haaks liggen op de richting waarin het water door het gebied stroomt en zorgen voor de snelle afvoer van het water, worden gedempt. Bij de secundaire waterloop "Leegbroek" zorgt een stuw voor een gecontroleerde afvoer van water naar de Kranglossing. Door het dempen van de ontwateringssloten blijft het water in de greppels tussen de rabatten staan en blijft het gebied nat. Aan de greppels tussen de rabatten zelf wordt niets gedaan. Die worden afgedicht met dammetjes zodat het water niet ongehinderd kan wegstromen. Ze zullen in de loop der tijd verlanden en dichtgroeien. Dat dempen zou ook onbegonnen werk zijn, als je kijkt naar de talloze greppeltjes die je eerder al goed op de kaart van Waterschap Limburg kon zien.
• Er worden ook nieuwe greppels aangelegd, zodat voedselrijk en vervuild grond- en oppervlaktewater uit de omringende omgeving niet naar het gebied stroomt, maar wordt afgevoerd naar de Tungelroyse beek. Dat gaat bijvoorbeeld gebeuren bij de sloot langs een akker bij de Hulsenweg. Het water in die greppel komt nu terecht in het Laagbroek, maar dat zal aangepast worden, zodat er in het vervolg wordt afgewaterd op de verderop gelegen Hulsweglossing, die haar weg naar de Tungelroyse beek vindt via de secundaire waterloop Grootven.
In de secundaire waterloop "Leegbroek" wordt het water vastgehouden mbv een stuw
• Door het aanleggen van duikers en boerenstuwtjes wordt bij een goed stuwbeheer het goede waterpeil onder controle gehouden en wordt voorkomen dat gebiedseigen water ongehinderd uit het gebied stroomt en nutriënt omgevingswater in het gebied terecht komt.
• De voorden die aangelegd worden in de tussenliggende laaggelegen en natte "hooilandjes" (!!) zorgen dat het gebied toegankelijk blijft ivm werkzaamheden.

Allerlei broekbosplanten, waaronder o.a. zeggensoorten, en diersoorten die van oudsher in het gebied te vinden en te horen waren, zullen door de “groene sponswerking” weer een impuls krijgen en een bijdrage gaan leveren aan een afwisselend, biodivers en robuust gebied, zoals  dat ooit moet zijn geweest.
Dat is niet alleen aantrekkelijk voor wandelaars en natuurliefhebbers, maar is ook vooral van levensbelang voor kwetsbare planten- en diersoorten.

Blogarchief