Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Translate

Volgers

maandag 28 januari 2013

Struintocht naar kadavers.

In mijn blog “dood doet leven” van dinsdag 18 december, heb ik al verteld over de belangrijke functie van kadavers in de natuur. Daar hoef ik dus verder niets meer aan toe te voegen, ware het niet dat er helaas amper grote kadavers te vinden zijn in onze natuurgebieden. Meer regels, het opruimen van wilde aangereden dieren, vrees voor het ontstaan van ziekten en onze afkeer van “dood” hebben geleid tot een kwijnend bestaan van de “opruimploegen in de natuur”. Op de poster, die ik op de blog van 18 december heb geplaatst, kun je zien hoeveel dieren profiteren van kadavers en er zelfs van afhankelijk zijn.


Met het project “dood doet leven" laten Ark Natuurontwikkeling en andere natuurinstanties (ook Belgische) ons dit belang zien en ze doen er dan ook alles aan om dit tij te keren en dode dieren in de natuur tot de gewoonste zaak van de wereld te maken. Zo worden regelmatig in grote natuurgebieden, dus ook in Kempen-Broek, aangereden wilde dieren terug gebracht.
Struintochten en media-aandacht, zoals het vastleggen met camera zodat iedereen op internet mee kan kijken, zorgen ervoor dat het interessante verhaal van "recycling in de natuur" verteld wordt.

Gisteren heeft Ark over dit thema een excursie gehouden in Kempen-Broek. Om precies te zijn: bij de Graus en Stramprooierbroek. Interessant genoeg voor mij en ca. 20 anderen om hier aan deel te nemen. Dat gisteren ook nog eens de dooi inzette was eigenlijk wel gunstig, want de kadavers waren de afgelopen weken vanwege de vorst en de sneeuw niet te zien (en te ruiken). Ook niet voor de aaseters. Het was even doorbijten, maar uiteindelijk deerde de regen en modder niet, want “slecht weer bestaat niet, slechte kleding wel” (zoals een Ark-medewerker altijd zegt). Dus dik gekleed en met de laarzen aan gingen we om half 2 op pad onder leiding van Bart en Gaby. Deze twee wisten veel interessants en boeiends te vertellen. Een goed initiatief van Ark.

Als eerste gingen we naar de Graus, waar de das (die ik op 18 december op de blog heb geplaatst!!) er nog zo goed als onaangetast lag. Ook al wilden ze, wat kunnen de (kleinere) aaseters met zo’n diepvriesproduct… Daar zal na het doorzetten van de dooi wel snel verandering in komen. Een stukje verder lag een boommarter, die wel al gevonden was door een dier; hij miste namelijk een oog. Waarschijnlijk volgens Bart een bezoekje van een kraai of buizerd, want deze weke delen worden altijd het eerst aangevreten/uitgepikt.



Daarna gingen we naar het Stramprooierbroek, naar een plek waar men vorige week (?) een ree heeft neergelegd. Dit was echter (nog steeds) niet aangevreten. Een stuk verder (in de Houtbroek), lag een ree dat daar al voor de vorst en sneeuw was neergelegd en daar was nagenoeg niets meer van over. Op de foto's is dat maar al te goed te zien. Bart en Gaby wisten hier weer veel boeiends over te vertellen en wezen verder o.a. op sporen van bezoekende aaseters.
Bij dit dier is een camera opgesteld, waar binnenkort beelden van op de site Dooddoetleven worden geplaatst. Daar zijn ook archiefbeelden op te vinden.

Na afloop werd in brasserie het Vosseven een kop koffie aangeboden en Gaby had, voor wie wilde, voor wat gevriesdroogde meelwormen gezorgd.
Deze boeiende, interessante en leerzame middag werd afgesloten om 16:30 uur. Een bedankje aan Bart en Gaby is wel op zijn plaats; dit waren medewerkers van Ark en Natuurmonumenten die wisten waar ze het over hadden.








Voor degenen die dit ook eens van dichtbij willen bekijken, plaats ik er dit plattegrondje bij.
De witte kruisjes geven aan waar de dieren liggen.
En denk er aan: NIET AANRAKEN....

vrijdag 25 januari 2013

Veldkruis Weerterbos

Het kruis is moeilijk te zien vanaf de omheining bij het Achterste Hout
Bij de Grashut in het Weerter bos staat een kruis van gegoten ijzer op een cementen voet. Het zogenaamde “Smeetskruis”. Vanwege de edelherten die er lopen, is deze voormalige landbouwenclave omheind en verboden terrein. Wandelend langs de omheining aan het Achterste Hout heb ik het kruis, zij het met enige moeite, kunnen vinden. Ik wilde dat kruis wel eens van dichtbij bekijken en hoewel het binnen de omheining staat, heb ik de (stoute) schoenen aangetrokken en ben op zoek gegaan. Voor één keertje moet dat toch kunnen.....

Oude Graaf

Ik ben vanaf de Brensbrug langs de Oude Graaf gelopen tot ik bij de bosschages aankwam waar het kruis ergens moest staan. Na een korte zoektocht vond ik het. Ietwat verscholen op een perceel, waar afgelopen voorjaar praktisch alle bomen zijn gerooid en de grond helemaal omgewoeld is. Men is er niet bepaald zachtzinnig te werk gegaan. Nog een wonder dat het kruis is blijven staan. Oorspronkelijk moet hier nog een paadje zijn geweest, maar daar was nu niets meer van te merken.
In 1977 is het kruis voor het laatst grondig opgeknapt door het Limburgs Landschap, maar het verkeert nu toch weer in slechte staat en het is triest als je ziet hoe het daar staat. Het is hoog tijd dat hier iets aan wordt gedaan, want het zou jammer zijn als dit aandenken uit het verleden zou verdwijnen.

De tekst is niet helemaal goed leesbaar meer, maar je kunt er wel goed uit opmaken waarom het kruis hier geplaatst is:

"Bid voor de ziel van Zaliger
Wilhelmus Smeets
weduwnaar van
Elisabeth v Kranenbroeck
geb. te Weert 6 oct. 1842
en op deze plaats plot-
seling overleden 19 Sept. 1916"

Het kruis is dus genoemd naar Wilhelmus Smeets die in 1916 op die plek is overleden en het is daar door de kinderen geplaatst ter nagedachtenis aan hun vader, die tijdens werkzaamheden in het bos door een beroerte werd getroffen.

Op het kruis staan 3 symbolen waarmee men de herinnering wil bewaren aan iemand die plotse- ling is overleden: Bovenaan zie je de Heilige Barbara, patrones van een plotselinge en onvoorziene dood,helemaal onderaan staat Sint Petrus met het levensboek en de sleutel van het hemelrijk in de hand, en daar tussenin een zandloper als symbool van de voortschrijdende tijd.


detail
In het weekblad “Kanton van Weert” van september 1916 lezen we het volgende:

“De 70- jarige Wilhelmus Smeets te Laar onder de gemeente Weert ging jongstleden dinsdag naar het Weerterbos om *pakgras te snijden.
Toen hij des avonds en in de nacht niet terug kwam, werd naar hem gezocht o.a. door zijn zoon Cornelis, en deze vond jongstleden woensdag zijn vader overleden, liggende in het Weerterbos, ter plaatse waar door hem pakgras was gesneden. Cornelus begaf zich onverwijld tot den nabij wonende landbouwer Sjaak Fidelaers (ofwel Sjaak uut 't Brook) en nadat ook deze zich van het overlijden van vader Wilhelmus Smeets overtuigd had, gaven de mannen van deze treurige bevindingen onverwijld kennis aan de Gemeentepolitie.

Bij onderzoek door politiemannen ingesteld, bleek dat deze man was overleden zonder dat eenige uiterlijke geweldpleging tegen hem was geschied; bij dat onderzoek bevond de politie tevens, dat de overledene bij zich droeg eene som van f 252,08 aan Nederlands geld en 7 Mark aan Duits geld.

Het lijk van Wilhelmus Smeets werd daarna overgebracht naar zijn woning op Laar, alwaar de geneesheer de lijkschouwing verrichtte en constateerde, dat de man plotseling was overleden als gevolg eener beroerte”


* pakgras is (gedroogd) hennegras, dat gebruikt werd voor het inpakken van voornamelijk porselein.


Grotere kaart weergeven

woensdag 23 januari 2013

Abeek en/of Lossing?

Voor mijn verjaardag heb ik van de kinderen het boek:
“De Abeek; levensader van beide Limburgen” gekregen.
In dit prettig te lezen en prachtig geïllustreerd boek wordt zeer gedetailleerd het belang van de Abeek in het verleden beschreven en hoe de situatie nu is.

Het watersysteem van de Abeek is door de mens in de loop der tijd ingrijpend gewijzigd:

* Tussen 1865-1875 werd de Lossing of Emissaire gegraven om een aantal moerassige gebieden zoals Smeetshof en Stramprooierbroek te ontwateren. Deze 25 km lange kunstmatige loop mondde bij Ophoven uit in de Maas. Vanaf 1930 kon de bovenloop van de Lossing het water uit Veldhoven, Kreyel en Smeetshof kwijt in de Nederlandse Raam, een kunstmatige “gracht” dwars door het Wijffelterbroek.

* In de periode 1960-1970 zette Nederland uit economische overwegingen een volgende (naar men nu steeds meer beseft) funeste stap: Men was in die tijd de mening toegedaan dat water zo snel mogelijk moest worden afgevoerd en de beek werd (met name na sterk aandringen van Stramproyenaren die grond op Belgisch grondgebied hadden), over grote stukken gekanaliseerd en stuwen werden verwijderd. Hierdoor zakte het peil van de Abeek/Uffelse beek en besloot men ook de overbodig geworden watermolen net over de grens (Uffelse molen) op te heffen.

* Deze ingreep bracht de Belgen dan weer op ideeën: deze konden nu het water van de Lossing via de oude Abeekbedding naar de Maas in Nederland laten vloeien, in plaats van via de Belgische "kunstgreep" naar de Maas in Ophoven. De eigenlijk overbodig geworden loop van de Lossing naar Ophoven kreeg echter meteen een nieuwe bestemming: het water van de Abeek afvoeren naar Ophoven. Zo loopt het water van de Abeek dus sinds eind jaren 60 door de Lossing en het water van de Lossing door het stroomgebied van de Abeek. Dit gebeurt bij "derde kruising", de zogenaamde Zigduiker. Hierdoor raakte de Abeek feitelijk afgesneden raakte van haar natuurlijke loop.

Situatie Abeek en Lossing na 1970
Nu wordt heel anders over waterbeheer gedacht en blijkt deze omwisseling van Abeek en Lossing het grootste knelpunt voor het goed functioneren van het watersysteem te zijn. In mijn blog: "de grens is maar een streep" vertel ik meer over het belang van de Abeek (en Lossing) in met name het Stramproyerbroek.
Essentieel voor een ecologisch herstel van de Abeek is het terug laten stromen van het Abeekwater door de natuurlijke vallei. Dit kan als de "tweede kruising" (de Broekduiker) opgeheven wordt. Dan kan de ecologisch zeer waardevolle bovenloop van de Abeek opnieuw verbonden worden met de Uffelse beek, de historische benedenloop van de Abeek op Nederlands grondgebied.Dit kan enkel door een gezamenlijk beheer van Nederlandse en Belgische zijde, zodat de beek weer een beek van en voor mensen kan worden, maar ook van planten en dieren die in de beek of op de oevers ervan leven.

Bronnen:
Paul Capals e.a. De Abeek, Levensader van beide Limburgen.
Natuurpunt Meeuwen-Gruitrode & Peer: Geschiedenis Abeek.
Bij de blog over het Stramprooierbroek vind je hierover nog wat meer gegevens.

De Abeek mondt nu nog in Ophoven uit in de Maas (bij de "Spaenjerd")



maandag 21 januari 2013

Ecologische Hoofdstructuur (EHS)

Vandaag, 21 januari, stond in de krant het volgende bericht:

WEERT – OVERLAST A2 DOOR AANLEG ECODUCTEN.
"De aanleg van ecoducten over de A2 en het spoor ter hoogte van restaurant De Wildenberg in Weert begint vandaag en zal tot verkeershinder leiden. Ook noordelijker zal het werk aan de weg vertraging veroorzaken. Bij de aanleg van de ecoducten, die de natuurgebieden Weerterbos en Weerter- en Budelerbergen moeten verbinden, verwacht initiatiefnemer ProRail geen hinder van de vorst. Om de ecoducten aan te leggen zal in ieder geval in het weekend van 27 en 28 april geen treinverkeer tussen Weert en Eindhoven mogelijk zijn. Dat is nodig voor het plaatsen van de leggers, dat ook op de A2 moet gebeuren".


Ontwerptekening ecoduct (bron: ProRail)
De overspanning over de A2 wordt, vanuit de richting Weert komend, zo'n 50 meter voorbij het restaurant aangelegd. Het ecoduct wordt zes meter hoog en vijftig meter breed. Dieren kunnen door het ecoduct veilig over de A2 en de spoorlijn Weert-Eindhoven oversteken. De beplanting op het bouwwerk zal dezelfde zijn als in de ernaast gelegen bossen. Het project is vergelijkbaar met het ecoduct tussen Boxtel en Best en gaat ongeveer 7 miljoen euro kosten. Er is nog geen eensgezindheid of de edelherten die zich binnen de afrastering bij de Grashut bevinden, hier ook gebruik van gaan maken

Het ecoduct speelt een rol van betekenis in het landelijk netwerk van met elkaar verbonden natuurgebieden, dat de Ecologische Hoofd Structuur wordt genoemd. Kortweg EHS.

In de jaren vijftig van de vorige eeuw ontdekten de Amerikaanse onderzoekers MacArthur en Wilson dat er op eilanden minder soorten planten en dieren voorkwamen, in vergelijking met precies even grote stukken vasteland in de buurt van die eilanden. Bovendien gold: hoe kleiner het eiland en hoe verder van dat vasteland vandaan, des te sterker dit effect. Later werd aangetoond dat dit niet alleen geldt voor eilanden, maar ook voor natuurgebieden die in een compleet ontgonnen of bebouwde omgeving liggen.

Met andere woorden: hoe kleiner onze natuurgebieden en hoe verder ze af liggen van andere natuur- gebieden, des te groter is de kans dat er soorten uitsterven. Ook al doen we nog zo ons best in het beheer.

versnippering van  "droge" en "natte" natuur in Nederland
Aantasting en versnippering van leefgebieden behoren dus tot de belangrijkste bedreigingen van biodiversiteit. Er zijn niet veel landen waar de ruimte voor de natuur zo onder druk staat als juist in Nederland; de natuurgebieden zijn te klein en te versnipperd. Daardoor kunnen planten en dieren maar moeilijk overleven. Veel soorten staan op rode lijsten en worden met uitsterven bedreigd. We kunnen dit voorkomen door natuurgebieden met elkaar te verbinden en ze te vergroten. Door wereldwijd ecologische netwerken te creëren wil men deze bedreiging het hoofd bieden. Binnen Europa is afgesproken een Europees netwerk te creëren: "Natura 2000". 
Binnen Nederland wordt de Ecologische Hoofd Structuur (EHS) het belangrijkste netwerk: het creëren van een netwerk dat functioneert als één groot natuurgebied door grote(re) robuuste natuurgebieden met elkaar te verbinden. Hiervoor moet grond aangekocht of geruild worden en ecoducten, zoals nu bij de Wildenberg, en faunapassages zoals loopplanken onder bruggen en duikers, worden aangelegd. Dit netwerk van “droge” en “natte” natuur vormt na realisatie één aaneengesloten netwerk, dat tevens over de grenzen van ons land aansluit bij het Pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN).

In veel natuurgebieden liggen nog stukken grond die herstel van de natuur tegenhouden. Van de 345 natuurgebieden van Natuurmonumenten, zijn er 58 gebieden aangewezen die in feite “op slot zitten en waar de natuur niet verder komt”. Voor Limburg zijn er 8 gebieden aangewezen. De Nationale Parken, zoals Groote Peel, Meinweg en Maasduinen, horen er ook bij, maar zijn hier niet bij geteld.

De EHS is dus een netwerk van grote en kleine natuurgebieden, waarin de natuur (plant en dier) voorrang heeft en wordt beschermd. Daarmee wordt voorkomen dat natuurgebieden geïsoleerd komen te liggen en dieren en planten uitsterven en dat de natuurgebieden zo hun waarde verliezen. De EHS kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur.

Door de knelpunten op te lossen sla je drie vliegen in één klap:
1. We zorgen er voor dat planten en dieren ongehinderd naar een ander gebied kunnen gaan en zich kunnen verspreiden als hun leefgebied (tijdelijk) ongeschikt wordt.
2. Een groot aantal natuurgebieden heeft te kampen met een tekort aan water. Vaak is het niet mogelijk om weer voldoende water in die gebieden te krijgen, omdat er nog landbouwpercelen liggen. Terwijl landbouwgrond gebaat is bij snelle afvoer van water, is het voor de natuur juist nodig water zo lang mogelijk vast te houden. Als de overheid die schakels koopt, kan het waterpeil voor de natuur snel hersteld worden en wordt tevens gezorgd voor een waterbuffer in natte tijden.
3. We kunnen er voor zorgen dat mensen de groene omgeving (met fiets-, ruiter- en wandelpaden), krijgen, die ze nodig hebben om te recreëren.

Kortom: de EHS heeft alleen maar winnaars……


Mocht je er wat meer over willen weten, dan kun je nog de digitale versie bekijken van het boek 'Publiek geheim, het succes van de EHS', dat door Staatsbosbeheer, De12Landschappen, de Federatie Particulier Grondbezit, Nationaal Groenfonds en Natuurmonumenten is uitgebracht.

Klik dan wel even op het plaatje.

De meeste natuurgebieden in Weert vallen onder de EHS.  In de blog: Natuur(gebieden) in Weert , vind je een kaartje met daarop de natuurgebieden die onder de EHS vallen. Ook andere gebieden die daar buiten vallen, heb ik er op gezet om zo een totaalbeeld te krijgen.

********** P.S. In maart 2014 is "Ecoduct Weerterbergen" geopend. Hierover heb ik een blog geplaatst.
Wil je die lezen, klik dan op deze link.
**********

vrijdag 18 januari 2013

TaurOssen krijgen hapje extra

Op 't Luuëke, d'n Oetslaâg en Siëndonk (in de omgeving van het Vosseven), krijgen de TaurOssen deze week extra hooi. Gewoonlijk kunnen deze runderen prima zelf de winter doorkomen, ook bij vorst en sneeuwval. Dit kan vanwege de reserves die ze opgebouwd hebben; ze teren in de winter in op hun vetlaag, die ze in de zomer hebben opgebouwd. De dieren worden in deze periode uiteraard nog beter in de gaten gehouden om te zien, of hun conditie goed blijft en het was al snel duidelijk dat ze te weinig voer binnen kregen.

Ecolanders op 't Luuëke

Vanwege het barre weer (de vele sneeuwval van de afgelopen dagen, de vorst en de grote wateroverlast bij d'n Oetslaâg), is er binnen de omrasterde percelen gewoon te weinig voedsel te vinden, of de dieren kunnen er vanwege de sneeuw niet bij. Hoewel normaal gesproken dus niet bijgevoerd wordt, hebben de beheerder van de dieren - FREE Nature - en natuurorganisatie ARK, nu besloten de TaurOssen, voor zolang dat nodig is, met hooi bij te voeren. Als de sneeuw verdwenen is, zal dit niet meer nodig zijn. Zoals je ziet maken deze Ecolanders op 't Luuëke hier dankbaar gebruik van.

Zolang de gebieden versnipperd liggen en de dieren binnen afgerasterde percelen lopen, is de kans dat ze niet voldoende voedsel kunnen vinden, groter. In sommige gedeelten, zoals 't "Kwaoj Gaât", dat vorig jaar onttrokken is aan de landbouw en van de toplaag is ontdaan om natuurontwikkeling mogelijk te maken, staat op dit moment waarschijnlijk ook (te) weinig vegetatie, want daar lopen al een tijdje geen runderen. Deze dieren zijn al een tijd geleden overgebracht naar 't "Brook".



Maremmana primitivo stier op Siëndonk

Sayaguese kruising op Siëndonk

maandag 14 januari 2013

Ommetje Romeinse brug

De meanderende beek vanaf de Heltenbosdijk
Het waterschap heeft sinds 2005 veel werk verricht aan de Tungelroyse Beek. In "Tungelroyse Beek; schoon water op voorraad" heb ik hier al een en ander over verteld.
De beek is op veel plaatsen heringericht en weer slingerend gemaakt, zodat de natuur weer haar vrije gang kan gaan.

Tegelijkertijd zijn de beekbodem en oevers gesaneerd, die in het verleden ernstig vervuild waren geraakt met cadmium en zink. De oorzaak hiervan was het gedurende ongeveer 100 jaar continue lozen van vervuild water vanuit België en de zinkerts verwerkende industrie in Dorplein.

De meanderende beek met op de achtergrond de Romeinse brug

Tijdens werkzaamheden aan de beek tussen Maaseikerweg en Vlootmolenweg, werden resten blootgelegd van een houten brug uit de Romeinse tijd. Volgens deskundigen is het de eerste keer in Nederland dat een dergelijke brug uit het begin van onze jaartelling is gevonden. Jaarringonderzoek aan de eikenhouten resten heeft aangetoond, dat de bomen in 27 na Chr. zijn omgehakt. Ook is er een Keltische munt gevonden uit de eerste eeuw na Christus.
Deze vondst inspireerde archeologen en de dorpsraad van Tungelroy tot een reconstructie van de brug in 2008. Om de resten van de juiste vindplaats niet te beschadigen is de reconstructie op enige afstand van de oorspronkelijke plaats over de Beek geplaatst. Hoewel men natuurlijk nooit precies weet hoe de brug er uit gezien heeft, laat deze replica ons toch een mooi stukje geschiedenis zien van de Tungelroyse Beek in het verre verleden.



De Dorpsraad van Tungelroy heeft gezorgd voor een interessante wandeling van 3 of 4 km rondom het dorp, waar uiteraard ook de brug onderdeel van uit maakt; het “Ommetje Romeinse Brug” .
De directe omgeving van de brug wordt begraasd door galloway- runderen en ik heb er ook beversporen gevonden. Al met al de moeite waard om eens naar toe te gaan.

Dit ommetje kan eventueel ook gecombineerd worden met een ander ommetje vanuit het naburige Stramproy, nl. “Ommetje Linjer Brögske”.


In 2010 is het Ommetje Romeinse Brug genomineerd voor de Passie op het Platteland-prijs. Het is een van de elf genomineerde projecten, die in het kader van het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 (POP2) met financiële steun van de Europese Unie is uitgevoerd. Deze prijs wordt uitgereikt om de aandacht te vestigen op plattelandsprojecten, die met steun van de Europese Unie bijdragen aan een mooier, groener en vitaler platteland. Hier is een filmpje van gemaakt. Helaas heeft men niet gewonnen.




Grotere kaart weergeven

zaterdag 12 januari 2013

Teveel bevers in Nederland? Nee dus......

Elk jaar wordt een "zoogdier van het jaar" gekozen. Dit jaar de steenmarter. Vorig jaar de bever.
Onlangs vertelde een kennis mij echter, naar aanleiding van het stukje dat ik had geschreven over “beversporen in Smeetshof”, dat hij gehoord had dat er al te véél bevers waren!!!

Ik heb hem kunnen uitleggen dat de berichten, die de diverse media op 13 november 2012 naar buiten hebben gebracht, niet juist waren. Ze schreven het volgende:
“Teveel bevers in Nederland".
De bever is in 1988 opnieuw uitgezet in de Nederlandse natuur. En met succes, want ondertussen leven er zo'n 600 dieren op verschillende plekken in het land. Als natuurbeheerders niet ingrijpen, zijn het er over 20 jaar zeker 7000. De bever begint overlast te veroorzaken. Dat stelt de Zoogdiervereniging, die dinsdag met waterschappen en het Faunafonds praat over maatregelen tegen de schade die bevers veroorzaken”.


Gelukkig reageerde de Zoogdiervereniging al de volgende dag, om dit nieuws te ontzenuwen.
Hun reactie kwam blijkbaar jammer genoeg niet voldoende onder de aandacht, zodat zo’n bericht een eigen leven is gaan leiden. Helaas.
Het moge duidelijk zijn dat het volkomen onterecht is, dat er teveel bevers zouden zijn en dat deze veronderstelling enkel is gebaseerd op berichten in de media die niet klopten........

In deze blog wil ik nog eens de aandacht vestigen op de reactie die de zoogdierenvereniging gaf:
“Op diverse websites en in een aantal kranten is gemeld dat de Zoogdiervereniging stelt dat het ‘te’ goed gaat met de bever en dat nu maatregelen moeten worden genomen. Dat is zeker niet het geval. Helaas is de boodschap niet altijd goed opgepakt door de pers. Het gaat zeker niet ‘te’ goed met de bever. Sterker nog: mits je ze de ruimte geeft, kunnen er zelfs nog veel meer bevers bij, want voor een robuuste populatie op de lange termijn is een verdere groei belangrijk.”
Wij vinden wel dat waterschappen, Rijkswaterstaat en natuurbeheerders realistisch moeten zijn en vooruit moeten kijken. Door de komende jaren enkele relatief eenvoudige en goedkope maatregelen te treffen in het landschap, kunnen de bevers zich verder blijven verspreiden en kunnen eventuele problemen in de toekomst worden voorkomen. Sinds de bever in 1988 is uitgezet in de Biesbosch, heeft deze zich verspreid over grote delen van ons land. Het is de verwachting dat dit ook de komende jaren doorgaat. Dit is goed nieuws. Niet alleen voor mensen die graag van bevers willen genieten, maar ook voor de natuur. De bever zorgt namelijk voor een vergroting van de biodiversiteit, want veel andere soorten profiteren van het omknagen van bomen en het bouwen van dammen door de bever".


DE TOENAME VAN DE BEVER IS DUS GOED NIEUWS..... Maar tegelijkertijd vindt de Zoogdier- vereniging het belangrijk om vooruit te kijken. Als de groei van de beverpopulatie in Kempen-Broek doorzet, wordt de kans op overlast in de toekomst wel groter, omdat er plekken zijn in het landschap die nog niet geschikt gemaakt zijn voor de bever. Overlast is meestal te voorkomen. Maar dan moeten waterschap, Rijkswaterstaat, provincie, terrein- beheerders en landbouwers wel tijdig de juiste maatregelen nemen. Dan kunnen we allemaal blijven genieten van deze “landschapsarchitect”.

In deze blog heb ik duidelijk willen maken, hoe snel mensen klaar staan met hun oordeel en hoe attent ARK en alle andere belanghebbenden daarop moeten zijn, om de bever in Kempen-Broek een eerlijke kans te geven .........

woensdag 9 januari 2013

Baileybrug op de Weerterheide

Ten oosten van het ruim 900 ha. grote natuurgebied de “Weerter- en Budelerbergen” ,ligt (links en rechts van de Geuzendijk) aansluitend de Weerterheide. Het grootste deel is eigendom van het Ministerie van Defensie. Het gebied is vrij toegankelijk.

Het zuidelijk deel bevindt zich achter vakantiepark de Weerterbergen, tussen Geuzendijk en de IJzerenrijn spoorweg. In het noorden van dit gebied, tussen Geuzendijk en A2, bevindt zich de Duitse Legerplaats Budel, met de Nassau-Dietzkazerne. De kazerne is sinds een aantal jaren gesloten, maar het gebied wordt nog steeds door de Nederlandse defensie gebruikt als militair oefenterrein. Behalve zandverstuivingen zie je er vooral strak aangelegde naaldboompercelen, wat heidevelden en met pijpenstrootje begroeide stukken.
Over het gebied verspreid zijn ook kleine heideveldjes. Op deze veldjes en bij de overgangen tussen de heide en bosgebieden zijn veel vlinders te vinden. Op een zonnige dag is de kans groot hier het bont dikkopje en de heivlinder te zien vliegen. In de wat meer gemengde bossen komt de zeldzame grote weerschijnvlinder voor.


Toen ik tijdens een wandeling in het gebied, terecht kwam bij het bosvennetje dat vlak bij de Duitse schietbaan ligt, zag ik tot mijn niet geringe verbazing, dat er een baileybrug lag.
Deze brug blijkt te zijn gebouwd door de genisten van het 11e Pantsergeniebataljon in Wezep en is op 10 februari 2011 in gebruik genomen ter nagedachtenis aan de in Afghanistan gesneuvelde sergeant Martijn Rosier. Sergeant-1 Rosier was groepscommandant van 111 Pantsergeniecompagnie.
Hij sneuvelde op 26 augustus 2007 in Afghanistan tengevolge van een aanslag met een bermbom.

De locatie voor de brug is niet toevallig gekozen, want deze sergeant heeft zijn opleiding genoten bij de KMS te Weert, die veel gebruik maakt van het oefenterrein. Tijdens de opleiding wordt in het kader van de vorming van de aankomend onderofficieren bij de "Martijn Rosierbrug" stilgestaan bij de risico’s die het militaire beroep mee kan brengen.

Als defensie het gebied verlaat kunnen natuurontwikkelingsprojecten worden uitgevoerd. Op het zuidelijk gedeelte tot aan de IJzeren Rijn Spoorweg, worden momenteel al diverse onderhoudswerkzaamheden door Vereniging Natuurmonumenten uitgevoerd in het kader van stuifzand- en heideherstel.

Het gebied behoort tot het Natura 2000-gebied Weerter- en Budelerbergen & Ringselven, dat onderdeel is van een nog groter gebied, namelijk het grensoverschrijdende natuurpark Kempen- Broek. Dat maakt weer deel uit van het landelijke EHS-beleid. Natura 2000 is een netwerk van beschermde natuurgebieden op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie. Dit netwerk vormt de hoeksteen van het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen, het is dus belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Doelstelling is dat het verlies aan soorten planten en dieren in 2020 is gestopt en zo veel mogelijk is hersteld.



In de komende jaren zal het gebied verbonden worden met aangrenzende natuurgebieden.
Zo wordt er een ecoduct aangelegd over de snelweg A2 en de spoorlijn Eindhoven - Weert nabij wegrestaurant De Wildenberg op de provinciegrens met Noord-Brabant. De Weerter- en Budelerbergen worden hiermee verbonden met het Weerterbos.
Er is al gestart met de aanleg van dit ecoduct, maar de activiteiten liggen momenteel (9 januari) stil. Men zal binnen niet al te lange tijd de werkzaamheden hervatten. De planning is dat het ecoduct in maart 2014 wordt geopend. Hier zal ik nog op terugkomen.

In het zuiden zullen de Weerter- en Budelerbergen verbonden worden met de Laurabossen.
Daarom zal ook een ecoduct/ faunapassage aangelegd worden over de  N564 en de Zuid-Willemsvaart. Wanneer de aanleg van dit ecoduct start is (nog) niet bekend.

Links een kaartje van het gebied met een
uitgestippelde wandelroute.









Blogarchief