Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Translate

Volgers

woensdag 18 december 2013

Waarom is het water van het blauwe meertje zo blauw?

Elke keer als ik een bezoek breng aan het Blauwe Meertje in het IJzerenmangebied, sta ik vol bewondering te kijken hoe blauw het water is. Eigenlijk vreemd. Hoewel water een kleur lijkt te hebben, is het doorzichtig Vanuit de lucht en ook vanaf de kant zien we een blauw meer, maar als we er zelf in staan, of erin gaan zwemmen, dan is het water ineens doorzichtig en helemaal niet blauw.

“Waarom lijkt dat water dan zo blauw?” vraag je je af. Het antwoord is weerspiegeling.

Water heeft bij het vallen van de avond de kleur van de ondergaande zon
De kleur bestaat uit licht dat terugkaatst. Overdag de kleur van een blauwe of grauwe hemel en ‘s avonds de kleur van de ondergaande zon. ’s Nachts is het water donker als de nachthemel, met soms een streep melkwit maanlicht eroverheen en een witte glans als er golfjes zijn.
Conclusie: De kleur van het water is een reflectie van de kleur van de lucht.

De blauwe kleur in het water ontstaat overdag door de zon. Bij helder weer, met fel zonlicht, ziet het water er blauwer uit dan bij bewolkt weer. Vooral in tropische landen is dit ook heel goed te zien.

Dus hoe feller de zon, hoe blauwer het water…... Dat de weersgesteldheid voor een groot deel de kleur van het water bepaalt, is te zien op onderstaande foto’s.

IJzerenman met bewolkte lucht
IJzerenman bij helder weer en zonlicht
Blauwe meertje met bewolkte lucht
Blauwe meertje bij helder weer en zonlicht

Een volledige regenboog tijdens onze vakantie in Kessel
Licht dat van de zon af komt, is wit.

Wit licht bestaat echter uit kleuren, waar- onder dus ook blauw. Dat is goed te zien met bijv. een prisma, of bij een regenboog. Wanneer het (wit) licht “gebroken” wordt door water, ontstaat een diversiteit aan kleuren in een indrukwekkende boog.

Men heeft het altijd over 'de zeven kleuren van de regenboog', maar meestal kom je niet verder dan zes: rood, oranje, geel, groen, blauw, en paars. Indigo is dan de 7e kleur.

We kunnen die regenboog alleen zien als er  vocht in de lucht zit en de zon schijnt. De regenboog is dan ook geen tastbaar iets, maar een weerspiegeling. Het zonlicht valt op de druppels water in de lucht en zorgt zo voor een kleurrijke regenboog.

*** Is het je trouwens ooit opgevallen, dat de volgorde van de kleuren bij twee regenbogen tegengesteld is; de rode randen van de beide bogen wijzen naar elkaar toe...... Een ander kenmerk van het volledige regenboog- verschijnsel is de donkere hemel tússen de bogen.

Zonnige dag bij de centrale zandwinning in november 2013
Terug naar mijn verhaal…….
De zon straalt dus verschillende kleuren zonlicht uit. Het licht dat verder door de atmosfeer gaat, wordt afgebroken, omdat er steeds meer licht van andere kleuren wordt geabsorbeerd. Dit wordt  Rayleighverstrooiing genoemd.  Een deel van het licht dringt ook een eind het water in, waar het  wordt  verstrooid en terugkaatst. Het wordt als het ware “opgeslorpt”. Door het water zelf, maar vooral door de opgeloste en zwevende stofdeeltjes in dat water. De rode stralen worden het eerst opgenomen in het water. Water absorbeert rood licht 100 maal meer dan blauw licht en verstrooit blauw licht 5 maal meer dan rood licht.

foto van het ondiep gedeelte van de plas in augustus 2013
foto van het diep gedeelte van de plas op dezelfde dag
Als de weg die een lichtstraal moet afleggen groter wordt, worden dus ook steeds meer rode en deels ook groene lichtdelen geabsorbeerd. Een dunne laag water heeft weinig of geen kleur, want het laat al het licht door, maar met een dikkere waterlaag is dat anders. Maw. hoe dieper de bodem ligt, des te minder rood de straal bevat. Blauwe stralen blijven veel langer schijnen en gaan daardoor dieper het water in.  Wat er uiteindelijk terug kaatst, heeft een blauwe of blauwgroene kleur. Als het water helder is en de bodem zuiver, worden de blauwe stralen nog beter gereflecteerd, waardoor het water nog blauwer lijkt.

Foto gemaakt op een zonnige dag in augustus 2013

De Kleine IJzerenman is ondanks de zon niet blauw, maar eerder grijs.
De diepte, maar ook de mate van vervuiling bepalen hoeveel het water blauw reflecteert. Met vervuiling bedoel ik de opgeloste stoffen en stofdeeltjes die door het water zweven. Daardoor wordt het water minder door- zichtig en kunnen de blauwe stralen er niet goed door. De Kleine IJzerenman bijvoorbeeld kleurt niet blauw, maar eerder grijs. Dit komt doordat er overal in het water zoveel deeltjes in het water zweven, dat bijna al het licht dat er in valt wordt geabsorbeerd. Aan de kant is er door plantengroei, modder en ander (omgewoeld) bodemspul zoals bladafval, nog meer vervuiling en veran- dert de kleur van het water naar gelang de aard van de vervuilende stoffen. Het water wordt dan groen grijs of grijsbruin. Bij kleine slootjes is die vervuiling ook groter en goed te zien aan de kleur van het water. Als het water niet zuiver (helder) is, zitten er dus stoffen en materialen in het water die de kleur bepalen.

Een groen "blauw meertje" in november 2011
Je hebt vast ook wel eens gezien dat het water een groenachtige kleur heeft. Dit kan o.a. komen door de temperatuur van het water. Koud of warm water heeft een andere doordringbaar- heid voor licht, en zodoende krijg je die mooie groene kleur in ijskoud water.

Tot slot: ook golven hebben invloed op de kleur. Dit is vooral goed te zien vanuit de lucht. De golven die te zien zijn, en zich dus aan het oppervlak bevinden, zorgen ervoor dat de weerkaatsing niet goed plaats kan vinden. Voor een goede weerkaatsing is een glad oppervlak nodig; "glad als een spiegel". Een meertje waarin geen golven aan de oppervlakte te zien zijn, zal dus feller en zichtbaarder weerspiegelen.

vrijdag 6 december 2013

Waerbrookskoel

Vorig jaar november heb ik voor het eerst een bezoek aan het Heykersbroek in Ell gebracht en er een en ander over geschreven. Ik ben er dit jaar weer een paar keer geweest, maar ga het in deze blog hebben over de nabijgelegen "Waerbrookskoel" of Weerenbroekpoel. In "Ontginningswerken in het Weerbroek te Ell" (Maas en Roerbode, 1960), wordt gesproken van Weerbroek. Het is een laagte ("koel"), die door een zandrug afgescheiden ligt van de visvijver, de Vliet en de Tungelroyse beek.

De Vliet die langs de Waerbrookskoel stroomt.
De Vliet mondt uit in de Tungelroyse Beek.
Het woord “Weer” in Weerenbroekpoel of Waerbrookskoel is een toponiem voor stuw. Weer, schut, stuw of stouw, knijp of kniepe, zijn allemaal aanduidingen voor voorzieningen om het water op te stuwen, het op de gewenste hoogte te houden en te gebruiken voor bevloeiing. Zo werd hier het water in de nabijgelegen Vliet gestuwd om het vervolgens op het Weerenbroek uit te laten stromen. Ook woorden als vliet, vloot, vloed, (water)beemd, bampt, laak en leek, zijn op bevloeiing wijzende toponiemen.

het natuurlijk hellend vlak zorgt voor niveauverschillen.
het laaggelegen deel is erg nat in december.
In een publicatie van EGG-Consult (Ecologen Groep Groningen), die o.a. onderzoek doet naar het in ons land vergeten fenomeen van historische bevloeiingen, wordt Weerenbroekpoel genoemd op de lijst van gebieden, waar waarschijnlijk in het verleden ook bevloeiing heeft plaatsgevonden; een zogenaamde vloeiweide.
Dit kun je met de huidige waterkwaliteit beter achterwege laten, maar het is interessant te lezen hoe men dat vroeger deed.

in het laagst gelegen gedeelte ligt een drietal poelen.
door goed maaibeheer en begrazing blijft de bodem schraal.
Het toepassen van bevloeiingen op de hogere zandgronden, gaat terug tot in de Middeleeuwen. Bekend is dat in negentiende eeuw nog steeds actief bevloeiingswerken werden aangelegd. Doel van bevloeiing was vooral meer hooi te produceren. Hooi was namelijk het belangrijkste voer waarmee het vee de winter doorkwam.

Andere vloeiweiden in de omgeving van Weert waren o.a. het Areven, de Krang en Keversbroek en langs de Abeek. Veel hooilandpercelen langs de Abeek hadden vroeger de naam "bampt". Bampt is het toponiem voor hooiland of beemd. Vloeiweiden vond je vroeger ook bij o.a. de Beylshof (Haelen) en de Doort(Echt).

hoge waterstanden in december in de poelen.
het lager gelegen gedeelte staat in december onder water.
Een drietal ezeltjes zorgt voor de begrazing.
De Waerbrookskoel is op dit moment erg nat.
Bij bevloeiing bediende men zich meestal van een ingenieus stelsel van aanvoer- en afvoergreppels die weliswaar gescheiden, maar nauw met elkaar verweven waren. Omdat men in het Waerbrook gebruik kon maken van een natuurlijk hellend vlak, was dat daar niet nodig en lagen hier slootloze percelen. Men liet het water zo over het land uitstromen.

"Waerbrookskoel"  bij mijn bezoek in augustus.

schraal grasland bij de Waerbrookskoel.
Men heeft voor het herstel van de verloren natuurwaarden in 2006 de humusrijke bovenlaag verwijderd en er zijn een aantal poelen uitgegraven die door grond- en hemelwater worden gevoed. Je vindt er drie verschillende biotopen: het hogere en drogere gedeelte, het afgegraven stuk schrale grond en de poelen.

Met kleinschalig ecologisch beheer, zoals het volledig klepelen van de onderbegroeiing, gefaseerd maai- beheer met afvoer van het  maaisel (hooilandbeheer) en de (opvallende) extensieve begrazing door ezels, houdt men het gebied schraal, zodat je er een bijzondere lage vegetatie, zoals de kleine zonnedauw, teer guichelheil en klokjesgentiaan, aantreft. Het natuurherstelproject heeft er voor gezorgd dat verdwenen  waardplanten, waarvan nog zaden in de bodem zaten, weer te voorschijn zijn gekomen.....Voor de biodiversiteit in het gebied is dit van groot belang.

het afgegraven gedeelte met schrale grond met een poel.
Om één voorbeeld te noemen; de terugkeer van bijvoorbeeld de tormentil, een plantje uit de rozenfamilie,  kan leiden tot de terugkeer van de (rups van de)  aardbeivlinder die hier vroeger voorkwam. Dit soort voedselplanten moet dan wel weer omgeven zijn door een lage vegetatie en er moeten zonnige beschutte plekken en voldoende bloemen voor de nectarbehoefte van de vlinders zijn. Zoals je ziet is dit geen kwestie van "trial and error", maar is goed doordacht beheer nodig. Tot dusver gaat het de goede kant op.

Het water in de poelen zelf blijkt echter zwaar verrijkt te zijn en de Ecologische Werkgroep Weert Zuid vond het na een inventarisatie in juli 2013 dan ook nodig het Waterschap, uiteraard na overleg, te adviseren een zogenaamd boerenstuwtje (een soort overstortput) te plaatsen, om zo het instromend voedselrijke water van de Vliet tégen te houden. Dit is inmiddels al gebeurd.
Bij de Dirklossing is al eerder een stuw geplaatst.

In plaats van het inlaten van water van buitenaf zoals vroeger, is het nu het tegenhouden van water.
De omgekeerde wereld....

Bevloeiing is voor vele lezers waarschijnlijk een nieuw fenomeen. Over toepassing van bevloeiing is, aldus de studie van EGG, helaas weinig kennis overgebleven, ook bij natuurbeheer. Daardoor blijft het toepassen van het middel bevloeiing vaak buiten beeld. Helaas....... Op zich ook weer begrijpelijk, want het instromend water dat inderdaad rijk is aan teveel voedingstoffen, zoals stikstof of fosfor, veroorzaakt eutrofiëring en maakt de beheersinspanningen om natuurgebieden te verschralen weer ongedaan.

Een optie om bevloeiing mogelijk toch te kunnen toepassen, is helophytenfilters gebruiken om de waterkwa- liteit te verbeteren. Een helophytenfilter of moerasfilter zorgt voor een natuurlijke zuivering van water. Het is een filter dat met behulp van bepaalde soorten planten water zuivert tot een kwaliteit die onschadelijk is voor het milieu. De planten leveren zelf niet de grootste bijdrage aan de zuivering. Dit gebeurt vooral door de bacteriën die in de bodem leven. De bacteriën zetten afvalstoffen uit het water om in voedingsstoffen voor zichzelf en voor de planten. De planten zorgen wel voor een goed leefklimaat voor die bacteriën.