Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Translate

Volgers

donderdag 6 maart 2014

Natuurgebied het Areven

In "Areven of Hareven?" en "Een stukje geschiedenis" heb ik al een en ander over het Areven verteld.
Het Areven (1) was oorspronkelijk een 60 ha. groot gebied met natte perceeltjes weiland en hooiland die afgewisseld werden met bosperceeltjes. Op een oude kadasterkaart van na 1811 kwam ik namen tegen als “Areven Bemden”(2), “Dijkstraat Bemden”(3) en “Brandschen Bemden”(4). Het woord * bemd (perceel hooi- of weiland), duidt er op dat het Arevengebied gebruikt werd als vloeiweiden. (zie : publ. van EGG-consult). Ook * brandschen of *brand is een toponiem dat vaak werd gebruikt bij drassige natuurgebieden en draslanden. Met "Brandsche" wordt Brabantse leem bedoeld. Deze leem tref je overal aan in de Roerdalslenk. Deze slenk is voor het ontstaan van Kempen~Broek van groot belang geweest. Omdat lemige gronden een slecht waterdoorlatende laag (kleiversmering) vormden en het gebied omgeven is door hoger gelegen gronden, stagneerde de waterafvoer en kreeg de bodem een moerassig karakter. In de blogs over de Rietpeel en Bakewell schreef ik hier ook al over.

schuurtje met wilgentenen en leem
Rond het Areven hebben vóór 1880 wel 15 veldsteen- ovens gelegen, waarin men van de leem, vermengd met kalk, veldovenstenen ("boerenstenen") bakte. Voor het bouwen van de ovens en het bakken van de stenen, was vakmanschap nodig. Dit werd gedaan door rondtrekken- de ambachtelijke steen- of veldsteenbakkers, die meestal het vak hadden geleerd in de steenfabrieken langs de Rijn en de Maas. Deze "tegelaars" werkten in groepen van 10 tot 12 man (afhankelijk van de grootte van de opdracht), met aan het hoofd de meesterbakker.  Ze werden per steen betaald voor hun diensten.

Vaak werden er ook zogenaamde "zonnebekkers" mee gemaakt. Een zónnebekker is een steen, die gedroogd is door de zon. De stenen werden dus niet gebakken, maar de leem (vermengd met roggemeel en haver), werd in mallen te drogen gelegd. Het roggemeel en de haver zorgden voor de stevigheid. Desondanks was het een vrij zachte ruwe steen, die meestal alleen werd gebruikt voor de binnenmuren van de huizen.
De leem werd ook gebruikt om het tenen vlechtwerk van bijvoorbeeld schaapskooien en schuren te bestrijken en om dorsvloeren aan te leggen.

kadasterkaart Stramproy 1811 - 1832
Het toepassen van bevloeiingen op de hogere zandgronden, gaat terug tot in de Middeleeuwen. Door een aantal keren per jaar het land bewust via een stelsel van sloten en slootjes te laten overstromen, zorgde men voor bevloeiing van de graslandjes. Doel van bevloeiing was vooral meer hooi te produceren. Hooi was namelijk het belangrijkste voer voor het vee in de winter. Bekend is dat in de negentiende eeuw nog steeds actief bevloei- ingswerken werden aangelegd.  In mijn blog over de “Waerbrookskoel” heb ik hier al een en ander over verteld. Bij het Areven zorgde de Vlietbeek, die onderlangs Stramproy richting Ell naar de Tungelroyse beek stroomde, voor de afwatering. Woorden als vliet, vloot en vloed zijn ook op bevloeiing wijzende toponiemen. De ten zuiden van het Areven gelegen Lochtstraat (in 1832 nog Hurmans straet genoemd) duidt hier ook op. Een "locht" was namelijk een soort waterinlaat.

De kadasterkaart van Stramproy laat de versnippering van het Areven goed zien
Na 1838 (bron: "Aanteekenboek van Jacobus Houben te Stramproy"), zijn de bossen en graslanden aan particulieren verkocht. Dit waren vaak agrariërs die ook van de eerdere gemeenschappelijke dorpsbossen gebruik maakten. Het gebied, met afwisselend weiland/schraal hooiland en bosperceeltjes, werd zo uiteindelijk eigendom van ongeveer 70 à 80 eigenaren. Deze versnippering is heel goed te zien op de kadasterkaart.

Ermedeil in februari 2013
Ermedeil in februari 2014
Omdat niemand belangstelling had voor het natste, drassigste en meest waardeloze stukje grasland, stelde de kerk, die dit perceel in eigendom had, de armste bewoners in de gelegenheid om hier hun vee (meestal een geit) te laten grazen en er te hooien. Om die reden werd dat perceel het “Ermedeil” (Armendeel) genoemd. Het werd in de jaren 1940-1945 nog steeds als hooi- en weiland gebruikt.

afwateringsslootjes en rabattenbouw  zorgen voor verdroging
afwateringssloten aan beide zijden van de Arevensdijk
In 1925 is het Areven nagenoeg drooggelegd en voorzien van rabatten, zodat er op deze hoger gelegen stukken ook populieren geplant konden worden. De beboste kern van het gebied werd zo een mix van onder andere eiken, essen en elzen, met hier en daar percelen met populieren. De slootjes die de vele perceeltjes doorsneden, werden nu gebruikt om het water zo snel mogelijk af te voeren.


De Vliet (“Vleet”) zorgde oorspronkelijk voor de afwatering naar de Tungelroyse beek, maar in de jaren 1935 tot 1938 is in het kader van de werkverschaffing een afwateringssloot gegraven aan beide zijden van de Arevensdijk en zorgde de diep gegraven Heiroth-lossing voor een kortere en versnelde afvoer naar de Tungelroyse Beek. De lange omweg via de Vliet, werd daardoor overbodig.

oude knotwilg bij het Areven februari 2013
Door de modernisering van de samenleving en de land- bouw in de jaren zestig en zeventig, was het verzamelen van strooisel, brandhout en bonenstaken niet langer meer nodig en velen deden niets meer met hun bosje en hun kleine perceeltjes grasland. In Stramproy was er in de jaren '80 van de vorige eeuw in de ogen van verschil- lende betrokkenen dan ook sprake van verwaarlozing, onvoldoende zorg voor het gebied en een niet optimale functievervulling van het gebied. De potentiële natuur- waarden van het oorspronkelijke moerasbos kwamen to- taal niet (meer) tot hun recht. Ook vanuit recreatief oog- punt moest er e.e.a. veranderen. Die betrokkenen waren o.a. de provincie Limburg, de gemeente Stramproy, de Bosgroep (perceeleigenaren), de Stichting Instandhouding Kleine Landschapselementen in Limburg (IKL) en vooral de lokale Natuurvereniging Stramproy.

Door de ingrepen was het voormalige, door kwel- en regen- water gevoede, vochtige gebied van karakter veranderd en verdwenen steeds meer planten zoals wilde hop, kale jonker en kamperfoelie, vogels zoals gekraagde roodstaart, tjiftaf, nachtegaal en wielewaal en insecten- en diersoorten zoals ijsvogelvlinder, hadedissen en salamanders.
Men raakte er van doordrongen dat er nodig ingegrepen moest worden. Daarom begon Natuurvereniging Stramproy o.l.v. T.van Dael en L.Dassen al in 1986 met kleinschalig onderhoud van het "Ermedeil". Dit bestond uit afsteken en afvoeren van de humuslaag, maaien, gras afvoeren, hooien, kappen, greppeltjes graven, knotwilgen planten, een poel aanleggen, etc.

In 1990 werd bij de ruilverkaveling een sloot gegraven, die het Areven weer met de Vliet verbond en in 1995 werden stuwen bij de bestaande watergangen langs de Arevensdijk gelegd, om het water langer vast te houden en zo de verdroging van het gebied stop te zetten. In feite heeft de Heirothlossing daardoor geen functie meer. Waarom die foeilelijke sloot niet dempen, zo vraag ik me af ??? Het zogenaamde "Ermedeil" wordt in al die jaren onderhouden door de lokale natuurvereniging. Zo wordt door vrijwilligers en groep 8 leerlingen van de basisschool van Stramproy veel werk verricht tijdens de Stramproyer natuur- werkdag. Vooral door hun inzet is het "Ermedeil" nu het meest waardevolste stukje natuur van het Areven

Het prachtige Ermedeil in september 2013
Inmiddels heeft Natuurmonumenten ca. 12 ha. van het hele gebied, waaronder het "Ermedeil", in eigendom. Natuurmonumenten heeft er voor gekozen om de cultuurhistorische waarde van het gebied te behouden en bijvoorbeeld de hooilandjes te behouden en op dezelfde manier te blijven beheren. Voor dit gebied is dat een goede optie, omdat het gelegen is in de overgang tussen woongebied en natuurgebied en als het ware een buffer vormt tussen bewoning en natuur.

Men wil het gebied weer in de oorspronkelijke staat herstellen. Dit kan door een goed waterbeheer en het voorkomen van verdroging, het uitvoeren van gefaseerd maaibeheer, het creëren van open (en warme) plekken en vooral door de natuur haar gang te laten gaan. Ik vraag me af of er niet begraasd moet wor- den, want dat gebeurt momenteel volgens mij niet, en het gebied zou op meerdere plaatsen m.i. meer vernat mogen worden, zodat er nog meer biodiversiteit in het gebied komt, met een rijke flora en fauna.
Het "Ermendeil" is daar, zoals je op bovenstaande foto's kunt zien, een goed voorbeeld van.

Omdat het Areven deel uitmaakt van de EHS, is verwerving van het perceel tussen het Areven en de Stramprooise hei nodig om er weer één aaneengesloten gebied van te maken. Dit wordt in de EHS ontsnippering genoemd. De agrariër wil echter vooralsnog niet meewerken, dus dat zal nog even op zich laten wachten.

1 opmerking:

  1. Dag Geert,
    Wat een speurwerk ligt hier weer ten grondslag van je interessante blog.
    Bedankt!

    BeantwoordenVerwijderen