Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Translate

Volgers

dinsdag 10 januari 2017

Delbroek

Al eerder heb ik in Weert en natuur over dit nieuw in ontwikkeling zijnd gebied in Altweerterheide geschreven. Een gebied, dat decennia lang een vuilstortplaats is geweest. Ik heb die post  "Voormalige stortplaats Delbroek" genoemd. Over Delbroek is niet veel geschreven en wat bekend is, is meest "van horen zeggen". Hoog tijd dus om eens in de geschiedenis te duiken om er meer over te weet te komen.


In: “De Nedermaas 4” (1926-1927) , schreef Willem Lenaers over de omgeving van Delbroek het volgende:
"Een groot gedeelte van Aovert is vroeger door overstroomingen geteisterd. Wijffelterbroek, Kalverpeel en Vetpeel waren één groote watermassa, ongeveer 400 H.A.  Het is haast onverklaarbaar dat de woudreuzen, die nog liggen in "het Blaak", door den stroom zijn omgespoeld. 
Aovert was vóór eeuwen het dorado van wolven, vossen, reeën, otters en andere dieren, geen hartstocht hebbend voor den kruitdamp. Een stukje grond heet nog Wolfskamer. Voor eenige jaren kwam, in de buurt

Jan de Wit jr. op  de tractor
van Lindenhof, een otter even poolshoogte nemen van het Blaak. Hoe schrok hij echter! Waarom?
Door 't schuchtere kraaien van een fazanthaan ?
Neen, een onnatuurlijke indringer deed de boorden van het voormalig rijk des otters daveren. Een glim- mend monster met ijselijke klauwen. De tractor; een jonger broertje van de auto! De otter ,,sloeg even aan" en stevende weer naar het buitenland!”


Het zou wel eens zo kunnen zijn dat Willem Lenaers de tractor bedoelde, die hier door Jan de Wit wordt bestuurd. Inderdaad een monster als je het zo ziet en dan horen we het geluid nog niet eens..


Lindenhof van vóór 1926
In het artikel van Willem Lenaers stond deze foto met het onderschrift  “Lindenhof te Alt-weert”. Dit is niet de Lindenhof zoals oudere inwoners van Altweerter- heide die kennen, maar die van 1926. De woning op deze foto is door de pastoor of de Duitser Delbrouck gebouwd en in 1905 opgeknapt. In dat jaar (zo staat geschreven in een mededeling in de “Nieuwe Koerier”) werd Delbroek namelijk gekocht door een zekere Dorst, die het huis dusdanig verbouwde dat het “waarlijk prachtig is geworden”. Dorst was ook degene die de omgeving heeft beplant met linde- bomen en de hoeve de naam “Lindenhof” gaf.
Vanwege een brand in 1931 hebben de toenmalige eigenaren, Curfs en Otten, de boerderij deels verbouwd en er een bovenverdieping op laten plaatsen. Dat is de boerderij zoals wij die tot 1977 zagen.

In de Nieuwe Koerier (de voorloper van de Maas- en Roerbode) van 20 september 1924 schreef een zekere F.H. van der Velden een interessant artikel met als titel "In en om Weert".
Hierin beschreef hij enkele gebieden in Altweerterheide. Over Delbroek zei hij het volgende:


Pastoorshuis, Delbrück, Lindenhof.
“Dit zijn drie benamingen waarmede eene op verren afstand zichtbaar schilderachtig gelegen landgoed wordt aangeduid, onder het gehucht Altweert, op 6½ km  van de stad, ruim 1 km van de Belgische grens en 3 km van de Zuid-Willemsvaart  gelegen aan de Bocholterbeek.

Dit flinke gebouw, inwendig goed ingericht en sterk gebouwd, is gesticht in het begin van de vorige eeuw(1) door een vreemden geestelijke, een pastoor. Het lag zeer eenzaam op een hoogte, omgeven door moeras en door heivelden. In de laatste jaren is het moeras door verbetering der afwatering der Tungelroysche beek  droog gekomen(2). De pastoor heeft zich een weinig op de ontginning toegelegd.
Zijn opvolger, zekere Delbrück, zou het ontginningswerk beter ter hand nemen. Hij liep met grootsche plannen rond. Voor den aanvoer van meststoffen zou hij een kanaaltje graven van af de Zuid-Willemsvaart tussen km paal 50 en 51 naar het landgoed. Inderdaad is hij hiermede aangevangen, het geen nog goed zichtbaar is, doch de enorme kosten hebben hem schijnbaar tot een ander inzicht gebracht. Het graven werd gestaakt en in plaats daarvan deed hij aanleggen een dijk recht van het kanaal naar de hoeve.
Deze dijk heet nog de Delbroekdijk(3).
Van de grootsche plannen tot ontginning is nooit veel terecht gekomen. Na eenige jaren is de heer Delbrück vertrokken. Nadat het een heelen tijd onbewoond is gebleven, werd het geruimen tijd bewoond door een  deftige weduwe(4).
In latere jaren, toen  de kunstmest meer bekend geraakte, is de ontginning met meer succes ter hand kunnen genomen worden. De laatste eigenaar, de heer Breedveld, heeft het landgoed in zeer goeden staat gebracht. 
Het bestaat thans uit 37 ha. weide, 18 ha. bouwland en 20 ha. onontgonnen grond, waarvan het overgroote deel nog geschikt is voor ontginning. Het is onlangs  voor 42 mille overgegaan in eigendom van twee  Zuid- Limburgsche landbouwers.”

(1) dat moet in de periode 1830-1850 zijn geweest.
(2) de beek bij de Kalverpeel is in 1914 vanwege de ontginning van Hollandia gegraven.
(3) de naam Delbroekdijk heb ik helaas nergens op een kaart terug kunnen vinden. Wel vond ik op een kadasterkaart van 1902, (daar waar nu de Vetpeelweg ligt), de naam Delbroekweg. Mogelijk dat dat dezelfde weg is. De huidige Delbroekweg heette op die kaart overigens nog Spekkedijk, die aansloot op de Weg naar Bocholt. De Bocholterweg als zodanig bestond in die tijd nog niet. In enkele krantenartikelen uit 1926 werd ook vermeld dat de Delbroekdijk  "op de bosschen van Eigen Erf" lag, dus dat zou nu de Vetpeelweg kunnen zijn..... 100% zeker weet ik het echter niet......
(4) die deftige weduwe is, zoals we verderop zullen zien, Josephina Kürten-Delbrouck

Het verhaal wil inderdaad dat een Franse pastoor zich hier als eerste gevestigd zou hebben. Het ging om onrendabele grond die niemand wilde: moeras, hei en bos. In welk jaar hij het gebied heeft ge- en verkocht, heb ik niet kunnen achterhalen. Het verklaart in elk geval wel de naam Heipastoor en Pastoorshuis. Maar nogmaals:  dit is allemaal "van horen zeggen"........Dit krijgt zeker een vervolg
Het zou, zo wordt verteld, om een uitgetreden Franse priester (pastoor) gaan, die “de benen had genomen” om elders met vrouw en kinderen (?) een nieuwe toekomst te gaan opbouwen. De RK.- Kerk werd ten tijde van de Franse Revolutie door de revolutionairen beschouwd als vijandig en antirevolutionair. De geestelijken werden ambtenaren en moesten een eed van trouw afleggen. Wie dat niet deed was zijn leven niet veilig en kon beter maken dat ie weg kwam...
Om ongestoord aan zijn toekomst te kunnen bouwen, was deze nauwelijks toegankelijke plek (op 1 km. van de Belgische grens gelegen en te midden van moeras heide en bossen), natuurlijk een goede keuze. Natte voeten heeft hij er echter niet gekregen, want de plek waar de woning werd gebouwd, lag op een hoger deel. In de nabijheid van de boerderij lag omstreeks WO2 nog een “zandkuil” aldus Marietje Blok in “Altweerterheide, Namen en Bijnamen”).


F.H. van der Velden vergeet in “In en om Weert” een andere en niet onbelangrijke reden te noemen waarom de pastoor zich hier waarschijnlijk vestigde, namelijk vanwege de ligging aan de Weerter- of Bocholterbeek. Vooral aan de noordrand van de Altweertsche heide vonden al vroeg kleinere ontginningen plaats langs deze Weerterbeek. Ik denk bijvoorbeeld aan Vlaamse Wetering (bij de huidige Mariahoeve), Heigeurten met Heihuis (ontginning “Hoop op beter”), Stillenoord (kinderen Krops), de Weijers, Mon Repos (Toeta) en Figaro. Je ziet op deze kaart van 1894 dan ook talloze (weliswaar kleine) percelen langs de beek. En uiteraard mogen we de Boshoverbeek niet vergeten, dat toch zijn ontstaan grotendeels heeft te danken aan de Weerterbeek.


De voor de stad Weert ooit zo belangrijke beek, was namelijk niet alleen van belang om de stad van water te voorzien, maar werd ook gebruikt om het overtollige water in de ontginningsgebieden af te voeren en om bij droogte het water in te laten. Ook werden de daar aangelegde (vis)vijvers van voldoende water voorzien en was er doorstroming. In meerdere berichten uit die tijd, is te lezen dat stadsbewoners zich beklaagden over een te laag waterpeil van de beek. Dit had ongetwijfeld te maken met het aftappen van water door de boeren. Niet alleen hier, maar ook in Bree en Bocholt (B.) hadden boeren de neiging om in tijden van droogte (illegaal) stuwen in de beek te leggen om er water uit af te tappen.
In de Nieuwe Koerier vond ik o.a. bovenstaande verzoeken van de heer Dorst (of Drost) om er 2 duikers in te mogen aanleggen, voor de afwatering én bevloeiing van zijn land. Afgaande op de berichten van 1905 en 1909 waren de Gemeente en Waterschap "Het Land van Weert" niet erg meewerkend.
Ook Breedveld, de volgende eigenaar, ondervond die “passiviteit” bij de gemeente.

Van Peter Korten van Stg. de Aldenborgh heb ik een
schrijven gekregen van een "Akte transport onroerend goed" (een overdrachtsakte) en een "Akte van kwijting" (een verklaring dat de schuld is afgelost) voor Franz Delbrouck, die zijn opgemaakt door notaris Bloemarts op 16 juli 1863 en 3 augustus 1863.

Hoewel in die vermeldingen de naam Pastoorshuis helaas niet wordt genoemd, is het nagenoeg zeker dat Franz Delbrouck in 1863 al eigenaar van Pastoorshuis was.
Via wie en waarom hij hier in "the middle of nowhere " is terechtgekomen, blijft een vraagteken. Bij mijn zoektocht vond ik overigens meerdere Delbroucks in Limburg. Onder andere in Wessem en Maastricht. Allen afkomstig uit Geilenkirchen. Ik kunt je afvragen waarom deze Duitsers emigreerden, maar dat is hier verder niet van belang.


Dit uit 21 februari 1874 daterend krantenbericht, waarin gesproken wordt over “Pastoorshuis”, is het oudste bericht dat ik heb kunnen vinden met de naam Delbrouck, die het landgoed ter grootte van 107 hectaren te koop aanbiedt. Het gaat dus over de hierboven genoemde Franz Joseph Hubert Delbrouck uit Geilenkirchen. Deze was getrouwd met Maria Gertrud Josephina Berghoff. Zij is op 3 oktober 1884 overleden in Weert. Door dit feit mag je aannemen dat ze ook op de hoeve hebben gewoond.

Ik ben er niet achter kunnen komen in welk jaar Franz Delbrouck is overleden.

Na het lezen van deze berichten uit 1888 en 1889 en het volgende bericht van 25 januari 1902 is in elk geval duidelijk dat de volgende eigenaar “Kürten-Delbrouck” is.
Ik heb niet kunnen achterhalen of 1874 het jaar is geworden dat Kürten- Delbrouck eigenaar werd en of ze het landgoed gekocht, dan wel geërfd hebben. Kürten was namelijk getrouwd met Josephina Delbrouck, een dochter van Franz Joseph Hubert Delbrouck.

Het gaat in deze 2 berichten dus over Josephina Delbrouck en Caspar Hubert Kürten. Tijd om eens in de geschiedenis van Kürten-Delbrouck te duiken om proberen te achterhalen hoe de vork nou precies in de steel zit. Hierbij heb ik gebruik gemaakt van loegiesen.nl, allelimburgers.nl, wiewaswie.nl en genealogieonline.nl

Stamboom gegevens Caspar Hubert Kürten - Delbrouck.
Caspar Hubert Kürten (roepnaam: Hubert) is in 1849 in Keulen geboren. Zijn ouders waren Johann Kürten (1818-1862) en Elisabeth Tehlen. Waarschijnlijk is zijn moeder in het kraambed overleden, want in dat zelfde jaar verhuisde Johann al naar Beesel (N.Limburg) en hertrouwde op 5-1-1850 met Maria Lorant. Uit dat huwelijk werden 2 kinderen geboren: Maria Catharina Kürten, geb. Beesel 24-4-1850 en een levenloos geboren kind. Ook dit huwelijk heeft maar kort geduurd, want Maria Lorant overleed op 22-11-1852. Johann trouwde op 9-1-1857 voor de derde keer met Antonia op den Camp (geb. Roggel 21-8-1815). Uit dat huwelijk werd op 13-1-1860 Anna Maria Kürten geboren.
Hoewel Johann Kürten niet erg gelukkig is geweest in zijn huwelijken, was hij als zakenman succesvol; hij wist zich van katoenwever op te werken tot katoenfabrikant. Hij overleed als 44 jarige op 21-6-1862 in Beesel. Je mag dus wel stellen dat ook zoon Hubert niet zo'n gelukkige jeugd heeft gekend.

Caspar Hubert Kürsten trouwde met Maria Gertrud Josefa Hubertina Delbrouck (roepnaam Josephina). Josephina is in 1857 in Geilenkirchen geboren en dochter van Frans Joseph Hubert Delbrouck en Maria Gertrud Josefina Berghoff. Hubert en Josephina kregen één zoon: Hubert Ernst Kürten (1896,Davos).
Wanneer Caspar Hubert Kürten-Delbrouck precies is getrouwd en zich met zijn Josephina in Altweert heeft gevestigd, heb ik niet kunnen ontdekken. Ergens in eindjaren ’70  of begin '80 lijkt me. Wel heb ik kunnen achterhalen dat hij op 52 jarige leeftijd (7 juni 1901) in Weert is overleden.

In “In en om Weert” lazen we: “Van de grootsche plannen tot ontginning is nooit veel terecht gekomen. Na eenige jaren is de heer Delbrück vertrokken en heeft het landgoed langen tijd onbewoond gelegen”.
Zo te lezen, had Kürten dus ook grote plannen en had hij waarschijnlijk ook het geld ervoor, maar hij was niet iemand die zelf de handen uit de mouwen stak. Hij hield er liever een andere levensstijl op na en heeft in de loop der tijd waarschijnlijk ook grond verkocht, want bij de volgende eigenaar (Dorst) wordt slechts gesproken over de verkoop van 73,99 ha. Ruim  30 ha. minder dan bij de overname.
Delbroek was dus, naar ik mag aannemen, niet de plek waar hij graag vertoefde. In het krantenbericht van 1888 konden we dan ook al lezen dat “Pastoorshuis bij Crien” verpacht werd. Wie de pachter werd, is niet bekend. Daarna is Kürten dus met zijn vrouw vertrokken. Dat zou wel eens naar Davos kunnen zijn geweest, want daar is zoon Hubert Ernst in 1896 geboren.
Blijkbaar zijn ze toch weer naar Weert teruggekeerd, want Caspar Hubert is op daar 7 juni 1901 overleden.

Uit het krantenbericht van januari 1902 is af te leiden, dat het "gerucht" dat Josephina Delbrouck het landgoed heeft verkocht inderdaad (nog) niet klopt, maar ze heeft er in elk geval niet lang meer gewoond. Zij is namelijk op 12 juni 1902 met Frans Leonardus Coenders, een boomkweker uit Grubbenvorst, hertrouwd. Ze zijn gaan wonen in Echt, waar Coenders zijn beroep van boomkweker weer opnam. Na hun vertrek heeft het huis weer enkele jaren leeg gestaan. Josephina is 6 september 1918 op 61 jarige leeftijd te Echt overleden.

Het landgoed wordt dan toch in begin 1905 verkocht aan een zekere heer Dorst uit Zierikzee. Deze pakte de boel voortvarend aan het heeft het landgoed, zo staat in het artikel, mooi opgeknapt en de omgeving beplant met lindebomen. Pastoorshuis wordt nu “Lindenhof” genoemd.

Blijkbaar waren de verwachtingen van deze Dorst toch te hoog en viel het allemaal tegen, want hij heeft het landgoed al weer in 1910 verkocht aan een zekere Breedveld.

In de de Nieuwe Koerier van 27/08/1910  werd dat als volgt medegedeeld:
De Notaris Schillings te Weert, zal ten verzoeke van den weled. Heer H.J. Dorst, te Stavenisse, op Dinsdag 13 september 1910 provisioneel en op Dinsdag 20 September 1910, finaal telkens des namiddags om 4 uur in het café “ Het Bruine Paard” op de Markt te Weert publiek VERKOOPEN: De Boerderij genaamd “Lindenhof” gelegen te Altweert, Weert en bestaande uit: Huis, schuur, erf,stal, boomgaard en tuin met 500 vruchtboomen beplant, ca. 50 hectaren bouw-  en weiland en verder dennenbosch en heide samen groot 73 hectaren 99 aren en 45 centiaren. Nadere inlichtingen geeft den Notaris”
Over deze Breedveld heb ik helaas niet veel kunnen ontdekken. In “In en om Weert” (1924) wordt wel vermeld, dat hij het landgoed in ”zeer goeden staat” heeft gebracht. Er wordt gesproken over 37 ha. weide, 18 ha. bouwland en 20 ha. onontgonnen grond, waarvan het overgrote deel nog geschikt is voor ontginning. Ik zie echter weinig verschil met wat bij Dorst in 1910 staat vermeld.

Breedveld heeft er tot augustus 1924 gewoond en heeft (om een voor mij onduidelijke reden) het landgoed plotseling verkocht en al even snel vertrokken, getuige dit krantenartikel.

Gezien de correspondentie die hij voerde met de Gemeente Weert, heb ik de indruk, dat het vooral de afgelegen ligging is geweest, die hij als problematisch ging ervaren, zoals het onderwijs aan zijn kinderen. Zo waren er enkele verzoeken om het vervoer naar de lagere school op Keent beter te regelen of een school in Altweert (in de omgeving van Hollandia!!) te vestigen. Hij vond dat een taak van de gemeente. En terecht..

Ook wilde hij een tegemoetkoming voor de extra kosten die hij moest maken vanwege het lage waterpeil van de Weerterbeek. In die periode was het belang van een goed functionerende Weerterbeek echter niet meer aan de orde, dus er was amper onderhoud en het werd niet meer als taak van de gemeente gezien.

In dit bericht in de Nieuwe Koerier van 19 augustus 1924 is te lezen dat Breedveld landgoed Lindenhof of het Pastoorshuis aan een zekere Curfs uit Voerendaal heeft verkocht voor een bedrag van fl. 42.000. Dit bericht is echter niet helemaal correct. In “In en om Weert” (de Nieuwe Koerier van 20 september 1924) wordt namelijk gesproken over twéé Zuid- Limburgse landbouwers.

Ook in de Limburger Koerier van 3 mei 1930, zien we dat het gaat om 2 eigenaren: P. Curfs en J. Otten.

Dezen willen het landgoed al weer na 6 jaar verkopen, maar er is blijkbaar geen koper gevonden. Vandaar dat we in de volgende berichten kunnen zien, dat ze ieder apart hun deel te koop aanbieden; in een krantenbericht van 1932 staat vermeld dat Jozef Otten zijn 34,73 ha. aan J. de Wit verkocht en in 1942 verkocht P. Curfs zijn 39,25 ha. aan J. Boven- d’Eerdt uit Nederweert.

Het zat beide heren dus niet echt mee. Daar kwam nog bij dat de hoeve ook nog eens deels verwoest werd vanwege een brand, zodat die ook nog verbouwd moest worden. Dit vond, zoals ik eerder schreef, in 1931 plaats. Otten en Curfs hebben er toen ook een bovendek op laten plaatsen.
Dat werd dus de boerderij die we hier zien en die ik me als jochie uit de jaren ’50 nog goed kan herinneren en die in 1977 is afgebroken.


De verkoop van Delbroek die in Kanton Weert ook stond aangekondigd in april 1930 (althans een deel), wilde dus niet zo goed lukken. De verkoop aan J. J. de Wit vond namelijk pas plaats op 26 juli 1932. De boerderij maakte daar geen deel van uit, want Jan de Wit had er zelf al een gebouwd.

Van de huidige bewoner (bedankt Frans) heb ik een foto en enkele officiële stukken gekregen. Daar waren onder andere het ontwerp en de goedkeuring voor een te bouwen woonhuis bij. Die zijn gedateerd op 4 januari 1921 en de aanvrager is Jacobus Johannes de Wit.
Hij heeft die boerderij op perceel 2239 gebouwd. Op de foto verderop is het jaartal 1921 ook te zien.

Ik ga er dan ook van uit, dat Jan de Wit in 1921 al een aantal percelen van de vorige eigenaar Breedveld, of van de gemeente heeft gekocht en die grond ook zelf heeft ontgonnen. Dat hij al grond in bezit had, kun je o.a. zien in bovenstaand bericht van 25/4/1930, want bij punt 1 kom je zijn naam tegen als eigenaar van "belendende grond". De genoemde perceelnummers op de bouwtekening van 1921, worden in het krantenbericht van 25 april 1930 dan ook niet genoemd.

De jaren dertig staan bekend als “de crisisjaren”. Dat waren het zeker voor Jozef Otten en later ook voor Curfs. Hoewel Otten in 1930 zijn 34,73 ha. (zie: “de massa van de koopen 1-4”) te koop aanbood, heeft Jan de Wit die pas in juli 1932 gekocht en er fl. 11.000 voor betaald. Waarschijnlijk ver onder de vraagprijs. Curfs en Otten kochten het geheel in 1924 namelijk voor fl. 42.000

De in 1921 door Jan de Wit gebouwde boerderij, die overigens al in 1958 wordt afgebroken.

Jacobus Johannes de Wit(1877-1943) is geboren in Utrecht en werd koetsier bij een welgestelde familie in Maartensdijk, de familie Floor. Hij trouwde in 1918 (hij was toen 40 jaar oud), met hun 34 jarige dochter Johanna Floor (1884-1950).

Jan en Hansje trouwden nog in Maartensdijk, maar besloten al snel naar Altweert te verhuizen, omdat het (waarschijnlijk vanwege zijn eenvoudige afkomst en het was een "moetje"...) niet echt goed boterde tussen hem en zijn schoonvader Jogchem Floor en schoonmoeder Elisabeth Swaan.
Ze kregen in Altweert ondanks hun hogere leeftijd, toch nog 4 kinderen; 2 dochters en 2 zoons.

In de eerste jaren hebben ze in de “Peelwoning” (een boerderij van Hollandia) gewoond en zijn in 1921 in hun nieuw gebouwde boerderij gaan wonen. Dat is de boerderij die je hierboven ziet. Op 6 mei van dat zelfde jaar is de vader van Hansje overleden. Door diens overlijden hebben ze met het erfdeel van Hansje natuurlijk een goede start kunnen maken.

Ik heb nog een bouwtekening van de huidige bewoner gekregen van 16 juli 1958. Ook ondertekend door J. de Wit. Dit is echter niet dé Jan de Wit, aangezien die op 10 augustus 1943 is overleden, maar een van zijn zoons, die ook Jan heette en die de boerderij na het overlijden van vader samen met zijn zus Aagje bestierde.
Zoon Kobus verkocht zijn erfdeel en ging in Bocholt (B) aan de slag als fietsenmaker en zus Lieske trad in als kloosterzuster in Tilburg. De boerderij die door Jan sr. in 1921 is gebouwd, heeft er slechts 37 jaar gestaan. De boerderij die Jan jr. heeft gebouwd in 1958, staat er nu nog. Dit in tegenstelling tot de Lindenhof, die in 1977 na een jarenlange leegstand is gesloopt..


Het heeft daarna tot januari 1942 geduurd, voordat het andere deel van Delbroek te koop werd aangeboden. Ook de boerderij staat daar bij. In dit bericht in het Kanton Weert van januari 1942, is misschien niet meteen te zien om hoeveel grond het gaat, maar je moet letten op punt 5: “massa van het geheel, groot 39,25 ha.” In het volgende bericht wordt het aantal hectaren nog eens expliciet vermeld. Het gaat (zoveel is duidelijk) om het andere deel van Delbroek dat eigendom is van P. Curfs.

Opvallend is onder andere dat de “Vetpeel” van ruim 11 ha. tot najaar 1942 en de gebouwen tot Pasen 1943 aan een zekere Jac Rooseboom verpacht blijven. De Vetpeel ligt tussen Delbroek en Kettingdijk.
Jac Rooseboom (1909-1971) was een zoon van Pieter Bastiaan Rooseboom en Marrigje de Haan. Pieter Rooseboom was tot 1932 pachter van de nabijgelegen Bietwoning van Hollandia.
Nadat Boven- d’Eerdt Delbroek in de boerderij trok, raakten Jac en zijn gezin dakloos. Door de Duits gezinde burgemeester en NSB-er  Rösener Manz werd daarop de zaal van café de Paol (Creemers) ingevorderd en heeft hij daar gewoond tot de pachttermijn was verstreken. Daarna is het gezin vertrokken naar Deurne, waar Jac het bedrijf en ouderlijke woning van zijn vrouw Hendrikje Profijt kon overnemen.


De schrijver van dit bericht heeft blijkbaar niet in de gaten gehad, dat het niet om de oorspronkelijke 75 ha. ging die in 1924 waren gekocht door Curfs en Otten, maar om iets meer dan de helft. In dit bericht wordt echter duidelijk vermeld dat het om 39, 25 ha. gaat. Net als Otten, heeft ook Curfs er geld op toe moeten leggen, want de koper, J. Boven- d’Eerdt uit Nederweert, betaalde er fl. 19.000 voor. Dit was met inbegrip van hoeve de Lindenhof.

Boven- d'Eerdt kocht Delbroek (in tegenstelling tot wat in de krant staat) overigens ook niet alleen, maar deed dat samen met zijn zwager Piet Adams uit Hunsel. Heet dat niet een maatschap? Deze Piet Adams boerde daar tot ongeveer 1949 en keerde toen terug naar zijn ouderlijke boerderij in Hunsel. Hij hield daarbij zijn gronden van Delbroek in eigendom en gebruik, die later (rond 1970-1980) door zijn kinderen zijn verkocht aan de Gemeente (bedankt voor de aanvulling Wiel).

Opvallend in het bericht in de Nieuwe Koerier van 1942 vind ik ook, dat weer gesproken wordt over “Heipastoor”. In de Nieuwe Koerier van 27/06/1941, vond ik een nagenoeg zelfde artikel van een zekere Ef. Ha. dan in “In en om Weert” van september 1924. Over plagiaat gesproken!! In dit bericht werd ook de naam “Heipastoor” genoemd.

Toen de gemeen-telijke stortplaats aan de Kootspeel begin jaren ’50 van de vorige eeuw vol raakte, werd een nieuwe plek gezocht. Dat werd dus in de omgeving van Delbroek. In eerste instan-tie was dat een perceel aan de noordkant van de tegenwoordige Hazenweg

Bertus Stienen, bij de oudere inwoners van Altweerterheide bekend als “Bertus de Zwunger”, woonde samen met zijn Marieke in een eenvoudig huisje aan de Hoogbeemdenweg en verdiende de kost als scharenslijper en venter. Hij was een vaste bezoeker van de stortplaats. Voor hem viel er blijkbaar op de stortplaats genoeg te vinden waar wat aan te verdienen was. In 1965 werd het recht om daar afvalstoffen te verzamelen toegekend aan de familie Pruijmboom.

Toen er steeds meer ruimte voor de stortplaats nodig was, werd begin jaren ’60 aan de zuidkant van de Hazenweg een begin gemaakt voor een grotere stortplaats . In de daaropvolgende jaren kocht de gemeente Weert het een na het andere perceel van Boven-d’Eerdt en werd het gebied ingericht als Gemeentelijke- later Regionale Stortplaats. Ik neem aan dat ook de Wit grond verkocht aan de gemeente.

De eens zo statige hoeve Lindenhof heeft helaas moeten wijken voor de “vooruitgang”; een uitdijende vuilnishoop. Na jaren van leegstand is de boerderij uiteindelijk afgebroken in 1977. De boerderij van de Wit staat er nog steeds, maar is niet in bedrijf.

De Wit en Boven- d’Eerdt/Adams  zijn zodoende de laatste eigenaren van Delbroek geworden.

Na decennia van overlast, stank en vuil, is de Regionale stortplaats ruim 10 jaar geleden gesloten.
Het gaat om een gebied met een lengte van 750 m. en breedte van 300 m.

De meest logische naam voor dit nieuw ontwikkeld gebied is voor mij “Delbroek”. Zowel vanwege de Delbroucks als vanwege de ligging. Met de afwerking en landschappelijke inpassing van de "berg" is in 2005 een aanvang gemaakt. En het mag gezegd worden: het is een schitterend gebied geworden, waar we hopelijk in de toekomst meer van kunnen genieten. Het nieuwe natuurgebied is nog in ontwikkeling en daarom nog afgesloten.

In plaats van de vroegere “del” (natuurlijke laagte) en een “broek” is er nu sprake van “de duinen van Altweerterheide”. Vanaf het hoogste punt (25 m.) heb je nu een schitterend uitzicht op de omgeving. Bij helder weer zie je zelfs de Clauscentrale in Maasbracht en de drie turbinewindmolens bij het Belgische Opoeteren.

Deze bijna 200 jaar oude Robinia of Valse acacia aan de rand van de voormalige stortplaats is de laatste herinnering aan het oude Delbroek.

Hoewel deze site Weert en natuur heet, gaat het in deze post meer over de geschiedenis dan de natuur. Deze 2 zijn echter onlosmakelijk met elkaar verbonden; wat in het verleden is gebeurd, heeft dit gebied doen ontstaan. Ik besef terdege dat het een erg uitgebreide post is geworden, maar hoop dat je het desondanks met plezier hebt gelezen.

Wil je nog wat meer weten over het “Nieuwe Delbroek”, bezoek dan eens mijn post:
“Voormalige stortplaats Delbroek.“

8 opmerkingen:

  1. Hoi Geer.

    Met veel plezier je uitgebreidde verslag gelezen.
    Soms is het jammer dat oude glorie te niet is gedaan.
    Helaas is het niet altijd mogelijk om iets in stand te houden, of men ziet het nut er niet van of te duur.

    Maar zoals het nu is, is het toch weer het aanzien waard.

    Groettie van Patricia.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Wat fijn dat je op deze historische post reageert Patricia. Ik heb steeds wel een portie historie in mijn post over natuurgebieden, maar deze is wel heel erg uitgebreid. Toch vond ik het van belang om een idee te krijgen "hoe het zo geworden is".... En aangezien de winter toch komkommertijd is wat betreft natuurnieuwtjes, vond ik dit een mooie uitdaging.

    gr. Gerard

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Hoi Geert,
    alleen al omd e oude foto's is dit ene mooie post om te lezen. De latere en gekleurde foto's van de flora en fauna zijn echt helemaal mooi! Prachtig gebied is het geworden en het is bekend dat er op oude vuilstortplaatsen de meest mooie flora en fauna voorkomt.
    Grappig dat de oude berichtjes ook geplaatst zijn en die van 1905 is wel bijzonder. Daarin wordt gesproken over het aanleggen en planten van Lindebomen :-) Het is moeilijk materie vanuit die tijd omdat je spreekt over aankopen maar ook over pachten. Deze historische gegeven zijn trouwens ook van onschatbare waarde!! Onwijs leuk dat je hier aandacht aan besteed :-)

    Groetjes, Helma

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Tof Helma, dat je als liefhebber van de levende natuur ook reageert op deze post over Delbroek, die gaat over mensenwerk.
      Alle natuur om ons heen is mensenwerk en dat wou ik met deze post nog eens onderstrepen.
      Delbroek ligt in de omgeving waar ik ben opgegroeid en waar tot op heden maar heel weinig bekend was over de geschiedenis.
      Ik krijg van alle kanten reacties van mensen die er ook zo over denken en het waarderen.(niet op de blog helaas)

      Bedankt voor je reactie.
      Geer

      Verwijderen
  4. Ik had toch een heel stuk geschreven na het lezen van dit blog Gerard en zie het niet meer terug. Ik zal wel iets fout hebben gedaan. Maar het kwam er op neer dat ik er nog eens extra tijd aan ga besteden om op de plekken waar ik kom iets terug kan vinden van dit uitgebreide verslag wat je hebt gemaakt. Pfff dat is veel werk geweest. Mijn complimenten.
    Groeten,
    Roos

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Er gebeuren soms van die dingen op je blog die niet te verklaren zijn Roos.
      Maar nu is het toch gelukt. Bedankt voor de leuke reactie en fijn dat het je interesse heeft
      Gerard

      Verwijderen
  5. Hallo Gerard,

    Bedankt voor de interessante en informatieve blog. Heb er echt van genoten om deze geschiedenis te lezen.
    Naar aanleiding van je blog heb ik oude kaarten van de omgeving Weert bekeken op het kadaster op zoek naar de "dijk". Misschien is de huidige Vetpeelweg wel de vermelde dijk? Deze zie ik op een kaart van ongeveer 1885 voor het eerst terug. Loopt dan vanaf de benoemde woning naar de Zuid Willemsvaart door woest terrein.

    Groeten,
    Peter

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Wat leuk Peter dat het je interesse heeft en dat je meedenkt.
    Je maakt me wel erg nieuwsgierig naar die kaart. Is er een mogelijkheid dat je me die toezendt??? Zou ik op prijs stellen, want kaarten hebben mijn interesse. Je kunt er veel uit afleiden.
    Ik heb er dan ook wel een aantal, maar of ik de kaart heb, die jij bedoelt weet ik niet. Je hebt mijn email-adres, dus als je de kaart hebt, wat weerhoudt je......

    Ik heb de vetpeelweg ook overwogen, maar denk dat die het niet is.
    Delbrouck heeft die weg al laten aanleggen vóór 1866 en toen was er van de Vetpeelweg tot aan het Kanaal nog geen sprake. De Tungelroyse beek van kanaal tot huidige Diesterbaan is aangelegd in 1877 (zie: http://weertnatuur.blogspot.nl/2015/09/kruispeel.html ) bestond toen dus nog net, en de Heihuisweg liep evenmin door tot het kanaal. Tussen de Kruispeel en Heihuisweg liep een rechte weg die op een kaart van 1939 nog deels te zien is en ik denk dat die het is. Ik heb nl. verschillende artikelen uit het Kanton Weert, waar hout in de verkoop wordt aangeboden aan de Delbroekdijk nabij Ceresa.......
    Vanaf Lindehof liep in mijn jeugd (jaren '50) nog een Delbroekweg richting Pastoorshuisweg/Diesterbaan. Hij kwam uit in de scherpe bocht, waar de Pastoorshuisweg en Hazeweg bij elkaar komen. Deze weg is na aanleg van de stort verdwenen.

    Mogelijk dat je interesse hebt in een bijeenkomst a.s. vrijdag bij Dennenoord. Dan presenteert de Stichting Aldenborgh haar boek "Altweert" (Keent II). Ze bedoelen hiermee ruwweg het gebied rond de Dijkerstraat- Altweerterkapelstraat... Ik denk dat dat jouw interesse wel heeft. Begint om 19.30 uur. En wie weet treffen we daar elkaar......

    gr. Gerard

    BeantwoordenVerwijderen