Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Select language

Volgers

COPYRIGHT.. Zonder mijn toestemming mag geen gebruik worden gemaakt van mijn foto's en tekst.......


vrijdag 30 januari 2026

Allemaal beestjes #31

De laatste "Allemaal beestjes" die ik plaatste is van 15 augustus 2024. Ik ben eigenlijk te druk bezig geweest met  paddenstoelen. Intussen heb ik echter wel weer een flink aantal "beestjes" in mijn to-do-map. Hoewel het nu in de winterperiode rustig is wat betreft insecten, is het hoog tijd om jullie daarvan weer eens te laten genieten.  

Macrophya montana
MACROPHYA MONTANA is een insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae). Er is geen Nederlandse naam voor.  De vliegtijd van dit wespje is van begin mei tot eind juli, met een piek van begin mei tot midden juni. De larven ontwikkelen zich op bladeren van de braam. Imago's worden daarentegen, zoals hier ook het geval is,  meestal gevonden op schermbloemen.
Macrophya montana
De soort bereikt een lichaamslengte van 9 tot 11 millimeter. Het vrouwtje is gemarkeerd in zwart en geel. De kop is zwart met gele snuit. Op het achterlijf is de eerste rugplaat geheel geel, de vijfde en zesde hebben brede gele banden in het midden gebroken met zwart. Op de zevende, soms ook op de vierde, zijn er kleine gele vlekken aan de zijkanten. De negende is bovenaan ook geel getekend.  De poten van het vrouwtje zijn ook overwegend geel met zwarte aftekeningen.
Dit is dus het vrouwtje. Het mannetje is vrijwel helemaal zwart, met soms  smalle bleke banden aan de zijkanten en bleke poten. 
bramensprinkhaan
De BRAMENSPRINKHAAN (Pholidoptera griseoaptera) is een bruine, zeer kort gevleugelde sabelsprinkhaan. Op deze twee kenmerken zijn de volwassen dieren in Nederland onmiddellijk te herkennen. Dit is een vrouwtje (te zien aan de legboor). In Nederland wordt deze sprinkhaan vooral aangetroffen in het zuidoosten en langs de grote rivieren. Hij is als imago actief van half juni tot begin november, Bramensprinkhanen leven in de struikzoom langs bossen en dergelijke. Ze hebben een voorkeur voor planten met grotere bladeren, vooral braamstruiken waaraan ze hun naam danken, maar ook wel andere soorten planten. 

 De vleugels zijn opvallend kort, bij de mannetjes zijn ze ongeveer even lang als het halsschild, bij de vrouwtjes zijn ze zelfs verworden tot onooglijk kleine, schub-achtige flapjes. De antennes zijn duidelijk veel langer dan het lichaam, ook de achterpoten zijn zeer lang en sprieterig. Vrouwtjes hebben een vrij korte, iets omhoog gerichte legbuis die vrij breed is, bruin van kleur en sterk zijdelings is afgeplat.
 cluster- of  klustervlieg
De CLUSTER- OF KLUSTERVLIEG (Pollenia rudis) is een vliegensoort uit de familie van de bromvliegen (Calliphoridae) Ze heeft wel wat weg van de huisvlieg, maar is wat forser van formaat. Zoals de naam al aangeeft vliegen ze in grote klusters of zwermen. Ze kunnen vooral in het najaar grote zwermen vormen als ze op zoek gaan naar een geschikte overwinteringsplaats, zoals in holle bomen of in spouwmuren. 
klustervlieg
De diertjes zijn niet gevaarlijk - ze steken niet, brommen niet en brengen geen nare ziektes over - maar doordat ze in zulke grote hoeveelheden actief zijn en soms ook in gebouwen overwinteren op een droge plek zoals in de spouwmuur, in ongebruikte kamers, dakbedekking en op de zolder, kunnen ze vooral na hun ontwaken in maart bijzonder hinderlijk zijn en op plaatsen komen waar je ze liever niet hebt. 
onderkant van de klustervlieg
De langwerpige witte eitjes worden door de vrouwtjes afgezet in kieren van de grond of in de humuslaag, waarna ze ’s zomers al na 3 dagen uitkomen. De larven parasiteren op regenwormen; ze eten ze van binnenuit op. Wanneer de larve het popstadium bereikt, verlaat hij de worm om zich in de grond te verpoppen. Er zijn drie of soms zelfs vier generaties per jaar. 
De 5-12 mm lange, bruingrijze clustervlieg heeft een borststuk met goudkleurige haren. Het achterlijf is enigszins afgeplat en heeft asgrijs-zilveren vlekken.
rups van de grote beer
Beervlinders zijn nachtvlindersoorten uit de familie van de spinneruilen. Ze danken hun naam aan de harige rupsen, vaak met een donkerbruin tot zwarte kleur en oranje/rode accenten, die zich voeden met planten, korstmossen of algen. Beervlinderrupsen zijn vaak actief in het voorjaar, overdag zonnend, en kunnen huidirritatie veroorzaken. Bekende soorten zijn de  Grote beer, de Weegbreebeer en het Zwart beertje. 

De naam GROTE BEER  (Arctia caja) doet je in de eerste plaatst misschien denken aan een sterrenbeeld, maar de Grote beervlinder is een dagactieve nachtvlinder uit de familie van de uilen. 
De naam van de vlinder verwijst naar het uiterlijk van de rups. Die is, zoals je ziet, namelijk sterk behaard met een vacht als een beer (zegt men....) De haren veroorzaken vrijwel nooit huidirritaties. 
Pas in juli of augustus verpoppen ze. Tegen de tijd van verpoppen zijn ze bijzonder actief en je komt ze dan ook overal tegen. Deze rupsen raken het gif, dat ze met hun maaltijden van o.a. het jakobskruiskruid binnenkrijgen, kwijt door dit in hun huid op te slaan. Na het vervellen zijn ze hun gif kwijt. Prachtig toch....
zwart beertje 
De vliegtijd van het ZWART BEERTJE  (Atolmis rubricollis) is van half mei tot half juli in slechts één generatie. Het is een nachtvlinder, die echter ook overdag vliegt. Het vlindertje wordt zo genoemd omdat het (met uitzondering van het oranje rode kraagje) volledig fluweelachtige zwarte vleugels heeft. Net als de rupsen van meer kleine beertjes houden ze niet van malse blaadjes, maar van korstmossen en algen die op de stam van bomen groeien. De rupsen  zijn actief van augustus tot oktober. Daarna dalen ze af naar de bosbodem om onder het mos te verpoppen.
rups van het geel beertje
Het GEEL BEERTJE (Eilema sororcula) is een nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae) en de onderfamilie van de beervlinders (Arctiinae). De spanwijdte bedraagt tussen de 27 en 30 millimeter. De vliegtijd van het Geel beertje loopt van eind april tot in juni. De naam beervlinder dankt ie aan de behaarde rupsen. De gele vlinder komt voor in Centraal- en Zuid-Europa, Klein-Azië en Zuidoost-Azië. 

Hoewel ik dit vlindertje zelf nog nooit heb waargenomen, omdat het uitsluitend ’s nachts vliegt , is het ook in Nederland en België algemeen. Vooral op de zandgronden. Heel bijzonder is dat de vlinders ook meestal in de buurt van de boom blijven waar ze zijn opgegroeid. Deze rups vond ik in mei bij de Kwegt. Ze leven vooral van korstmossen op bomen en zijn tot in september actief. Daarna maken ze een heel dun coconnetje, waarin ze verpoppen en zo overwinteren. De cocon wordt opgehangen tussen mossen en korstmossen op boomstammen en struiken. De eerste vlinders verschijnen in april van het volgende jaar.
hazelaaruil
De HAZELAARUIL (Colocasia coryli) is een nachtvlinder uit de familie van de donsuilen. Aan de volwassen vlinders is het verschil met de echte uilen niet te zien, maar wel aan de rupsen. Deze zijn namelijk zeer zwaar behaard en lijken helemaal niet op de rupsen van uilen die allemaal kaal zijn, of een enkel haartje hebben. De voorvleugellengte is tussen de 14 en 17 millimeter. De soort komt voor in heel Europa en het westen van Azië. Hij overwintert als pop. De habitat van deze soort is loofbos. Waardplanten zijn onder eiken, beuk, berken en spaanse aak. Het is in Nederland en België een algemene soort, die verspreid over het hele zandgrond-gebied kan worden gezien. 
De vlinder kent twee generaties die vliegen van begin april tot begin september. De mannetjes vliegen vanaf de schemering. De vrouwtjes vliegen nauwelijks en worden slechts weinig gezien. 
rups van de Hazelaaruil
De rups kun je aantreffen in mei-juli en september-oktober. Ze foerageert ´s nachts en verbergt zich overdag veelal tussen samengesponnen bladeren. De soort overwintert als pop in een cocon in de strooisellaag, onder mos of aan de basis van de stam van de waardplant. Het lijf van de rups is gewoonlijk rozeachtig oranje, maar soms ook bruin, okerkleurig of grijs en bekleed met fijne, witachtige haarborstels, de segmenten vier, vijf en elf hebben elk roodachtig bruine of zwartachtige haarkwastjes op de rug; over het midden van de rug een rij donkere, rechthoekige vlekken, die elkaar soms raken en dan een ononderbroken band vormen; op de flanken een witachtige lengteband en de kop is roodachtig bruin of grijsachtig.
stro-uiltje
Het STRO-UILTJE (Rivula sericealis) is een dag- en nachtactief nachtvlindertje op vochtige graslanden, moerassen, heiden en natte bospaden uit de familie spinneruilen (Erebidae). De voorvleugellengte bedraagt tussen de 13 en 15 millimeter. De imago kan verward worden met de late koolmot (Evergestis forficalis) uit de familie van de grasmotten (Crambidae), maar deze is wat groter en er lopen strepen over de voorvleugel. De soort overwintert als rups. Het stro-uiltje heeft diverse grassen als waardplant, zoals pijpestrootje. Het stro-uiltje is in Nederland en België een gewone vlinder, die over het hele gebied verspreid voorkomt. De vliegtijd is van half mei tot en half oktober in 3 generaties.

De voorvleugel van deze kleine spinneruil is strokleurig met een bruine achterrand en bruine franje; afgevlogen exemplaren zijn lichter, soms bijna witachtig van kleur. Kenmerkend is de duidelijke middenvlek, die op het eerste gezicht bruin lijkt, maar die met een loep bekeken bij verse vlinders paars blijkt te zijn met twee zwarte stipjes. De kleur van de voorvleugel is enigszins variabel; vooral exemplaren van de tweede generatie zijn soms geelachtig bruin of lichtbruin en kleiner.
rups van de zilveren groenuil
De ZILVEREN GROENUIL (Pseudoips prasinana) is een nachtvlindertje uit de familie van de uilen. De spanwijdte van de vlinder varieert tussen de 30 en 35 millimeter. De vliegtijd is mei tot en met juli. Het verspreidingsgebied beslaat geheel Europa. De volwassen nachtvlinder is groen, en heeft lichte “zilveren” strepen op de vleugels. Hij is lastig te zien tussen groen blad. Het vlindertje zelf heb ik dan ook nog nooit gezien. Waardplanten zijn vooral eiken en berken, maar ook andere soorten zoal de beuk, hazelaar en populier. 
rups van de groene zilveruil
De rups is wel opvallend. Ik vond deze begin oktober op mijn balkon. Vlakbij staat een moeraseik, dus daar zal hij wel uitgevallen zijn. Ik vind het een mooie rups. Ze is ongeveer 35 mm lang. Het heeft een heldergroene kleur met geelachtig witte spikkels en streepjes; over de rug twee brede, geelachtig witte lengtestrepen, De kop is lichtgroen. Het lichaam oogt wat plomp en naar de staart toe is het versmald. 
rups van de groene zilveruil
De schuivers vallen erg op; ze doen me een beetje denken aan brede witte slofjes. De naschuivers hebben een rode streep. Hoe deze rups zich verplaatst, is best wel grappig. Elk pootje met flapjes wordt apart een stukje naar buiten gestrekt, en met een kleine bocht iets verder neergezet. Dan volgt het volgende pootje, en het volgende. En dat gaat allemaal heel langzaam en is prachtig om te zien.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Blogarchief