Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Select language

Volgers

COPYRIGHT..

Deze posts zijn auteursrechtelijk beschermd. Overname van de inhoud van deze rapportage, hetzij integraal, gedeeltelijk of parafraserend, ongeacht het analoge of digitale medium waarin, ongeacht het doel en ongeacht de aanvrager, is niet toegestaan zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de beheerder.

Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht trilzwam. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht trilzwam. Sorteren op datum Alle posts tonen

maandag 6 december 2021

Herfst 2021.......Paddenstoelentijd deel 4: Van alles wat

Ik hoef niet uit te leggen dat een bosbrand dramatische gevolgen heeft voor onze flora en fauna. Toch zijn er soorten paddenstoelen die hiervan profiteren. Deze groep wordt gemakshalve aangeduid als Brandplekpaddenstoelen (Veerkamp, 1998). Je vindt ze alleen nadat de bodem sterk verhit is en de achterblijvende aslaag voldoende dik is. 

Rondsporig pekzwammetje
Er zijn 48 soorten bekend. Dan moet je bijvoorbeeld denken aan soorten als de Oliebollenzwam of Koffievuurtjeszwam (de meest bekende), de Brandplekbundelzwam, het Oranjerood houtskoolbekertje, het Brandplekspikkelschijfje, de Brandplekviltinktzwam.Dit is het RONDSPORIG PEKZWAMMETJE (Lyophyllum anthracophilum). Deze soorten vallen nagenoeg allemaal (96%) in de Rode Lijst categorieën: 'verdwenen', 'ernstig bedreigd', 'bedreigd' en 'kwetsbaar'. Slechts drie soorten staan niet op de Rode Lijst. De status van het Rondsporig pekzwammetje is: zeldzaam.
Dat kwetsbare heeft ook een reden. De afname van het aantal brandplekken sinds de jaren 70 van de vorige eeuw is een van de belangrijkste redenen. Ook brand in de natuurgebieden is nagenoeg uitgebannen. Voorheen was het in brand steken van snoeihout en takken heel gewoon. Tegenwoordig is het verbranden van hout in de open lucht in de ban gedaan en is er een ontheffing voor nodig. Alleen door onachtzaamheid van mensen en door blikseminslag zullen bosbranden ook in Nederland altijd blijven voorkomen, zodat mycologen af en toe toch kunnen genieten van lokale "explosies" van brandplekpaddenstoelen, want kort na een brand schieten ze als "paddenstoelen uit de grond"...... dat was bijvoorbeeld het geval na de grote brand in het Meinweggebied in april 2020. 
Het is echter een duizendste tref, dat ik bij een kleine zandverstuiving in de Tungeler wallen dit Rondsporig pekzwammetje ontdekte op de oude resten van een illegaal gestookt kampvuurtje.
De tamelijk kleine vruchtlichamen van het Rondsporig pekzwammetje zijn geheel bruingrijs, waarbij de lamellen wat lichter zijn gekleurd dan hoed en steel. Smaak en geur zijn melig. Er zijn 3 soorten pekzwammetjes: het Rondsporig-, het Gladsporig- en Knobbelsporig pekzwammetje. Niet zelden groeien de soorten door elkaar op één brandplek Voor een zeker onderscheid is het bekijken van de sporen m.b.v. een microscoop dan ook noodzakelijk. Die van het Rondsporig zijn rond en glad en hebben een een diameter van 4,5-6,5 μm. Eén μm, mu of micron = 1 duizendste deel van een millimeter, oftewel 0,001 mm.
Ik ben niet bekend met dit soort onderzoeken en heb het microscopisch onderzoek door een goede bekende laten doen, waarmee werd bevestigd dat het inderdaad dit zwammetje is. Ik wil vanaf deze plaats Gerard D. nogmaals bedanken voor dit onderzoek.  
Gele trilzwam
Nu de bomen hun blad verliezen of al hebben verloren, is de kans graat dat je de meestal kleine, maar opvallende GELE TRILZWAM (Tremella mesenterica)op een tak vindt. Opvallend vanwege de kleur. Verkijk je niet aan de foto, want ze zijn echt klein (1 tot 5 cm). Het vruchtlichaam van deze zwam, waar ik al eerder over schreef, is vaker meer oranje dan geel en bestaat uit een propje van gelatineuse, slappe hersenachtige geplooide "lobben", die er vochtig uit zien, glad aanvoelen en als je er zachtjes in knijpt verrassend veerkrachtig zijn.
Opgezwollen trilzwammen strooien kwistig met hun sporen als de vruchtlichamen trillen! Als er tegenaan wordt geduwd, of als de tak beweegt door bijvoorbeeld de wind, gaat die namelijk wat schommelen/trillen. Alsof het een plumpuddinkje is. Vandaar de naam trilzwam.
Trilzwammen worden bleek en verschrompelen bij het ouder worden en bij droogte, om na een regenbui weer op te zwellen en de oorspronkelijke kleur en vorm weer terug te krijgen. Ze kunnen met gemak een vorstperiode overleven. 
Stekeltrilzwam
Dit jaar vond ik nog 2 andere soorten trilzwammen. Een daarvan was de STEKELTRILZWAM (Pseudohydnum gelatinosum), ook wel IJszwam genoemd. In 2018 schreef ik een stukje over de Stekelzwam en in 2019 over het  Oorlepeltje,  maar de gelatineuse trilzwam die je hier ziet, is dus van een heel andere orde.
Ik vond deze bij het voormalig Ambonezenkamp in de Tungeler wallen. Je kunt ze op voedselarme zandgrond in gemengde bossen en naaldbossen (den of spar) vinden op sterk vermolmde stronken en stammen. Door het geleiachtige, viltige vruchtlichaam en de witte tot gelige zachte stekels aan de onderzijde is deze goed herkenbaar.
Ze zijn zachtglanzend en soms bijna doorschijnend. Zeker als ze nat zijn. Trilzwammen zijn altijd mooi om te zien, maar deze Stekeltrilzwam vind ik toch veruit de mooiste. Vooral vanwege de onderkant.
De andere trilzwammen hebben namelijk geen stekels, maar deze soort wel en is daardoor best wel uniek te noemen. In het begin is het vrij stevig en buigzaam, maar het wordt met het verouderen ietwat kleverig en voelt wat glibberig aan als een kwal. De hoedjes zijn tong- of schelpvormig en hebben een viltig of fijn korrelig oppervlak. De kleur varieert van doorschijnend wit tot grijsbruin of donkerbruin. Hoewel ik het me niet kan voorstellen, kan deze soort rauw gegeten kunnen worden in bijvoorbeeld een paddenstoelensalade. Ik zou zeggen: "blijf er van af en laat anderen er ook van genieten"...........  
Zwarte trilzwam
Vorige week vond ik in de tuin van het milieucentrum deze ZWARTE TRILZWAM (Exidia nigricans). Ondanks de toenemende kou zal die voorlopig niet bevriezen. Het is alsof er een natuurlijk antivries in zit. 
Zelfs vele weken van sneeuw en strenge vorst kan deze zwam overleven. Een trilzwam kun je dan ook het hele jaar vinden. 
Gewoon vuurzwammetje
Het GEWOON VUURZWAMMETJE (Hygrocybe miniata) hoort bij de familie Hygrophoraceae, oftewel de wasplaten. Wasplaten stellen hoge eisen aan hun standplaats. Over het algemeen moet de grond voedselarm zijn en langdurig ongestoord. Er wordt wel eens gezegd dat "wat orchideeën zijn onder de planten, zijn wasplaten onder de paddenstoelen, ". Een zo’n mooi opvallend wasplaatje is dus dit Gewoon vuurzwammetje. Eigenlijk vreemd dat het “gewoon” wordt genoemd, want zeg nou zelf, dit is toch schitterend. Door het woord "gewoon" lijkt het of dit zwammetje niet interessant is, maar het wordt hier eigenlijk gebruikt om aan te geven dat het een algemeen voorkomende soort is.
Het onderscheidt zich van de andere wasplaatjes door de fijne gelijk gekleurde schubjes op de hoed. Het oppervlak is droog. De oranjerode hoed is gelig aan de rand en aanvankelijk bolvormig, later uitgespreid. De lamellen staan ver uiteen en zijn prachtig roodoranje met een gele snede en breed aangehecht. De steel heeft dezelfde kleur als de hoed en is glad.
Het wordt nogal eens verwisseld met het Broos vuurzwammetje. Ze zijn in het veld en zeker op foto's zeer lastig te onderscheiden soorten, maar het Broos vuurzwammetje staat bekend als een vroege soort. Het Gewoon vuurzwammetje verschijnt pas in september en heeft een piek in oktober. Dat was hier het geval, dus ik mag aannemen dat ik met het Gewoon vuurzwammetje wel goed zit.  
Groene berkenrussula
In de post  "Herfst 2020-Paddenstoelentijd deel 3" heb ik al een en ander verteld over russula's, maar daar zat deze Groene berkenrussula nog niet bij.  De GROENE BERKENRUSSULA (Russula aeruginea), ook bekend als de Grasgroene russula, de Plakkerige groene russula of de Groene russula, is een eetbare Russula-paddenstoel. Hoewel ik hem dit jaar voor het eerst zag, is het naar het schijnt een algemeen voorkomende soort. Zoals alle russula’s is ook de Groene berkenrussula een mycorrhizapaddenstoel. Mycorrhiza is een samenlevingsvorm van schimmels en planten via de wortels. Mycorrhiza. betekent letterlijk: schimmelwortel. De schimmel gaat een “mutualistische” symbiose aan met de buitenkant van boomwortels. Mutualisme is een samenwerkingsverband, waarbij zowel de plant als de schimmel voordeel hebben. Schimmels absorberen bijvoorbeeld mineralen uit de bodem, die ze vervolgens afstaan aan een plant. In ruil daarvoor krijgen ze suikers terug voor hun eigen voeding.
De belangrijkste partner van de Groene berkenrussula is dus, zoals de naam al aangeeft, de berk, hoewel hij in zeldzame gevallen ook kan groeien bij bijvoorbeeld (fijn)sparren, dennen en lariksen. De soort is gevoelig door bemesting of kalktoevoeging, waardoor hij van een standplaats kan verdwijnen. De hoed van de paddenstoel is aan de bovenkant bleek grasgroen, grijsgroen of lichtgrijs en plakkerig. Bij oudere exemplaren is het centrum van de hoed donkerder dan de rand. In jonge toestand is de hoed bolvormig, om zich later uit te spreiden. Daarbij ontstaat er meestal een indeuking in het midden. Aan de rand van de hoed zijn bij grote exemplaren (5 tot 12 cm diameter) groeven te zien.
De dicht op elkaar zittende plaatjes zijn gebroken wit. Bij veroudering krijgen zowel de plaatjes als de hoedrand dikwijls roestkleurige vlekjes. De steel is wit, glad en 4 tot 8 cm lang. De paddenstoel heeft nauwelijks geur. Je kunt hem van juni tot oktober aantreffen aan bosranden, langs bospaden, in laanbermen en in beschaduwde parken en tuinen, meestal bij loofbomen. 
Geelbruine spleetvezelkop
De naam GEELBRUINE SPLEETVEZELKOP (Inocybe rimosa) heeft betrekking op het feit dat de hoedhuid tussen de radiaal lopende vezels gaat splijten bij het ouder worden. Deze Geelbruine spleetvezelkop is een van de variabelste wat betreft kleur, hoedvorm en grootte. De okergele, geelbruine tot donkerbruine hoed is 3 tot 7 cm breed en heeft een straalsgewijze, vezelige structuur.
Omdat hij moeilijk te onderscheiden is van andere vezelkoppen, vind je hem op Waarneming.nl meestal vermeld als "Geelbruine spleetvezelkop sl, incl. Bleke, Grijsbruine, Sombere spleetvezelkop". De afkorting SL betekent "senso latu" = in brede zin. Dus een verzamelsoort. Dit is dus omdat er diverse moeilijk te determineren soorten onder vallen.
Bij veroudering spreidt hij zich vlakker uit en de hoedhuid is vaak gespleten aan de rand. De lamellen zijn van crèmewit of grijsachtig naar geelbruin en tenslotte bruin. De steel is witachtig tot strogeel, aan de basis vaak donkerder tot bruin. LET OP, want deze vezelkop is een giftige plaatjeszwam. Giftig vanwege een stofje met de naam muscarine (acetylcholine), dat leidt tot tranende ogen, een lopende neus, overvloedig zweten, speekselvloed, maag- darmproblemen en ademhalingsproblemen. Dit gif zit ook in o.a. de Vliegenzwam, maar in minder sterke mate...........

vrijdag 15 februari 2013

Herfst 2013.......Paddenstoelentijd: Judasoren trillen niet in de kou

In december heb ik een foto geplaatst van de gele trilzwam die ik langs de Lossing bij de Kettingdijk in Altweerterheide had gezien. Ik schreef dat het vruchtlichaam van deze zwam bestaat uit een propje van gelatineuse, slappe hersenachtige geplooide "lobben", dat ze er vochtig uit zien, glad aanvoelen en dat ze verrassend veerkrachtig zijn, als je er zachtjes in knijpt. Opgezwollen trilzwammen strooien kwistig met hun sporen als de vruchtlichamen trillen! Als er tegenaan wordt geduwd, of als de tak beweegt door bijvoorbeeld de wind, gaat die namelijk wat schommelen/trillen, als een plumpudding.

Judasoren
Vandaag zag ik weer zo’n trilzwam op de Loozerheide. Ondanks vele weken van sneeuw en strenge vorst heeft deze zwam kunnen overleven, omdat er een soort natuurlijk antivries in zit. Een trilzwam komt dan ook het hele jaar voor.
Het valt je waarschijnlijk op dat de kleur en vorm anders is dan de trilzwam die ik in december plaatste. We hebben hier te maken met het Judasoor. (Auricularia auricula-judae). Deze zwam heeft de vorm van een geaderd, enigszins doorzichtig oor. Hij heeft een mooie satijnige donkerroze kleur. Bij droogte en in de winter krimpt hij in, wordt harder en verkleurd van lila-achtig tot bijna zwart.

De naam wordt volgens een legende verklaard uit de overlevering dat Judas zich aan een boom wilde ophangen, nadat hij Jezus verraden had. Hij probeerde eerst een (treur)wilg, maar de tak boog zo diep door, dat hij weer veilig op de grond terechtkwam. Bij zijn volgende poging, de vlier, brak de tak. Hij verloor bij die val een oor toen hij langs de bast van de boom schaafde. Pas bij een es lukte zijn zelfmoordpoging. Hierbij verloor hij ook zijn andere oor. Sindsdien heeft deze trilzwam een voorkeur voor vlier en essenhout, maar je treft hem ook op andere bomen aan. In mijn geval op een populier. Het aardige van het verhaal is, dat de legende eigenlijk van puur Europese makelij is, want de boom komt in Palestina niet voor.

Na verloop van tijd, maar vooral na een regenbuitje, zal hij weer opzwellen en krijgt hij weer zijn oorspronkelijke vorm en kleur. Zoals ik in december al zei..... een taaie rakker.

woensdag 19 december 2012

Herfst 2012....................Paddenstoelentijd : Gele trilzwam; kleur in sombere dagen

Voor de meeste mensen zijn paddenstoelen onverbrekelijk verbonden met de herfst. Dat is een misverstand. Paddenstoelen zijn er het hele jaar door, zelfs in de winter. Zeker nu, vanwege het zachte, regenachtige winterweer, zie je ze nog overal.

Op deze donkere dagen rond de jaarwisseling is kleur in de natuur schaars. De gele trilzwam die ik langs de Lossing bij de Kettingdijk in Altweerterheide zag, sprong dan ook al van ver meteen in het oog. Als een kleurig snoepje hing ie, precies op ooghoogte, op een tak. Ik kon ‘m dus goed bewonderen. Het vruchtlichaam bestaat uit een propje van gelatineuse, slappe hersenachtige geplooide "lobben". Ze zien er vochtig uit en voelen glad aan, maar als je er zachtjes in knijpt, zijn ze verrassend veerkrachtig. En ondanks de kou zullen ze voorlopig niet bevriezen, alsof er een natuurlijk antivries in zit. De gele trilzwam komt dan ook het hele jaar voor en overleeft klaarblijkelijk zelfs vele weken van sneeuw en strenge vorst. Hij kan tot 10cm breed worden.


Het exemplaar dat ik zag, is zoals je ziet overigens niet geel maar knaloranje. De kleur is afhankelijk van zijn leeftijd en zijn vochtgehalte. Alleen de jonge exemplaren zijn geel. Als hij wat ouder is, wordt hij meer oranje, trekt dan langzaam bleek weg en als hij verdroogt verschrompelt hij tot een taai donker oranje velletje. Na een regenbuitje kan hij echter weer opzwellen tot zijn oorspronkelijke vorm en krijgt hij weer meer kleur. Een taaie rakker dus, deze paddenstoel.

De gele trilzwam is een parasiet. Hij haalt zijn voedingsstoffen dus niet uit (dood) hout, maar uit een ander levend organisme. Meestal is dat (zoals op de foto) een kleine schorszwam.(dit is een voor mij onbekende soort).

Volgens een oud verhaal verschijnt deze zwam in je tuin als je vervloekt bent door een heks. De beste manier om de vervloeking ongedaan te maken is het zwammetje lek te prikken met een speld!!!!!.


Tip voor wie in de komende wintermaanden de ijsbloemen moe wordt:
kijk eens uit naar "bloeiende" paddenstoelen.....

zondag 16 november 2014

Herfst 2014.......Paddenstoelentijd deel 3: Van alles wat

“In Nederland zijn we de grens van de 5.000 paddenstoelensoorten al gepasseerd”, aldus Jacques Boomsluiter, van het secretariaat van de Nederlandse Mycologische Vereniging.
"Het is (zo zegt hij) ook voor kenners ontzettend lastig om precies vast te stellen hoeveel paddenstoelen er zijn. Dit is namelijk o.a. afhankelijk van wat je allemaal onder een paddenstoel verstaat. Daarnaast zijn de meeste soorten paddenstoelen zo ontzettend klein en onopvallend, dat we ze nog niet ontdekt hebben."
Ieder jaar komen er in ons land dan ook ongeveer honderd nieuwe paddenstoelsoorten bij........

Een beurszwam die ik op de Loozerheide aantrof, maar welke?
Als je je bovenstaande realiseert, is het begrijpelijk dat ik als leek, menige paddenstoel niet kan benoemen. Maar het begin is er en al doende leert men. Zodoende heb ik dit jaar al een aardige verzameling van bekende en (nog) niet bekende paddenstoelen weten aan te leggen. Op 26 oktober en 28 oktober heb ik je al met een aantal soorten kennis laten maken en op de site van Flickr vind je al mijn paddenstoelenfoto's terug.

Vandaag wil ik er voor de laatste keer dit jaar in "weertnatuur" aandacht aan besteden. Ik ga over een aantal iets vertellen, maar plaats ook foto's van, voor mij, onbekende soorten of waar ik aan twijfel. Mogelijk dat ik hierop reacties krijg.....

Gele korstzwam en Paarse knoop
Als ik nu in de natuur rondloop, bekijk ik meestal wat nauwkeuriger de dode boomstronken en stammen.
Zo trok de opvallende gele korstzwam op een oude stronk mijn aandacht, maar toen ik wat gerichter ging kijken, vond ik ook een onopvallend klein zwammetje. Een ca. 2 cm grote paarse knoopzwam.
Bijzonder bij deze soort is dat ie te vinden is in de periode november tot maart...... Hoewel ik hier slechts één zwammetje aantrof, groeien ze meestal bijeen in groepen die flinke afmetingen kunnen bereiken.
Vanwege de groeivorm en vanwege zijn paarse kleur (bij vochtig weer), is deze zakjeszwam opvallend. Wanneer de vruchtlichamen uitdrogen verschrompelen ze en worden zwart, waardoor ze minder opvallen.

Groot kalkschuim en Gele korstzwam
Groot kalkschuim is een slijmzwam. Andere soorten zijn bijvoorbeeld heksenboter en bloedweizwam.
Omdat ze zich voortplanten door middel van sporen, werden ze vroeger bij de paddenstoelen gerekend, maar tegenwoordig deelt men ze in onder een aparte groep. Soms zie je ze bleekgeel en dan weer roomwit, maar het zijn allemaal exemplaren van dezelfde soort; de verschillende kleuren zijn de stadia in de ontwikkeling. De zachtgele massa verbleekt in de loop van één dag tijd namelijk tot wit en heeft dan wel iets weg van een handvol gekookte zachte mini-rijstkorrels. Stilaan rijpen binnenin de sporen en die worden, voordat ze zich verspreiden, als een zwarte verkleuring zichtbaar aan de oppervlakte.

Gewone zwavelkop
De gewone zwavelkop is een mooie, maar ook giftige paddenstoel. Het opeten van een stukje van deze paddenstoel kan leiden tot misselijkheid, overgeven, diarree en stuipen. De naam heeft te maken met de zwavelgele tot oranje-achtige kleur van de hoed en de steel. De paddenstoel is in Nederland zeer algemeen en groeit in dichte groepen aan de voet van loof- of naaldbomen. Hij is daarin niet kieskeurig.

Geel hoorntje
Het buigzame geel hoorntje komt voor op droge, voedselarme grond. Je vindt hem voornamelijk op vermolmde naaldhoutstronken en -stammen. Het is een algemeen voorkomende soort.
Hoewel hij lijkt op een koraal, en er ook naar genoemd is, is het een trilzwam; als de zwam vochtig is voelt hij taai en geleiachtig aan, maar gedroogd is ie heel hard. Als hij weer nat wordt, zwelt hij weer op. Dat zie je ook bij het Kleverig koraalzwammetje.
Ook kunnen echte koraalzwammen niet buigen zoals een trilzwam zonder te breken. Dit zijn typisch kenmerken van een trilzwam.

De geschubde inktzwam en grote kale inktzwam zijn de meest bekende en talrijkste van de 100 inktzwammen in ons land. In de "jeugd" is de 5-15 cm hoge hoed van de geschubde inktzwam ei- tot klokvormig, wit met een lichtbruin, glad centrum en bedekt met licht omgekrulde schubben. De hoed scheurt later vanaf de rand in en vervloeit tot zwart. Ook de lamellen zijn wit in de jeugd, maar verkleuren later vanaf de rand via roze naar zwart. Als langs de randen scheurtjes ontstaan, komen er grote zwarte kleverige druppels uit. Elke druppel (inkt) bevat sporen en trekt vliegen aan, die voor de verspreiding zorgen.

Het hoedje van deze hazenpootjes is hier nog dicht "behaard", maar dat verandert al snel, want op "volwassen leeftijd" (en dat is een paar uur later) is het al nagenoeg kaal. Dus alleen als het net boven de grond uit komt, heeft het dat donzige, waardoor het enige gelijkenis vertoont met een hazenpoot.
Je vindt deze inktzwamsoort meestal in groepjes op de grond en op houtsnippers in bossen, plantsoenen, parken en wegbermen op voedselrijke bodem. De paddenstoelen zijn teer, ontwikkelen zich snel en leven dus relatief kort. Bij jonge exemplaren is de hoed nog klokvormig,maar wordt stilaan breder en klokvormig, en later vlak en komvormig. Naarmate het zwammetje ouder wordt, wordt het hoedje langzaam doorschijnend.

Haagbeukboleet??????
Bij deze heb ik mijn twijfels, maar ik denk aan een haagbeukboleet. De buitenkant van de hoed ziet er zo kleverig uit, omdat het geregend heeft. Boleten zijn eetbare paddenstoelen, die volop geplukt worden. Berken- en beukenboleten zien er bijna hetzelfde uit en smaken ook bijna hetzelfde. Het zijn de minst interessante soorten, want ze hebben niet veel smaak. Deze kun je overigens beter met rust laten, want zodra een boleet helemaal openstaat, zal deze snel bederven en ongedierte aantrekken. Vooral naaktslakken zijn er gek op. Deze wordt ook duidelijk zichtbaar bewoond door beestjes. Ik eet ze zelf niet, maar geniet er op een andere manier van. Als je ze zelf echter eens wil proeven, laat je dan raadplegen door kenners en verdiep je goed in de materie. Pluk ze sowieso als de hoed nog dicht is, of in elk geval voordat ie helemaal openstaat.

De soorten die je nu ziet zijn soorten die ik niet ken, of waar ik aan twijfel. Ik heb hierbij dus je hulp nodig......... Aarzel niet en reageer.
Ik denk aan de "bleke franjehoed", maar twijfel
Honingzwam?
Scherpe schelpzwam
Waarschijnlijk een oude "gewone krulzoom"
Nevelzwam
Sterspoorvezelkop????????
Melksteelmycena????????

woensdag 23 november 2016

Herfst 2016....... Paddenstoelentijd deel 5

Men zegt wel eens dat “paddenstoelen van mensen houden”.... Je hoeft namelijk zelden ver van de gebaande paden te gaan om ze te vinden. Wie met een paddenstoelenkenner op stap gaat, hoeft dan ook niet bang te zijn dat hij grote afstanden moet afleggen. Diep in het bos kom je ze vaak ook niet tegen. De paddenstoelen in deze blog, die we in het Herbertusbos in Heeze vonden, zijn allemaal vanaf de paadjes waargenomen.
Helmmycena en Langsteelfranjehoed
Deze witte plaatjeszwammetjes met hun kenmerkende hoedjes, horen bij de Mycenaceae. De bruine zijn Franjehoeden. Er zijn zo’n 90 verschillende Mycena-soorten, maar ze hebben allemaal die kenmerkende kegel- tot klokvormige hoed en vaak ranke stelen. Op het eerste gezicht is een mycena vanwege dat hoedje gemakkelijk te verwarren met een Franjehoed, maar als je naar de lamellen kijkt, zie je direct het verschil: mycena's hebben witte lamellen die ook wit blijven, omdat het sporenpoeder wit is. Franjehoeden hebben gekleurde lamellen, die vrij snel donker worden door het bruin(zwarte) sporenpoeder.
De bruine paddenstoelen die je hier tussen de Helmmycena's ziet, zijn Langsteelfranjehoeden.
Helmmycena
De witte hoed van de Helmmycena (Mycena galericulata) heeft een diameter tot 6 centimeter en is in het begin kegelvormig om zich later meer uit te spreiden, waardoor hij vlakker wordt. In het midden zie je dan een stompe umbo (knobbel). Omdat dat bultje op de hoed doet denken aan een soldatenhelm, wordt hij Helmmycena genoemd. De kleur is crème- of bruingrijs tot geelbruin, aan de fijn gestreepte hoedrand is hij altijd iets bleker. De taaie licht bruingrijze steel is wel tot 10 cm. hoog en ongeveer 8 mm. dik. Het is een in Nederland algemene paddenstoelensoort. Je vindt ze eigenlijk wel het gehele jaar door, maar uiteraard vooral in de herfst. De helmmycena vind je uitsluitend op hout. De soort heeft een voorkeur voor loofhout (eik, beuk, haagbeuk, populier, berk) dat al vrij ver is vergaan en is bedekt met mos, maar hij komt ook op naaldhout voor.
Knopschimmel (Spinellus fusiger)
Als je goed kijkt zie je dat op het hoedje van een Melkmycena een doorschijnende beharing zit. Dat is een Knopschimmel (Spinellus fusiger), die op de Helmmycena parasiteert. Jammer dat ik dat pas thuis achter de pc. zag, anders had ik er een close-up van kunnen maken. Het is een piepklein zwammetje waarvan het vrucht- lichaam (1 mm doorsnede) eerst doorschijnend wit is en bij rijping naar zwart verkleurt. De steel is 5 tot 15 mm lang en waterig wit, doorschijnend. Deze schimmel groeit in /op de hoeden van hoofdzakelijk Mycena's en leeft dus ten koste van de paddenstoel.
Dennenvoetzwam_ouder exemplaar
Zo’n 2 jaar geleden plaatste ik deze foto van de Dennenvoetzwam (Phaeolus schweinitzii), die ik in Dorplein aantrof. Ik schreef toen “Als deze sluipmoordenaar verschijnt, heeft hij al bruinrot in de wortels en de kern van de stambasis veroorzaakt en is het lot van zijn gastheer al beslist: die zal nl. het loodje leggen.”
Het is dus een schimmel die parasiteert op stobben en nabij levende naaldbomen, met een voorkeur voor Douglasspar maar ook larix, spar en den. Daarom zijn boseigenaren huiverig als hij in hun bos verschijnt.
Dennenvoetzwam
Wat schetst mijn verbazing, toen we deze zwam aantroffen in Heeze en het dezelfde blijkt te zijn. Tijdens de groei verandert hij dus helemaal van vorm en van kleur. In dubbel opzicht dus een sluipmoordenaar. Op deze foto zie je een nog redelijke jonge soort. Die heeft dan namelijk nog een trechtervorm en is van boven nog viltig tot wollig behaard en geel van kleur.
Dennenvoetzwam
Binnen enkele weken, als de paddenstoel volgroeid is, wordt de hoed kleverig van een uitgescheiden harsachtige substantie en wordt de kleur donkerder, tot zwart, aanvankelijk nog met zwavelkleurige rand.
Dennenvoetzwam eindfase

Uiteindelijk wordt het vruchtlichaam hard en nagenoeg geheel zwart. De hoed die dan nagenoeg vlak is geworden, kan een doorsnee bereiken van wel 30 centimeter.

spekzwoerdzwam

De Spekzwoerdzwam (Phlebia tremellosus) is een buisjeszwam. De dunne, waaiervormige vruchtlichamen doen aan spekzwoerden denken. Als je in je eigen oorlel knijpt, voelt dat net zo elastisch aan, of neem eens een stukje tussen je vingers. Dat voelt dan inderdaad aan alsof je in een dun speklapje knijpt. Ook al klinkt de naam eetbaar, de soort is niet geschikt voor menselijke consumptie. Deze "speklapjes" kunnen nogal wat kleuren hebben, van lichtroze tot bijna oranjerood. Welke kleuren de zwammen hebben, hangt af van het groeistadium en de omstandigheden.

Spekzwoerdzwam
Ze kunnen tot 10 cm. breed afstaande hoeden vormen, die vaak dakpansgewijs boven elkaar zitten. De bovenkant van de hoed ziet er soms wat wollig uit en de rand is veelal sneeuwwit, wat doorzichtig en pluizig.
Spekzwoerdzwam met sneeuwwitte pluizige rand
De onderzijde van de hoed is okergeel tot vleeskleurig- roze. Bij oudere exemplaren verkleurd die laag naar vleesbruin. De Spekzwoerdzwam is van september tot december te vinden op dode stammen en stronken van loofbomen, met name op beuken, berken, populieren en zo nu en dan ook op naaldhout.
Kleverig koraalzwammetje
Het Kleverig koraalzwammetje (Calocera viscosa) leeft als saprofyt op sterk vermolmde stronken en stammen van voornamelijk naaldbomen. Het is een zeer algemene soort, dus succes gegarandeerd als je op zoek gaat in een naaldbos. Het vruchtlichaam is 4-8 cm hoog en is vrij variabel qua vorm, hij kan bestaan uit rechte vertakkingen, maar komt ook regelmatig voor met vrij veel vertakkingen. De kleur is opvallend oranjegeel. Het brengt kleur in de duistere naaldbossen en is vooral tussen het mos een lust voor het oog.
Kleverig koraalzwammetje
Hoewel hij op een Koraalzwam lijkt, valt hij toch niet onder de koraalzwammen, maar de trilzwammen. Het is een taaie rubberachtige en geleiachtige soort. Dit in tegenstelling tot de Koraalzwammen, die doorgaans niet direct op hout groeien en waarvan de vertakkingen meestal vrij gemakkelijk afbreken. De vruchtlichamen van het koraalzwammetje glippen gemakkelijk tussen de vingers door zonder te breken.
Geel hoorntje
Het Kleverig koraalzwammetje is enigszins te verwarren met het Geel hoorntje (Calocer a cornea).
Onder gunstige omstandigheden is het ook glad en kleverig, maar het heeft weinig of geen vertakkingen en onderscheidt zich onder andere daarin van het kleverig koraalzwammetje. Gele hoorntjes groeien bovenal op ontschorste, vermolmde takken en stammen van loofhout. Het gelatineachtige vruchtlichaam van het geel hoorntje is meestal niet hoger dan 1 tot 1,5 cm. Bij nat vochtig weer is het in zijn element en staat het te pronken, maar bij droog weer schrompelen de hoorntjes weer ineen. Een kenmerk dat je bij andere trilzwammen, zoals Judasoor en Gele trilzwam, ook ziet.
Rossig buiskussen
Het Rossig buiskussen (Tubulifera arachnoidea) werd vroeger Tubifera ferruginosa genoemd. Tubulifera = buisjesdragend en Tubifera =buisdragend". Ferruginosa = "vol roest" en heeft dus betrekking op de roestachtige kleur. Het Rossig buiskussen wordt gerekend tot de primitieve slijmschimmels en is feitelijk dus geen paddenstoel. In eerdere blogs liet ik al eens slijmzwammen zien, namelijk Heksenboter.

Het Rossig buiskussen heeft een voorkeur voor dood hout dat al behoorlijk ver is vergaan en met mos is bedekt. Je ziet echter niet zoals bij paddenstoelen een grote massa schimmeldraden in het hout. Uit de sporen van slijmschimmels ontstaan namelijk amoeben, kleine eencellige organismen die samensmelten en uitgroeien tot één kolonie, het plasmodium. Het voedt zich al voortbewegend met bacteriën, sporen van schimmels, mossen en varens. De hele groep kan een afmeting van 15 cm bereiken, maar blijft meestal kleiner. In jonge toestand is het helder roze tot oranje van kleur, later wordt het grauwbruin.

Gele trilzwam
Zoals gezegd heb ik met de Paddenstoelengroep een bezoek gebracht aan het Herbertusbos in Heeze. Een bos dat nu eigendom is van het Brabants Landschap en waar je veel beuken vindt. Daarom krijg je daar weer soorten te zien die in onze omgeving niet, of minder voorkomen. Dat geldt niet voor deze Gele trilzwam, maar wel voor de Porseleinzwam....
Porseleinzwam
Over deze Porseleinzwam heb ik een aparte post gemaakt. Als je HIEROP klikt kun je die bekijken.
Als je de andere foto's die ik daar genomen heb allemaal wil bekijken, moet je HIER klikken.

Blogarchief