Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Select language

Volgers

vrijdag 6 december 2019

Herfst 2019.......Paddenstoelentijd deel 4: Honingzwammen

In deze post ga ik het hebben over honingzwammen. De naam hebben ze te danken aan de honinggele kleur van de Echte honingzwam. Van jonge exemplaren dan, want later blijft van die kleur niet veel over.
De verschillende soorten zijn in het veld in een ouder stadium soms moeilijk van elkaar te onderscheiden.

Honingzwammen (Armillaria) zijn plaatjeszwammen (Agaricales). Meestal groeien de vruchtlichamen in bundels op de grond nabij geïnfecteerde wortels, stam of stronk, maar soms vind je ze ook nog enkele meters hoog in geïnfecteerde bomen. Omdat een infectie niet te stoppen of te 'genezen' is, is preventie de enige manier om de gevolgen van de honingzwam te voorkomen. Ik denk bijvoorbeeld aan voorzichtig zijn bij gras maaien rond de boom.

Echte honingzwam
Sombere honingzwam
Knolhoningzwam
In Nederland komen enkele zeldzame soorten voor: de Noordelijke honingzwam, de Moerashoningzwam en de Bleke honingzwam, maar ik ga het hebben over de 3 meest algemene: de Echte honingzwam (Armillaria mellea), de Sombere honingzwam (Armillaria ostoyae) en de Knolhoningzwam (Armillaria lutea).

Het organisme honingzwam bestaat uit een onzichtbaar deel in het hout (mycelium) en zichtbare vruchtlichamen; de paddestoelen dus. Deze vruchtlichamen bestaan maar een paar weken en hebben als doel sporen te verspreiden en zo voor vermeerdering te zorgen. Het is een parasiet welke levende bomen infecteert en daarbij houtrot (witrot) veroorzaakt. De boom zal hierdoor langzaam sterven en bovendien instabiel worden. Hoewel een boom vele jaren een infectie van de honingzwam kan compenseren is een infectie altijd dodelijk. Een infectie van de zwam is altijd het begin van het einde.

Rhizomorfen van de honingzwam
Zwammen vermeerderen zich door te gaan 'bloeien' met paddenstoelen en zo hun sporen te verspreiden. Honingzwammen hebben echter nog een andere manier om zich te verspreiden, namelijk via rhizomorfen. Dit zijn bundels draden van de zwamvlok die met een zwart melaninelaagje zijn omhuld. Het uitgebreide netwerk van rhizomorfen kun je achter de schors van zo'n dode boom nog zien.

Rhizomorfen van de honingzwam
Omdat die zwarte draden wel iets hebben van schoenveters, spreekt men in het Engels van “Shoestring fungus” (schoenveterzwam). Met behulp van de rhizomorfen kan een honingzwam grote afstanden overbruggen tussen verschillende bomen en zo steeds nieuwe bomen infecteren. Dat gaat met een snelheid van ongeveer één meter per jaar . Ze dringen tussen de bast en het kernhout van de stam (het zogenaamde cambium). Dit is het levende weefsel van de boom, waardoor het transport van water en voedingstoffen plaatsvindt. Hier breidt de zwam zich langzaam uit en doodt het levende weefsel. De boom redt het dan niet.

Rhizomorfen van de honingzwam
Het mycelium van één enkele paddenstoel kan zich in de loop der tijd over een gebied van vele hectares uitstrekken en een ouderdom van vele honderden en zelfs duizenden jaren bereiken. In de Amerikaanse staat Oregon groeit een Sombere honingzwam die naar schatting 2400 jaar oud is en een ondergronds mycelium (zwamvlok) heeft met een omvang van maar liefst 890 hectare. Dat maakt deze schimmel het grootste levende wezen ter wereld.

Echte honingzwam
    

De Echte Honingzwam ( Armillaria mellea ) is een zwam die meestal in bundels groeit, op zowel dood als levend loof- en naaldhout. Vooral aan de voet, maar ook wel op stronken of wortels. Deze soort komt vooral voor op voedselrijke grond. De hoed van de Echte Honingzwam is overwegend geel tot bruinig geel gekleurd en bevat donkere, vezelige schubjes, die verdwijnen naarmate de paddenstoel ouder wordt. De kleur van de hoed verbleekt bij het opdrogen.

Echte honingzwam
    
De Echte honingzwam heeft een opvallende dikke witte ring, die niet vergankelijk is zoals die van de knolhoningzwam, heeft een gelige randzone aan de onderzijde en is fijn vlokkig. De steel loopt aan de basis taps toe en is meestal ook lichter gekleurd dan de hoed. Echte honingzwam geurt sterk onaangenaam. De sombere verspreidt een zwak fruitige geur die wat aangenamer is.

oudere exemplaren van de Echte honingzwam
Deze kenmerken zijn te zien als het nog jonge exemplaren zijn. Bij oudere honingzwammen is dit alles minder goed, of helemaal niet meer te zien.

oudere exemplaren van de Sombere honingzwam
oudere exemplaren van de Sombere honingzwam
Bij oudere exemplaren kan de Echte Honingzwam verward worden met deze Sombere Honingzwam ( Armillaria ostoyae ) en met de Knolhoningzwam ( Armillaria lutea ). De Sombere Honingzwam heeft echter nooit duidelijke geeltinten in de hoed. De hoed is ook grover geschubd, de lamellen zijn donkerder van kleur en de steel bevat vaak donkere schubjes.

Jonge Sombere honingzwammen
Echte honingzwam met opvallende ring
Het belangrijkste verschil met de Sombere Honingzwam zit echter aan de onderkant van de ring. Hoewel het niet altijd goed te zien is, bevat deze bij de Echte honingzwam een gele randzone, terwijl deze ring bij de Sombere Honingzwam bezet is met donkere vlokjes.

Jonge Sombere honingzwam
 De steel van de Sombere en ook van de Knolhoningzwam zijn aan de basis even dik of knolvormig gezwollen.

Sombere honingzwam
 De Sombere honingzwam (Armillaria ostoyae) is een paddenstoelsoort die zowel op naald- als loofhout kan groeien. Soms zijn dat dode stobben, maar meestal zijn het levende bomen of beter, de wortels van die bomen.

Knolhoningzwam
De knolhoningzwam is in tegenstelling tot de andere 2 géén parasiet, maar gaat een samenwerking aan met berken. Zo hebben beiden voordeel. Men noemt dat symbiose. De belangrijkste uiterlijke verschillen met de Knolhoningzwam zijn dat die gele velumresten op de steel en ring hebben zitten, hoewel dat niet altijd te zien is, en dan hebben we natuurlijk nog de knolvormige voet.

Knolhoningzwam
Deze ring is wel vergankelijker dan bij de andere 2 Honingzwammen. De steel bij deze soort is ook vaak sterk verdikt, maar dit is soms ook het geval zijn bij andere Honingzwammen. De Knolhoningzwam dankt zijn naam aan de knolvormige voet. Deze zit meestal verdekt in de bodem of onder de vegetatie.

Schubbige bundelzwam
 Ook wordt de Sombere honingzwam nogal eens verward met de Schubbige Bundelzwam (Pholiota squarrosa). Als je let op de grootte, de kleur en structuur van de hoed, de steel en lamellen, dan zie je de verschillen.

Oudere Schubbige bundelzwam
De hele paddenstoel is goudgeel van kleur met donkerder afstaande schubben die zowel op de hoed als op de steel zitten. Bij het ouder worden verkleurt ie meer naar bruin. Het is een in Nederland algemene paddenstoelensoort. Je vindt hem van september tot en met november in bundels op loofbomen in bossen en parken. De steel heeft een gladde top. Onder waar de ring is ingescheurd, is de steel roodbruin met bruine schubben. De lamellen zijn bleekgeel tot gelig bruin en staan dicht op elkaar. De sporen zijn roestbruin. De paddenstoel geurt naar radijsjes.
De zwam leeft net als de honingzwam als parasiet op de wortels en aan de voet van bomen en doodt deze. Het valt mij op dat vooral de Amerikaanse eik er gevoelig voor is. Nadat de boom is omgevallen, leeft de zwam verder in het hout als saprofiet.

dinsdag 19 november 2019

Zeven jaar “Weert en natuur”

Het is al weer 7 jaar geleden dat ik begon met "Weert en natuur". Om precies te zijn op 19-11-2012.  Dit is post nummer 287. Inmiddels is het totaal van 207.000 pageviews nagenoeg overschreden. Vorig jaar waren er circa 30.000 pageviews en ook dit jaar kom ik aan dat aantal. Gemiddeld werden dit jaar dus elke week bijna 600 pagina's bekeken en/of gelezen en dat "all over the world". Afgelopen maand waren het er maar liefst 3632 zoals je in onderstaand overzicht kunt zien. Een topmaand...


Opvallend was dat mijn recente post over "de ontstaansgeschiedenis van de IJzeren man" vaak bezocht werd. Het gebied was het afgelopen jaar ook volop in de belangstelling vanwege het beheer aldaar en dan met name vanwege een ingrijpende bomenkap. Ook de post over "Myxomyceten" werd vaak bezocht; ruim 1200 pageviews, evenals "Paddenstoelen in de winter" die 830 keer scoorde. Nog steeds staat "Otterontsnippering" echter bovenaan als meest bezochte post. Gevolgd door "Natuur(gebieden) in Weert". Dan zijn er nog de post over de  "Reuzenbalsemien," en  "Waarom is het water van het Blauwe meertje zo blauw ?"


Wat nog steeds achterblijft zijn helaas de volgers (20) en de reacties. Daar doe ik het uiteraard niet voor, maar toch ben ik eigenlijk reuze benieuwd wie die lezers dan wel zijn en wat ze er van vinden.....
Tegen de bezoekers zeg ik dan ook: Hartelijk bedankt voor je bezoekje, maar aarzel niet om te reageren en je aan te melden als volger. Het verplicht je tot niets. Een speciaal woordje van dank is gericht aan mijn meest trouwe "reageerders": Patricia, Roos en Helma.


In deze post wil ik een pleidooi houden voor onze insecten. Jammer genoeg beseffen de meeste mensen niet hoe belangrijk insecten zijn, voornamelijk omdat we ze als irritant beschouwen. We zijn ze vaak "liever kwijt dan rijk". De insectenwereld is echter, zo ontdek ik steeds weer, een boeiende wereld. Een wereld die helaas bedreigd wordt door allerlei negatieve ontwikkelingen van buitenaf. Wereldwijd onderzoek heeft aangetoond dat in de afgelopen 3 decennia 1 op de 4 insecten en bijna 75% van al onze vliegende insecten verdween ....... Oorzaken zijn stikstof, fosfaat, overmatig gebruik van pesticiden, verstedelijking, de manier waarop we landbouw bedrijven (vaak schaalvergroting met maar één gewas) en klimaat­verandering. Als deze achteruitgang in hetzelfde tempo doorgaat, zullen er over 100 jaar zelfs géén insecten meer zijn!.
Wat we blijkbaar nog niet goed beseffen, is dat wij het zonder insecten heel moeilijk gaan krijgen.
Insecten houden de wereld namelijk draaiende........


Anne Sverdrup, hoogleraar aan de Noorse Universiteit van Natuurwetenschappen en adviseur van het Noorse Instituut voor Natuuronderzoek, gaat zelfs nog verder. Zij beweert dat als de insecten verdwijnen, de mens ook verdwijnt !!!! Zij vindt insecten "een tandwiel in de natuur, die de wereld als een klok laat tikken.  Als dat tandwiel stuk gaat, stopt  de klok".

In "Terra insecta" schrijft ze onder andere: "Stel de wereld voor als een hangmat. Het verdwijnen van insecten is als de draden, die een voor een uit de hangmat worden gehaald. Nu ligt de mens nog comfortabel in de mat, hier en daar een gat is geen probleem. Maar te veel gaten zorgen voor instabiliteit en de uiteindelijke verbrokkeling van het ecologische evenwicht. Zo zullen wij ook verdwijnen als de insecten verdwijnen.
Dat is zeker.”


  

Waarom is het verdwijnen van insecten nou zo rampzalig?
Ze verwerken, net als paddenstoelen overigens, organisch materiaal; het zijn echte opruimers. Ik denk dan bijvoorbeeld aan soorten als de Gewone doodgraver en de mestkever. Zonder hen zou het een zootje zijn. Verder zorgen ze zo ook voor een gezonde bodem, zodat planten en bomen kunnen groeien.

    
Bijen, vlinders en andere fladderaars bestuiven niet alleen de bloemen in de vrije natuur, maar ook die van onze fruitbomen en van 75 % van de gewassen, die voedsel voor ons zijn!

Wie gaat dat doen als zij er niet, of in niet voldoende aantallen, meer zijn? Moet dat dan, net zoals nu al op tal van plaatsen in China gebeurt, handwerk voor de mens worden?

Wetenschappelijk onderzoek naar hun functioneren draagt ook bij aan medische vooruitgang. Als meest recent voorbeeld noemde ik in een vorige post de houtsluipwesp in Allemaal beestjes #13.

En tot slot zijn insecten vooral onmisbaar als voedsel voor talloze andere soorten dieren. Insecten (bijvoorbeeld vliegen en muggen) die wij vaak verwensen, zijn onmisbaar voor talloze vogels en andere insecteneters, die op hun beurt weer voedsel zijn voor hogere predatoren.

We staan er te weinig bij stil, maar insecten spelen dus een hoofdrol in de kringloop, "de kringloop van het leven". Zij vormen dan misschien de onderste laag van de voedselpiramide, maar als je die laag wegneemt, dan stort wel de hele piramide in. Een piramide waar ook wij deel van uitmaken.

Welke komkommers laat jij  liggen en waarom?
Er is veel over te doen geweest het afgelopen jaar, maar na de alarmerende berichten dreigt het weer, zo lijkt het, op de achtergrond te geraken. Het stikstofprobleem lijkt ook meer een economisch probleem te zijn.
Wat we echter nog te weinig beseffen is, dat de sleutel van de ommekeer niet alleen bij de "anderen", zoals de boeren en de industrieën, ligt, maar bij iedereen. Ook bij ons dus.....
Als consumenten bepalen wij namelijk wat we eten en hoe dat eten wordt gemaakt. De agrariërs doen eigenlijk alleen wat door de consument wordt verlangd; groente en fruit leveren in "perfecte" staat; puntgaaf en zonder oneffenheden én liefst zo goedkoop mogelijk. Waarom geen biologische vorm van bestrijding, dus zonder tussenkomst van bestrijdingsmiddelen, zodat er wel meer "kneusjes" zijn, maar de akkers insectvriendelijker worden?  En jij kunt jouw kleine stukje groen rond het huis toch ook toegankelijk maken voor insecten!!!!

Door mijn posts over insecten hoop ik een klein steentje te kunnen bijdragen aan een ommekeer en je er van proberen te doordringen om je (vaak negatieve) kijk op insecten te herzien en te ontdekken hoe interessant en boeiend, maar ook hoe noodzakelijk deze insecten zijn.

Wil je wat posts van mij bekijken met als thema "allemaal beestjes", dan moet je HIER klikken.

zaterdag 2 november 2019

Herfst 2019.......Paddenstoelentijd deel 3: Myxomyceten.

Afgelopen jaar, schreef ik al iets over Myxometen of slijmzwammen die ik gevonden had.
Daar kun je onder andere lezen dat het geen paddenstoelen zijn, maar dat ze wel als zodanig behandeld worden. Dat kun je HIER nalezen.

Roodbruin netpluimpje
Het zijn onschadelijke organismen, die leven van o.a. bacteriën en schimmels. Niet van hout, dood materiaal of levende planten dus zoals bij paddenstoelen wel het geval is.

Beukenkalkkopje
De meeste slijmzwammen houden van vochtige omstandigheden en beschutte plaatsen. De meeste vind je dan ook uit het zicht van direct zonlicht en op natte voedingsbodems, zoals aan de onderkant van dode stammen. Hoewel ze zich in een natte omgeving ontwikkelen, mogen ze niet natregenen. Ze moeten beschut genoeg staan om de droge rijpe sporen door de wind te kunnen laten verspreiden.
Veel soorten vormen vruchtlichamen, die niet hoger zijn dan zo'n drie millimeter. De vruchtlichamen,die zorgen voor de verspreiding van de sporen, zijn er in heel veel verschillende stadia, kleuren en vormen. Een boeiende macrowereld.

Vandaag laat ik je er weer een aantal zijn. Het viel niet mee er met mijn cameraatje geslaagde foto's van te maken, maar ik denk dat het met deze getoonde soorten wel gelukt is.

Fopdraadwatje, Peervormig draadwatje  (rechts de Paarse wasporia, een buisjeszwam)
Fopdraadwatje (geel) en Peervormig draadwatje (wit)
Fopdraadwatje
Fopdraadwatje
Goudgeel draadwatje
Goudgeel draadwatje
Goudgeel draadwatje
Knikkend kalkkopje
Knikkend kalkkopje
Worstnetwatje
Worstnetwatje
Worstnetwatje

maandag 28 oktober 2019

Herfst 2019.......Paddenstoelentijd deel 2

De afgelopen jaren heb ik al heel wat posts geschreven over paddenstoelen. Dit is nummer 34.
Als je een avondvullend programma wil,moet je HIER op klikken !!! Daar staan ze allemaal bij elkaar.
Als je op zoek bent naar een specifieke soort, dan kun je beter gebruik maken van de zoekfunctie, Die vind je hierboven net onder de inhoudsopgave.

Hoewel het er een maand geleden niet zo veelbelovend uitzag, heeft de vele regen van de afgelopen tijd en de hoge temperatuur daar gelukkig verandering in gebracht. De afgelopen weken heb ik dan ook al heel wat paddenstoelen gezien. Veel bekende soorten, maar ook een aantal die ik nog niet eerder had gezien.
Het wordt stilaan moeilijk om je een mooie foto van een bijzondere en nog niet vertoonde soort te laten zien en er iets over te vertellen. Een post moet natuurlijk interessant blijven om te lezen, maar ik denk dat dat deze keer weer gelukt is.


In Nederland zijn totaal zo'n 85 soorten mycena’s bekend. Hoewel verwisseling met enkele Franjehoedjes op de loer ligt, is het meestal niet moeilijk een mycena te herkennen.
Ik heb al eens eerder over mycena’s geschreven. Als je HIER op klikt, kun je dat eventueel nalezen.

Mycena's zijn leuke sierlijke paddenstoeltjes, die altijd klein zijn, dunvlezig en met een dun steeltje. De sporen zijn wit, of in een enkel geval lichtroze. Veel soorten groeien tussen het strooisel in het bos en er zijn ook typische graslandsoorten, maar de meeste zijn “houtbewoners” en groeien zelfs op sparren- en dennenkegels.
Moeilijker is het om ze op naam te brengen. Zo weet ik nagenoeg zeker dat de middelste een Melksteelmycena is, maar bij de andere twee twijfel ik. Ik denk aan de Draadsteelmycena (li) en de Adonismycena (re), maar weet het niet zeker.

Oranje dwergmycena
De Oranje dwergmycena (mycena acicula) is gelukkig wel goed te herkennen. Het is een van de kleinste mycena's. Je vindt ze op takjes, twijgen en strooisel van loofbomen. De soort is niet zeldzaam, maar vanwege de afmeting wordt ie vaak over het hoofd gezien.  Het zwammetje valt op door de oranje tot oranjerode kleur van het hoedje met een geel randje en gele steel. Wie hem eenmaal goed bekeken heeft zal deze dwerg onder de paddenstoelen niet gauw vergeten.

Oranje dwergmycena
Het halfbolvormig hoedje is slechts tussen de 2 en 10 mm, de lamellen zijn bleekgeel met wittige lamelsnede en de helder gele steel is 2 tot 4 cm lang en slechts 1 mm dik. Vanwege het formaat viel het niet mee om deze goed in beeld te krijgen, maar al met al denk ik dat dat gelukt is.

Blauwplaatstropharia
Stropharias leven van de afbraak van dood plantaardig materiaal. Meestal is dat hout dat door mensen is versnipperd of tot zaagsel is vermalen. Deze Blauwplaatstropharia (Stropharia rugosoannulata) vond ik op de met houtsnippers bestrooide paadjes in de tuin van het NMC in Weert. De naam spreekt voor zich.
De Stropharia is vermoedelijk afkomstig uit Australië of Nieuw Zeeland en is via scheepstransporten in West Europa, Engeland en het westen van Noord Amerika terecht gekomen, mogelijk met geïmporteerde bast van Eucalyptus. Vanwege de gewoonte van tuinbezitters en veel gemeentelijke plantsoenendiensten om hout te versnipperen, kon de soort zich uitbreiden.

Oranjerode stropharia
De Oranjerode stropharia (Leratiomyces ceres) is pas sinds 1967 bekend in Nederland. De eerste waarneming in West-Europa is afkomstig uit Engeland, waar ze reeds in 1957 opdook. In de tuin van het NMC vind je ze jaarlijks tussen de houtsnippers. Niet duidelijk is of de zwam met de houtsnippers meekomt, of dat het mycelium nog aanwezig is van voorgaande jaren. Het strooien van houtsnippers stimuleert de schimmel in elk geval om vruchtlichamen te vormen.

Oranjerode stropharia
De hoed van de Oranjerode stropharia is aanvankelijk bol, later vlak uitgespreid, tot 6 centimeter in doorsnee, en aan de rand dikwijls voorzien van witte velumresten. De plaatjes aan de onderzijde zijn aanvankelijk gebroken wit, om spoedig via bleekgrijs en olijfgroen naar donker grijsbruin te verkleuren .
De steel van de paddenstoel is wit, aan de basis vaak rood aangelopen, in jonge toestand bedekt met vezeltjes of schubjes. De aanvankelijk aanwezig broze ring is bij oude exemplaren meestal verdwenen.

Knolparasolzwam
De hoed van de Gewone knolparasolzwam (Chlorophyllum rhacodesis) in de jeugd bolvormig, waardoor de paddenstoel het uiterlijk heeft van een trommelstok. Weldra breekt de bol open en is dan bedekt met regelmatig verspreide, witte tot bruine schubben op een wittige ondergrond.

Knolparasolzwam
Bij deze foto van een nog niet volledig ontwikkeld, exemplaar zien we goed de dikke knolvoet, waarmee het strooisel opzij wordt geduwd en waar hij de naam aan dankt.

Knolparasolzwam
De kruin van de 5–15 cm grote hoed is meestal glad en donkerbruin. De witte lamellen en steel verkleuren roodbruin bij beschadiging. (op de foto goed te zien). De stevige steel van 10–15 cm lang heeft een verschuifbare ring met franje. De Knolparasolzwam komt algemeen voor met als standplaats bossen, parken en tuinen. De soort komt zowel in naaldbossen als gemengde bossen voor op een humeuze, voedselrijke bodem. Deze soort vormt regelmatig heksenkringen of komt voor in rijen.

Oorlepelzwam
De Oorlepelzwam (Auriscalpium vulgare) is een paddenstoel die behoort tot de familie Auriscalpiaceae; de stekelzwammen.  De soort was vroeger vrij algemeen in dennenbossen, op zeer voedselarme en kalkarme grond gevonden. Na 1960 is die echter sterk afgenomen door verzuring van de bosbodem. Sinds 1980 is het aantal meldingen ervan zelfs gehalveerd. Gelukkig komen we dit bijzonder paddenstoeltje hier regelmatig tegen.

Oorlepelzwam
Het valt niet mee om hem fraai in beeld te krijgen. Hij groeit namelijk verdekt op (ondiep begraven) dennen- en sparrenkegels tussen de dennennaalden. Ik heb er een mee naar huis genomen, zodat ik deze op mijn gemak kon fotograferen.

Oorlepelzwam
De leerachtige hoed is niervormig tot bijna rond en tot 2 centimeter in diameter met een zijdelings aangehechte steel. Het oppervlak is dicht behaard. Afhankelijk van het seizoen waarin de Oorlepelzwam gevonden wordt, varieert de kleur van de hoed van lichtbruin tot beige (jonge ex.), roodbruin tot zwartbruin (oude ex.) Na een overwintering zijn deze zwammen vrij onopvallend bruinzwart gekleurd en vaak met groene algen begroeid.

Oorlepelzwam
Onder de hoed bevinden zich geen lamellen of buisjes, maar stekels van enkele millimeters lang, roze tot grijsbruin van kleur. Het meest opvallend bij deze paddenstoel is de bevestiging van de hoed aan de tot 8 centimeter hoge steel. De steel zit vast aan de zijkant van de hoed, waardoor de vorm van het vruchtlichaam met enige fantasie doet denken aan een oorlepel. Ook de donkerbruine steel is behaard. De sporen zijn wit. Gewoonlijk staan er maar een of twee Oorlepelzwammetjes op een dennenkegel. Bij deze had ik dus wat meer geluk.

Zwerminktzwam
Bij de meeste inktzwammen staan de lamellen zo kort op elkaar dat de sporen niet door de wind meegenomen kunnen worden. Daarom hebben deze paddenstoelen een andere strategie voor het verbreiden van de sporen: vervloeien. De "inkt" die hierbij in druppels ontstaat, heeft de zwarte kleur van de sporen, vandaar de naam inktzwam.

Zwerminktzwam
De algemeen voorkomende Zwerminktzwam (Coprinellus disseminatus) is echter een van de weinige inktzwammen waarvan de hoed niet vervloeit. Door de kleine hoedjes en het voorkomen in "zwermen" zijn ze gemakkelijk te herkennen.
Het is een kleine soort met een hoeddiameter van 12 mm. Het hoedje is gestreept en geplooid, is aanvankelijk grijs-geel/wit dat later bruin wordt. De steel is heel dun en wordt 3 tot 5 cm lang.

Zwerminktzwam
Het is een inktzwammetje dat in grote groepen en opvallend dicht op elkaar staand op het rottende hout van loofhoutsoorten voorkomt. Meestal staan ze op stronken, takken en stammen, maar vaak ook op ondergronds wortelhout.  Hoewel "zwermen" eigenlijk meer te maken heeft met vliegende insecten en vogels is de Nederlandse naam goed gekozen. Er is nauwelijks een andere naam voor dit fenomeen te verzinnen.

Zwarte viltzwam
Dit is een zwam die ik toevallig vond en waarvan ik niet wist wat het was. Uiteraard wil ik het toch weten en na een speurtocht op internet vond ik hem: de Zwarte viltzwam (Chaetosphaerella phaeostroma). Ja hoor, hij bestaat echt.  Zacht als een molsvelletje. Je vindt hem op dode takken van loofbomen en struiken.

Zwarte viltzwam
Zwarte viltzwam
Deze viltzwam is een ascomyceet of zakjeszwam. Bij de zakjeszwammen denk je misschien aan soorten als bekerzwammen en morieljes, opvallende soorten dus, maar er zijn ook veel kleine onopvallende soorten zoals deze Zwarte viltzwam. Deze soort is niet zeldzaam en één individu mag dan onopvallend zijn, maar door het grote aantal valt ie toch weer op.

Pijpenstrootjesmoederkoren
Grassen kunnen aangetast worden door het zogenaamde Moederkoren. Dit is een zakjeszwam waarvan de banaanvormige sclerotia (harde organen die als voedselreserve fungeren) met wat speurwerk te vinden zijn in de bloeiwijze van sommige grassoorten. Deze vond ik op het Pijpenstrootje. Er komen verschillende soorten moederkoren bij ons voor. Naast het Echt moederkoren (Clavigers purpurea) is dat het Pijpenstrootjesmoederkoren (Clavigers microcephala). Een soort die we hier (als je goed kijkt tenminste) zien. Let op het rode pijltje....

Pijpenstrootjesmoederkoren
Pijpenstrootjesmoederkoren
Moederkoren is een zwam met een complexe leefwijze: de zwarte ‘banaantjes’ die op het gras gevormd worden, vallen af en daaruit groeien in het voorjaar paarsachtige, minuscule paddenstoeltjes die sporen produceren. Maar heel bijzonder is dat deze parasiet zich ook op een ongeslachtelijke wijze kan voortplanten. De schimmel zorgt namelijk voor een zacht, wit weefsel op de bloeiwijze, dat een suikerrijke honingdauwachtige substantie voortbrengt. Dat zien we overigens niet bij deze foto's. Die honingdauw zit vol ongeslachtelijke sporen die niet door de wind, maar door foeragerende insecten verspreid worden. Vooral nachtvlinders( en dan met name uiltjes), worden er door aangetrokken.

Bleek nestzwammetje
In 2018 heb ik in Paddenstoelentijd deel 4 al  e.e.a verteld over het Nestzwammetje. Ik vond in dat jaar in de Tungelroyse wallen het Bleek nestzwammetje. Nooit eerder gezien, hoewel het best veel voor schijnt te komen. Het viel toen niet mee er een mooi geslaagde foto van te maken. Andere soorten zijn het Mestnetzwammetje, het Gestreept nestzwammetje en het Geel nestzwammetje.

Geel nestzwammetje
Onlangs vond ik het Geel nestzwammetje (Crucibulum crucibuliforme). Omdat er veel exemplaren stonden, vond ik het verantwoord om er een paar mee naar huis te nemen om er beter geslaagde foto's van te maken.

Geel nestzwammetje
Geel nestzwammetje
Geel nestzwammetje
Er zijn verschillende manieren bekend waarmee paddenstoelen hun sporen “afschieten”. Nestzwammetjes schieten hun sporen in pakketjes, de zogenaamde eitjes, af. Waterdruppels, die het 'nestje' raken, zorgen ervoor dat die 'eitjes' uit het nestje vliegen. Aan zo'n eitje is een kleverig knopje bevestigd dat, zodra het een grasspriet of ander voorwerp raakt, daaraan blijft vastzitten. Schitterend toch......................

    
Dit mooie witte exemplaar is een wasplaat. De familie van de wasplaten zijn echte graslandpaddenstoelen, die bijna allemaal zeldzaam zijn en enkel in  “de betere” graslanden voorkomen. Dat zijn in dit geval schrale, droge, ongestoorde en oude graslanden. Wasplaten tref je in het M.Limburgse niet veel aan. Ik vond deze aan de Schaapsdijk, langs de spoorberm. De meeste soorten zijn fel van kleur (geel, rood, oranje, …), maar deze is "gewoon" wit, waar hij dan ook zijn naam aan dankt: het Gewoon Sneeuwzwammetje (Hygrocybe virginea).

    
In jonge toestand zijn de vruchtlichamen van het Sneeuwzwammetje helemaal wit, later krijgen ze beige tot grijsgele tinten. De hoed is bol met een gestreepte rand, later meer uitgespreid met een centrale bobbel of een deuk. Het hoedoppervlak, de steel en de plaatjes bieden een vettige aanblik.

    
De plaatjes lopen af op de steel die onderaan dikwijls smaller is dan in het midden. De onderkant van de steel is soms bleekroze of roodachtig. De paddenstoel groeit meestal in vrij grote aantallen bijeen en kan heksenkringen vormen. Onlangs werd ontdekt dat het mycelium van wasplaten een verbintenis aangaat met de haarwortels van verschillende kruiden. Het Sneeuwzwammetje heeft een dergelijke verbintenis met de Smalle weegbree. De hyphen (zwamdraden) van de wasplaat dringen in de wortels en bovengrondse delen van de plant door, tot in de zaden toe. De betekenis van deze hechte verbintenis tussen plant en schimmel is onduidelijk. Sneeuwzwammetjes hebben mogelijk ook een nauwe band met bepaalde mossen en algen.

Blogarchief