Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Translate

Volgers

donderdag 9 maart 2017

Taurossen weg uit Kempen~Broek

Wat al jaren de wens was van veel omwonenden, recreanten en natuur- liefhebbers, is in vervulling gegaan; de taurossen hebben de strijd verloren en verdwijnen uit de grensoverschrijdende natuurgebieden van Kempen~Broek. "Nu de rest nog" hoor ik sommigen al zeggen....

Gisteren (8 maart 2017)  stond onderstaande mededeling in dagblad de Limburger.
Aangezien de digitale versie na enige tijd verwijderd wordt, plaats ik die nu in zijn geheel op deze post,
zodat we het nog eens rustig kunnen nalezen.


Heckrund kruising op 't Luuëke
Op 25 november 2012 plaatste ik mijn eerste post over het Taurusproject met een foto van dit tauroskalfje. Deze "oerkoeien- in spé" moesten gaan zorgen voor minder arbeidsintensieve beheersvormen en een "zelfvoorziene natuur"; ze zouden de vergrassing van natuurterreinen tegengaan, de natuur verrijken met de terugkeer van bijzondere flora en fauna en het dichtgroeien met bos en struikgewas voorkomen.

Sayaguesa stier Machiel en Maria, een Tudanca koe gekruist met een Schotse hooglander

Al vanaf het eerste moment was er weerstand bij natuurliefhebbers. Het probleem was namelijk dat het beheersplan met grote grazers was geschreven door "plantenjongens" en niet door ecologen, die zich richten op het terugkrijgen van de oorspronkelijke pioniersvegetatie en biodiversiteit. De van boeren overgekochte weiden bleven inderdaad open, maar waar het eigenlijk om ging, grote grazers inzetten om zelfvoorzienende natuur te maken, gebeurde nagenoeg niet. Kleine percelen eigenen zich daar ook niet voor en in de "robuuste" natuur werden deze runderen niet ingezet..

Jammer dat Ark/Natuurmonumenten niet wat beter naar deze ecologen wil luisteren.....

De Taurossen op 't "Brook" met Machiel die voor onrust zorgden en verwijderd werden
Die begrazing door taurossen is misschien onmisbaar in "robuuste natuur", maar in onze omgeving, met zijn historische kleinschalige percelen is daar nog niets van gebleken. Eerder het tegendeel.

Gekruiste Sayaguesa koeien  worden op 't Luuëke bijgevoerd in februari 2016
Onderzoek van o.a. ecoloog Jan Bokdam (Landbouw Universiteit Wageningen), had in 2003 bovendien al aangetoond, dat arme zandgrond alleen ook nooit voldoende voedsel zou bieden om een kudde jaarrond zonder bijvoeding te onderhouden. Zelfs in de afgelopen zachte winters moest hier dan ook bijgevoerd worden.

Jonge stieren: Hooglander X Maremmana(li.) en Hooglander X Pajuna (re.) op de Weerter Kempen

En wat te denken van de column van  Rypke Zeilmaker, een natuur/wetenschapsjournalist, die in 2014 op nogal cynische wijze de begrazing door hooglanders  beschreef in  het discussieplatform Climate.nl :
" Het ‘integraal in de begrazing gooien’ betekent dat wéér een natuurterrein omrasterd wordt met schrikdraad, waarna er een trapveldje van pitrus en distels overblijft, ontdaan van broed-gelegenheid voor zangvogels van ruigte als de nachtegaal en de ondergang van je orchideeënveldje. Waarbij de kuddes vooral samenklonteren op voormalig landbouwgebied dat nog bulkt van de nutrienten. En zeg maar dag met je dekking voor reptielen als hagedissen en adders. Al grazend en optimaal foeragerend hapt zo’n leger lebmagen met John Lennon-uitstraling ook nog wel eens een nestje eieren van een blauwe kiekendief of velduil weg als ze er niet op gaan staan!!!!!!".

Ook Frans Smit van de Ecologische Werkgroep Weert Zuid doet vandaag in de Limburger een duit in het zakje door te stellen  dat " door het jaarrond begrazen met deze dieren, bijzondere planten en bloemen geen kans krijgen zich te ontwikkelen. De runderen vinden die erg lekker en eten ze op voordat ze tot bloei komen. Dat gaat ten koste van de biodiversiteit".

Hoewel Ark het niet zal toegeven, blijken de grote grazers in onze omgeving inderdaad niet te zorgen voor een rijkere- en "zelfvoorziene" natuur en kun je met beheer op maat het "maaien" in afgerasterd terrein eigenlijk net zo goed door schapen of "gewoon" vee laten doen.

Kudde op Siëndonk
Niet alleen bij de natuurliefhebbers is er weerstand. Er heerst (zeker na enkele incidenten) een steeds groter gevóel van onveiligheid bij recreanten en omwonenden, die zich met deze grote dieren in de voor iedereen toegankelijke gebieden, niet op hun gemak voelen. In grotere gebieden is het gemakkelijker om rust in een kudde te handhaven, zodat die zich kan ontwikkelen tot een sociale kudde.
Een sociale kudde vertoont dan wijkgedrag, maar op een klein perceel is dat vaak niet mogelijk. Gevolg is onrust bij de dieren en niet gewenst gedrag, wat leidt tot een sterk verminderd veiligheidsgevoel van de omwonenden en bezoekers.
Ook de Ecologische Werkgroep Weert Zuid waar ik graag mee op pad ga, besloot om die reden te stoppen met haar inventarisaties van planten.

De Sayaguesa stier die in maart 2013 als eerste verwijderd is vanwege agressief gedrag.

Maremmana stier op d'n Oetslaag

Ecolander, een Heckrund  gekruist met een ? op de Graus

Kruising Maremmana stier op de Weerter kempen

Een kruising tussen een Limia en een Pajuna op 't Kwaoj Gaat

Op een groot perceel geef je grazers de ruimte om bezoekers uit de weg te gaan. Nu waren er echter runderen, die in plaats van vluchtgedrag te vertonen, op je af kwamen en dreigend over kwamen.
Vooral de afmeting van de stieren weerhield velen ervan het voor iedereen toegankelijke terrein te betreden.

Even de rol van de tauros in de "nieuwe" natuur buiten beschouwing latend, wil ik vooropstellen, dat ik vanaf het eerste begin met belangstelling de taurossen gevolgd heb, maar altijd op gepaste afstand.
Letterlijk en figuurlijk.... Dat kan echter, zo blijkt, niet altijd. Ik ben het er dan ook volledig mee eens, dat bezoekers zich veilig moeten voelen en niet ongewild met deze dieren worden geconfronteerd.

Rechts een Pajuna stier, de andere 2 zijn gekruiste dieren

Om het heersende gevoel van onveiligheid weg te nemen en te bezien welke maatregelen genomen moesten worden, werd een onafhankelijke Commissie "Verbetering Begrazingsbeheer" ingesteld.
Deze Commissie stelde dat op die wijze doorgaan met het Taurosproject in Kempen~Broek geen optie was en kwam op 20 februari 2015 met een advies naar buiten, dat door Ark en de Stichting Taurus werd overgenomen: in gebieden groter dan 100 hectare zouden taurossen gehandhaafd blijven en ook opengesteld blijven voor publiek. Voor gebieden kleiner dan 100 hectare zou ARK in overleg met de Klankbordgroep Kempen~Broek een alternatief runderras kiezen.

Begrazing van de Loozerheide door taurossen en Exmoors
Als alle door ARK voorziene uitbreidings-  en verbindingsmaatregelen volgens planning door zouden gaan, ging dit om de gebieden: -1.) Loozerheide,  -2.) Laurabossen , Weerter Kempen , Kettingdijk West   en  -3.) Smeetshof , Graus , Kwaoij Gaat , Wijffelterbroekbos met de Raamweiden.
De toenmalige burgemeester van Bocholt, Jos Claessens, hield de komst van de taurossen op Smeetshof in april 2015 nog tegen, maar toen de taurossen uiteindelijk toch kwamen (blijkbaar onder druk), werd wandelaars verboden in de gebieden te komen waar deze runderen vertoefden.

Na dat besluit is het een tijd rustig gebleven, ook in Nederland, maar blijkbaar bleef er met name bij de Belgische natuurvrienden onvrede bestaan over de situatie op Smeetshof en enclave Ooms. In februari van dit jaar besloot natuurvereniging Natuurpunt van het Belgische Bocholt dan ook het contract met de Stichting Ark voor het laten grazen van taurossen in hun natuurgebieden niet te verlengen. Dat contract met een looptijd van twee jaar liep in januari dit jaar af.

Natuurbeheerder Goossens zei er het volgende over:
“Ik dacht dat we wel zouden wennen aan de taurossen, maar dat bleek niet het geval. Daarom hebben we besloten het contract met Ark Natuurontwikkeling niet te verlengen. We zijn nu met Ark in overleg over alternatieven. Galloway-runderen bijvoorbeeld. Die dieren zijn ook groot, maar ze zijn tevens defensief ingesteld. Ze zullen eerder wegrennen als aanvallen als ze zich bedreigd voelen. 
Als besloten wordt de tauros te handhaven in Nederlandse natuurgebieden groter dan honderd hectare, dan zal er een draad gespannen moeten worden over de grens met België.”

Taurossen op de Kettingdijk in september 2016. 
En dat laatste was blijkbaar de druppel die de emmer bij Ark deed overlopen. Het Wijffelterbroekgebied is een grensoverschrijdend gebied en een draad tussen beide landen past daar volgens haar niet in. Dan is de grens meer dan alleen maar een streep en dat is inderdaad ook het laatste wat ik zou willen. Vandaar het besluit van Ark om de knoop door te hakken en met het taurusproject in het grensoverschrijdende gebied van Kempen~Broek te stoppen. Veel mensen zullen daar waarschijnlijk niet rouwig om zijn.....

Dit besluit gaat de Nederlandse dorpsraden en natuurclubs echter niet ver genoeg zo blijkt vandaag.
Zij willen dat de tauros ook verdwijnt uit de 2 niet grensoverschrijdende gebieden (Kettingdijk-Weerter Kempen-Laurabossen en de Loozerheide).
Als het aan hen ligt verdwijnt de Tauros dus uit heel Kempen~Broek, want zoals de voorzitter van de dorpsraad Altweerterheide zegt: " Je haalt jezelf een groot risico op de hals door daar runderen die je niet kunt vertrouwen, te laten grazen. Wij zijn die dieren liever kwijt dan rijk."

Ark zal, zoals het er nu naar uit ziet, echter blijven vasthouden aan de taurossen, want:
" als je de natuur zelf wil laten beheren, dan moet je een dier nemen wat daarbij past. De tauros is zo'n dier."
Aldus Van den Oetelaar van Ark.

Dat mag dan wel passen in het zogenaamde "wildernisdenken", maar is (zo blijkt na 5 jaar) niet van toepassing in deze omgeving. Ark wil dat niet inzien, maar uiteindelijk kunnen ze toch niet blijven vasthouden aan iets dat onmogelijk is!!!


WORDT ONGETWIJFELD VERVOLGD................................


maandag 6 maart 2017

Mossen

Het is al weer even geleden dat ik een berichtje geplaatst heb. Een noodgedwongen time-out vanwege rugklachten, die het mij niet mogelijk maakten eropuit te gaan....
Niet alleen op mijn blog, maar ook op andere natuurblogs merk ik, dat er in de wintermaanden vaker een pauze wordt ingelast, want dan is er minder te zien en is de natuur in diepe rust. Hoewel......

Gewoon muisjesmos
Deze veronderstelling is natuurlijk maar gedeeltelijk waar, want mossen bijvoorbeeld, trekken zich niks aan van warmte of kou en kun je het hele jaar bekijken en bestuderen. Van deze primitieve sporenplanten, die eerder in de evolutie zijn ontstaan dan varens en paardenstaarten, komen er zo’n 600 soorten voor.
Als je daar de korstmossen ook nog eens bij telt, komen er nog eens ruim 600 bij.
Dus als je ondanks de kou besluit op pad te gaan, dan zul je geheid heel wat soorten te zien krijgen.

Gelobde poederkorst
De foto's van deze blad- en korstmossen zijn nog van afgelopen jaar.
Het zijn fantastische onderwerpen om van dichtbij te fotograferen. Gewoon vanwege de schoonheid, om vondsten te documenteren, of om kenmerken van soorten vast te leggen.

Echt zandhaarmos zorgt voor kleur in het vroege voorjaar

Gewoon zandhaarmos
Hoewel mos niet kan bloeien, lijkt het er wel op. Denk maar eens aan de prachtige mannelijke rozetten van het echt- en ruig haarmos, waar ik in eerdere posts al foto's van plaatste. Een ander voorbeeld is dit Gewoon zandhaarmos. Dit mos heeft bij nat winterweer of in het vroege voorjaar kleurige vrouwelijke “flesvormige” sporenkapsels en is dan op zijn mooist.

Wat me opvalt is dat veel mossen beginnen met "Gewoon". Als je dit "Gewoon" zandhaarmos goed bekijkt, kun je je afvragen waarom dat zo "gewoon" is. Ik vind ze schitterend...........

Verstop Schildmos
Veel natuurverenigingen organiseren excursies en hebben werkgroepen, die zich in de wintermaanden toeleggen op mossen. Als je de kans krijgt eens met zo’n groep mee te gaan, moet je dat zeker doen. Je zult merken hoe interessant die mossen zijn en als het een probleem is om er een naamkaartje aan te plakken, zul je zien dat er altijd wel iemand is, die je aan een naam kan helpen.

Parapluutjesmos
En anders kun je nog altijd een goed boek aanschaffen (en een loep niet te vergeten), en/of op het internet op zoek gaan. Bij mijn post over korstmossen, heb ik verschillende links geplaatst, waaronder die van BLWG, dé vereniging voor mossen- en korstmossen- onderzoek in Nederland. Daar vind je veel goede tips om mee aan de slag te gaan. Deze werkgroep van BLWG organiseert activiteiten voor leden en publiek, waarbij het zoeken en op naam brengen van soorten centraal staat.

Groot leermos
Puntmos
Gewoon thujamos
Ezelspootje
Gesnaveld klauwtjesmos
Gestippeld schildmos
Gewone poederkorst
Gewoon haakmos
Knopjesmos
Gewone haarmuts en Poedergeelkorst
Muurschotelmos
Smalbekermos

Mocht je geïnteresseerd zijn in de mossen, die ik in vorige posts heb geplaatst,  klik dan op DEZE link

dinsdag 10 januari 2017

Delbroek

Al eerder heb ik in Weertnatuur over dit nieuw in ontwikkeling zijnd gebied in Altweerterheide geschreven. Een gebied, dat decennia lang een vuilstortplaats is geweest. Ik heb die post "Voormalige stortplaats Delbroek" genoemd. Over Delbroek is niet veel geschreven en wat bekend is, is meest "van horen zeggen".  
Hoog tijd dus om eens in de geschiedenis te duiken om er meer over te weet te komen. 

woensdag 28 december 2016

Karelke

De ontwikkeling en bewoning van Altweerterheide is vanwege zijn moerassen,vennen, hei, bossen en zand anders en later begonnen dan in de andere kerkdorpen en gehuchten. Pas toen de ontginningen eind 19e - begin 20e eeuw startten, begon Altweerterheide aan een nieuw tijdperk. Zonder de noeste werkers van ontginningen als Wijffelterbroek, Delbroek, Hollandia, Eigen Erf en Kettingdijk tekort te doen, mag je toch wel stellen dat de ontginning van Karelke het meest tot onze verbeelding spreekt.

maandag 5 december 2016

Herfst 2016....... Paddenstoelentijd deel 7

Dit jaar heb ik best veel aandacht besteed aan paddenstoelen. Het was vooral mijn bedoeling jullie te attenderen op de rijkdom van een voor velen onbekend schimmelrijk, waar heel wat in te ontdekken valt. Voor veel mensen mogen paddenstoelen dan wel onverbrekelijk verbonden zijn met de herfst, toch is dat maar deels waar. Paddenstoelen vind je het hele jaar door, ook in de winter. Vorig jaar vertelde ik daar in "Paddenstoelen in de winter" een en ander over, maar voor de meeste paddenstoelen loopt het toch op zijn eind. Ik wil jullie daarom nog één keer een aantal bijzondere soorten laten zien en daar blijft het dan bij.
Het is weer tijd voor wat anders.

Parasietbeurszwammen  op Nevelzwammen
Er zijn paddenstoelen die parasiteren op levende bomen en andere levende organismen, maar er zijn ook soorten die parasiteren op soortgenoten. Echte "kannibalen" dus. Daarvan vond ik er een paar weken geleden twee op Belgisch grondgebied; de Luysen en Smeetshof.

De Parasietbeurszwam (Volvariella surrecta) is een fotogenieke paddenstoel, die je zeker niet elke dag tegenkomt. Hij wordt echter niet meer beschouwd als een bedreigde soort. In de maanden september tot november kun je hem vinden op de hoeden van voornamelijk Nevelzwammen.
De Parasietbeurszwammen op de foto zien er in tegenstelling tot de Nevelzwammen puntgaaf uit. Die zijn vervormd tot ware gedrochten en kunnen ook geen sporen meer vormen.

Kostgangerboleet
Een kostganger is iemand die tijdelijk verblijft in andermans huis. Er zijn ook paddenstoelen die tijdelijk in andersmans "huis" verblijven. Een van deze heeft zelfs die naam: Kostgangerboleet (Boletus parasiticus).
Deze paddenstoel leeft als parasiet op één specifieke soort, namelijk de Aardappelbovist. Gevolg is dat de Aardappelbovist geen sporen vormt. De kleur van de Kostgangerboleet is variabel, van bleekgeel tot diep oranjebruin. De buisjes aan de onderkant van de hoed zijn citroengeel tot roestbruin. De steel, die vreemd genoeg bovenaan het dikst is, heeft ongeveer dezelfde kleur als de hoed.

Kostgangerboleet
Deze soort is zo sterk in aantal achteruit gegaan, dat hij op de Rode Lijst staat als zeldzaam. Eigenlijk vreemd, want het stikt van de Aardappelbovisten in ons land. Waarschijnlijk is hij erg gevoelig voor veranderingen in de leefomgeving, terwijl zijn gastheer zich daaraan goed weet aan te passen.

Witte kluifzwam
Deze Witte kluifjeszwam (Helvella crispa) vind je tussen bladeren en wat lichte onderbegroeiing langs paden en open plekken in een vochtige en lommerrijke omgeving . Vooral waar licht de grond nog bereikt. Meestal is dat ook in de nabijheid van eiken. Ik hoorde eens een verhaal over een hond, die in zo’n zwam gebeten had. Zou hij hem echt aangezien hebben voor een bot? Ik betwijfel het, maar de paddenstoel heeft zeker enige gelijkenis met een afgekloven bot.

De steel is hol en gegroefd en gaat over in gebogen en omgeslagen lobben, die een vage en soms bizarre hoed vormen. Het is een zogenaamde zakjeszwam. Geen plaatjes of buisjes dus, maar een lichtbruin- gelig kiemvlies met zakvormige cellen, die de sporen produceren. Bij rijpheid worden die met kracht uit de cel, die functioneert als een waterpistool, weggeschoten.

Rodekoolzwam
Er zijn niet zo veel paddenstoelen die blauw van kleur zijn, of een blauwe schijn hebben. Enkele voorbeelden zijn de Blauwe kaaszwam, die blauw wordt bij kneuzing, de Blauwgrijze satansboleet en de Berijpte russula.
Op de foto zie je de Amathistzwam of Rodekoolzwam (Laccaria amethystina). Vanwege de grote variëteit in kleuren hoort hij bij de groep Fopzwammen. Hoe ouder hij wordt (en onder ideale vochtige omstandigheden) des te meer hij de kleur krijgt van rode kool. Je vindt hem vooral onder beuk en eik, maar soms ook in naaldbossen. De wat vezelige steel heeft ongeveer dezelfde kleur als de hoed, namelijk paarslila tot paarsbruin.

Rodekoolzwam
Bij het rijpen wordt de eerst halfbolvormige hoed plat tot breed en trechtervormig en gaat steeds meer omkrullen, zodat de grote lamellen goed zichtbaar zijn. Die grote lamellen zijn een kenmerk, dat je ook bij andere fopzwammen ziet. Alle soorten fopzwam zijn overigens goed eetbaar. Ik begin er echter niet aan............

Echte kopergroenzwam
De meest blauwe zwam, die ik al op 30 oktober zag bij de Smeetshof, is toch wel deze tot 6 cm grote Echte Kopergroenzwam (Stropharia aeruginosa). Zoals gezegd is door het licht dat er op valt, de blauwgroene kleur steeds wat anders. Als ik er een dag later een foto van zou maken, zou hij misschien meer naar groen neigen.

Echte kopergroenzwam, foto vanaf een iets andere plaats genomen
Bij het ouder worden, wordt hij overigens licht okergeel van kleur. Aan de bruinzwarte manchet is te zien dat dit de Echte is, want die ontbreekt bij de Valse kopergroenzwam. Voor wie het wil weten: ja, de Kopergroenzwam is eetbaar, maar wie eet nu zo’n prachtige soort.

Onderkant van de Valse hanenkam
Valse hanenkammen (Hygrophoropsis aurantiaca) hebben soms van die piekjaren. Of die vooral op warme, droge zomers volgen, is niet zeker, maar het lijkt er dit jaar wel op, want op dit moment zie je een ware explosie in de naaldbossen op zandgrond. Echt interessant aan de Valse hanenkam vind ik vooral de onderkant. Daar zie je ook het verschil met de Echte hanenkam. Vanwege de gelijkenis wordt hij daar nogal eens mee verward. Bij de Valse zijn de prachtige en opvallend oranje lamellen tot driemaal gevorkt. De Echte heeft geen lamellen, maar meer onregelmatig en minder vaak vertakte plooien, die tot ver in de steel doorlopen. Hoewel de Valse hanenkam ook eetbaar is, smaakt hij niet lekker en heeft weinig voedingswaarde. Bij gevoelige mensen veroorzaakt hij een opgeblazen gevoel en diarree.

Blauwgrijze schorsmycena
De Blauwgrijze schorsmycena (Mycena pseudocorticola) staat bekend als tamelijk zeldzaam, maar in mijn omgeving (Weert e.o.) kom je dit fraaie paddenstoeltje toch geregeld tegen. Vaak tot in januari toe. Meestal is het op vochtige plekjes op de stam, waar ook mossen het naar hun zin hebben. Het zwammetje schijnt een voorkeur voor (knot)wilgen te hebben. Daarmee is overigens niet gezegd dat de Blauwgrijze schorsmycena alleen maar op wilgen voorkomt. Ik kan me niet meer herinneren op welke boom ik ze gevonden heb. Op jonge bomen komt deze paddestoel in elk geval niet voor; de soort heeft een duidelijke voorkeur voor bomen met een schors waarin veel spleten, scheuren en gleuven zitten.
De blauwgrijze kleur en de standplaats zijn vrij goede kenmerken om de paddenstoel met zekerheid op naam te brengen. Er zitten altijd meerdere exemplaren op de stam. Het klokvormige hoedje wordt 2-10 mm groot en varieert in kleur van grijs naar grijsblauw. Als de paddenstoel ouder wordt, bleekt deze wat uit. Het meestal kromme steeltje heeft dezelfde kleur als de hoed en verkleurt in hetzelfde tempo mee.

Gele ridderzwam
Hoewel deze plaatjeszwam, de Gele ridderzwam (tricholoma equestre), op het eerste gezicht onopvallend en niet interessant lijkt, wil ik hem toch laten zien. Het is nl. een zeldzame soort (zie Verspreidingskaartje van NVM), die in onze omgeving voor zover ik weet alleen wordt aangetroffen in de Tungelerwallen. Hij schijnt t.o.v. andere gebieden hier altijd wat later tevoorschijn te komen, maar dit jaar was hij heel erg laat.
Het is een soort die zéér gevoelig is voor de effecten van vermesting. Deze soort heeft dus een signaalfunctie.

Gele ridderzwam
Ik zag hem 2 weken geleden voor het eerst, maar kwam er nog niet toe hem te plaatsen. Sinds 1980 is de soort sterk achteruit gegaan en staat als bedreigd op de Rode lijst van 2008, De Gele ridderzwam is een forse paddestoel met een tot meer dan 10 cm brede gele hoed (in het centrum meer bruinig tot olijfkleurig), gele plaatjes en een dikke gele steel. Hij is uitsluitend in de nabijheid van dennen (grove den) te vinden op uiterst voedselarm stuifzand, waar een strooisel- en humuslaag nagenoeg ontbreekt, De belangrijkste maatregel voor het behoud van deze soortgroep is het (aanzienlijk verder) terugdringen van de stikstofdepositie.

Gele ridderzwam
In het kader van het vergroten van de oppervlakte actief stuivend zand worden in stuifzandgebieden vaker bomen en bosjes verwijderd. Dergelijke grootschalige herstelmaatregelen kunnen echter een bedreiging vormen voor de gele ridderzwam. Daardoor zouden kostbare groeiplaatsen van de Gele ridderzwam verloren kunnen gaan. Bij oudere dennen is het ook belangrijk dat een situatie zonder strooiselophoping blijft gehandhaafd. Ik denk o.a. ook aan het behoud van open zandige padranden en dergelijke.

Gele ridderzwam, ouder exemplaar
Mogelijk wordt de soort nog in de Tungeler wallen gevonden door de werkzaamheden van de Ecologische Werkgroep Weert Zuid, die door haar kleinschalig (maar ook arbeidsintensief) natuurbeheer de ophoping van takkenafval, strooisel en humus voorkomt, door die op te ruimen. Een laag takkenhout en humus belemmert namelijk de schrale natuur. Zie: “De verhoudingen op de Tungeler Wallen”

donderdag 1 december 2016

Gewone oesterzwam

Sinds 1980 wordt de Gewone Oesterzwam, het neefje van de champignon, ook in Nederland gekweekt.
Gelukkig maar, want dan wordt die in de vrije natuur tenminste meer met rust gelaten.

gekweekte Gele oesterzwam of tamogi-shitake (Japans)
Het kweken gebeurt mn. op geprepareerd stro en houtpulp, waaraan de zwamvlok of mycelium is toegevoegd. Maar zoals je op de foto ziet, kan het ook op een geënt stuk boomstam. Dan moet je uiteraard wel wat meer kennis van zaken hebben.

Er worden lichtgrijze, lichtpaarse, limoengele en zelfs roze oesterzwammen gekweekt.
De klant is nou eenmaal koning.............................
Voor de leek zijn ook kant en klare kweek- baaltjes verkrijgbaar, zodat iedereen het eigenlijk kan, maar je kunt uiteraard ook bij de groenteboer of de speciaalzaak terecht.

Voor een paar euro's heb je een doosje vol en er is dus eigenlijk geen reden meer om ze in het wild te plukken. Dan kunnen anderen er tenminste ook van genieten, want het is een prachtige soort, zoals je op onderstaande foto's kunt zien.

Gewone oesterzwam
In de vrije natuur komt de Gewone oesterzwam (Pleurotus ostreatus) voor in bundels op verzwakte bomen (m.n. bij stamwonden) en op oude stronken van loofbomen. Vooral op beuken, populieren en wilgen. Op de Houts- berg vond ik deze op een omgevallen Zoete kers, boskers of boskriek (Prunus avium).

Niks zalmroze, limoengeel o.i.d. maar grijsachtig, zoals hij behoort te zijn. Ze verschijnen pas laat in het jaar en je kunt ze tot eind januari vinden. Zolang het tenminste niet té hard vriest. Ze behoren tot de groep paddenstoelen die vorst weten te weerstaan, doordat zij een soort antivries aanmaken.

De hoed is 5-20 cm en is breed en gewelfd. De kleur varieert van beigegrijs, grijslila, blauwgrijs of bruingrijs.
Het heeft waarschijnlijk deels met de groeiplaats te maken. Naarmate ze ouder worden verbleken de kleuren en oude exemplaren zijn vaak donkerbruin.

Deze Gewone Oesterzwam kan overigens verward worden met de Groene Schelpzwam (oudere exemplaren). Die paddenstoel mag dan wel eetbaar zijn, maar staat op sommige websites vermeld als ongenietbaar en hij geeft bij sommige mensen vervelende allergische reacties. Weet dus wat je doet.

De hoed van de Oesterzwam is schelpvormig met een ingerolde rand. De zijdelings geplaatste en witachtige steel is 2-3 cm lang en 1,5-2 cm dik. Aan de voet is hij viltig behaard. De lamellen of plaatjes die (niet te diep) naar beneden op de steel aflopen, zijn wit tot crêmeachtig. De sporen zijn lila.

De volgende foto's heb ik 2 weken later genomen. Hoewel ze er nog goed uit zien, is de kleur al iets aan het verbleken en zijn ze meer bruin aan het worden. Ik weet niet hoe lang deze er nog zullen staan en of en hoelang ze nog eetbaar zijn. Het vlees wordt (zo las ik) in elk geval steeds taaier met het ouder worden.

Gewone oesterzwam 2 weken later