Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Translate

Volgers

zondag 19 november 2017

Vijf jaar Weert en natuur

Toen ik in 2012 begon met deze blog, was het mijn bedoeling om iets over alle natuurgebieden in Weert en omgeving te schrijven (ook enkele die net over de grens liggen en in Nederweert).
Vorig jaar was het zover, wat betekende dat ik op zoek moest gaan naar een nieuwe uitdaging.
Al eerder was ik begonnen met berichtjes over florafaunamossen en paddenstoelen in onze omgeving.
Daar wil ik sowieso mee doorgaan.

   

Vandaag 19 november 2017 is het precies 5 jaar geleden dat ik met de blog "Weert en natuur" ben begonnen. Mijn eerste lustrum dus en een goede reden om weer terug te kijken.

Ik vind het nog steeds erg leuk om bezig te zijn met mijn blog en doe er blijkbaar ook veel mensen een plezier mee. Mijn blog wordt namelijk nog steeds goed bezocht. Inmiddels is het totaal van 147.000 pageviews  bijna overschreden. Ook dit jaar zie ik weer een toename van het aantal bezoekjes.  In 2015 waren er ongeveer 27.000 pageviews, vorig jaar ruim 33.000 en nu in 2017 blijken er dat bijna 40.000 te zijn. Dat betekent dat elke week momenteel gemiddeld zo'n 750 pagina's worden bekeken en/of gelezen.


Ik heb in die 5 jaar tijd inmiddels 254 berichtjes geplaatst. Dat is gemiddeld bijna één per week.
In tegenstelling tot de vorige jaren waren er dat het afgelopen jaar "slechts" 21. Dat had echter een goede reden. Vorig jaar gaf ik al aan dat ik nagenoeg alle natuurgebieden en gebiedjes had bezocht en dat ik nog moest bedenken hoe ik verder zou gaan. Al snel had ik een doel voor ogen.
Een doel dat uiteindelijk veel tijd zou vergen om te verwezenlijken......

Geen van de gebieden die ik de afgelopen jaren bezocht, zijn namelijk zoals ze ooit zijn geweest. Natuur zoals die hier ooit was, bestaat niet meer, want elke m2 is wel een of meerdere keren op de schop gegaan. Wat we hier aan natuur zien, is dus ontstaan door menselijk toedoen. Met zowel positieve als negatieve gevolgen. Wat dat laatste betreft is onder andere de Kootspeel een "goed" voorbeeld. Zoals je op de foto kunt zien, kon daar vroeger nog gevist worden. Hoe anders is dat nu, nadat het decennialang als bezinkbekken van het riool en als vuilstortplaats heeft gediend....

Luchtfoto 1973 van de kern van Altweerterheide, het dorp bestond toen 35 jaar als parochie. 
Het leek me een interessant item om dit jaar uitgebreid de ontstaansgeschiedenis van een aantal van die gebieden na te gaan. Mijn keus viel al snel op 4 grote ontginningen die begin 20e eeuw in mijn eigen geboortedorp Altweerterheide hebben plaatsgevonden. Ontginningen die bepalend zijn geweest voor grote veranderingen in het landschap, maar die ook van belang zijn geweest voor het ontstaan van Altweerterheide. Officieel bestaat die naam dan ook pas sinds 1937.

De natuur die er ooit in Altweerterheide was, is dus door menselijk handelen in korte tijd danig op de schop gegaan. Veel is helaas verdwenen en we hebben er landbouwgrond voor terug gekregen, maar wat we nog hebben aan natuur is nog steeds alleszins de moeite waard. Je mag toch wel te stellen dat Altweerterheide het "groenste dorp" van de gemeente Weert is, waar het dankzij de grote variatie in natuur en landschappen goed toeven en recreëren is.

Zo is hoe we het  Wijffelterbroek graag zien.
Niet eerder is iemand bij mijn weten zo uitgebreid bezig geweest met het beschrijven van de geschiedenis van deze ontginningen. We hebben het dan met name over Karelke, Wijffelterbroek, Delbroek en Hollandia. Kleinere ontginningen zoals Kettingdijk en Eigen erf  heb ik summier behandeld en kun je in deze blog vinden door op de betreffende naam te klikken.

Uitzoeken hoe dit allemaal is verlopen, betekende vele uren werk. Ik ben er dan ook lang mee bezig geweest, maar kijk er met veel voldoening op terug nu het klaar is. 

Het is niet onopgemerkt gebleven, want de posts over die ontginningen zijn in korte tijd al vaak bezocht en ik heb van meerdere kanten al de suggestie gekregen om die ontstaansgeschiedenis in boekvorm te gieten. Mocht zulks gebeuren dan zal dat een boekwerk worden van bijna 130 pagina's. Maar niets is nog definitief. Ik laat het te zijner tijd wel weten.

   
De afgelopen maanden heb ik wel meerdere posts geplaatst met vooral paddenstoelen. Bijna wekelijks ben ik met de paddenstoelengroep Weert en Leudal op pad gegaan om opvallende, onopvallende, grote, kleine en vooral bijzondere soorten te vinden. En daarin zijn we wonderwel goed geslaagd. Voor zover je dat (nog) niet gedaan hebt, nodig ik je uit om die berichtjes eens te lezen. Als je HIER op klikt kun je ze uitgebreid bekijken en lezen.

Voor mijn volgers, mijn trouwe bezoekers, degenen die de moeite namen te reageren en verder iedereen die wel eens een bezoekje brengt aan Weert en natuur, HARTELIJK BEDANKT .........

zondag 12 november 2017

Herfst 2017.......Deel 6, Rupsendoder.

Al langer was ik op zoek naar een zwammetje, dat Rupsendoder (Cordyceps militaris) wordt genoemd.
Niet alleen de knotsjes zijn leuk om te bekijken, maar het is vooral het verhaal achter deze "vleesetende" paddenstoel, dat het zo interessant maakt.

Het schijnt een algemeen voorkomende soort te zijn, maar ja, waar moet je ze zoeken en ze zijn zo klein!!!
Bij toeval vonden we afgelopen woensdag een paar exemplaren tussen  het natte haar-  en veenmos op een voormalig graslandje bij de Houtsberg in Nederweert-Eind.

Na me wat verdiept te hebben in dit bijzonder zwammetje, heb ik besloten er een post aan te wijden en ben de dag daarop teruggegaan om alles nog eens goed te kunnen bekijken. Toen heb ik ook meer exemplaren gevonden.

De zwam vormt 2 tot 5 centimeter hoge, geeloranje tot knaloranje gekleurde, knotsvormige vruchtlichaampjes die uit ondergrondse poppen van rupsen en emelten opschieten. De steel is meestal wat bleker. Het grootste deel van de steel zag ik niet, dus die moest ik wat vrij maken.

De knotsjes kunnen zowel solitair als in een groepje van 2, 3 of meer op één pop verschijnen.

Rupsendoder is een zakjeszwam, die als parasiet leeft op de poppen van met name nachtvlinders en langpootmuggen. De rups van de vlinder of emelt wordt waarschijnlijk geïnfecteerd, door het eten van met sporen besmette planten.

Als het dier zich in de grond verpopt, groeit de paddenstoel in en om de geïnfecteerde pop heen. Binnen in de pop wordt langzaam al het vlees van de rups vervangen door de zwamdraden, waardoor deze sterft.
Om die pop goed te kunnen bekijken, moest ik voorzichtig wat humus en mos verwijderen.

In feite gaat het niet om één enkel vruchtlichaam, maar om een hele verzameling van aparte vruchtlichamen. Die liggen als een soort wratvormige knobbeltjes verzonken in de weefsellaag aan de buitenzijde. Uit die knobbeltjes komen de sporen vrij die voor de verspreiding van de schimmel zorgen.

Rupsendoder-extracten hebben ontstekings- en tumorgroei-remmende eigenschappen. Vooral in Aziatische landen als Tibet en China zijn deze "caterpillar fungus" zeer gewild. Het wordt ook wel "Tibetaans Goud" genoemd. Deze Aziatische schimmel /paddenstoel staat bijvoorbeeld op Aliexpress te koop voor $75,54 per stuk. Een koopje!!! Het is wel een ander schimmel (Cordyceps sinensis)en een andere rups, maar het is in feite zoals ook hier bij de Rupsendoder gebeurt. Hij wordt voornamelijk gebruikt om te herstellen na een lang ziekbed, maar wordt ook ingezet om de "Natural Killer Cells" te stimuleren in de strijd tegen kanker. Het wordt daar gezien als een medicijn tegen ongeveer alles, variërend van impotentie tot veroudering.

vrijdag 10 november 2017

Fotowedstrijd Limburgs Landschap


Jaarlijks neem ik deel aan een fotowedstrijd van het Limburgs landschap. Dit jaar was het thema seizoenen.
Uit ruim 900 inzendingen heeft een vakjury 12 foto’s uitgekozen waarop het publiek vanaf nu kan gaan stemmen. Dit kan tot 26 november.


Tot mijn niet geringe verbazing ben ik ook een van die geselecteerden met bovenstaande foto.
Iets waar ik natuurlijk heel trots op ben. Het is een foto die ik in januari van dit jaar gemaakt heb van een eenzame schaatser in de Kwegt  (gemeente Nederweert).
Bij de aankondiging in Dagblad de Limburger hebben enkele foto’s uit die selectie in dagblad de Limburger gestaan. Helaas stond de foto van mij daar niet bij.

Iedereen kan dus tot 26 november zijn/haar stem uitbrengen op een favoriete foto.
Dat kun je doen op: https://www.fotowedstrijdlimburgslandschap.nl/

Ik zou het natuurlijk leuk vinden als je een stem uitbrengt op mijn foto en wil je daarvoor alvast hartelijk danken.

Groetjes Gerard

donderdag 2 november 2017

Herfst 2017.......Paddenstoelentijd deel 5

De afgelopen 2 maanden ben ik meerdere keren op pad geweest met de Paddenstoelengroep. Een leuke gezellige groep om met mee te gaan en ik steek er het nodige van op. Uiteraard ga ik ook alleen op pad. Mijn verzameling is dan ook flink uitgedijd de laatste tijd.
Gevolg van deze activiteiten is wel, dat ik even verstek heb laten gaan op mijn blog, maar hier volgt dan deel 5 met (al zeg ik het zelf) bijzondere soorten.

Prachtvlamhoed
Deze prachtige zwam vond ik in een droge sloot aan de Voorhoeveweg (IJzerenmangebied). Dat maakte het gemakkelijk om hem uitgebreid van alle kanten te bekijken. De “vlammend” oranjegele Prachtvlamhoed (Gymnopilus junonius) groeit meestal in bundels tot 10 exemplaren en meer. De soortnaam "junonius" is een verwijzing naar Juno, de schone godin die de echtgenote was van de oppergod Jupiter.

De zwam heeft normaal gesproken een doorsnede van 6-12 cm, maar deze twee waren zo groot, dat er waarschijnlijk geen plaats meer was voor de andere exemplaren die onder hun hoeden zaten!!!!
De goudgeel tot oranje- of roestkleurig gele hoed is gewelfd en vlezig. De vezelige strepen of schubben zijn hier goed te zien.

Prachtvlamhoed
Je vindt hem op boomvoeten of stronken van loofbomen (vooral eiken en beuken).
In werkelijkheid groeit het mycelium of zwamvlok echter op de wortels of houtrestanten  in de bodem.
De steel is 7-15 cm hoog en 1,2 tot 3 cm dik, smaller taps aflopend naar de voet. Evenals de hoed is de steel onder de ring vezelig, erboven is die lichter en meer glad. Hier heeft de manchet losgelaten. De lamellen zijn bij jonge exemplaren nog geel, maar worden later roestkleurig.

Grote parasolzwam
Ook deze Grote parasolzwam (Macrolepiota procera)valt natuurlijk al van ver op.
Het is een veelvoorkomende soort, die eigenlijk weinig uitleg behoeft.  Dit exemplaar, dat ik op de Smeetshof (Bocholt) vond, was wel heel groot.

Roodbruin netpluimpje
Je valt soms van de ene in de andere verbazing. Zo groot als de Prachtvlamhoed en de Grote parasolzwam zijn, zo klein zijn deze DKP-tjes ( in het Weerter dialect: "die klein pöngelkes").
Ik zag ze bij toeval in de tuin van het NMC op een kletsnatte boomstronk, maar wist niet wat het was.
Te klein om er iets van te maken. "Even een foto maken om thuis eens te kijken wat dat is", zo was mijn gedachte.....

Het was nog een hele uitdaging om met mijn cameraatje een geslaagde foto te maken. Na tig pogingen, was ik redelijk tevreden. Pas toen ik die thuis op de pc. uitvergroot kon bekijken, zag ik dat dit ongeveer 7 mm. grote "dingetje" een zwammetje was. Een juweeltje ook, maar welk?

Roodbruin netpluimpje
Omdat ik er een paar dagen later wat gerichter naar op zoek ging, vond ik iets buiten de tuin van het NMC weer zo'n groepje, maar dan "verser". In tegenstelling tot die van de keer daar voor, stonden deze op een kurkdroge omgevallen dennenboom. De omstandigheden om een foto te maken waren blijkbaar nu beter, want ik vind de laatste 2 foto's beter geslaagd.

Na enig zoekwerk op het internet ben ik er achter gekomen dat dit het Roodbruin netpluimpje (Stemonitis axifera) is. Het bestaat uit een klein bundeltje van roodbruine rechtopstaande cilindrische sporendoosjes, elk staand op een haarfijn zwart steeltje. Vrij algemeen op o.a. kletsnatte naaldhoutstronken, maar er is toch wel enig geluk bij nodig om deze zwammetjes van 7-12 mm. te vinden.

Roodbruin netpluimpje
Eigenlijk is dit Netpluimpje geen zwam. Het is een Myxomyceet. Ze worden echter ook wel slijmzwam genoemd. Een slijmzwam bestaat uit microscopisch kleine eencellige organismen die samensmelten en uitgroeien tot een kolonie (plasmodium). Het plasmodium voedt zich al "kruipend" met bacteriën, gisten, sporen en schimmels. Uiteindelijk vormen ze een vruchtlichaam, waarbij sporen worden gevormd die zich daarna door de lucht verspreiden om zich elders te vestigen waarna de cyclus wordt herhaald. Vergelijk het met hoe dat bij een bewegende amoebe gaat. Kleine organismen dus en de namen die ze dragen eindigen dan ook meestal op -je-, -tje of -pje, zoals Netwatje, Draadwatje, Netplaatje, Kroeskopje,Kalkschaaltje.
En Netpluimpje natuurlijk.

De metamorfose bij het Netpluimpje gaat vrij snel en alleen met enig geluk kunnen de tussenliggende stadia worden waargenomen. De vruchtlichamen ontwikkelen zich namelijk binnen 24 uur volledig en laten dan ook de sporen los!!!!

Op YouTube staan schitterende filmpjes die dit proces versneld weergeven. Kijk HIER eens naar (even op klikken.)

Onrijpe sporangia van het Roodbruin netpluimpje
Op de site van Loegiesen kwam ik er bij toeval achter dat dit een foto is van de onrijpe sporangia.
Ik heb de foto al enige tijd geleden gemaakt en ze altijd aangezien voor slakkeneitjes, maar omdat ze zo klein waren, had ik mijn twijfels. Nu blijken het dus de vruchtlichaampjes van het Netpluimpje te zijn.

Onrijpe sporangia van het Roodbruin netpluimpje
Zolang ze nog melkwit zijn, vormen ze soms voedsel voor bepaalde naakslakkensoorten (geslacht Phylomycus) die echter alleen op de onrijpe witte vorm af komen.

Heksenboter
Voorheen werden slijmzwammen nog tot het rijk schimmels gerekend. Later werden ze vaak in de groep Amoebozoa geplaatst, maar tegenwoordig beschouwt men ze als een apart rijk, naast onder andere planten, dieren en schimmels; myxomyceten dus.

Vorming en verspreiding  van de sporen bij Heksenboter

In  Herfst 2015.......Paddenstoelentijd deel 1 vind je meer over deze myxomyceet, deze Heksenboter dus.
Hier kun je ook lezen hoe het nou zit met die amoebes.

Boompuist
Ook dit is een myxomyceet: de Boompuist (Enteridium lycoperdon). Ik laat hieronder verschillende stadia zien. De foto's zijn van verschillende exemplaren, dus niet van een en dezelfde.

Eerst is de boompuist zacht en wit, als hij openbarst gaat ie zich verspreiden. Daarna krijgt het een aluminiumkleurig vel en verandert de inhoud in roodbruine sporen. De rijpe sporen komen vrij als de huid openbarst en kiemen bij een bepaalde vochtigheids- en zuurgraad en omgevingstemperatuur.

Boompuist met "kruipend" plasmodium
Boompuist met "kruipend" plasmodium
Het stadium van de sporenvorming bij de Boompuist
Laatste stadium Boompuist; verspreiding van de sporen.

Judasoor
Het Judasoor (Hirneola auricula-judae) komt best veel voor, maar valt vanwege de kleur en de grootte niet zo op. Hij varieert nogal in grootte, namelijk van zo'n 2 tot maximaal 10 cm. Hoewel hij op de foto's groot lijkt, is dat niet het geval. Deze is zo'n 3 à 4 cm. in doorsnee. Dus je kijkt er gauw over heen. Het vreemde aan deze Judasoor is, dat ik hem niet, zoals normaal schijnt te zijn, aantrof op een vlier, maar op een (als ik het goed heb) stam van een den in de tuin van het NMC te Weert.

Over de Judasoor heb ik in 2015 en 2016 al het een en ander verteld. Eigenlijk hoef ik er nu dus niets meer aan toe te voegen. Je kunt het nog eens nalezen in deze post en in Herfst 2015.......Paddenstoelentijd deel 1.
Daar kun je ook o.a. lezen hoe hij aan die naam komt.

Judasoor
Ik vind het zo'n bijzondere soort, dat ik deze 2 toch even wil laten zien. Het is een en de zelfde zwam, maar van beide kanten gefotografeerd. Vooral deze waar het licht zo door schijnt, is toch prachtig om te zien.

Zwarte kluifzwam
Nooit eerder had ik een kluifzwam gezien, maar dit jaar heb ik ze tijdens mijn bezoekjes aan meerdere natuurgebieden allebei gevonden. Over de Witte kluifzwam heb ik al geschreven in Herfst 2017.........deel 2.

Ook de Zwarte kluifzwam (Helvella lacunosa) is een redelijk algemene paddenstoel, die je kunt vinden op open plekken in loof- en naaldbossen, houtopslagplaatsen en in wegbermen. Bij voorkeur op een zanderige, arme bodem tussen het gras.

De soorten van het geslacht Helvella, waar ook o.a. de Witte kluifzwam en de Nonnekap bij horen, leven van de afbraak van dood plantaardig materiaal. De Nederlandse naam heeft vooral betrekking op de steel, die met wat fantasie, wel iets weg heeft van een hondenkluif.

Zwarte kluifzwam
De hoed ziet er meestal uit als een "slordig opgevouwen doek", maar kan ook zadelvormig zijn, met scherpe kanten. Het oppervlak is glad en grijs tot zwartgrijs, roetgrijs of bruinzwart van kleur. Nooit echt diepzwart in elk geval.

Zwarte kluifzwam
De holle steel heeft scherpe ribben en langgerekte ovale groeven. De soortnaam ” lacunosa” betekent "met gaten". Die steel is lichtgrijs tot grijsbruin, dus lichter van tint dan de hoed. De paddenstoel kan een hoogte van 12 cm bereiken, maar blijft meestal kleiner. Deze is ca. 7 cm.


vrijdag 20 oktober 2017

Herfst 2017.......Paddenstoelentijd deel 4

Onlangs, tijdens een wandeling met de paddenstoelenwerkgroep, moest ik bij een voor mij onbekende soort, denken aan een van de bekendste citaten van de oude Griekse filosoof Socrates:
“ Ik weet slechts één ding: dat ik niets weet......."
Uiteraard weten we wél veel, maar hiermee wilde hij zeggen, dat hoe meer iemand zich in een onderwerp verdiept en er over weet , des te meer gaat inzien, dat er nog veel is dat hij niet weet......
En dat is wat ik regelmatig ervaar tijdens zo’n speurtocht. Een voordeel van “ weten dat ik (nog) niet weet” is, dat het me uitdaagt te blijven speuren, onderzoeken en vooral luisteren naar wat anderen er over zeggen.

 
Hoewel deze Heksenboleet (Boletus erythropus) er nu misschien niet al te smakelijk meer uitziet, is hij na gekookt te zijn eetbaar. Zoals je kunt zien is hij ook aangevreten. Waarschijnlijk door slakken of een muisje. Schijnt mild van smaak te zijn. Aangezien hij lijkt op andere, oneetbare boleten, zoals de zeer giftige Satansboleet, kan hij het beste worden vermeden door beginnende paddenstoelenzoekers.

Heksenboleet
Het is een fraaie gaatjeszwam die op zure grond in bossen bij loofbomen (vooral eik, beuk en linde), maar soms ook bij naaldbomen voor komt. De hoed heeft een diameter van 5 tot wel 15 cm. Hij is aan de bovenzijde bruin of donkerbruin van kleur, met soms wat roodachtige tinten.

Heksenboleet
De buisjes zijn klein en citroengeel tot groenig van kleur. De poriën zijn rood tot roestbruin. Bij druk of beschadiging verkleuren de buisjes blauw. De steel is opvallend dik en ziet er vooral bij jonge exemplaren "buikig" uit. De achtergrondkleur van de steel is geel, maar er liggen rode schubjes op.

Tot mijn niet geringe verbazing las ik in Soortenbank.nl dat deze 2 zwammetjes met hun koraalachtig uiterlijk, geen koraalzwammen zijn!  Links zien we het bekende  Kleverig koraalzwammetje en rechts het Geel hoorntje. Het zijn schimmels uit de familie Dacrymycetales, de Druppelzwammen. Dit zijn gelei- achtige soorten waar bijvoorbeeld ook de Oranje - en Gesteelde druppelzwam onder vallen. De vertakkingen voelen rubberachtig aan en zijn makkelijk te buigen zonder dat ze afbreken. Dit in tegenstelling tot de Koraalzwammen, waarbij de vertakkingen bij de meeste soorten erg broos zijn. De soort leeft als saprofyt op sterk vermolmde stronken en stammen van naaldbomen. Het schimmelweefsel groeit in het hout.

De echte koraalzwammen horen bij de Clavariaceae, de botanische naam, voor een familie van paddenstoelen, die bestaat uit 17 geslachten. Allen met hun eigen specifieke kenmerken.

Hieronder laat ik enkele koraalzwammen zien, die ik de afgelopen maand zag.

Rechte koraalzwam
Witte koraalzwam
Rimpelige koraalzwam
Slappe koraalzwam
Ivoorkoraaltje


De Dennenvoetzwam (Phaeolus schweinitzii)is een schimmel die parasiteert op stobben en levende naaldbomen, met een voorkeur voor Douglasspar maar ook bij de larix, spar en den kun je hem aantreffen.

Dennenvoetzwam
Tijdens de groei verandert hij compleet van vorm en van kleur. De hoed die nagenoeg vlak wordt, kan uiteindelijk een doorsnee bereiken van wel 30 centimeter. Op deze foto zie je een nog redelijke jonge soort. Die heeft dan namelijk nog een trechtervorm en is van boven nog viltig tot wollig behaard en geel van kleur.

Dennenvoetzwam, oud exemplaar
Binnen enkele weken, als de paddenstoel volgroeid is, wordt de kleur donkerder, tot zwart, aanvankelijk nog met zwavelkleurige rand. Uiteindelijk wordt het vruchtlichaam hard en geheel zwart.

Parelamaniet
De Parelamaniet (Amanita rubescens) is te zien vanaf juni tot in de herfst. De soort is algemeen in loof- en naaldbos, boomrijke lanen, parken, en tuinen. Het uiterlijk van het vruchtlichaam wordt naarmate hij ouder wordt variabel van kleur. De bovenzijde van de hoed kan zowel vleeskleurig, als geelbruin, grijsgeel, of grijs-wit zijn.

Parelamaniet
De parelamaniet kan zeer gemakkelijk verwisseld worden met de giftige panteramaniet. Bij beschadiging verkleurt het weefsel van de parelamaniet rozerood tot roodachtig, terwijl dat van de panteramaniet niet verkleurt. Ook bij ouder worden verkleurt de parelamaniet naar deze kleur. In Engeland wordt hij daarom ook the Blusher (de "blozer")genoemd.

Parelamaniet
Niet alleen bij veroudering, maar ook bij druk of beschadiging krijgen zowel de hoed als de steel roodachtige of roodbruine vlekken. Ook de witte plaatjes aan de onderkant kunnen in de loop van de tijd zulke vlekken krijgen. De steel van de volgroeide paddenstoel heeft een dunne, hangende, fijn gestreepte ring of manchet, en loopt aan de onderzijde geleidelijk uit in een verdikte knol.

Grote stinkzwam
Iedereen heeft in het bos wel eens een weeïge sterke geur geroken. Dan zul je al snel ontdekken dat er vlakbij een Grote stinkzwam staat. Deze zwam is nog niet zo lang geleden uit z'n "duivelsei" gekropen. De Latijnse naam "Phallus impudicus" is veelzeggend. Het betekent "schaamteloze penis". Aan de top van de hoed zie je dat er zelfs, als een soort plasgaatje, een kleine opening is.

De hoed is met een groene slijmerige sporenlaag (de gleba) bedekt, die deze aasgeur verspreidt. De sporen zitten in de gelei van de gleba en worden door aas- en mestvliegen en mestkevers, die door de voor hen "heerlijke" stank worden aangetrokken, worden verspreid !

 
Deze zwam begint dus te groeien vanuit een bol (het duivelsei of heksenei). Vroeger konden ze dat niet verklaren, zo’n gek bolletje dat ineens naar boven komt. Dat moest wel van de duivel zijn, vandaar de naam.
Als je de bol doormidden snijdt ziet het er uit als een hardgekookt ei. Het vruchtlichaam ontwikkelt zich binnen dat omhulsel en breekt er met een soort eitand doorheen. Op de volgende foto kun je het velletje en het beschermende geleilaagje van het duivelsei nog zien.

Grote inktzwam


Wanneer de geleilaag door de vliegen is opgesnoept, wordt het witte tot licht- gele honingraatpatroon van de hoed zichtbaar. Het schijnt dat in de preutse Victoriaanse tijd, de dames deze paddenstoel uit hun tuin lieten verwijderen…

Grote inktzwam
Als je na een tijdje terug zou gaan, zou je zien dat de eerst zo trotse stoere bink er maar slapjes bij hangt. Alsof hij zich schaamt voor zijn uitbundig gedrag…….

Pagemantel
De Pagemantel (Cortinarius semisanguineus) kun je met wat geluk aantreffen in naaldbossen op voedsel- en humusarm zand. Deze vond ik in het natte mos op een open plek in een sparrenbosje. De Pagemantel is ten gevolge van vermesting, strooiselophoping en verzuring sterk achteruit gegaan en is momenteel al vrij zeldzaam. Hij staat dan ook op de Rode lijst als kwetsbaar.

Pagemantel
De hoed is aanvankelijk gewelfd en later uitgespreid met een bultje (umbo). Hij heeft een doorsnede van 6-8 cm en is mat en oker- tot olijfgeelbruin van kleur.

Pagemantel
Het is eigenlijk een saaie paddenstoel, tot je de onderkant bekijkt. Aan het wattig-vlokkig, spinragachtig (cortina) of leerachtig vlies, dat in gesloten toestand (links) de hoedrand met de steel verbindt, is te zien dat het een gordijnzwam is. Na het opengaan van de hoed (rechts) zie je dat de lamellen opvallend vermiljoen tot bloedrood van kleur zijn.

Vroeger werd deze paddenstoel vanwege die prachtige kleur door wolspinners gebruikt om hun wol te verven. Ook de Dennenvoetzwam werd daar voor gebruikt. In Scandinavië schijnt de Pagemantel nog steeds voor dat doel gebruikt te worden, maar gelukkig is het gilde van wolspinners in ons land sinds de jaren 70  zo goed als verdwenen en zal het verven van eigen gesponnen wol niet nog een extra bedreiging zijn voor deze soort, die het toch al moeilijk heeft.