Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Select language

Volgers

zaterdag 28 november 2020

Herfst 2020.......Paddenstoelentijd deel 5: Nevelzwam

Het lukt de meeste paddenstoelen niet om hun kopje boven een dicht tapijt van de afgevallen bladeren van zomereik, Amerikaanse eik en beuk te steken, maar dat geldt niet voor de stoere NEVELZWAM (Clitocybe- of Lepista nebularis). Omdat het zo forse, stevige zwammen zijn, krijgen die dat namelijk wel klaar.

 

De soortnaam nebularis is afgeleid van het Latijnse woord nebula, dat "nevel" of "mist" betekent. Dit vanwege de grauwe nevelgrijze kleur van de hoed, maar ook het tijdstip waarop de paddenstoel verschijnt, namelijk laat in het seizoen, wanneer het al kouder begint te worden en er nevels tussen de bomen hangen. Hun komst betekent dat het paddenstoelenseizoen ook niet zo lang meer zal duren.

Andere soorten uit het geslacht Lepista (schijnridderzwammen) zijn onder andere de Roodbruine-, Geelbruine- en Paarse schijnridderzwam.


Als je één Nevelzwam ziet, dan betekent dat meestal dat er meer te vinden zijn, want deze paddenstoel groeit meestal in groepjes of heksenkringen. Zo'n kring wordt niet altijd als zodanig herkend, omdat die best groot kan zijn. In Wales werd ooit een "fairy ring of Clouded Funnels" gevonden van bijna acht meter doorsnee, met meer dan 50 vruchtlichamen!

Paddenstoelen zijn de "vruchten" van schimmeldraden (mycelium), die zich onder de grond bevinden en zich steeds verder uitbreiden. Daar waar de organische voedingsstoffen in de bodem uitgeput raken, sterft de zwamvlok af. Aan de rand is er nog wel voedsel, waardoor de schimmel zich steeds verder naar buiten verspreidt, in de vorm van een kring. Dit wordt een heksenkring genoemd! 


De mensen dachten vroeger dat er iets anders in het spel was dan wat ik hierboven beschreef.
Over het ontstaan van die naam vond ik op de site van "Nature today" de volgende verklaring:
"De snelheid waarmee heksenkringen, ook wel elfenkringen genoemd, tevoorschijn komen heeft zeker bijgedragen aan de mythevorming rondom dit natuurverschijnsel. Als natuurlijke processen in het verleden niet konden worden verklaard, gaven onze voorouders er vaak een bovennatuurlijke verklaring voor.
Er zouden 's nachts heksen in een kring hebben gedanst. Heksenkringen werden dan ook zelfs een beetje als gevaarlijk beschouwd. Als je in zo'n heksenkring ging staan kon je, als je heel goed luisterde heel in de verte ook hun hoge gezang horen. Maar als het geluid dichterbij kwam en je van schrik bleef staan, liep je de kans dat je diep in het bos werd meegesleurd, waarna je nooit meer terug zou komen bij de mensen......


Zo bestaan er nog meer spannende verklaringen voor het plotselinge verschijnen van heksenkringen. De ene verklaring nog mooier dan de ander".
 

De hoed is aanvankelijk halfbolvormig met een omgerolde blekere rand en spreidt zich dan vlak uit, soms golvend met een wat verdiept centrum en een flauw bultje. De diameter ervan kan wel 15 centimeter zijn. Dikwijls vertoont de zwam ook scheuren in de hoed.

 
De lamellen zijn wit tot roomgelig, ze staan dicht opeen en lopen af langs de steel.Die steel is, zeker bij jonge exemplaren, fors van bouw, knotsvormig, vaak bedekt met vezelachtige ribbels en bij oude vruchtlichamen hol.

Nevelzwammen komen vooral voor op onze zandgronden. Soms worden er PARASIETBEURSZWAMMEN (Volvariella surrecta) op ontdekt. Ze parasiteren slechts zelden op andere paddenstoelen en zijn zeldzaam. De steelvoet steekt in een hier niet zichtbare witte schede, waardoor de naam beurszwam is verklaard. De Parasietbeurszwammen zien er puntgaaf uit, dit in tegenstelling tot de Nevelzwammen waarvan de uitgeteerde resten soms nog nauwelijks als Nevelzwam te herkennen zijn en veranderen in gedrochten. Hier valt het nog mee. De lamellen vervormen uiteindelijk zodanig dat ze geen sporen meer vormen.

Ik vind zo'n Parasietbeurszwam een fotogenieke paddenstoel. Een die je zeker niet elke dag tegenkomt. Deze foto heb ik in 2016 gemaakt op de Loozerheide. Sindsdien heb ik er geen meer gevonden.

zaterdag 21 november 2020

Herfst 2020.......Paddenstoelentijd deel 4: van alles wat

Ik word altijd blij als ik weer eens een Myxomyceet (slijmzwam) vind. Van deze groep met wereldwijd bijna 1000 soorten, komen er maar liefst om en nabij 300 in Nederland voor. Populaire plekjes zijn rottende boomstronken, of composthopen en rottende bladeren. Afgaande op waar ik de meeste soorten vond, houden ze vooral van vochtige en schaduwrijke plekken. Veel soorten zijn vrij algemeen en sommigen waarschijnlijk zelfs zeer algemeen, maar ondanks hun vaak opvallende kleuren, worden ze meestal niet opgemerkt. We kijken er vanwege hun formaat en het voorkomen op onopvallende plaatsen, gewoon over heen. Dat is jammer, want ze zijn soms zó mooi. Pak er maar eens je loep bij, mocht je ze vinden. Je zult versteld staan van wat je ziet.

Kernzwamkopje

En dan komt de uitdaging; er een geslaagde foto van  maken. Het valt namelijk niet mee omdat de meeste zo klein zijn.  De doorsnede van deze Kernzwamkopjes  is bijvoorbeeld ca. 1 mm. De Kalknetjes hieronder zijn niet veel groter. 

close-up van het Kernzwamkopje

Ik maak daarom  altijd  de nodige foto’s en dan maar hopen dat er een paar bij zijn waar ik tevreden over ben. Vooralsnog lukt dat redelijk. Tot slot is het nog de kunst om er een naam bij te vinden en ook dat valt soms niet mee. Alleen al in ons land komen bijvoorbeeld minstens tien soorten Kalknetjes voor en om precies te kunnen vaststellen om welke soort het gaat, is speciaal onderzoek nodig.

Een Kalknetje, waarschijnlijk het Roodvoetkalknetje
Een Kalknetje, waarschijnlijk het Roodvoetkalknetje

Afgaande op de trosjes is dit het Troskalknetje

Loodkleurig netplaatje

Hoewel weer heel anders dan de eerste twee, ook dit LOODKLEURIG NETPLAATJE (Dictydiaethalium plumbeum) is een Myxomyceet. Bij deze soort is goed te zien dat dit organisme "groeit". Het  heeft een diameter van ongeveer 5 cm en komt vrij algemeen voor op recent gevelde stammen en snoeihout. Deze soort valt in het eerste stadium ( het plasmodium) op door zijn opvallende kleur. In het tweede stadium is hij bijna niet meer te vinden, omdat hij dan verandert in een vrij sterk afgeplatte bruin-beige "zwam" en niet meer opvalt op een donkere boomstam.

Hoewel Myxomyceten eigenlijk geen zwammen zijn, worden ze er wel voor aangezien en er bij gerekend. Ik heb al in 2017, 2018 en 2019 het een en ander over Myxomyceten verteld, dus wil je weten wat het dan wel zijn, dan kun je dat eens nalezen door op één (of allemaal) van de jaren  te klikken.

De soorten die je hieronder gaat zien, ga ik deze keer plaatsen zonder verdere toelichting. De meeste foto's zijn van soorten waar ik al eerder een foto mét toelichting van heb geplaatst. Vandaar.

Biefstukzwam na een stevige regenbui
Biefstukzwam aan de onderkant
Bruine satijnzwam
Grauwe amaniet
Grauwgroene hertenzwam
Echte honingzwam
Karbolchampignon
Levermelkzwam (zie je de melk?)
Vermiljoenhoutzwam bovenkant
Vermiljoenhoutzwam onderkant

woensdag 18 november 2020

Acht jaar "Weert en natuur"

Dit is  het ACHTSTE JAAR jaar dat ik met "Weert en natuur" bezig ben. Ik begon er mee op 19 november 2012. Wat vliegt de tijd.  Ik ben vanwege de Corona meer aan huis gebonden geweest, maar dat betekende ook dat ik meer tijd had om eens lekker te lezen, te puzzelen en me bezig te houden met mijn blog. Dit is post nummer 304. Dat zijn dit jaar 17 posts.
Het lijkt niet veel, maar ik ben dan ook lang bezig geweest met een post over de geschiedenis van Leopold Wenmaekers,de eerste eigenaar van Landgoed de Advokaat. Deze heb ik nog niet geplaatst, omdat er hier en daar nog de puntjes op de i gezet moeten worden, maar zal waarschijnlijk wel nog dit jaar verschijnen.

Jaaroverzicht gemaakt met Google analytics.

Inmiddels is het totaal van 243.000 pageviews bijna bereikt. Vorig jaar waren er circa 30.000 views, maar dat aantal is dit jaar ruim overschreden; er waren ruim 36.000 views........ .  Daar ben ik uiteraard meer dan tevreden mee, want dat betekent dat gemiddeld dit jaar elke week ongeveer 700 pagina's bekeken en/of gelezen werden. Afgelopen maand waren het er maar liefst 3834 zoals je in het  overzicht kunt zien. Een bewonderenswaardig aantal, waarbij ik me altijd afvraag wie dat toch allemaal geweest kan zijn en waarom die niets van zich laten horen.

 
Het is opvallend dat sinds september de post "Taurossen op de Kettingdijk"  al meer dan 250 keer is bezocht. De reden van dit hoge aantal is waarschijnlijk gelegen in het feit dat op de Breeding-back blog van de Oostenrijkse Daniel Foidl is verwezen naar mijn post. Dat betekent wereldwijde interesse.
 
Dagstrand het Blauwe meertje
Al jaren stond de post over de otterontsnippering bovenaan als vaakst  bekeken (iets wat ik altijd heel bijzonder heb gevonden), maar die  is dit jaar overtroefd door de post "Waarom is het water van het Blauwe meertje zo blauw".   De reden daarvan  is ongetwijfeld dat een gedeelte van de plas in 2018 een recreatieve bestemming heeft gekregen. Hoewel de gehele inrichting van het gebied, inclusief de realisatie van bos- en natuurcompensatie buiten het CZW-gebied, pas medio 2022 gereed zal zijn, trok de plas al veel bezoekers. Velen zullen zich verwonderd hebben over dat blauwe water en de reden daarvan hebben opgezocht op internet en ja, dan kom je op mijn blog uit........... .......

De 5 meest bezochte posts in deze 8 jaar zijn achtereenvolgens: 
  1. Waarom is het water van het Blauwe meertje zo blauw? (2516 views) 
  2. Otterontsnippering. (2168 views)  
  3. Paddenstoelen in de winter.(2143 views)
  4. De koekoeksbloem (1947 views) 
  5. Reuzenbalsemien; een wolf in schaapskleren.(1819 views). 

 

Waarom het water zo blauw is, is overigens niet de meest bezochte post van dit jaar zoals je in bovenstaand overzicht ziet. Dat is namelijk de post met het onderwerp "Koekoeksbloem" van mei 2013, gevolgd door "Paddenstoelen in de winter" van januari 2015. Dan pas komt de post over het blauwe water van het Blauwe meertje.

Vorig  jaar meldde ik dat er 20 volgers waren. In verhouding met de vele pageviews is dat eigenlijk te weinig. Het is dan ook fijn nu te constateren dat er 6 volgers zijn bij gekomen. Fijn om dat te zien en bedankt voor de nieuwe volgers. Hopelijk is dit een stimulans voor anderen om zich ook aan te melden. Het verplicht tot niets en ik waardeer het zeer.

Ik wil de 26 volgers van harte bedanken en vooral degenen die trouw een reactie plaatsen.

In het overzicht helemaal bovenaan zie je dat er de afgelopen 8 jaar  in totaal 851 keer gereageerd is. Dat is natuurlijk veel te weinig als je het vergelijkt met het aantal pageviews. Voor de andere bezoekers wil ik dan ook zeggen: aarzel niet om eens te reageren of iets te vragen. Je hoeft daarvoor niet eens een volger te zijn.

donderdag 12 november 2020

Herfst 2020.......Paddenstoelentijd deel 3: Russula's

Ik merk dat het me steeds vaker  lukt  een paddenstoel direct op naam te brengen. Dat mag intussen ook wel. Veelal ga ik af op uiterlijke kenmerken. Helaas is dat is niet altijd voldoende. Dan denk ik vooral aan de vele soorten mycena's en russula's. Over de mycena's heb ik al eerder iets geschreven. Dat kun je HIER nalezen.

Regenboogrussula
Ook Russula's komen veel voor en hebben meestal een felgekleurde en licht ingedeukte hoed met witte steel. De meeste verschijnen bij hevige regenval al in jun; ze behoren tot de vroege herfstsoorten. Later in het najaar zie je ze minder. Het is niet moeilijk om een paddenstoel van dat geslacht te herkennen, maar het is (enkele uitzonderingen daargelaten) wel moeilijk om de juiste soort te bepalen en er een naam aan te verbinden. Er komt namelijk vaak meer bij kijken dan alleen het uiterlijk.

Russula’s zijn te herkennen aan 1.) een witte tot oranjekleurige sporenafdruk (daarvoor moet je onderzoek doen). 2.) dikvlezige, op regelmatige afstand van elkaar staande en bijna vrijstaande lamellen die, met uitzondering van de Regenboogrussula, altijd gemakkelijk verbrokkelen. 3.) het ontbreken van een velum (vlies) op de steel,  4.) de hoedhuid kun je afpellen  en  5.) ze hebben doorgaans een stevige witte steel die gemakkelijk breekt; alsof het een krijtje is.

Scherpe kamrussula
Broze russula


Schotelrussula

 In “De grote paddenstoelengids voor onderweg” van Ewald Gerhardt, worden 48 soorten kort behandeld, maar er zijn meer dan 120 soorten in dit geslacht dat algemeen voorkomt in Nederland en Vlaanderen. Probeer die maar eens allemaal te onderscheiden.

Roze berkenrussula
Grofplaatrussula

Hoewel je wel enigszins op de kleur van de hoed kunt afgaan,  is die vaak erg verscheiden (enkele soorten uitgezonderd). De Regenboogrussula (Russula cyanoxantha) dankt zelfs zijn naam aan de grote variatie in kleur van de hoed; een mengsel van paars, grijs, blauw, groen en geel. De verbleekte Broze russula (Russula fragilis) lijkt sterk op de Roze berkenrussula (Russula betularum) en ook de Duivelsbroodrussula  en Zwartpurperen rusulla hebben veel gelijkenis. Zeker als het oudere exemplaren betreft. Dan zijn er sommige soorten zoals de Grofplaatrussula (Russula nigricans), die verkleuren bij beschadiging. De kleur is trouwens ook afhankelijk van hoe vers een exemplaar is. 

Kortom: je kunt niet altijd alleen afgaan op uiterlijk en kleur...................................

Duivelsbroodrussula

Geelwitte russula
Gele berkenrussula

Beukenrussula

Russula's zijn symbionten; je vindt ze altijd in nabijheid van bomen. Hoewel sommige soorten, zoals bijvoorbeeld de Geelwitte russula (Russula ochroleuca) niet echt een voorkeur lijken te hebben, is dat bij andere soorten weer wel het geval. Zo vind je de Duivelsbroodrussula (Russula sardonia) aan de voet van de grove den en de Braakrussula's (Russula emetica) komen voor op natte gronden. Sommigen zijn nog specifieker; de Gele berkenrussula tref je voornamelijk aan bij berken en de Beukenrussula (Russula fellea) uiteraard bij beuken. Het is dus soms aan te raden om bij het determineren van de soort naar de boom te kijken waarbij je hem aantrof.

Vissige russula

Over het algemeen heb je eigenlijk een microscoop of chemicaliën zoals ijzersulfaat (FeSO4) nodig, of je moet af gaan op subjectieve kenmerken zoals smaak en geur. Dan moet je bijvoorbeeld denken aan de reuk van ingeblikt appelmoes bij de Geelwitte russula, van camembert (Scherpe kamrussula), oude kaas (Berijpte russula)l, fruitig (Broze russula) of van vis (Vissige russula). 

Dat is waar ik moeite  mee heb. Het lukt me vaak (meestal) niet om aan de hand van de smaak of geur de soort te bepalen. Gelukkig zijn er mensen in de paddenstoelenwerkgroep die dat wel kunnen.

Berijpte russula
Violetgroene russula
Berijpte russula

 Je treft zelden mooie gave exemplaren aan; ze zijn vaak aangevreten door slakken en kleine knaagdieren,  zijn vuil en bedekt met zand. Ze nodigen daarom  soms niet echt uit om er een foto van te maken. Gevolg is dat je je dan ook niet zo verdiept in de soort. Misschien dat het daardoor komt, dat ik nog te weinig van Russula's af weet.

dinsdag 27 oktober 2020

Herfst 2020.......Paddenstoelentijd deel 2: van alles wat.

Veel soorten paddenstoelen zijn sterk achteruit gegaan. Vooral als gevolg van de stikstofverbindingen, die via de atmosfeer al een halve eeuw over Nederland neerdalen. Een van die soorten, waar ik in de vorige post over schreef, is de Bruine weidechampignon. Maar natuurlijk zijn er ook soorten die van die veranderingen profiteren. Eén daarvan is de Franjeporiezwam. 

De reden voor deze uitbreiding is tweeledig. Allereerst zijn de eertijds zo schrale hogere zandgronden door vermesting steeds voedselrijker geworden en dat is precies wat een Franjeporiezwam nodig heeft. Ten tweede: het is een warmteminnende soort, dus de opwarming van ons klimaat is gunstig voor deze zwam, die dan ook vooral verschijnt na een periode met warm en droog weer.De FRANJEPORIEZWAM (Polyporus tuberaster) is een zogenaamde gaatjeszwam. Ze heeft aan de onderkant dus geen lamellen, maar poriën waarin de sporen tot ontwikkeling komen. Het is een saprofiet (een schimmel die zijn celmateriaal opbouwt door het opnemen van stoffen uit dóde organismen). Ze groeit dus op dode takken, stammen en stronken van diverse loofbomen (o.a. esdoorn, wilg, els, beuk) op voedselrijke en vochtige grond. Ze veroorzaakt hierbij witrot.De lichtgele tot okerbruine hoed heeft meestal maar een doorsnede van zo'n 3 tot 10 cm., maar op grotere stukken dood hout, zoals stammen en stronken, worden ook vaker grotere vruchtlichamen gevormd. De hoed heeft schubben die allemaal in cirkels naar binnen staan. Kenmerkend voor deze zwam zijn de rafeltjes die als een soort versiering ("franje") aan de hoedrand zijn bevestigd. Bij jonge exemplaren is de hoed nog licht gewelfd, maar bij oudere exemplaren kan deze deuken bevatten.

Weerschijnzwammen worden zo genoemd, omdat de poriën bij een “scheve” belichting een zilverachtige weerschijn hebben. Eenmaal aangetast door zo'n zwam, zal een boom na verloop van tijd afsterven. De meest bekende is wel de Ruige weerschijnzwam waar ik een hele tijd geleden een foto van plaatste. 

Dit is de DUNNE WEERSCHIJNZWAM (Inonotus cuticularis).Groeit vaak in groepen boven elkaar, op levende stammen van beuken op wondplekken, op zandige bodem (juli - oktober). Hoewel hij nog matig algemeen is, staat hij op de NRL (Nederlandse Rode Lijst) als kwetsbaar.

Met het blote oog te herkennen aan de dunne, vlakke hoed (1-2,5 cm dik). Deze 5-15 cm. waaiervormige hoed is geelbruin tot roodbruin, met een fluwelig tot ruwharig, concentrisch gezoneerd oppervlak en een blekere, naar binnen gerolde rand.
De buisjes aan de onderzijde hebben fijne poriën, zijn eerst bleekgrijs of gelig, later verkleuren ze naar oranjebruin. Vaak met gutatiedruppels. Sporen bruin. Vlees taai vezelig. Ruikt aangenaam kruidig.
De Porseleinzwam is een mooie soort, die je vooral kunt aantreffen op dode en levende beuken. Ik heb er ooit een hele post aan gewijd. Dat kun je HIER nalezen. Minstens zo interessant vond ik deze keer echter de ontelbare kleine rode bolletjes, die niet groter waren dan een speldenknop en verspreid over de hele gekapte beukenboom te vinden waren. Moeilijk te fotograferen en daarom niet echt super scherp, maar een bijzondere vondst om jullie te laten zien. Dit is namelijk het minder bekende en minder voorkomende BLOEDROOD MENIEZWAMMETJE (Nectria coccinea). Deze zeldzame schimmel komt voor op beuken, esdoorns en populieren.
Hoe klein ze ook zijn, ze kunnen fataal zijn voor een boom. Ze tasten voornamelijk sterk verzwakte bomen aan. Eenmaal aangetaste takken en delen van de stam verdrogen en sterven langzaam af vanaf de plek van aantasting. Je zult  je waarschijnlijk afvragen hoe zo'n klein organisme zo'n grote boom kan bedreigen.
Dit kan met hulp van de Wollige beukenluis (Cryptococcus fagisuga), die de zogenaamde beukenschorsziekte veroorzaakt. De zuigactiviteit van deze schildluis tast de beuk namelijk aan, omdat ze scheurtjes in de bast veroorzaakt. Die scheurtjes op hun beurt geven toegang aan de schimmel, die diep in de boom doordringt.
 
Melkzwammen zijn broze paddenstoelen die bij beschadigingen “melksap” afgeven. Er zijn vele soorten. Hun naam danken ze onder andere aan de boom waarmee ze in symbiose leven, zoals bijvoorbeeld de zilverspar-beuken-,populieren- en lorkenmelkzwam. Anderen danken hun naam aan de geur of smaak van het melksap. Dat zijn o.a. de kokosmelkzwam, gepeperde melkzwam, viltige maggizwam en vissige melkzwam.
  Weer anderen danken hun naam aan het uiterlijk, zoals de baardige of wollige -, donzige -, grijsgroene –, rossige -   en kaneelkleurige melkzwam. 
 
Dit is de BITTERZOETE MELKZWAM (Lactarius subdulcis). De naam dankt deze paddenstoel aan de “melk”; de geur daarvan is weeïg zoet en de smaak is mild of ietsjes bitter, zelden echter met een scherpe nasmaak. De niet bittere en jonge exemplaren zijn na afkoken eetbaar. De vleeskleurige bruin tot roodbruine hoed is 3 tot 7 cm breed. 
 
 De hoed wordt al snel tweekleurig met een lichtere vaak gekartelde rand. De lamellen zijn aanvankelijk wit en worden later bleek vleeskleurig soms lichtbruin gevlekt. Het melksap is wit en verkleurt niet.
Al eerder heb ik in een post uitgebreid stilgestaan bij de GROTE STINKZWAM. Die kun je, zo je wil, HIER nog eens nalezen. Toch wil ik je deze foto laten zien, want zelden trof ik zo'n gaaf exemplaar aan als deze.

Er is nog helemaal niks van de gleba (de groene slijmerige sporenlaag) af gesnoept door aas- of mestvliegen en mestkevers, die in een mum van tijd op de voor hen onweerstaanbare reuk afkomen zo gauw ie uit het "duivelsei" kruipt. Zo'n gaaf exemplaar maak je zelden mee. Ook de steel is nog maagdelijk wit. Als ik een uur of wat later zou zijn gekomen, was er ongetwijfeld al aan geknibbeld.

Tot slot plaats ik hieronder nog een aantal mooie exemplaren van soorten waar ik al eerder iets over heb geschreven. Daarom ook geen toelichting. Mocht je er toch iets meer over willen weten, dan kun je gebruik maken van de zoekfunctie,onder de inhoudsopgave hierboven.

Bruine ringboleet
Dennenvoetzwam
Echte tonderzwam
Fraaisteelmycena
Gewone oesterzwam
Grote bloedsteelmycena
Nevelzwam
Roestvlekkenzwam
Porseleinzwam

Blogarchief