Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Select language

Volgers

maandag 10 december 2018

Herfst 2018.......Paddenstoelentijd deel 5

Net voor de feestdagen aanbreken, heb ik nog een keer de gelegenheid wat foto's van paddenstoelen te plaatsen, die ik de afgelopen maanden gevonden heb. Hoewel er in de winter nog steeds paddenstoelen te zien zijn,wordt dit dus naar alle waarschijnlijkheid de laatste post over paddenstoelentijd 2018.

Zadelzwam
De Zadelzwam (Polyporus squamosus) is een soort die ik al in april aantrof. Heel apart, want wie verwacht dat nou? Het bijzondere van deze soort is echter, dat die in twee seizoenen een groeipiek heeft: in mei en dan nog eens in september.

Zadelzwam
Het is een paddenstoel die consoles maakt op stronken, stobben, stammen en stamwonden van levende en dode loofbomen. (Met een voorkeur voor dood hout van de Es). De korte dikke steel staat zijdelings, waardoor de paddenstoel met wat fantasie lijkt op een dameszadel, of met het zadel van een oude tractor. Die laatste niet alleen vanwege de vorm maar ook qua omvang, want de hoed kan wel een doorsnede van 60 cm hebben. De Engelsen noemen hem Dryad’s Saddle (Dryade is een bosnimf) of Pheasant’s back (de rug van een fazant vanwege de bruine schubben van de hoed). De soort is op allerlei vochtige, voedselrijke grondsoorten te vinden.

Zadelzwam
Zolang hij nog niet verhout is, is deze paddenstoel eetbaar, maar ik zou zeggen: “mooi laten staan”……

Teervlekkenzwam
De Teervlekkenzwam (Ischnoderma benzoinum) zie je niet zo vaak, maar op het voedsel- arme stuifzand van de Tungelerwallen zijn veel stobben van afgezaagde dennenbomen te vinden en daar kom je ze regelmatig tegen. Hij groeit uitsluitend op naaldhout.

Hij kan ongeveer even groot worden als de platte tonderzwam, waar hij ook wel wat van weg heeft. Ook deze houtzwam is vlak waaiervormig. Een belangrijk verschil is echter dat de teervlekkenzwam eenjarig is, terwijl de tonderzwam er elk jaar een laag poriën bij krijgt en langs de rand uitgroeit.

Teervlekkenzwam (jong exemplaar)
De Teervlekkenzwam is ruig en kort behaard, radiaal gegroefd, bruin van kleur met meestal één, soms twee doorlopende witte banden langs de hoedrand. Een jong exemplaar is lichter van kleur en lijkt dan aan de bovenkant nog van suède te zijn zo zacht.

Teervlekkenzwam ( 2 weken later)
Teervlekkenzwam (oud exemplaar)
Na verloop van tijd verkleurt hij naar donker (tabaks)bruin en komen er na korte tijd zwarte vlekken op. Alsof iemand teer gemorst heeft. Daar heeft ie dan ook zijn naam aan te danken.

Teervlekkenzwam verkleurt bij beschadiging
De poriën onder de hoed zijn eerst nog roomkleurig, maar worden later okerbruin. Ze vlekken bruin als je ze aanraakt. Dat is op deze foto ook te zien.

Teervlekkenzwam met guttatiedruppels
Ik vind het een fotogenieke paddenstoel. Vooral vanwege de guttatiedruppels, die als honing aan de rand van de hoed hangen. De druppels zijn van het water waarmee voedingstoffen vanuit de boom naar de groeiende zwam worden vervoerd. Omdat het water de bruinige kleurstof van het hars van de boom bevat, zijn de druppels harskleurig. Mooi om te zien.

De laatste jaren is er een sterke toename van de Valse teervlekkenzwam. Ik ben die helaas nog niet tegengekomen. De overeenkomst met de Teervlekkenzwam is te zien, maar het grootste verschil is toch wel, dat de Valse niet op naaldhout gevonden wordt, maar op loofhout (m.n. beuk.)

Paardenhaartaailing
Dit zwammetje wordt vanwege het ca. 6 cm lange draaddunne zwarte of bruine steeltje de Paardenhaartaailing (Gymnopus androsaceus)genoemd. Het steeltje heeft slechts een doorsnede van 1 mm. Het is dan ook moeilijk te fotograferen (tenminste met mijn apparatuur).

De kleur van het hoedje en steeltje zijn variabel, maar is meestal vleeskleurig tot lichtbruin. Het steeltje is meestal donker De hoed (doorsnee max. 1 cm) is gewelfd en heeft een ingedeukt roodbruin centrum. Zoals de naam al aangeeft is de steel taai en buigzaam.

Paardenhaartaailing tussen dennennaalden
Het is een veel voorkomende soort, maar door de afmetingen wordt hij meestal niet opgemerkt. In de strooisellaag is hij amper zichtbaar. Als de hoedjes door droogte ook nog eens sterk ineen schrompelen zijn bijna helemaal niet meer te vinden.

 
Op het ca. 6 cm dunne steeltje staat in dit geval een kleine wit gekleurde gewelfde hoed van maximaal 1 cm. Deze soort wordt Witte paardenhaartaailing (Gymnopus quercophilus) genoemd. Het is goed te zien, dat hij vooral op de nerven en het steeltje staat. Natuurlijk vanwege de voedselaanvoer. Door de afmeting van het eikenblad, is te zien hoe klein deze soort is.......


Asgrauwe koraalzwam
Het vruchtlichaam van de Asgrauwe koraalzwam (Clavulina cinerea) bestaat uit een korte stam, die na een paar centimeter meervoudig vertakt waardoor het vruchtlichaam een koraal-achtige vorm heeft. Dit vruchtlichaam wordt tussen de drie en tien centimeter hoog en de dikte van de vertakkingen ligt tussen de vier en acht millimeter.

Asgrauwe koraalzwam
Het vlees is wit, heeft een muffe geur en een taaie textuur. De kleur van de vertakkingen varieert van okerkleurig met een lila gloed tot grijslila of violetgrijs. Qua vorm zijn de vertakkingen rond of afgevlakt en de uiteinden zijn getand. Deze uiteinden zijn tussen de een en twee millimeter breed.

Gewone oesterzwam
Gewone oesterzwam
Al eerder heb ik uitgebreid stil gestaan bij de Gewone oesterzwam (Pleurotus ostreatus).
Dat kun je HIER nog eens nalezen.

Het is een algemene soort die je kunt aantreffen op dode stammen van loofbomen, of op wondplekken van levende bomen (voornamelijk beuk, populier en wilg). De kleur varieert van beige-grijs, staalgrijs tot blauwgrijs of bruingrijs, naarmate ze ouder worden verbleken de kleuren. De lamellen zijn wit(tig) en lopen af op de steel zonder duidelijke begrenzing. De steel heeft dezelfde kleur als de lamellen en is zeer kort en relatief dik. Je kunt ze vinden van oktober tot eind januari. Een taaie rakker dus, die vorst kan verdragen.

Bleke oesterzwam
De Bleke oesterzwam (Pleurotus pulmonarius) had ik nog nooit eerder gezien. Ik vond enkele kleine exemplaren op een dode tak bij de Houtsberg in Nederweert-Eind. Deze soort is nauw verwant aan de Gewone Oesterzwam, maar wijkt af zowel in kleur als in voorkomen. Hij is ook zeldzamer dan de Gewone. De kleur van de bleke oesterzwam is licht beige en kan bij ouderdom verbleken tot beige-wit. Het is een warmteminnende soort en daardoor kun je ze vinden van mei tot eind september.

Bleke oesterzwam
De overige kenmerken komen overeen met de Gewone oesterzwam, alhoewel de stelen vaak wel iets langer worden. Oesterzwammen zijn eetbaar en erg geliefd, maar hoeven gelukkig niet in de vrije natuur geplukt te worden, want ze worden gekweekt. Deze Bleke oesterzwam is de meest gekweekte oesterzwamsoort en zul je dus ook het vaakst in de supermarkt aantreffen.

Winterhoutzwam
Plaatjeszwammen zoals russula’s, mycena’s of vliegenzwammen, zijn maar zelden te zien in de winter, doordat ze wegens hun hoge watergehalte sneller het risico lopen om te bevriezen. Er zijn uitzonderingen, zoals de Gewone oesterzwam, het Gewoon fluweelpootje, het Gewoon donsvoetje en deze Winterhoutzwam.

Winterhoutzwam
De Winterhoutzwam (Polyporus brumalis)is een paddenstoel die van november tot april kan worden aangetroffen op dode takken en stronken van loofbomen als berk, els, eik en beuk. De scherp gerande en wat ingekerfde hoed van deze eenjarige vlak trechtervormige gesteelde gaatjeszwam is oker- tot donkerbruin. Omdat de bovenkant fijn viltig, oker- tot donkerbruin is, lopen we er gauw aan voorbij zonder hem te zien.

Het is de onderkant van houtzwammen die altijd mooi zijn om te laten zien. De Winterhoutzwam is daarop geen uitzondering. De opvallend grote poriën zijn met het blote oog goed te zien en lopen iets af langs de viltige of iets geschubde centraal staande steel die okerbruin gekleurd is.

Zomerhoutzwam
De Winterhoutzwam lijkt op de Voorjaars- en Zomerhoutzwam. Vergis je echter niet aan de namen, want deze houtzwammen nemen het niet al te nauw met de seizoensaanduidingen. Er is dus flink wat overlapping. Deze beide soorten onderscheiden zich vooral van de Winterhoutzwam door de veel fijnere poriën.

De hoed van de Zomerhoutzwam is soms concentrisch gezoneerd, fluwelig tot fijnschubbig en olijf- of grijsbruin tot geelbruin van kleur. De rand van de hoed is scherp en sterk gewimperd. De buisjes en de poriën zijn wit. De steel is 2-3 cm x 1-3 mm, viltig, mat, bruin tot geelbruin en geelbruin gespikkeld- gezoneerd.
De Zomerhoutzwam komt voor op op de grond liggende takken van de els. Ze verschijnt uiteraard vooral in de zomer, maar zoals ik al zei is er flink wat overlap.Deze vond ik eind november op Smeetshof (B).

De Vermiljoenhoutzwam (Pycnoporus cinnabarinus) valt direct op door de knaloranjerode kleur. Vooral de onderkant is opvallend fel van kleur. Zo'n uitbundige kleur is in de natuur zeldzaam, daarom vind ik dat deze paddenstoel op mijn blog niet mag ontbreken! Cinnabarinus betekent "vermiljoenrood" en Pycnoporus "dicht met poriën bezet". Het is een saprofyt die op dood hout verschijnt (vooral stammen en takken van berk, beuk, lijsterbes en eik.).

De zwam is 1-jarig, de vorm is console- tot waaiervormig. De bovenzijde van de hoed is concentrisch golvend en ziet er een beetje wrattig uit, het oppervlak is glad tot iets viltig. Dit is overigens een ouder exemplaar met vraatsporen. De eveneens knaloranjerode buisjes zijn 4-6 mm lang. Er zijn 2-3 poriën per mm, deze zijn rond of hoekig tot langgerekt en ook weer knaloranjerood gekleurd.

De soort is buitengewoon licht- en warmteminnend; hij groeit daarom niet in een dicht bos, maar geeft de voorkeur aan open plekken, kapvlakten, bosranden, houtsingels, parken en tuinen.

In de eerste helft van de negentiende eeuw was de zwam algemeen, om daarna tot in de tweede helft van de twintigste eeuw zeer sterk in aantal af te nemen. Sinds de jaren 80 van de vorige eeuw zie je de aantallen waarnemingen weer toenemen en in 1995 werd hij al weer "vrij algemeen" genoemd. Momenteel staat hij te boek als een algemene soort. Naar de oorzaak kan ik gissen, maar het niet opruimen van gevallen hout speelt wellicht een belangrijke rol, naast het warmer worden van het klimaat.

Okerkleurige vezeltruffel
Bij het grote publiek behoren truffels tot de meest aansprekende groep van paddenstoelen die er zijn. Dit heeft vooral te maken met de culinaire toepassingen van enkele (peperdure) truffelsoorten uit mediterrane streken. Dat er ook truffelsoorten in Nederland voorkomen zal velen niet bekend zijn. De bekendste truffel is wel deze Okerkleurige vezeltruffel (Rhizopogon luteolus).

Ze worden vaak  aangezien voor aardappelbovisten (Scleroderma spec). Hoewel ze inderdaad wel iets van een aardappel weg hebben, is deze truffel voorzover bekend echter niet of nauwelijks te eten.
Ze onderscheiden zich duidelijk van andere stuifzwammen door een netwerk van fijne vezeltjes waarmee ze zijn bedekt. Dat zijn restanten van de ondergrondse zwamvlok, waar ze deel van uitmaakten. In Nederland leven alle vezeltruffels in symbiose met naaldbomen op zandgrond. Deze vond ik in de Tungelerwallen.

Okerkleurige vezeltruffel
Deze soort is niet zeldzaam in Nederland en kan vrijwel overal op de hogere zandgronden onder dennen worden gevonden. Ze ontwikkelen zich ondiep in het zand of in de strooisel- of humuslaag bovenop het zandoppervlak. Bij een zeer dunne strooisellaag komen ze geheel of gedeeltelijk bovengronds te liggen. Soms verwaait of verteert de strooisellaag waarin ze zich hebben ontwikkeld, waarna ze op de grond voor het oprapen komen te liggen.
De vruchtlichamen worden gegeten door wilde zwijnen, herten, muizen en tientallen insectensoorten die hiermee bijdragen aan de verspreiding.

Dit is de laatste post over paddenstoelen die ik dit jaar beschreven heb. Ik hoop dat je ze met plezier gelezen hebt. Alle foto's die ik dit jaar genomen heb, kun je terug vinden op Flickr.
Wie die wil zien, moet HIER klikken.


vrijdag 23 november 2018

Zes jaar “Weert en natuur”

Op 19 november was het precies 6 jaar geleden dat ik met de blog "Weert en natuur" ben begonnen. Vanwege mijn verhuizing heb ik deze post niet op de dag zelf kunnen plaatsen, waarvoor mijn excuses.

Toen ik in 2012 begon met deze blog, was het mijn bedoeling om iets over alle natuurgebieden in Weert en omgeving te schrijven (ook enkele die net over de grens liggen en in Nederweert). Veel van deze gebieden liggen in het grensoverschrijdende Grenspark Kempen~Broek.

Albums op fotosite Flickr
In 2016 had ik aan alle gebieden een bezoek gebracht, wat betekende dat ik op zoek moest gaan naar een nieuwe uitdaging. Dat werden posts over de flora, fauna, mossen en paddenstoelen in de omgeving van Weert. Ik heb een account op de fotosite Flickr.com en de foto's die ik in de loop der jaren gemaakt hebt, kun je daar bekijken.

statistieken overzicht van 16 november 2018
Ik vind het nog steeds een uitdaging om bezig te zijn met mijn blog en doe er blijkbaar ook veel mensen een plezier mee. Mijn blog wordt namelijk boven verwachting goed bezocht. Inmiddels is het totaal van 177.000 pageviews ruim overschreden. Dit jaar was er helaas een terugval. Terwijl er vorig jaar nog bijna 40.000 pageviews waren, waren er dit jaar “slechts” 30.000. Dat betekent dat vorig jaar elke week gemiddeld zo'n 750 pagina's werden bekeken en/of gelezen, terwijl het dit jaar gemiddeld 575 bezoekjes per week waren. Wat een mogelijke verklaring van deze terugval was, kun je verder in deze post lezen.

Poster van Kempen~Broek
Enkele voorbeelden welke posts in die 6 jaar vaak werden bezocht, zijn: “Natuur(gebieden) in Weert" (1934 keer ), "Otterontsnippering" (1922) en ”Het ontstaan van Kempen~Broek" (1255). Ook interessant is te zien dat “Waarom is het water van het Blauwe meertje zo blauw?” meer dan 1400 keer werd bezocht.

Reuzenbalsemien
Post als “Reuzenbalsemien” (1136), “Koekoeksbloem” (1031), “Paddenstoelen in de winter” (1063), en “Allemaal beestjes#2”(778) werden ook opvallend vaak gelezen.
Zo kan ik nog wel even doorgaan, maar dit is voldoende lijkt me. Als je de rode titels aanklikt, kun je de betreffende posts nog eens nalezen. Dat geldt ook voor de eerder genoemde posts.

Kerkdorp Altweerterheide
Ik heb in die 6 jaar tijd inmiddels 272 berichtjes geplaatst. Dat is gemiddeld 45 posts per jaar. In tegenstelling tot de vorige jaren waren er dit jaar tot nu toe "slechts" 11. Dat had echter een goede reden. Vorig jaar gaf ik namelijk al aan dat ik nagenoeg alle natuurgebieden en gebiedjes had bezocht en dat ik nog moest bedenken hoe ik verder zou gaan. Al snel had ik een doel voor ogen, namelijk het schrijven van een boek. Een doel dat uiteindelijk veel tijd zou vergen om te verwezenlijken......

Ik heb in de loop der jaren veel informatie verzameld over de ontstaansgeschiedenis van gebieden in Weert en omgeving. Mijn keus viel al snel op de grote ontginningen die begin 20e eeuw in mijn eigen geboortedorp Altweerterheide hebben plaatsgevonden. Ontginningen die bepalend zijn geweest voor grote veranderingen in het landschap, maar die ook van belang zijn geweest voor het ontstaan van Altweerterheide. Officieel bestaat die naam dan ook pas sinds 1937.

boek over Altweerterheide
Uitzoeken hoe dit allemaal is verlopen, betekende vele vele uren werk. Ik ben er dan ook lang mee bezig geweest, maar kijk er met veel voldoening op terug nu het klaar is.De presentatie was op 16 juni. Inmiddels zijn ongeveer 300 boeken verkocht. Een aantal waar ik uiteraard trots op ben. Zeker omdat ik zoveel niet verwacht had.

De natuur die er ooit in Altweerterheide was, is dus door menselijk handelen in korte tijd danig op de schop gegaan. Veel is helaas verdwenen; we hebben natuur verloren en er landbouwgrond voor terug gekregen. Wat we nog hebben aan natuur is echter nog steeds de moeite waard. Altweerterheide mag met recht het groenste dorp van Weert worden genoemd.

Beschreven ontginningen in Altweerterheide
Niet eerder is iemand bij mijn weten zo uitgebreid bezig geweest met het beschrijven van de geschiedenis van deze ontginningen. Het betreft Karelke, Wijffelterbroek, Delbroek en Hollandia en de kleinere ontginningen Kettingdijk en Eigen Erf.

Eerder geplaatste post over deze ontginningen, heb ik inmiddels van de blog afgehaald. Wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van deze gebieden, zal dat moeten lezen in het boek  “Ontstaansgeschiedenis van het kerkdorp Altweerterheide”. Inschrijven kan uiteraard niet meer, maar meer over het boek kun je HIER lezen. Besluit je het boek aan te schaffen, dan kan dat nog, want ik heb een aantal exemplaren extra laten drukken. Stuur dan even een mail naar ontginningen@gmail.com, of geervannesmeed@gmail.com

 

Na een korte rustpauze, een lange vakantie en een verhuizing, heb ik toch nog tijd vrij gemaakt om een aantal posts te plaatsen. Ze gaan over "beestjes"  en over paddenstoelen die ik dit jaar vond.

Bijna wekelijks ben ik de afgelopen maanden weer met Mycologische werkgroep Midden-Limburg op pad gegaan om opvallende, onopvallende, grote, kleine en vooral bijzondere soorten paddenstoelen te vinden. Hoewel de “oogst” dit jaar wat tegen viel, hebben we toch meerdere interessante soorten gevonden. Soorten die we nog niet eerder gezien hadden. Voor zover je deze berichtjes (nog) niet gelezen hebt, nodig ik je uit om die eens te lezen. Je vindt ze onder deze post.

Dit jaar ben ik voornemens de eerder bezochte gebieden nog eens te gaan bezoeken. Kijken wat er allemaal veranderd is. Hopelijk allemaal ten goede..................


Voor mijn volgers, mijn trouwe bezoekers, degenen die de moeite namen te reageren en verder iedereen die wel eens een bezoekje brengt aan "Weert en natuur", HARTELIJK BEDANKT

zondag 11 november 2018

Herfst 2018.......Paddenstoelentijd deel 4

Ik vind vooral de kleine zwammetjes intrigerend. Zo klein en toch helemaal af.... Soms moet je echter wat geluk hebben om ze te vinden. Dat geldt bijvoorbeeld zeker voor dit onopvallend zwammetje hieronder.

Vorige week startten we met de paddenstoelengroep op het voormalige Ambonezenkamp in de Tungelerwallen en vonden we enkele exemplaren. Toen ik er informatie over zocht op het internet, stond ik versteld hoe vernuftig dit zwammetje zich niet IN, maar UIT de nesten weet te werken……………….

Bleek nestzwammetje
Dit bijzonder zwammetje wordt het Bleek nestzwammetje (Cyathus olla) genoemd. Het lijkt me duidelijk waarom het zo genoemd wordt. Het vruchtlichaam is al heel bijzonder, maar nog mooier zijn de details, die je waarneemt als je dit zwammetje van dichtbij bekijkt. Het vruchtlichaampje is slechts 1 tot 1,5 cm hoog en kan tot 1,3 cm breed worden.

Bleek nestzwammetje
In eerste instantie is het bekertje geel vlokkerig en nog bedekt met een vliezig dekseltje. Daarna wordt het kaal en bruinachtig tot geelachtig grijsbruin. Als het openklapt vind je op de bodem zilvergrijze tot bruine eivormige lichaampjes (peridiolen) die als eitjes in een nestje liggen.

Deze “eitjes” zijn schijfjes van ongeveer 2,5 mm. Ze zitten eerst door middel van een wit draadje aan de bodem van het bekertje of aan elkaar vast. Later raken ze los en als het gaat regenen, worden ze er door regendruppels, die tijdens een regenbui in het bekertje terecht komen, als het ware uit geslingerd.
De eitjes met daarin de sporen hebben een stevig omhulsel. Die verstuiven later zoals bij stuifzwammen.

Bleek  nestzwammetje
Het is een vrij algemene verschijning die in groepjes, vaak in een groot aantal, op de grond in bossen en tuinen voor komt. Vanwege het geringe formaat (let eens op de grassprietjes!) heb ik ze nooit eerder opgemerkt, tot nou. Het is een echte saprofiet; hij zet organisch materiaal om in voedingsstoffen. Het is een echte opruimer dus.

Gewone botercollybia
Dit jaar zagen we in verhouding met andere soorten “dankzij” het droge weer niet zo veel plaatjeszwammen en die er nu nog zijn, verdwijnen zo stilletjes aan nu de nachten  kouder worden. Paddenstoelen  bestaan voor een groot deel uit water en kunnen daar niet zo goed tegen. De Botercollybia houdt het echter iets langer vol. Je vindt hem nu dan ook nog in zowel loof- als naaldbossen, meestal op zure, zanderige bodems. De soort is sterk hygrofaan, wat inhoudt dat de hoedkleur sterk kan verschillen in vochtige of droge toestand.

Roodbruine botercollybia
De kleur varieert van donkerbruin tot oranjebruin naar geelwit. De variëteit asema (met een lichtere hoed) wordt ook wel aangeduid als Gewone botercollybia, de variëteit butyracea (met een donkerder hoed) als Roodbruine botercollybia. De hoed is vaak ook tweekleurig, heeft een diameter tot 7 centimeter en is eerst gewelfd en vervolgens vlak. Er blijft een opvallende umbo (het bultje) in het midden aanwezig en het oppervlak voelt,als het niet te droog is, vettig (boterachtig) aan.

Levermelkzwam
Nederland kent zo'n vijftig soorten melkzwammen. Ze worden zo genoemd omdat de lamellen een vloeistof afscheiden bij aanraking of beschadiging. Het lijkt bij de meeste melkzwammen op echte melk, omdat het wit melksap is. Soms zelfs grote witte druppels. Bij een aantal melkzwammen lijkt het op milkshake. Daar is, of wordt het melksap geel, oranje of zelfs paars. Wanneer het witte melksap van bijvoorbeeld deze Levermelkzwam (Lactarius hepaticus)opdroogt wordt het geel. De smaak ervan is bitter en scherp.

De hoed van de Levermelkzwam heeft meestal een leverachtige kleur. Maar ook met een roze-, roodachtige kleur of een grijzig-kastanjebruine kleur kun je ze tegenkomen. Hij lijkt enigszins op de rossige melkzwam, maar bij de Rossige melkzwam verkleurt het melksap niet naar geel en deze paddenstoel is voornamelijk te vinden bij de berk. De Levermelkzwam tref je aan bij naaldbomen. Mooi om te weten bij het determineren. Ook de geur en smaak kunnen van belang zijn voor het bepalen van de soort.

Baardige melkzwam
De rand van de hoed van deze melkzwam is ingerold en is bedekt met een wollige en harige structuur. Leuk om te zien met behulp van een loepje of op een (uitvergrote) foto. Het is de Baardige melkzwam (Lactarius torminosus). Het is een soort die de voorkeur geeft aan zandgrond en loofbomen, met name berken en in zeldzame gevallen beuken.

Baardige melkzwam
De kleur van de hoed varieert van een bleke zalmkleurige gele kleur tot een bleek roze-oranjeactige kleur met hier en daar donkere vlekken. De diameter ligt tussen de vier en twaalf centimeter. De hoed is gewelfd tot vlak trechtervormig van vorm. Het melksap is wit en de smaak is scherp en bijtend. Een waarschuwing dus wat betreft giftigheid. De Latijnse naam voor deze melkzwam, Lactarius torminosus, betekent letterlijk vertaald: krampverwekkend!

Waslakzwam
Een spectaculaire zwam die je juist in de zomermaanden tegen komt is de Waslakzwam (Ganoderma pfeifferi). De Waslakzwam is een even dikke houtzwam dan de Tonderzwam en nog familie ook. Hij is echter een stuk zeldzamer en bedreigd. In Nederland staat hij in elk geval op de Rode lijst. Je vindt hem voornamelijk op de stamvoet van levende eiken en beuken, soms ook op andere loofbomen. Deze vond ik op een Amerikaanse eik bij de Smeetshof in Bocholt..

Waslakzwam
Jong is het een wit, bol kussentje dat wel wat op purschuim lijkt. Zodra het vruchtlichaam groter wordt, wordt hij platter en krijgt hij een roodbruine gladde bovenkant, met witte rand. Als hij niet blinkt moet je hem eens nat maken, dan glanst hij als een spiegel. Dat heb ik dus bij het exemplaar in Bocholt gedaan.
Ze kunnen zo'n 35 centimeter breed worden. De Waslakzwam is verder gemakkelijk te herkennen aan de zachte bovenkant, die je gemakkelijk kunt indrukken.

Waslakzwam?????
Deze heeft afwijkende kleuren, waardoor ik twijfel of het wel een Waslakzwam is. Zou het misschien een Harslakzwam zijn? Afgaande op de glans toen ik hem nat maakte en de bovenlaag die ingedrukt kon worden, lijkt het me toch de Waslakzwam. Misschien een oud exemplaar?
Denk je het te weten, dan hoor ik graag wat het dan wel is.

Weke aderzwam
De Weke aderzwam (Leucogyrophana romellii) groeit als een rimpelige korst op dode takken of stronken. Meestal is alleen de rand oranje en de rest vleeskleurig of paarsbruin. Hij komt vrij veel voor en je kunt hem van september tot januari vinden. De aderzwam kan zo'n 10 centimeter groot worden en is ovaal of langwerpig van vorm. Hij groeit ook regelmatig over en door mos heen, want hij houdt van een vochtige ondergrond. Hij wordt nogal eens verward met de Oranje aderzwam, die je echter meestal op dood hout aantreft.

Prachtvlamhoed
Deze oranjegele Prachtvlamhoed (Gymnopilus junonius) groeit in bundels tot wel 10 exemplaren en meer. Je vindt ze op loofhout in bossen, parken en lanen. De Prachtvlamhoed wordt nogal eens verwisseld met de schubbige bundelzwam, maar we zien hem voornamelijk op boomvoeten of - stronken van beuk en eik. In werkelijkheid groeit het mycelium of zwamvlok echter op de wortels of houtrestanten in de bodem.

Prachtvlamhoed
De aanwezigheid van een ring of manchet is een ander kenmerk dat eigen is voor deze Prachtvlamhoed. Onder de ring is hij vaak bekleedt met bruine vezels en boven de ring is de steel dan weer zichtbaar glad en kaal.

Gele stekelzwam
De Gele stekelzwam (Hydnum repandum)is een bijzonder uitziende paddenstoel. Hij is eetbaar, maar staat in Nederland op de rode lijst. Je mag hem dus niet plukken. In Frankrijk bijvoorbeeld is hij veel minder zeldzaam en daar wordt hij dan ook volop geplukt. Hij is hier verkrijgbaar in specialiteitenwinkels en wordt daar "Pied-de-mouton" genoemd. Vertaald is dat "Schapenpootje" . Waarom hij zo wordt genoemd, kan ik niet verklaren. Pied-de-mouton klinkt in elk geval wel deftiger en smakelijker dan Gele stekelzwam, dat wel....

Gele stekelzwam
Hij heet zo omdat er zich onder de hoed geen lamellen of buisjes bevinden, maar stekeltjes, die een beetje aan de stekels van een stekelvarken doen denken. Die stekeltjes, die wel een 1/2 cm groot kunnen worden, produceren de sporen en zorgen voor een zo groot mogelijk oppervlak voor de verspreiding.

De hoed is soms vreemd onregelmatig van vorm, grillig, gewelfd en vaak naar één kant groeiend. Ook zijn de hoeden vaak met elkaar vergroeid. De hoed is roomkleurig tot dooiergeel, maar ook met bruine tinten. De paddenstoel heeft een vrij dikke steel. Je kunt hem vinden in loofbossen. Deze vond ik in het "Zwart Water", een natuurgebied ten noorden van Venlo. Het is een gevarieerd gebied rond de Venkoelen, een oude Maasmeander.

Goudgeel bundelzwammetje
Hoewel je het hier niet kunt zien, staat dit mooie groepje Goudgele bundelzwammetjes ( Pholiota flammans) op dood hout van naaldbomen. Hout dus dat hier onder de grond ligt; zogenaamd “verborgen” hout. In dit geval van een spar. Je vindt ze in bossen op droge tot matig vochtige zandgrond. Hij komt dus ook in onze streken voor, maar deze vond ik in het Duitse Meinweggebied in de buurt van de Dalheimer Mühle. Een prachtig natuur- en wandelgebied.

Goudgeel bundelzwammetje
De hoed is droog en evenals de steel en schubben geel, de schubben zijn afstaand en aan de rand uitstekend.
De soort wordt nogal eens verward met de Schubbige bundelzwam en de Goudvliesbundelzwam. Die hebben echter een slijmige hoed, schubben die donkerder zijn dan de hoed en ze smaken niet bitter.

Blogarchief