Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Select language

Volgers

COPYRIGHT.. Zonder mijn toestemming mag geen gebruik worden gemaakt van mijn foto's en tekst.......


Posts tonen met het label rossige melkzwam. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rossige melkzwam. Alle posts tonen

donderdag 25 december 2025

Herfst 2025.......Paddenstoelentijd deel 3: Van alles wat

Vanwege wat gezondheidsproblemen ben ik dit jaar niet erg actief geweest op mijn blog, waarvoor mijn excuses. Dus hoewel het eigenlijk een prima jaar was met mooie, interessante paddenstoelenvondsten,  heb ik daar pas 2 posts over geplaatst. Omdat het de laatste kans van dit jaar is, plaats ik nu en ook volgende week een post van een aantal waargenomen soorten. Daarna ga ik in “winterslaap” , om straks in het voorjaar, hopen op wat minder droog weer dan afgelopen jaar en om eens wat niet eerder waargenomen voorjaarssoorten te begroeten. 

rossige melkzwam
De ROSSIGE MELKZWAM (Lactarius rufus) wordt voornamelijk aangetroffen in de buurt van naaldbomen, zoals sparren, maar hij kan ook voorkomen nabij berken. Hij is te vinden van de late lente tot in de late herfst. De paddenstoel heeft een gewelfde roodbruine hoed, die trechtervormig kan worden naarmate ze groter wordt. De soortaanduiding rufus (Latijn voor rossig) refereert aan de kleur van de paddenstoel. De hoed kan een diameter van 10 cm bereiken.
De lamellen, die veelal duidelijk zichtbaar zijn door de trechtervorm van de hoed, zijn oranje, geel tot donkerbruin van kleur. Het melksap stroomt vrij overvloedig. Het is waterig wit, mild van smaak, maar laat een bittere nasmaak achter. Het heeft een harsachtige geur.
spinellus fusiger 
SPINELLUS FUSIGER (er is geen Nederlandse naam voor) groeit als een parasitaire knop- of speldenschimmel op paddenstoelen, waaronder verschillende soorten Mycena. Daarom is het ook wel bekend als mycenaparasiet, maar het wordt ook aangetroffen op soorten als het Eikenbladzwammetje en Botercollybia. 
close-up van de knopschimmel  spinellus fusiger
Tijdens de voortplantingsfase groeit de schimmel door de hoed van de gastheerpaddenstoel heen en breekt uiteindelijk door de hoed heen om voortplantingsstengels (sporangioforen) te produceren met daarop minuscule, bolvormige sporenbevattende structuren, sporangia genaamd. Het sporenkopje is in het begin melkwit en heeft in volwassen stadium een zwarte kleur. Het meet 0,1 mm in diameter. Het sporenkopje groeit op een tot 2 cm lange doorzichtige draad.
Knoopzwam p.p. - waarschijnlijk de Grootsporige paarse knoopzwam
Op een sterk verrotte stam trof ik deze mooie knoopzwammen aan, die ik noteer als: KNOOPZWAM P.P.  Met de toevoeging P.P. = Pro Parte (Latijn voor "deels") wordt bedoeld dat er meerdere soorten onder deze naam schuil kunnen gaan.  Al eerder heb ik iets geschreven over de Paarse knoopzwam, maar bij een vondst van een Paarse knoopzwam moet er tegenwoordig verplicht microscopisch onderzoek gedaan worden om de juiste soort te determineren. 
 Gaandeweg is men namelijk gaan inzien dat je niet over dé Knoopzwam kunt praten, want microscopisch onderzoek heeft laten zien dat deze soort in het veld anders niet te onderscheiden is van nauwverwante soorten.   In dit specifieke geval verwijst "Knoopzwam p.p." dus naar zowel de Paarse knoopzwam (Ascocoryne sarcoides) als de Grootsporige paarse knoopzwam (Ascocoryne cylichnium)
Omdat deze twee soorten erg op elkaar lijken, worden waarnemingen ook vaak onder de gezamenlijke naam "Paarse knoopzwam sl." ingevoerd. SL = sensu lato, wat "in ruime zin" betekent.
gerimpelde korstzwam 
Ik ben er bijna zeker van dat dit de GERIMPELDE KORSTZWAM (Stereum rugosum) is, maar toch zijn er enige twijfels. Het is namelijk niet goed meer na te gaan van welke boom deze stronk is. Deze korstzwam soort leeft saprotroof op dode, nog staande stammen of stronken  (of ook soms als wondparasiet), in bossen en parken op allerlei grondsoorten. De voorkeur gaat vooral uit naar beukenbossen (zoals de Herbertusbossen in Heeze, waar we hem vonden), maar het zou ook de Eikenbloedzwam kunnen zijn, want eiken staan daar ook......

Het is een algemeen voorkomende paddenstoel die meerjarige vruchtlichamen vormt op hout. De vruchtlichamen zitten grotendeels vast aan het substraat, zijn korstvormig en kunnen een groot oppervlak beslaan. De sporen worden op de rimpelige buitenkant van de korst gevormd, die een witachtige, bleekgele of oranjebruine aanblik biedt. Bij vochtig weer is de paddenstoel grijs tot roestbruin van kleur. Beschadiging van het vruchtlichaam veroorzaakt een opvallend rode verkleuring: het weefsel begint te "bloeden"(zie foto). Dat geldt overigens ook voor de Eikenbloedzwam.... 

Omdat de vruchtlichamen meer dan tien jaar oud kunnen worden en er zich elk jaar op het oude weefsel een nieuwe sporenvormende laag vormt, kunnen de korsten uiteindelijk een dikte van 4 mm krijgen. Bovendien groeit de paddenstoel elk jaar zijwaarts uit, waarbij een groeirand met lichtere kleur ontstaat.

toefige labyrintzwam
Deze TOEFIGE LABYRINTZWAM (Abortiporus biennis) op een bedje van gewoon klauwtjesmos, is een nog heel jong exemplaar uit de familie Meruliaceae. Van toefjes is hier nog geen sprake. Na verloop van tijd krijgen ze meestal een rozetvorm waar de toefjes wel te zien zijn, maar ze kunnen de vreemdste vormen aannemen. Ze produceren vaak guttatiedruppels die vaak rood/oranje kleuren, waardoor ze ook wel Bloeddruppelzwam worden genoemd.
onderkant van de toefige labyrintzwam
Andere soorten die bij de familie  Meruliaceae horen, zijn bijvoorbeeld de spekzwoerdzwam, donzige korstzwam, paarse korstzwam, grijze buisjeszwam , bleke- en gele stekelkorstzwam. 
Als de paddenstoel jong is, is de hoedkleur nog licht (loodwit-achtig), later wordt hij wat donkerder (lichtroze) van kleur. De bovenzijde van de hoed is fluweelachtig en voelt wat viltig aan.

 voorbeelden van uiteindelijke vormen van de toefige labyrintzwam
Al eerder dit jaar vond ik in het Munningsbos (Sint Odilienberg) meerdere "volwassen" exemplaren op een vergane beuk. In mijn blog kun je nog meer oudere en bijzonder afwijkende exemplaren bekijken en kun je ook wat meer over deze bijzondere paddenstoel lezen.  Heb ik je nieuwsgierig gemaakt? Klik dan HIER.
roestkleurige borstelzwam
De ROESTKLEURIGE BORSTELZWAM (Hymenochaete rubiginosa) is een saprotrofe paddenstoel (groeit dus op stronken en liggende dode stammen) uit de familie Hymenochaetaceae. Je treft hem aan op (stronken van) loofbomen, vooral eiken, wat hier ook het geval was. Het is een witrot veroorzakende zwam die het gehele jaar voorkomt. Hoewel hij in onze omgeving minder vaak voorkomt, is het in Nederland en België algemeen en thans niet meer is bedreigd (TNB). Het is een taaie soort en je kunt hem na wat nachten vorst nog steeds vinden.
onderkant van de Roestkleurige borstelzwam
Het vruchtlichaam heeft een doorsnede van 4–7 cm. De in de breedte aan het hout gehechte duidelijk afstaande hoedjes groeien in rijen naast en/of boven elkaar. Ze zijn vaak sterk met elkaar vergroeid en hangen dikwijls wat schuin naar onder. De bovenzijde is dof fijnviltig en gezoneerd. Het dunne vlees is taai en donkerbruin. Bij de aanhechting is de kleur bijna zwart donkerbruin, naar de rand toe zijn er meerdere wisselend getinte bruine zones. De onderzijde is glad of wat bultig en wijnrood van kleur. De geur is onopvallend.
kroontjesknotszwam
De KROONTJESKNOTSZWAM (Artomyces pyxidatus) is een relatief nieuwe soort in Nederland, met de eerste officiële vondst in 1996. Deze opvallende zwam werd vervolgens in 2002 ook in Vlaanderen bevestigd, en is sindsdien een algemene en bekende soort.  Het is een schimmel uit de familie Auriscalpiaceae. Daar horen o.a. de Oorlepelzwam en de Bruine anijszwam bij. In Nederland komt de soort nu (anno 2025) vrij algemeen voor, hoewel hij in de noordelijke provincies minder vaak gevonden wordt (bron: Verspreidingsatlas).  Het is dus geen bedreigde soort meer en staat ook niet op de rode lijst. 
kroontjesknotszwam
 Hij groeit op liggende, ontschorste stammen, vooral van (ratel)populieren, maar ook van wilgen. Ik kon hier niet meer zien van welke boom deze stam was. Voorts is de kleur hiervan geeloker met vleeskleurige tint tot lichtkaneelkleurig met gelige toppen. Het eenjarige vruchtlichaam heeft een lengte van 4 tot 12 cm. De vorm is kandelaarachtig met rechtopstaande takken. 
detail van de kroontjesknotszwam
De kroontjesknotszwam mag dan wel lijken op de rechte koraalzwam (Ramaria stricta), maar het meest karakteristieke kenmerk van deze soort is de kandelaarachtige vorm met kroonvormige toppen. Het mag dan wel een spectaculaire koraalzwam-achtige paddenstoel zijn, maar de Kroontjesknotszwam is zelfs niet verwant met koraalzwammen. Daarover is men het op basis van microscopische kenmerken al snel eens geworden. De takken staan dicht bij elkaar. De basis is stronkachtig vergroeid. De kleur is bleek vleeskleurig tot beige of okergeel. Het elastische, ietwat taaie vlees (trama) is wit tot geelachtig van kleur en wordt bruin bij wrijven.
mollisia p.p.
De vruchtlichamen van deze soort zijn kleine steelloze schijfzwammetjes van ca. 2 à 3 mm. doorsnee. Waarschijnlijk is dit de veel voorkomende GEDRONGEN MOLLISIA (Mollisia cinerea), maar dat is onzeker. In Europa komen namelijk ruim 50 soorten Mollisia voor, die zonder microscoop en eventueel chemisch onderzoek niet of nauwelijks gedetermineerd kunnen worden. Dat is hier niet gedaan. 
Vandaar de naam mollisia p.p. of met andere woorden: een onbekende mollisia. 
mollisia p.p.
Het is een beker- tot schotelvormige zakjeszwam, die voor komt in groepen van soms wel honderden tegelijkertijd. Hij leeft saprotroof op vermolmd hout van allerlei soorten loofbomen, zoals beuk, berken, eik, hazelaar of linde. Bij uitzondering ook op naaldbomen.

donderdag 16 november 2023

Herfst 2023.......Paddenstoelentijd deel 5: Van alles wat

Ook deze post wil ik wat myxomyceten laten zien. Deze intrigerende slijmzwammen zijn prachtig om te zien, maar wat zijn ze moeilijk op naam te brengen........ Voor de meeste soorten is ook microscopisch onderzoek nodig, want alleen op uiterlijk zijn ze vaak moeilijk of niet te benoemen. Zeker als de zwam niet “rijp” is. Ze krijgen dan de toevoeging "spec. bij de soortnaam of  “Myxomyceet indet" als helemaal niet bekend is welke soort het zou kunnen zijn.
Trichia spec. = onbekende draadwatjes. Ik vermoed het fopdraadwatje en het peervormig draadwatje.
Myxomyceet indet = onbekende myxomyceet" (geen glanzend druivenpitje dus)
Stemonites spec. = onbekend netpluimpje
 Netpluimpjes ( Stemonitis) behoren tot de opvallendste en elegantste slijmzwammen. De vruchtlichaampjes van het Netpluimpje zijn slank en staan in bundels. Ze zijn gesteeld en staan aanvankelijk rechtop, maar later hellen ze over. Ze zijn slechts 7-20 mm lang. De vorm is vaak wat spoelvormig (voet en top zijn smaller dan de rest). De kleur is in verse toestand wit tot roestkleurig, later wordt de kleur donkerder, meer rood, bruin, of roodbruin, tot uiteindelijk bijna zwart. De steeltjes zijn glanzend, zwart, 1,5- 6 mm lang en ondoorschijnend. Hoewel ik dacht te maken te hebben met het Roodbruine netpluimpje, omdat er in de buurt daarvan rijpe exemplaren stonden, is het op waarneming.nl door validator Jürgen aangepast als: Stemonites spec. Met andere worden: het is een inderdaad een netpluimpje, maar niet duidelijk welk. 
Okergele gordijnzwam
 Ook het determineren van gordijnzwammen (geslacht Cortinarius) is een ingewikkelde klus. Vooral omdat door DNA-onderzoek het hele geslacht op de schop is gegaan en veel informatie inmiddels is achterhaald. 

Ze zijn als soort te herkennen aan het "gordijn". Dit is een spinnenwebachtig weefsel tussen de hoedrand en de top van de steel en dient om de in ontwikkeling zijnde lamellen met de sporen te beschermen. Wanneer de jonge paddenstoel groeit breekt het wit of bruin weefsel (velum) en kunnen er restjes weefsel als vlokjes achterblijven langs de hoedrand en aan de voet van de steel. De steel heeft dan een ring (" paddenstoel met rokje"). Deze ring kleurt weldra oranje door de sporen die erop vallen. Deze oranje ring is wel het handigste kenmerk van de gordijnzwammen. 
 
Gewone Pelargoniumgordijnzwam  
De GEWONE PELARGONIUMGORDIJNZWAM (Cortinarius flexipes) is een schimmel die voorkomt in naaldbossen op een zure ondergrond en waar mossen de benodigde hoeveelheid vocht vasthouden. De hoed van deze gordijnzwam is hygrofaan. Dat wil zeggen dat die onder invloed van vocht verkleurt: bij droogte donkerbruin van kleur en bedekt met witte schubjes. In het centrum zit een duidelijke umbo (bultje). Op het onderste deel van de steel zit wit velum. 

Deze soort wordt nogal eens verwisseld met de Witschubbige gordijnzwam en Paarse pelargoniumgordijnzwam. Alle drie hebben een wollig, wit ringetje, dat echter vaak niet zichtbaar is, of ontbreekt. Het verschil tussen deze 3 zwammetjes zit 'm in de geur en de ectomycorrhiza. De Witschubbige gordijnzwam (ectomycorrhiza met berk en wilg) heeft geen opvallende geur, de Paarse pelargoniumgordijnzwam (ectomycorrhiza met eik, maar soms ook bij berk en els) ruikt naar citroen en deze Gewone pelargoniumgordijnzwam  ruikt naar het blad van geraniums (oftewel pelargonium).  Dat is vooral goed te ruiken als je een droog exemplaar wat langer in een gesloten doosje bewaart. 
 
Paarse pelargoniumgordijnzwam 
 In Nederland komt deze PAARSE PELARGONIUMGORDIJNZWAM (Cortinarius paleifer) algemeen voor. Hij staat niet op de rode lijst en hij is niet bedreigd. Het is een schimmel die behoort tot de familie Cortinariaceae. Hij vormt dus ectomycorrhiza met loofbomen (meestal eik, soms ook met berk en els), struwelen en langs lanen op droog tot vochtig zand of leem.  Het hoedje is spits, donker violetbruin, is geheel bedekt met kleine witte schubjes en heeft een diameter van 10 tot 40 mm. De steel heeft  witte velumvlokjes in gordeltjes gerangschikt. 
 
baardige melkzwam                 en                      vissige melkzwam
 Al eerder heb ik over melkzwammen geschreven. In Nederland en België zijn er zo’n 60 melkzwammen bekend, waarvan er echter slechts 18 algemeen zijn. Het zijn, net zoals russula’s, broze paddenstoelen die bij beschadigingen “melksap” afgeven. De kleur en verkleuring van de melk is een belangrijk determinatiekenmerk. 

Melkzwammen danken hun naam onder andere aan de boom waarmee ze in symbiose leven (bijv. de beuken- en populierenmelkzwam). Anderen danken hun naam aan de geur of smaak van het melksap (bijv. viltige maggizwam en vissige melkzwam). Weer anderen danken hun naam aan hun uiterlijk (zoals rimpelende- baardige- en donzige melkzwam) of kleur. Wil je het naadje van de kous weten, dan kun je een Lactarius determineertabel raadplegen.

In deze post wil ik jullie kennis laten maken met enkele soorten, die hun naam te danken hebben aan hun KLEUR. 
kaneelkleurige melkzwam
 De meest voorkomende en vrij gemakkelijk herkenbare melkzwam is KANEELKLEURIGE MELKZWAM (Lactarius quietus). Bij een kneuzing stroomt het crèmekleurig, wat waterig wit melksap vrijelijk. Bij blootstelling aan lucht wordt het onmiddellijk romig geel, zoals verse room. Het smaakt mild, met een licht bittere nasmaak. Deze soort komt voor op allerlei bodemsoorten en leeft via ectomycorrhiza in symbiose met verschillende soorten eiken.  Bij ectomycorrhiza groeien de schimmeldraden alleen om de buitenkant van de plantenwortel heen. Ze dringen dus niet door in de cellen van het schorsweefsel van de plantenwortel. De paddenstoel absorbeert mineralen uit de bodem en staat die via de schimmeldraden af aan de boom. In ruil daarvoor krijgt hij suikers terug voor de eigen voeding.
   De hoed is 3 tot 10 cm in diameter. De hoedrand is aanvankelijk ingerold en blijft dit ook bij oudere exemplaren nog lange tijd. De hoed is vrij vlezig en lang bol. Later wordt hij meer uitgespreid, in het midden ingedrukt en uiteindelijk plat verdiept zoals een trechter. Een umbo (bult) wordt zelden gevormd. Het meest opvallende kenmerk van deze Kaneelkleurige melkzwam is de geur die in boeken wordt beschreven als een vochtige linnen doek of wantsen. Aangezien die geur voor veel mensen onbekend is, wordt er ook vaker “oud frietvet” van gemaakt. Deze soort lijkt wel wat op de Vaaloranje melkzwam, maar die groeit uitsluitend bij dennen en heeft oranje melksap . 
zwartgroene melkzwam
 De ZWARTGROENE MELKZWAM (Lactarius turpis) komt zeer algemeen voor in de maanden augustus tot november. Je kunt hem vinden op zure, venige bodem in de buurt van naaldbomen zoals sparren en bij berken. 
zwartgroene melkzwam
De soortaanduiding "turpis" verwijst naar de lelijke kleur (olijfgeelgroen tot donkergrijsgroen) van de hoed die met zwarte smeer lijkt te zijn beklad. Het is een kleverige gebolde, platte hoed (5-15 cm), waarvan naarmate de paddenstoel ouder wordt, het kuiltje in het midden groeit.
 
De plaatjes zijn crèmekleurig tot olijfgelig, staan dicht opeen en scheiden bij beschadiging een wit melksap af, dat bij drogen groenachtig wordt ((dat duurt wel een tijdje). De steel is kort en recht, vlekkerig en wat lichter dan de hoed. Vlees broos, smaakt zeer bitter en is niet eetbaar. De paddenstoel bevat namelijk een mutagene giftige stof. Mutagene stoffen zijn stoffen die (langzaam) het DNA in de celkern veranderen, waardoor ze kankerverwekkend kunnen zijn of een miskraam kunnen veroorzaken. 
rossige melkzwam
 Ook de ROSSIGE MELKZWAM (Lactarius rufus) is niet eetbaar. Deze paddenstoel wordt voornamelijk aangetroffen in de buurt van naaldbomen, zoals sparren, maar hij kan ook voorkomen nabij berken. Hij is te vinden van de late lente tot de late herfst. De soortaanduiding "rufus" (Latijn voor rossig) refereert aan de kleur van de paddenstoel.. De paddenstoel heeft een mooie roodbruine, zeemleerachtige hoed, die trechtervormig kan worden naarmate ze groter wordt. Een bijzonder kenmerk is het kleine bultje op de kruin van de hoed. De hoed kan een diameter van circa 10 cm bereiken. 
Bij een jonge paddenstoel zijn de lamellen, die veelal duidelijk zichtbaar zijn door de trechtervorm van de hoed, vaal gelig, later worden ze qua kleur ongeveer zoals de hoedhuid, maar iets bleker. De bleek roodbruine steel is 4 tot 8 cm lang en 1 tot 2 cm dik. Het vlees is wit. 
Ook bij deze zwam wordt uiteraard melksap uitgescheiden. Het stroomt vrij overvloedig en is waterig wit, mild van smaak, maar laat een bittere nasmaak achter. Bij oudere exemplaren is dat minder, of blijft zelfs achter. Tijdens het drogen blijft de kleur van de melk wit. 
elzenweerschijnzwam
 De  ELZENWEERSCHIJNZWAM (Mensularia radiata) is een schimmel behorend tot de familie Hymenochaetaceae.  Deze zwam infecteert de boom via wonden. Bestrijding is niet mogelijk, want deze zwam veroorzaakt witrot in het kern- en spinthout van stam en takken en dan is de boom ten dode opgeschreven. Bij een gevorderde aantasting ontstaat een verhoogd risico op stam- of takbreuk. De boom zal uiteindelijk zoals ik al zei afsterven. 
We wetenschappelijke naam "Radiata" is afgeleid van het Latijnse radiatus en betekent “voorzien van stralen”. Dat heeft dus te maken met de weerschijn. De onderkant van jonge exemplaren vertoont bij een bepaalde lichtinval namelijk een licht zilverachtige glans of een lichtweerschijn. Dat is goed te zien op de foto's. 

Deze consolevormende, dakpansgewijs groeiende zwam zit op stammen en takken van voornamelijk de Els (Alnus glutinosa), maar ook op andere loofbomen zoals de Berk. Het vruchtlichaam is eenjarig en heeft de vorm van een halve cirkel met een golvende rand. Het groeit meestal dakpansgewijs of consolevormig. Hij heeft een breedte van 2-8 cm, hoogte van 2-6 cm en een dikte van 1-2 cm. 
De hoed is kaneelbruin tot oranjeroodbruin van kleur en is voorzien van een geelwitte rand. Het oppervlak is in het begin fluwelig, maar wordt later radiair gerimpeld en is voorzien van een golvende rand. De buisjes lopen af. De poriën zijn vrij grof, rond tot hoekig, lichtgrijs tot iets gelig. 
  
berkenzwam of berkendoder
 De BERKENZWAM (Piptoporus betulinus) is belangrijk voor onder andere insecten en geleedpotigen die er in leven of overwinteren. De berk is op zijn beurt een boomsoort waarbij een zeer groot aantal in symbiose levende (mycorrhiza's vormende) paddenstoelsoorten voorkomen. Een daarvan is deze Berkenzwam of Berkendoder. Die laatste benaming heeft hij niet voor niks. Het is namelijk een dodelijke zwakteparasiet die uitsluitend voorkomt op de berk en wordt beschouwd als de belangrijkste doodsoorzaak van de berk. Berken die kwijnen door verdroging, verdringing door andere boomsoorten, veroudering of beschadiging, maken een grote kans op besmetting door de Berkenzwam via wondplekken (bijvoorbeeld door afgezaagde of afgewaaide takken). 

Het bruinrot breidt zich via de myceliumdraden stamwaarts uit en vaak breekt het aangetaste deel van de boom af, waardoor een enkele meters hoge dode stam blijft staan, die verder wordt verteerd. Pas nadat de boom is afgestorven, verschijnen de zwammen. Ze kunnen nog een tijd doorleven op het dode hout totdat het hout door bruinrot volledig is opgesoupeerd.. 
Leuk weetje:  Als de dode boom omvalt, draaien de hoeden zich weer geleidelijk horizontaal, dus evenwijdig aan de grond, zodat de sporen vrij uit de buisjes kunnen vallen.
             
poederige kussentjeszwam aan de ónderkant van de berkenzwam
En als de Berkenzwam zijn “beste tijd” heeft gehad, komt soms een andere parasiet om de hoek kijken. Deze zwam parasiteert dus óp de rottende berkenzwam. Het is de POEDERIGE KUSSENTJESZWAM (Hypocrea pulvinata Fuckel ). Het is een soort die niet vaak gevonden wordt. Het begint namelijk als witte zwammetjes voornamelijk op de ónderkant en ontwikkelt zich daar dan tot gele, poederachtige kussentjes. Om die te ontdekken, zul je deze berkenzwammen dus om moeten draaien en dat is iets wat meestal niet gedaan wordt. 
       
poederige kussentjeszwam aan de bóvenkant van de berkenzwam
Zoals je hier kunt zien, kun je deze kussentjeszwam echter soms ook aantreffen op de bóvenkant. 
De kans is  het grootst deze zwam aan te treffen op oude berkenzwammen die op de grond gevallen zijn of laag bij de grond aan de stam zitten, omdat een hoge luchtvochtigheid voorwaarde is voor het ontwikkelen van deze kussentjeszwam. Het blijkt dat de soort ook soms op andere houtzwammen voor komt, zoals de Roodgerande houtzwam en eigenlijk is ook microscopische controle nodig, want sinds 2010 is bekend dat er meer kussentjeszwammen op oude houtzwammen kunnen groeien.

Blogarchief