Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Translate

Volgers

donderdag 19 juni 2014

Van alles wat

Na de aanschaf van een Sony Cybershot DSC-H70 ben ik verschillende keren het veld ingetrokken om met name wat close-ups te maken, want dat was toch iets wat ik bij de Canonshot niet goed voor elkaar kreeg. De resultaten stemmen mij tot volle tevredenheid en daar wil ik jullie dan ook in laten meegenieten.

In de door Stichting Ark beheerde Loozerheide bij Dorplein, heeft men afgelopen voorjaar de populieren- aanplant gekapt. Daar zie je nu overal prachtige bloemen verschijnen, die voorheen door de populieren geen kans maakten. Zo bloeien er momenteel weer prachtige damastbloemen (kruisbloem en familie van o.a. koolzaad en pinksterbloem), die hier ooit door imkers zijn gezaaid vanwege hun hoge nectargehalte.
Dit trekt ook andere insecten aan zoals deze koninginnenpage. Het is een van de grootste vlinders die in België en Nederland wordt gevonden, maar is hier geen algemene soort. De page heeft een voorkeur voor open, bloemrijke landschappen, dus de kap van de populieren heeft hier zeker een rol in gespeeld.

Wilde ik met mijn nieuwe cameraatje een close-up maken van het mooie walstro, kreeg ik zomaar een Johanneskever en koekoeksspuug, een karakteristiek schuimnest van een cicade (schuimbeestje) cadeau. Daar zei ik natuurlijk geen nee tegen..... De kever lijkt wel wat op de verwante meikever en junikever, maar blijft met 8 tot 12 millimeter kleiner, en is vrij sterk behaard. Zelfs op de dekschilden. De kever eet plantendelen waaronder bloemknoppen en wordt als schadelijk gezien. De larve echter is veel schadelijker en vreet aan de wortels van planten, waaronder grassen. Als je toevallig de pech hebt dat te grote aantallen je gazon bezoeken, kunnen die dat compleet ruïneren; het gras los komt te liggen of sterft af.

Tijdens een van mijn tochtjes over de Loozerheide liep ik door een pijpenstrootjesveld, waar (door het nieuwe beheer van Ark Natuurontwikkeling) overal water "kwelt". Plots zag ik een wel heel bijzondere schuwe kikker wegduiken; een kikker met een antraciet kleur. Het was, een heikikker. In zijn biotoop zijn vocht, veenvorming en de aanwezigheid van laag struweel en hoge kruidige gewassen belangrijk.
De heikikker lijkt op de bruine kikker, maar is kleiner en heeft een grotere graafknobbel op zijn achterpoten. De kleur, en dat is het misleidende, varieert van geelbruin tot rood/groenbruin op de rug met soms een lichte lengtestreep over de rug heen. Ook heeft hij een patroon van donkere vlekken.

Omdat ik deze kever vond in dichte bodembedekking op de Loozerheide, was ik genoodzaakt hem op mijn hand te houden. Het is een krompootdoodgraver, een kever uit de familie van de aaskevers.
De lengte is 12 tot 24 millimeter en de soort is te herkennen aan het overwegend zwarte lichaam, met twee brede vlekkerige oranje dwarsbanden op de dekschilden. Er zijn verschillende soorten, zoals deze "Nicrophorus vespilloides", die uiterlijk lijken op een gewone doodgraver, maar die heeft oranje uiteinden aan de tasters.

De bonte wikke is een plant die druk bezocht wordt door bijen en hommels. Bijen drukken bij een bezoekje de zgn. zwaarden uit elkaar en de kiel naar beneden om de nectar te verzamelen en zorgen zo ook voor de bestuiving, maar hommels doen het op een niet zo bloemvriendelijke wijze. Ze breken als het ware in om bij de nectar te komen. Ze maken, zoals je kunt zien, gewoon een gaatje in de bloemkroon. Wel zo gemakkelijk. Helaas voor de bloem vindt zo geen bestuiving plaats, maar dat zal de hommel een zorg zijn.

Deze grote vlieg, die tot de huisvliegen hoort, is een schorsvlieg.
Ze valt op vanwege de oranje kleur op de vleugels en de voorkant van de kop. Je ziet ze vaak op de schors van bomen zitten zonnen, dus de naam schorsvlieg doen ze wel eer aan. De vrouwtjesvlieg heeft koeien- of paardenpoep nodig om er een eitje in te leggen. In die uitwerpselen zitten meestal larven van andere insecten en dat is dan weer het voedsel van de schorsvlieglarve. Het is heel bijzonder dat deze vlieg maar maximaal 5 legt. Die verdeelt ze over verschillende vlaaien, namelijk slechts 1 eitje per vlaai, zodat de meeste kans op een succesvolle voortplanting wordt bereikt.

De larve van het lieveheersbeestje ziet er nogal eng uit en wordt daarom door veel mensen verwijderd onder het mom van "het zijn zo vieze beesten". Daarmee verwijderen ze echter ook de beste luizenbestrijders uit hun tuin, want deze larven zijn geduchte rovers en vreten heel wat bladluizen per dag!
De larven vervellen drie keer en na 6 weken kruipt het kevertje dan uit zijn pop en krijgt het langzaam de kleur die bij hem hoort. Deze is nu voor de tweede keer verveld en ik heb geen idee welke soort dit is, want in Nederland komen ongeveer vijftig soorten lieveheersbeestjes voor.

In onze regio zijn ruim 60 soorten krabspinnen. De krabspin heeft geen scharen, maar haar stekelige voorste twee poten zijn wel een stuk groter en zwaarder dan de overige zes poten. Als je het beestje "plaagt" met bijvoorbeeld een takje, zie je ook dat het zowel zijdelings als voorwaarts wegloopt, of de voorpoten zijdelings spreidt net als veel krabben doen.
Je vindt ze op bloemen of bladeren. Hoewel de 4 tot 14 mm grote spin een opvallende kleur heeft, valt ze meestal toch niet op, omdat ze in bloemen met dezelfde kleur leeft en de felle kleur weg valt tegen de achtergrond. Hoewel ze wel spinrag heeft, maakt ze hiermee geen web, maar gebruikt het om zich vast te zetten. Ze blijft bewegingloos zitten totdat een argeloze prooi in de buurt komt. Met een snelle giftige beet (niet giftig voor ons) doodt ze haar vangst, waarna ze het slachtoffer leegzuigt. Zelfs een bij is niet veilig.

Bij deze foto mocht ik echt van een gelukje spreken. Een sprinkhaan die in een hagelwitte bloem van een haagwinde zit, zie je niet elke dag. Normaal vind je ze op wat moeilijker te fotograferen plekjes.
Het is een vrl. sabelsprinkhaan. Er komen 16 soorten in Nederland voor, waarvan een aantal zeldzaam.
De sabelsprinkhaan is herkenbaar aan de lange, draadachtige antennen (2 tot 3 maal zijn eigen lichaamslengte), maar vooral aan de grote legboor (bij het vrouwtje dus), waaraan de soort ook zijn naam te danken heeft. Met wat fantasie kun je er inderdaad een zwaard in zien.

zondag 15 juni 2014

De Buuëtjeshei in juni 2014

Vorig jaar beschreef ik in september in mijn blog: "Alles is maakbaar, ook de Buuëtjes hei" hoe belangrijk (kleinschalig) beheer is, om een biotoop als de Buuëtjeshei te behouden. Hierin schreef ik onder andere:

Is dit verleden tijd?  (foto van augustus 2013)
“Het beheren en behouden van een heideterrein, is in wezen een voortdurende strijd tegen wat de natuur zelf eigenlijk zou willen. Laat je het gebied aan zichzelf over, stop je bijvoorbeeld met plaggen, of laat je niet begrazen, dan wordt het gebied binnen de kortste keren weer over- woekerd door bomen en struiken en maakt de natuur er een bos van. Dat geldt voor elk heide- landschap en dus ook voor de "Buuëtjeshei. Dat is niet wat wij willen, dus we grijpen in……

Een groep vrijwilligers uit Stramproy heeft het laatst overgebleven heidegebiedje van Stramproy daarom in 2000 geadopteerd en zet er al 13 jaar de schouders onder. Jaarlijks organiseren ze onder andere een werkdag onder de naam “Stramproyer Natuurwerkdag”.


Zonder beheer gaan den, berk, braam en vogelkers overheersen (foto van augustus 2013)
Helaas is de visie en de aanpak van Ark en Natuurmonumenten (o.a. runderen in het gebied laten grazen) niet die van de werkgroep.  Deze heeft dan ook (zo kwam mij ter ore), besloten te stoppen.....
Ik vraag me af hoe het nu met dit stukje natuur verder moet. Hopelijk wordt het kleinschalige beheer gecontinueerd door anderen, want anders denk ik dat binnen afzienbare tijd ook het laatste stukje hei in Stramproy tot het verleden hoort. Dat zou dood- en doodzonde zijn.....”

Sterke toename van onder andere den en berk in 1 jaar tijd (foto juni 2014)
Ik ben afgelopen week eens gaan kijken of er iets aan het gebied is/wordt gedaan. Vorig jaar was al te zien hoe jonge boompjes her en der opschoten, maar dit jaar zie je overal berken, dennen, bramen en bochtige smele in grote hoeveelheden tussen de heideplantjes staan. Ik heb begrepen dat de vrijwilligers- groep Zuid-Limburg van Natuurmonumenten nu het beheer doet, maar daar was nog weinig van te merken, zoals je op de foto's duidelijk kunt zien.

Hier moeten hoognodig de jonge dennetjes en berken worden uitgetrokken, braamstruiken uit worden gegraven en eventueel kleine stukjes worden geplagd. Nu kan nog op tijd worden ingegrepen.
En waarom het heideveld niet laten begrazen door schapen? Of is dit niet wat Natuurmonumenten en
Ark voor ogen hebben en past dit kwetsbaar biotoop niet in hun wildernisdenken????

donderdag 12 juni 2014

Grazers op de Loozerheide

Na de bezoekjes aan de Loozerheide de afgelopen weken, heb ik me al een aantal keren afgevraagd wat nou de juiste benaming van dit gebied is. De lokale bevolking sprak vroeger van de "Aw hei".
Nu heeft men het over de Loozerheide, Lozerheide, Nyrstar gronden en de Nyrstar heide.

Kaart van de Loozerheide in 1953
Tijd om op zoek te gaan naar wat meer duidelijkheid. Ik heb verschillende oude kaarten bekeken, maar het werd er niet duidelijker op. Afgaande op de legende- kleuren op een kaart van 1953, zou ik geneigd zijn te zeggen dat het gebied meer aansluit op de Boshover- heide en de Loozerheide eigenlijk toch meer noordelijk tot aan de spoorlijn ligt .

Op deze kaart is te zien dat de eind 19e eeuw aangelegde "Havenweg" en spoorweg het Ringselven doorsnijden. Het gebied ten oosten van de weg is in gebruik genomen als de zogenaamde  "Klaarvijvers" en de rest is drooggelegd. Dit alles vanwege de zinkfabriek die zich hier in 1892 vestigde.

Op deze kaart van 1850 is te zien hoe gigantisch groot de "Looserheide" ooit is geweest. Ruwweg was het het gebied tussen Budelschoot, Lozen, Zuid-Willemsvaart, Boshover- en Weerterheide met grote vennen zoals Ringselven (dat toen nog een echte "ring" was), Weitjespeel, Rentmeesterspeel, Kranenven en de Hoort.

Ongetwijfeld maakte ook het huidige Domeinbos Lozerheide hier oorspronkelijk deel van uit, want de natuur kent nou eenmaal geen grenzen. Halverwege de 19e eeuw is dit aan de rand van Lozen gelegen gebied ontgonnen en in gebruik genomen als vloeiweide, of zoals de Belgen zeggen als "watering". Om de heidevlakte te bevloeien en vruchtbaar te maken, werd water van de nabij gelegen kanalen ingelaten.

Een deel van dit water vloeide vervolgens via de Hamonterbeek richting Hoort en Ringselven.
Tussen het Ringselven en de Loozerheide ligt een hogere dekzandrug en het peil van de Zuid-Willemsvaart ligt ca. 3 m. boven dat van het Ringselven. Daarom werd er een duiker onder het kanaal aangelegd, zodat het Ringselven in zuidoostelijke richting af kon wateren op moerasgebied de Kruispeel. Om het water beter en sneller te kunnen afvoeren, is in 1877 vanaf het kanaal, ter hoogte van de Kruispeel, een beek tot aan de Kalverpeel gegraven.

In 1892 heeft de Waalse fabrikantenfamilie Dor midden in deze "Looserheide" ruim 900 ha. grond gekocht om er een Zinkfabriek te vestigen. De fabriek werd ongeveer gebouwd waar toen nog 6 (zand)wegen samenkwamen. In een eerdere blog heb ik beschreven wat de redenen waren om zich net hier te vestigen. Het koel- en afvalwater werd geloosd in de Tungelroyse beek.

Door deze kaarten krijg je een goede indruk hoeveel er is veranderd, maar qua naamgeving ben ik er niet veel wijzer op geworden. Lozerheide (met één o) valt sowieso af, om misverstanden te voorkomen met het Belgische Domeinbos Lozerheide. Omdat het gebied waar we het nu over hebben oorspronkelijk deel uit maakte van een veel grotere Loozerheide en over een aantal jaar ook Nyrstar misschien niet meer de eigenaar is van de zinkfabriek, blijft mijn voorkeur uit natuurhistorische overwegingen toch "Loozerheide". Zo maak je ook onderscheid met de ten oosten van de Defensiedijk droog gelegen Boshoverheide.

Nadat de Loozerheide in 2012 het eigendom is geworden van Stichting Ark, heeft men er runderen van het Maremmana Primitivo ras en Exmoor pony's geplaatst die zorgen voor de begrazing.
De kuddes zijn intussen gegroeid en sinds kort heeft men er een Maronesa stier bij geplaatst.

Maremmana koe met kalf op de Loozerheide in oktober 2013
Maremmana stier met Limia koe op Wisseblök in mei 2014
Bij de meeste runderen verschillen mannetjes en vrouwtjes niet zo heel erg veel, maar bij sommige dieren is het uiterlijk zo anders, dat je zou denken dat mannetjes en vrouwtjes tot verschillende soorten behoren.
Dat is ook het geval met de grijze Maremmana koeien en de zwarte Maremmana stier. Het is opvallend dat bij dit ras de kalfjes met een bruine vacht worden geboren en pas op latere leeftijd hun echte kleur krijgen. Ook bij de andere runderen uit het Taurosproject zie je dat.

De Portugese Maronesa stier moet voor nieuw nageslacht gaan zorgen. Maronesas worden in het Taurosproject gebruikt, omdat het een oud runderras is, dat in meerdere opzichten lijkt op het uitgestorven oerrund. Vooral de naar voren gerichte hoorns zijn interessant en het is een zeer snel en behendig ras, dat doet denken aan het wilde oerrund. De stieren hebben opvallende schouder- en nekspieren, een lichte aalstreep over de rug, meelsnuit en een bruine "bokkenpruik".
De Maronesa is echter ook een niet zo groot ras. Zoals Heckrunderen of kleiner. Het uiterlijk zegt echter niet alles. Qua karakter is het dier namelijk ook goed in te passen in het fokprogramma. Maronesa werden vroeger voornamelijk gebruikt voor werkzaamheden in de velden in bergachtige gebieden, in het bijzonder Sierra de Marão. Hier dankt ie ook zijn naam aan.

Begrazing wordt door Ark gezien als een sleutelproces voor een “zelfredzame” natuur in Kempen-Broek.

Stichting Taurus (officieel de eigenaar van de runderen en paarden), en Ark hebben op de Loozerheide ook voor Exmoorpony’s gekozen, omdat deze paarden ook de jonge boompjes en pijpenstrootje eten. Deze Exmoorpony’s zouden zodoende een ideale aanvulling op het graasgedrag van de Maremmana runderen zijn, want een groot deel van het gebied is begroeid met dit pijpenstrootje. Met de komst van deze kleine kudde Exmoorpony’s zullen, zo is de veronderstelling van Ark, weer open plekken ontstaan, die kansen bieden aan de heide en andere verdwenen of zeldzame planten.

Ik vraag me echter af waarom in dit gebied geen schapen zijn ingezet (zoals oorspronkelijk ook gebeurd is) en wat de meerwaarde van met name de taurosrunderen in dit gebied is. Zeker nu het ruigere en nattere gedeelte langs de kanaalzone tot aan de Defensiedijk afgesloten is door prikkeldraad en niet voor deze dieren toegankelijk is. Voor begrazing van dit soort gebieden zijn ze net bedoeld.
Tegenover runderen bieden schapen, samen met paarden/pony’s, het voordeel dat ze de grassen en kruidlagen zeer kort houden. Waar runderen halmen afbreken met hun tong, bijten de twee andere de plant echt af. Daardoor krijg je plaatselijk echt kortgeschoren stukken die vooral kleine kruidachtige plantjes plaats en zonlicht geven om erdoorheen te komen.

Ook het argument dat schapen niet geschikt zouden zijn voor met name de ruige vegetatie, geldt zeker niet voor elk schaap. Ik denk bijvoorbeeld aan het zeer oude Schotse hoogbenige Soay schaap of het oude Schotse "Hebridean" schapenras.
Op dit moment zijn de graslanden sowieso een lekkerder alternatief voor de runderen en paarden dan het karige voedsel. Het is wel goed dat men een aantal bomen na de rigoureuze kap heeft laten staan, als beschutting tegen de zomerse zon.

donderdag 5 juni 2014

Libellen

Hoewel ik in mijn blogs eigenlijk meer waarde hecht aan het "praatje dan het plaatje", vond ik het steeds meer een gemis, dat ik met name geen close-ups kon maken van planten en dieren tijdens mijn struintochten in de Weerter natuur. Met mijn oude Canon Powershot was het resultaat teleurstellend.

Ik heb overwogen om een spiegelreflexcamera aan te schaffen, maar zag daar toch uiteindelijk van af.
Ik ben op zoek gegaan naar een klein "binnenzakformaat" cameraatje, waarmee ik ook een mooie macro of close-up kan maken en heb mijn keus laten vallen op een Sony Cybershot DSC-H70. Afmeting: 11x06 cm.....
De eerste resultaten vind ik hoopgevend. Het zijn foto's die ik de afgelopen weken heb gemaakt.

Ik ging, samen met een paar mensen van de Ecologische Werkgroep Weert-Zuid, libellen inventariseren bij het havengebied naast de Loozerheide, maar het fotograferen van deze superbeweeglijke beestjes was geen gemakkelijke klus. Vooral de soorten als de keizerlibel, vertoonden "adhd-gedrag"; geen moment rust en ze bleven maar vliegen. Van lieverlee heb ik me deze keer maar beperkt tot de de tragere waterjuffers, lantaarntjes en korenbouten zoals deze viervlek. De viervlek is een libel die gelukkig wel af en toe uitrust....
Als je het beestje goed bekijkt weet je ook meteen waarom hij viervlek heet. Dit is het mannetje. Die heeft namelijk achterlijfaanhangselen die uiteenwijken, terwijl ze bij het vrouwtje uitlopen in een spitse punt.

Ik heb al snel gemerkt, dat het moment van de dag en temperatuur belangrijk is bij het fotograferen van libellen. Zolang ze nog niet goed opgewarmd zijn, blijven ze beter en langer zitten.
Ze reageren ook meteen op schaduw, dus het is goed er op te letten van welke kant je ze benadert.
Nu nog proberen te ontdekken welke soorten er allemaal zijn. En dat zijn er een heleboel....
Met behulp van de sites van de Vlinderstichting en het Libellennet kom je al een heel eind op weg.

Dit is het vrouwtje van de bruinrode heidelibel. Als de vleugels zo "plastic"achtig zijn dan is de libel net "uitgeslopen" en moeten de vleugels nog uitharden. Vandaar dat hij zo mooi bleef zitten.

lege omhulsels na een uitsluiping
Een libellenlarve blijft meestal een tot twee jaar onder water en ondergaat een aantal vervellingen. De laatste is de vervelling van larve naar libel. Dat noemt men uitsluipen.

De larve kruipt uit het water en zoekt een verscholen plekje tussen de waterplanten om de laatste vervelling te ondergaan. Na enige tijd barst de larvenhuid letterlijk open en na wat duw- en trekwerk sluipt en kruipt de nieuwe libel heel langzaam uit de larvenhuid. Er zit wel een paar uur tussen het uit het water kruipen van de larve en het wegvliegen van de volwaardige libel. Haar "jasje", het lege omhulsel, blijft als bewijs achter op de plant.

Op het internet vond ik een prachtige complete macro serie van zo’n uitsluiping.

De vuurjuffer is een algemeen voorkomende soort die zich ook gemakkelijk laat fotograferen, omdat ze vaker stilzit. Juffers hebben een lang, dun achterlijf. In tegenstelling tot de echte libellen hebben de vleugels van juffers alle vier dezelfde vorm. Ze worden in rust meestal langs of boven het achterlijf samengeklapt.

De vuurjuffer is met een lengte van bijna 4 cm best een grote juffer. Het is een weinig eisende soort wat het biotoop betreft; ze is tevreden met stilstaand of licht stromend water, zoals beken en poelen. Door haar rode kleur is er slechts verwarring mogelijk met één andere soort, de koraaljuffer. Deze heeft echter rode poten. Je kunt zien dat dit het mannetje is, omdat de laatste segmenten donkere banden hebben en bij de vrouwtjes zijn alle segmenten zwart getekend.

De gewone oeverlibel is een echte libel uit de familie van de korenbouten.
De lengte is 30 tot 35 millimeter, de spanwijdte is 70 tot 80 mm. Dit is een jonger vrouwtje dat nu nog geel van kleur is, maar later bruin wordt. Op de bovenkant van het achterlijf lopen twee dikke zwarte lengte- strepen. Mannetjes zijn blauw gekleurd met een zwarte achterlijfspunt en bruine beharing op het borststuk. Vanaf hun zitplaatsen maken ze vluchten laag over het water, waarbij ze andere mannetjes verjagen en vrouwtjes proberen te versieren voor de paring. In Nederland is de soort algemeen en je treft hem dan ook aan in veel verschillende leefgebieden met stilstaande of zwak stromende wateren.

Ook de lantaarntjes zijn redelijk goed te fotograferen; ze nemen regelmatig rustpauzes en ze zijn niet zo supersnel dan de andere soorten. Het lijkt meer op zweven. Een nadeel is dat ze zo smal en niet erg groot zijn (ca. 30 tot 35 mm), wat met deze camera helaas ten koste gaat van de kwaliteit van de foto.

De lantaarntjes horen bij de orde der juffers. Ze worden zo genoemd vanwege het achtste segment (het lantaarntje), dat altijd hemelsblauw is. Bij het vrouwtje zie je variatie in de kleur. De kleur van het borststuk kan groen, blauw, paars, oranje of bruin zijn. Ook bij hen is het lantaarntje blauw. De soort komt algemeen voor en heeft van alle Nederlandse soorten de minst uitgesproken habitatvoorkeur. Je vindt ze meestal langs voedselrijk, helder water met gevarieerde oevervegetatie, soms in grote aantallen.

Dit is waarschijnlijk een venwitsnuitlibel, die ik zag bij een bezoek aan het Weerterbos.
Een soort die op de Rode Lijst staat als kwetsbaar. Dus bijzonder.
Deze libelle hoort ook bij de korenbouten. De soort is tenger gebouwd met een dun achterlijf met lichtere vlekken (geel, rood of bruinrood, afhankelijk van geslacht en leeftijd). Het achterlijf van het mannetje is zwart met een rij kleine rode of donker bruinrode vlekjes. Soms zijn die zo klein en donker, dat het vanaf een afstandje moeilijk zichtbaar is. Bij het vrouwtje is het achterlijf zwart met gele vlekjes. Jonge mannetjes hebben ook nog gele achterlijfsvlekken en zien eruit als vrouwtjes. De achterlijfsaanhangselen zijn zwart.

dinsdag 3 juni 2014

Nyrstargrond op de schop

De afgelopen weken ben ik een aantal keren met de Ecologische Werkgroep Weert Zuid op de Nyrstar heide geweest voor een inventarisatie van de daar aanwezige flora. Het idee is om de hele kanaalstrook (tussen de Defensiedijk en de Havenweg) te inventariseren. Het waren, mede door de onuitputtelijk lijkende kennis van Frans Smit, interessante bezoekjes. De verslagen van deze bezoekjes vind je op hun site.

In dit pijpenstrootjesveld zie je uittredend kwelwater
Een van de kwaliteiten van dit gebied is de overgang tussen kalkrijk water vanuit het kanaal dat overal ach- ter de dijk "kwelt", naar zuur (regen)water uit de omlig- gende heidegebieden. Door dit water vast te houden, door demping van afwateringssloten en opwerpen van dammetjes, krijg je schitterende overgangen met bijzondere biotopen, met elk zijn eigen typische bewoners en flora.

Ik ben nog enkele keren op eigen gelegenheid terug- gegaan, om de mogelijkheden van mijn nieuw aangeschafte Sony Cybershot uit te proberen.

Het gebied vanaf de Kempenweg in oktober 2012. Let hierbij op de bomen op de achtergrond.

Het gebied dat Nyrstar en enkele agrariërs op de Loozerheide in bezit hadden, is in september 2012 aan Ark en Natuurmonumenten overgedragen. In een blog van februari 2013 heb ik al aandacht besteed aan de bedoeling van dit nieuw te ontwikkelen natuurgebied; men wil de heide terug, het waterpeil herstellen en een waterbuffer creëren. Zodoende vernat het gebied, krijgt bomengroei minder kans en kan de natuur zich weer ontwikkelen tot een prachtig nat en robuust natuurgebied.

Dit Natura 2000 gebied is van belang in de Ecologische Hoofdstructuur; het creëren van een aaneen-  gesloten netwerk van natuurgebieden. Door op deze link te klikken kun je dat alles nog eens terug lezen.
In deze blog wil ik wat foto's laten zien van onlangs gedane werkzaamheden.

Situatie in februari 2014: een elzenbos met afwateringssloten
 Populierenaanplant en afwateringssloten zorgen voor verdroging
Oorspronkelijk was de Loozerheide een nat gebied met vochtige heide en vennen. Nu is het gebied, groten- deels door de sterke afwatering, veel te droog. Om de natte natuur terug te laten keren en het landschap opener te maken, zijn er al tal van werkzaamheden uitgevoerd, maar moet er nog e.e.a. veranderen.

Het gebied zoals het er na de bomenkap, eind mei 2014, vanaf de Kempenweg uit ziet.

Door de kap van de populieren en elzen is weer sprake van een weids en open landschap
Nadat eind vorig jaar de laatste landbouwgrond over is gegaan in handen van Ark en Natuurmonumenten, hoeft er niet meer te worden ontwaterd, heeft men de afgelopen maanden de populierenaanplant en elzenbos gekapt en is het vennetje hersteld. Hierdoor is het uitzicht bijzonder weids geworden en krijgen we weer het open landschap zoals het oorspronkelijk ook moet zijn geweest. Omdat de populieren flink wat water aan de bodem onttrokken, is er al snel na de kap en het dempen van afwateringssloten,  een hogere grondwaterstand merkbaar.

Koninginnenpage bezoekt een damastbloem op de Loozerheide
Populierenkap is van belang voor de grondwaterbeheersing
De onderstammen en dood hout zijn van belang in de natuur
Opvallend is dat men ook enkele bomen heeft gespaard. Deze zijn bedoeld als nestgelegenheid, de dode bomen  voor o.a. spechten en kevers, en de onderstammen die men heeft laten staan, zijn bedoeld om onder andere hoornaarvlinders te trekken. Bijzonder is te zien dat hier nu weer de damastbloem verschijnt. Deze plant is hier in vroeger jaren gezaaid door bijenhouders, die hier hun korven hadden staan. Deze bloem trekt ook andere insecten aan.
De volgende taak is het afgraven van de bovenste laag voedselrijke landbouwgrond op de voormalige akkers, zodat we hier weer de natte laagtes, die er vroeger ook waren, zien verschijnen. En om het water niet te laten wegstromen moet men de diepe sloten, met name de kanaalsloot langs de Kempenweg, dempen. Op enkele plekken zie je dat er ook  kleine drempels in sloten zijn gelegd. Hier is nu al te zien dat het waterpeil stijgt.

De Boshoverheidelossing zorgt voor een sterke ontwatering van het gebied
De populierenaanplant langs de Kempenweg is onlangs ook gekapt
Het gebied met pijpenstrootje wordt door het vasthouden van het water snel vernat