Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Select language

Volgers


Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht Raam. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht Raam. Sorteren op datum Alle posts tonen

zondag 16 maart 2014

Vernatting Wijffelterbroek

In eerdere blogs heb ik al iets verteld over het Wijffelterbroek, dat tot in het begin van de 20e eeuw een uitgestrekt en ontoegankelijk moerasgebied langs de Belgisch-Nederlandse grens (Altweerterheide) was, met een grootte van ongeveer 450 ha. Van het oorspronkelijke gebied is nu nog slechts ongeveer 56 ha. over.
Het gebied wordt sinds 1977 voor een groot deel beheerd door Natuurmonumenten.

De Raam zorgt voor een sterke ontwatering.
De Vetpeellossing zorgt voor veel afvang van kwelwater.

kwelwater stroomt in de Vetpeellossing
De ontginning van een groot deel van het "Brook" begon rond 1900. De in 1930 gegraven Raam zorgde voor de ontwatering van het gebied. In 1936 werd ook de bovenloop van de Lossing/ Emissaire op deze beek aangesloten. Toen de Raam ook nog eens in 1962 verdiept en verbreed werd, trad een nog sterkere draineren- de werking op. Niet alleen voor de omliggende landbouwgronden, maar ook voor het niet ont- gonnen deel van het Wijffelterbroek. Zo werd het natuurgebied ahw. omringd door 3 diepe afwateringssloten, want ook de Vetpeellossing droeg/draagt haar steentje bij. Bij deze lossing is duidelijk aan het water te zien, dat er niet al- leen oppervlaktewater wordt afgevoerd, maar ook veel kwel wordt afgevangen. Door de ont- watering zijn een groot deel van de natuurlijke sponswerking en de oorspronkelijke natuur- waarden van het gebied verloren gegaan.

Tegenwoordig denkt men heel anders over waterbeheer. Water vasthouden in de moerassen aan de bovenloop van beken wordt steeds belangrijker, om zo droogte enerzijds en hinderlijke overstromingen anderzijds te voor- komen. Omdat het consortium AHV (ARK Natuurontwikkeling, Habitura en Rentmeester Van Soest), de afgelopen jaren via kavelruil (en koop?) vele hectares landbouwgrond heeft verworven rondom het Wijffelterbroek, kwamen de "droogvallingseisen" van de agrariërs te vervallen en konden maatregelen genomen worden om de verdroging tegen te gaan en het gebied weer te vernatten.

 Er zijn o.a. stuwen aangelegd in de Raam om het waterpeil beter te kunnen beheersen, m.a.w. de grond- waterstand hoog te houden. Het zijn de zgn. boerenstuwtjes, die zorgen  dat niet alleen het gebiedseigen water en kwel  worden vastgehouden, maar ook voorkomen dat het water van de Raam, de Emissaire en Vetpeellossing (vanuit België verontreinigd met o.a. nitraat, fosfaat en sulfiet), in het gebied dringt.

Deze maatregelen zijn vooral in deze tijd van het jaar, ondanks een rustige herfst en een zachte winter (met weinig neerslag), heel goed merkbaar. Vanaf de Bocholterweg loopt een  nat, maar nog goed begaanbaar wandelpad door het gebied en vooral het laatste stukje van het pad, (op het kaartje aangegeven, omdat het voor velen onbekend is), geeft je enig idee hoe ontoegankelijk dit gebied door de hoge waterstand, de welig groeiende zwarte els en de rijke kruid- en struiklaag van o.a. hop, kamperfoelie en braam, vroeger is geweest.

Hoewel er op de iets hoger gelegen gedeeltes ook berken, eiken en gewone es groeit, is het toch vooral de zwarte els en wilg die domineren. In de oudere literatuur is te lezen dat tot na de Tweede Wereldoorlog het elzenbroekbos van het Wijffelterbroek nog gold als één van de meest indrukwekkende van ons land.

Knuppelbruggetje op het eind van het pad
Het pad eindigt bij de Raam
brug bij de Pruiskesweg over de vroegere "Stinkbeek"....
pad door het gebied vanaf de Bocholterweg tot de Pruiskesweg
Het pad komt uiteindelijk uit bij de Raam en vandaar kun je richting brug gaan die aan de Pruiskesweg over de "Stinkbeek" (zo vroeger in de volksmond genoemd)loopt. Vanaf daar kun je je weg naar links of naar rechts vervolgen.

woensdag 12 december 2012

De Raam en ‘t “Brook”.

De Raam, onlosmakelijk verbonden met het Wijfelterbroek, sluit aan op de Tungelroyse Beek en is in de dertiger jaren van de vorige eeuw gegraven voor een snelle ontwatering van het moerasgebied en snelle afvoer van het water. Dit alles gebeurde met schop, kruiwagen en kiepkar.

Lossing die aansluit op de Raam

Wijffelterbroek, Sanson 1631
Het Wijfelterbroek was oorspronkelijk vele malen groter en vormde met de naburige Kruispeel en Kalverpeel, Vetpeel, de latere Kettingdijk, Delbroek,  en Dijkerpeel één groot gebied dat zich uitstrekte tussen Weert en Bocholt en reikte tot Altweert en Stramproy. Tot in het begin van de 20e eeuw bleef het een nagenoeg ontoegankelijk moerasgebied met een grootte van ongeveer 450 ha. Het gebied sloot aan op de huidige Smeetshof (B), Kettingdijk en Laurabossen. Van het oorspronkelijke gebied is nu nog slechts ongeveer 50 ha. over.

De naam Wijffelterbroek heeft niets te maken met weifelen (van wie het broek bijvoorbeeld was). Algemeen wordt aangenomen dat de naam is afgeleid van het Middelnederlandse "Vivetersbroek". Ik zet bij deze uitleg echter een vraagteken en twijfel aan de juistheid hiervan. Viveter betekent vlinder, maar de link vlinder en Wijffelterbroek ontgaat mij. Een moerasgebied mag dan wel een gebied zijn voor bijvoorbeeld libellen, maar zeker niet voor vlinders. Ik neem dan ook aan dat het woord in de loop der tijd is verbasterd (volksetymologie).
Op bovenstaande 17e eeuwse kaart van Sanson staat het gebied namelijk aangegeven met "Wiwetersbroeck".  Naar dit woord gaat mijn voorkeur uit. Dus niet viveter, maar wiweter. Wiweter komt van het Oudfranse vîvere en vîver.  Het betekent: poel, stilstaand water, vijver, maar ook diergaarde. Vivus betekent levend. Het Franse Vîvere is afgeleid van het Latijnse vîvarium en wīwāri : dierentuin, visvijver, waterbekken en plaats waar levende dieren worden gehouden. (Bron: etymologiebank.nl). Bekend is dat het gebied vroeger het grootste gedeelte van het jaar helemaal onder water stond en er toen op werd gevist. Zelfs beroepsmatig.

Spotprent Wijffelterbroek 1900
In 1898 werd een consortium van 8 heren uit de stad opgericht, om de plannen van de Nederlandsche Heidemaatschappij voor de drooglegging van het Wijfelterbroek te realiseren. De waterstand moest omlaag om vruchtbare weilanden te kunnen krijgen. De mensen hadden er weinig vertrouwen in, wat blijkt uit bovenstaande, in 1900 gepubliceerde spotprent van een zekere F. Smeets op de plannenmakerij. Toch begon de ontwatering en ontginning van een deel van het gebied in 1902, nadat het consortium op 15 april 1901 260 ha. van de gemeente Weert pachtte voor een periode van 50 jaar, tegen een jaarlijkse pacht van fl. 1560.

De ontginningswerkzaamheden geschiedden door de Nederlandsche Heidemaatschappij. Honderden mensen hebben in de daaropvolgende jaren werk gevonden bij de opgerichte "Weerter Exploitatiemaatschappij  Het Wijffelterbroek”.  Het gebied werd 't "Brook" genoemd.

Gedicht n.a.v. bezoek der Ned. Heidemaatschappij in 1904.
Alvorens met de ontginning van het 260 ha. grote gebied te beginnen, was het noodzakelijk om het terrein voldoende te ontwateren, want een groot gedeelte van het jaar stond het bijna in zijn geheel onder water. Het komvormig gelegen terrein van Kalverpeel tot aan de Heltenbosbrug werd in het midden doorsneden door een tweetal beekjes (eigenlijk kleine slootjes), namelijk de Spekkeloop en de Rietbeek. De beekjes kwamen samen en stroomden als “Jungelroijsche- of Jungervische  beek” verder richting Maas. Voor een goede afvoer werd door de Provinciale Water- staat de Tungelroyse beek tot aan de vroegere watermolen (Vloetmolen) van Maes in Stramproy (tot paal no. 48!) verbeterd.
Daarna volgde de verbreding, verdieping en normalisatie van de smalle en ondiepe Rietbeek vanaf Spekke (ongeveer vanaf de huidige Baanbrug) tot de Heltenbosbrug. Nadat dit was gedaan, werden loodrecht op de gegraven beek hoofdsloten gegraven. Op deze hoofdsloten mondden talloze greppels uit.

In september 1902 had men deze klus geklaard en kon met de ontginning begonnen worden.
De manier van bemesten speelde hierin een grote rol. Men gebruikte daarvoor 1000 kg. kalk voor de ontzuring, 800 kg. thomasmeel en 1000 kg. kainiet (minerale kunstmest) per ha. In de jaren daarop werd dit aangepast. 

Met een totale kostenpost van fl. 36.000, ging de Nederlandsche Heidemaatschappij uit van een van een netto opbrengst van fl. 40,per ha. tegen fl.2,- daarvoor. De manier van bemesten bleek zo succesvol, dat de kleine landbouwers in de omgeving dit al snel navolgden.

Ontginners Wijffelterbroek

De heren aandeelhouders, praktisch allen notabelen en raadsleden uit Weert, waren Van Aubel, van Asten, Esser, Janssens, Joosten, Kemmere, dokter Franken, Hanraets en Schillings. De heren deden het werk uiteraard niet zelf, maar namen arbeiders en arbeidsters in dienst voor de ontginningswerkzaamheden. In 1904 was al 150 ha. tot gras- en bouwland en bos ontgonnen. 

Vooral in de Eerste Wereldoorlog maakte deze NV. goede winsten. Het klinkt vreemd, maar in die hel (de oorlog van 1914-1918 dus), was Nederland vanwege zijn neutraliteit een eiland van vrede en zelfs aanvankelijke voorspoed. De industrie, scheepvaart en ook de landbouw maakten tijdens de eerste jaren van de oorlog grote winsten. Het schijnt dat tussen 1914 en 1917 het nationaal inkomen zelfs bijna met de helft toenam!!!! Ook de "Weerter Exploitatiemaatschappij" profiteerde ervan, door grote hoeveelheden koudegrond groenten zoals kool, via het spoor te exporteren naar Duitsland.Tegen het eind van de oorlog liep die winstgevende voedselvoorziening echter sterk terug.

Boerderij 't Brook in 1990
Een opzichter regelde de werkzaamheden en hield alles in de gaten. Deze opzichter (Miechel Daniëls 1953), werd ook de eerste bewoner van de in 1906 gebouwde boerderij met de naam “’t Brook”. Hier werd later een tweede woonhuis tegen aan gebouwd. In 1923 was de oostelijke helft ontgonnen en in de jaren '30 werd de Raam gegraven, om het resterende gebied te ontwateren. Toen kon ook het Bocholter moerasgebied, zoals Smeetshof (B), beter worden ontwaterd door er de Lossing, of Emissaire, op aan te sluiten.

In september 1939 nam wethouder Peeters het initiatief om de resterende pacht af te kopen en kwam de exploitatie weer in handen van de gemeente. Toen zijn de boerderijen overgegaan in andere handen en “kregen” de voormalige pachters ieder 20 ha. grond. De rest van de grond werd verpacht aan boeren uit de buurt. Deze afkoop met vergoeding van verbeteringen, opstallen en bijgekochte gronden geschiedde tegen betaling van 39.000 gulden.

Ook tijdens WO II waren er ontginningswerkzaamheden in het Wijffelter- broek. De "Nederlandsche Arbeidsdienst" (N.A.D.) was een instelling die in het begin van de bezetting door de Duitsers in het leven was geroepen. Jonge mannen werden verplicht na het bereiken van de 18-jarige leeftijd een half jaar het volk te dienen in die arbeidsdienst.
Het uniform dat zij kregen was hetzelfde als dat van het Nederlandse leger, dat toen na de capitulatie op 14 mei 1940 niet meer bestond; er was nog genoeg van in de magazijnen. Als “wapen” werd een spade uitgereikt; eigenlijk twee, een voor bij het werk en een voor bij de exercities. Die laatste moest er altijd zeer schoon en glanzend uitzien.
De Nederlandsche Arbeidsdienst had als devies: “Ick dien”. Dit hield in dat de arbeidsman die onder dit devies werkte, het Nederlandse Volk diende (maar zelf niets verdiende). De afdelingen Altweerterheide (ca. 1 km vanaf sluis XVI aan de Loozerweg, waar nu Renewi, Grondstoffen Recycling is gevestigd) en Afd. 416 NAD Tungelroy (het latere Ambonezen- kamp) ontgonnen een nieuw deel van  'Wijffelterbroek' en legden een weg aan (de Wijffelterbroekdijk).

Als je meer over deze periode wil weten, kun je op de site van Go2War2.nl de lotgevallen lezen van Jan Berlijn: "Mijn tijd in de Arbeidsdienst- Het werkobject: Wijffelter Broek".
Ik heb verder een uniek (kort) filmpje gevonden op de site van "Beeld en geluid", dat je kunt bekijken door op onderstaand beeld te klikken of op deze LINK.

De omschrijving bij dat filmpje is als volgt:
"De afdelingen Weert en Tungelroy van de Nederlandsche Arbeidsdienst ontginnen terrein 'Wijffelterbroek' in verband met de agrarische bestemming daarvan. Om de ontginning goed aan te kunnen pakken, moet eerst een weg worden aangelegd. Als deze weg klaar is wordt hij door de burgemeester van Weert, de NSB'er J.H.W. Rösener-Manz, officieel geopend. De mannen van de NAD rennen uit hun barakken naar buiten en gaan in het gelid staan; ze marcheren, schop over de schouder, naar hun werkterrein; ze graven de grond uit, kappen bomen en verwijderen boomstronken".

Na de Tweede Wereldoorlog waren er ruim honderdduizend werklozen. Om deze in te kunnen zetten in het arbeidsproces werd de Dienst Uitvoering Werken (in de volksmond DUW genoemd) opgezet.
De DUW- werkers werden aanvankelijk ingezet voor opruimingswerkzaamheden. Later werden ze betrokken bij ontginningswerkzaamheden. DUW- arbeiders voélden zich niet alleen 'n soort tweederangs burgers, ze waren het ook. Het waren de paria's in die jaren van wederopbouw en voor velen stond de DUW, ook wel genoemd “Door Uitputting Wanhoop” , bijna gelijk met de hel.
Er was echter veel vraag naar landbouwgrond en praktisch alle boeren uit Keent, Moesel en Altweerterheide zaten wel te wachten op een stuk grond om uit te breiden. Zo vonden ongeveer 80 werkelozen uit Weert, maar ook uit bijvoorbeeld Ell en Hunsel, werk in het Wijfelterbroek.

Het was werkverschaffing in handkracht, want de belangrijkste gereedschappen waren schep en kruiwagen. Zwaar werk maar in 6 tot 7 jaar is ongeveer 80 ha. onder handen genomen. Het ging vooral om herontginning en egalisatie; grond die te hoog of te laag lag en nog bezand moest worden.

De ontginningen waren met name in het westen, bij de driehoek langs de Broekdijk tot aan de Raam. Het veen werd daar tot een bepaalde hoogte omgezet en dan bedekt met een laag zand, die afkomstig was van te hoog liggende gronden zoals van een bult bij de Vetpeel en bij een gerooid dennenbos bij de Achterpeel. De uitgegraven grond werd in kipkarretjes gegooid en als het karretje vol was, duwde men het handmatig over smalle rails naar de dieper gelegen plek waar de grond gestort moest worden. Onder andere gebieden als "Kwaoj Gaât", Wisseblök, Koele struuk (huidige Raamweiden). Kwaoj in de betekenis van moeilijk begaanbaar en meest onder water staand (Molemans 1976) zegt voldoende over de omstandigheden waarin gewerkt moest worden. Het waterpeil werd op niveau gehouden door de talloze sloten en lossingen, die het overtollige water afvoerden via de Raam.

In mei 1951 werd gestart met het laatste project, de aanleg van de Bocholterweg. Hierbij moest de uit veengrond bestaande Broekdijk of Brookdieëk (laatste stuk tot aan de grens) worden uitgegraven en door een zandlichaam worden vervangen. De vruchtbare uitkomende veenaarde werd in de naburige Vetpeel gestort. Het zand voor het weglichaam kwam van de hooggelegen kapvlakte op de rand van het Wijfelterbroek, dat ook werd gebruikt om de lager gelegen ontginningsstukken te bezanden.
Zo kreeg het Wijfelterbroek na 50 jaar zijn definitieve vorm.

Bij gebrek aan arbeiders vanwege de groei van de economie en door de instelling van de “Directie Arbeidsvoorziening” (sociale zaken) werd de DUW overbodig en is in juli 1954 opgehouden te bestaan. Het werk dat nog moest gebeuren, werd uitbesteed aan “het vrije bedrijf”….

De Raam in het "Brook"

Ossebrug  (hier lag oorspronkelijk een voorde)
De Raam is in 1962 nog eens verdiept en verbreed, waardoor een nog sterkere drainerende werking is opgetreden. Niet alleen voor de omliggende landbouwgronden, maar ook voor het Wijffelterbroek. De omvang van kwelzones is daar afgenomen en het kwelwater wordt versneld afgevoerd via watergangen. Door de ontwatering en afvoer van water is een groot deel van de natuurlijke sponswerking verloren gegaan. Lang was dit een groot voordeel voor de landbouw, maar door klimaatverandering gaan we vaker te maken krijgen met droogte enerzijds en hinderlijke overstromingen anderzijds. Water vasthouden in de moerassen aan de bovenloop van beken wordt daarom steeds belangrijker. Zo zijn o.a. stuwen aangelegd in de Raam om het waterpeil beter te kunnen beheersen, m.a.w. de grondwaterstand hoger te houden.
De brug op de foto wordt de Ossebrug genoemd en ligt bij de zandweg tussen de boerderijen 't "Brook" (Jan van Monne Lewie) en de "Pruus" aan de Stramproyergrensweg.

't "Brook" gezien vanaf Pruiskesweg
't Brook" gezien vanaf Spikke

Op de onderste foto zie je een stukje van de "weilanden" ,ten zuiden van de Raam, die door Ark zijn gekocht en die terug zijn/worden gegeven aan de natuur. Het verschil met de andere twee foto's is al goed te zien. De "verruiging" van het terrein is al duidelijk zichtbaar en vanwege de wijziging in de grondwaterstand zie je het eerste riet verschijnen. Een stukje verder mondt de Raam uit in de Tungelroyse Beek. Dit gedeelte wordt begraasd door TaurOssen.


Als je het hele verhaal van de ontginning wil lezen, klik dan hier.


Grotere kaart weergeven

donderdag 3 december 2015

De Raamweiden

Waar bij de huidige Pruiskesweg nog geen 100 jaar geleden een grote visrijke waterplas lag, is door de grootschalige ontginningen (tussen 1900 en 1954) en het graven van de Raam ("de  Now Beek" ) in de jaren '30, dit deel van het Wijffelterbroek ('t "Brook") drooggelegd en als landbouwgrond in gebruik genomen.

Op hoogtekaarten is te zien, dat deze door Ark genoemde "Raamweiden" (30,7m) bijna 4 meter lager liggen dan de er naast gelegen Stramprooierheide en "Bergshei" (hoogste punt op 34,4m) om vervolgens aan de noordkant weer op te lopen tot 33,30m. Komende van de Stramproyer Grensweg is dit ook goed te zien.

 
Op bovenstaande oude kaarten van 1850 en 1923 (even op klikken) zijn de waterplassen waarop gevist werd nog te zien. De omwonenden gebruikten hun bootje niet alleen om te vissen, maar ook om bijvoorbeeld de kortste weg naar Altweerterheide te nemen. De dichtsbijzijnde doorgang lag namelijk pas bij de brug over de Tungelroyse beek aan de Heltenbosdijk, ook wel Baksbrug genoemd.

Op een oude kadasterkaart van 1811-1832 is te zien dat bij het Wijffelterbroek "Gemeente Broek" staat. Gemeente heeft hier de betekenis van "gemeynt" of "gemene grond". Dit duidt er op dat het "Brook" gemeen- schappelijk gebruikt werd door de lokale bevolking. Ze hadden het recht (weliswaar tegen betaling) om daar bijvoorbeeld hun runderen of schapen te laten grazen, strooisel te verzamelen, te plaggen, turf te steken en bijen uit te zetten. Ook het jachtrecht en het visrecht vielen hier onder.

Tussen de Stramproyer Grensweg en het lage Wijffelterbroek, ontgonnen de keuterboertjes in het begin van de vorige eeuw al kleine perceeltjes land. Vanaf daar zie je ook weer het hoogteverschil met 't Brook.

 
Die lappendeken van kleine perceeltjes, omringd met houtwallen, tref je er nu nog steeds aan. Aangezien alles met de hand gebeurde, moet dit een hele klus zijn geweest. Zo'n kleine en met hout omringde ontginning noemt men ook wel "kamp" of "kempke". Het hout van de houtwallen diende voor eigen gerief.

Op de oude kaart van 1923 (rechts) zijn die perceeltjes goed te zien. Met deze foto wil ik je ook weer het grote hoogteverschil laten zien van het weilandje op de voorgrond met het Brook op de achtergrond.

Boerderij 't Brook  gezien vanaf de Pruiskensweg
De ontwatering en ontginning van voornamelijk het noord- oostelijk gebied begon in 1902, nadat enkele rijken uit Weert hier vele hectaren grond van de gemeente Weert pachtten. Dit alles gebeurde met schop, kruiwagen en kiepkar. Honderden mensen hebben in de daaropvolgende jaren in " 't Brook" werk gevonden bij de opgerichte NV "Weerter Exploitatie-Maatschappij het Wijffelterbroek”.

De in 1906 gebouwde ontginningsboerderij 't Brook
Een opzichter regelde de werkzaamheden op 't Brook en hield alles in de gaten. Deze opzichter (Miechel Daniëls), werd ook de eerste bewoner van de in 1906 gebouwde boerderij met de naam “’t Brook”.
In 1926 was 180 van de 260 ha. ontgonnen en verliep alles blijkbaar dusdanig naar wens, dat de Gemeente besefte, dat het “brook” wel eens een “melkkoetje” zou kunnen worden. Als reden werd aangegeven dat het wenselijk was dat de gemeente weer de beschikking kreeg over haar waardevolle eigendom vanwege de uitbreiding van de Parochie Altweerterheide. Vandaar ook het voorstel om het Consortium te bewegen de pacht stop te zetten. De heren van het Consortium gingen echter uiteindelijk niet in op het voorstel van B&W en zagen af van verdere onderhandelingen. Daarna waren er ook geen onderhandelingen meer, want door de Beurskrach van 1929 raakte Nederland in de jaren ‘30 van de vorige eeuw in een diep economisch dal; 35% procent van de werkende Nederlandse bevolking raakte werkloos. Het heeft dan ook nog jaren geduurd, maar uiteindelijk gingen de heren van het Consortium akkoord. Dat gebeurde in september 1939 en in januari 1941 werd in Kanton Weert vermeld dat de NV. "Weerter Exploitatie het Wijfelterbroek" was opgeheven. Zo kwam het Wijfelterbroek weer volledig in handen van de gemeente, met weer als opzichter Miechel Daniëls.

De Raam met de Ossebrug
Nadat de Raam in 1930 was gegraven, werd met name de zuid- westelijke helft van het moerassige gebied in versneld tempo ontgonnen en vielen de plassen droog, om plaats te maken voor weilanden en akkers. Ook tijdens WO II (door de "Nederlandsche Arbeidsdienst" - NAD) en na de oorlog (door de Dienst Uitvoering Werken - DUW) waren er ontginningswerkzaamheden. In 1954 zijn de werkzaamheden stopgezet.

In minder dan 50 jaar is het Wijffelterbroek nagenoeg compleet op de schop gegaan. In 1941 schreef een zekere W.L. Leclercq nog:  "dit is het grootste, meest afgelegen en mooiste moeras uit de streek" en "dit is de mooiste, geheimzinnigste wildernis in Nederland, waar men urenlang kan ronddwalen zonder iets van de buitenwereld te zien of te merken" . Maar ook schreef hij:  "Een boer vertelde mij, dat het Broek geheel ontgonnen zal worden door den Arbeidsdienst: de grond zou 4 meter diep worden omgezet!!!"

Of dat van die 4 meter klopt, weet ik niet, maar toen in 1962 de Raam, inmiddels in de volksmond "Stinkbeek" genoemd, vanwege de afvoer van het sterk vervuilde water uit de Lossing of Emissaire, nog eens verbreed en uitgediept werd, was het in elk geval definitief "einde verhaal" wat betreft de natuurlijke sponswerking en de oorspronkelijke natuurwaarden van het Wijffelterbroek. Uiteindelijk bleef van de oorspronkelijke 260 ha. minder dan 50 ha. over. Deze worden sinds 1977 door Vereniging Natuurmonumenten beheerd.

 
Op bovenstaande foto's van maart 2013 zien we nog vanaf de Pruiskensweg weilanden en akkerland. De afwatering ervan was blijkbaar nog niet voldoende, want uiteindelijk heeft men op deze percelen zelfs een systeem met drainagebuizen aangelegd. Gevolg van deze afwatering was verdroging van het nabijgelegen moerassige natuurgebied.

De laatste jaren wordt heel anders over waterbeheer gedacht. Water vasthouden in de moerassen aan de bovenloop van beken wordt steeds belangrijker, om zo droogte enerzijds en hinderlijke overstromingen anderzijds te voorkomen. 

Foto maart 2014. Brug over de Raam, met daarachter het nieuw te ontwikkelen gebied
Omdat het consortium AHV (ARK Natuurontwikkeling, Habitura en Rentmeester Van Soest), de afgelopen jaren via kavelruil (en aankoop?) vele ha. landbouwgrond heeft verworven rondom het Wijffelterbroek, zijn de "droogvallingseisen" van de agrariërs komen te vervallen en konden maatregelen genomen worden om de verdroging tegen te gaan en het gebied weer te vernatten.

Foto: Omniverde                            Natuurherstel door uitvoerder Omniverde
De landbouwgrond bij de Pruiskesweg, die met veel zweet is verkregen, is in bezit gekomen van Stichting Ark en het afgelopen jaar door anti-verdrogingsmaatregelen weer naar natuur omgevormd. Een perceel populieren is gekapt en door uitvoerder Omniverde is de bovenste voedsel- en humusrijke laag landbouw- grond afgegraven en elders hergebruikt. Op  Omniverde.nl  zijn foto's van deze werkzaamheden te zien.

Aanwezige drainagebuizen zijn verwijderd en door plaatselijk af te graven tot op de oude veenbodem en elders op te hogen, is het oude reliëf hersteld en zien we weer een 2 ha. grote plas ontstaan.

Door de combinatie van een verminderde afvoer en peilverhoging van de Raam en de herstelwerkzaam- heden van april - juni dit jaar, is het ijzerrijke bron- en kwelwater boven het maaiveld komen te liggen en is het gebied weer dusdanig laag komen te liggen, dat ook het regenwater kan worden vasthouden.

Zoals je ziet, trekken dit water en de omliggende weilanden veel watervogels aan. Ik zag hier bij mijn laatste bezoek o.a. de Grauwe gans, de Canadese gans, de Kolgans, de Nijlgans, Zwanen en reigers.

Hier stonden een half jaar geleden nog populieren, die veel water uit de grond onttrokken..
Taurossen zorgen voor de begrazing. Daarover vertel ik in de volgende blog wat meer.
 Omdat het voormalige landbouwgebied langs de Raam loopt, worden deze percelen Raamweiden genoemd. Voor zover ik heb kunnen nagaan is er voor dat gebied ook geen oude veldnaam. Al met al weer een een nieuw interessant gebied in wording.

donderdag 22 november 2012

De Raam

De Raam, gelegen in het Wijffelterbroek, sluit aan op de Tungelroyse Beek en is in de dertiger jaren van de vorige eeuw gegraven voor een snelle ontwatering van het moerasgebied en snelle afvoer van het water.
In Nederland werd vanaf de jaren 30 in de vorige eeuw en vooral ook meteen na WOII een groot aantal werkverschaffings- projecten opgezet.Na de Tweede Wereldoorlog waren er namelijk ruim honderdduizend werklozen. Om deze in te kunnen zetten in het arbeidsproces werd de Dienst Uitvoering Werken (in de volksmond DUW genoemd) opgezet, aanvankelijk bedoeld voor opruimings- werkzaamheden.Later werden ze betrokken bij ontginningswerkzaamheden en civiele werken. In de werkverschaffing kregen de werklozen geen echte baan aangeboden, maar werden ze door de overheid verplicht om in grote werkploegen ongeschoold werk uit te voeren bijvoorbeeld het ontginnen van een hoogveengebied of het graven van kanalen. Dit alles gebeurde met schop, kruiwagen en kiepkar. Zo gebeurde ook in het Wijffelterbroek en Achterbroek. In de blog de Raam in 't Brook kun je hier meer over lezen.
Bovenstaande foto is genomen vanaf een stuw in De Raam.Links van de vaart ligt een deel van het Wijffelterbroek dat Wisseblök en het “Kwaoj Gaât” wordt genoemd; het resultaat van de ontginningen na de Tweede Wereldoorlog. De lossing (links op de foto te zien) die in de Raam uitmondt, komt van de Vetpeel die net voor de grensovergang langs de Bocholterweg ligt. De naam Kwaoj Gaât geeft aan hoe moeilijk een en ander is verlopen en onder welke omstandigheden er gewerkt werd. Door de kanalisatie van beken en diepe ontwatering in de afgelopen eeuwen is een groot deel van de natuurlijke sponswerking verloren gegaan. Lang was dit een groot voordeel voor de landbouw, maar door klimaatverandering gaan we vaker te maken krijgen met extreme droogte enerzijds en hinderlijke overstromingen anderzijds.

Het klimaatproject biedt dankzij de uitbreiding van het natuuroppervlak in het Kempen~Broek, de mogelijkheid om de afvoer van water te vertragen.
Water vasthouden in de moerassen aan de bovenloop van beken wordt steeds belangrijker en de landbouwgrond die met veel zweet is verkregen, zal over enige tijd weer teruggegeven worden aan de natuur.

maandag 1 april 2013

Spikke


historische kaart 1892
De Tungelroyse Beek is ca. 34 km. lang en de belangrijkste “rivier” in Midden Limburg ten westen van de Maas. In vroeger tijden voerde de beek bij de bovenloop water af dat ondergronds en via kleine beekjes vrij kwam uit de grote moeras- en veen- gebieden rond de Weerter- en Belgische grensstreek. Via de “doorstroommoerassen” Kalverpeel en Spekken in Altweerterheide stroomde het water, vanaf ongeveer de huidige Heltenboschbrug, als Tungelroyse beek verder richting Maas.

Op deze kaart van 1892 is te zien dat er al een gegraven beek door de Kruispeel liep van het kanaal tot de Diesterbaan (toen nog Leegerweg genoemd). Die dateert al van 1877. Dat gedeelte meanderde ook niet zoals je kunt zien, maar was als een rechte beek gegraven. Verder zien we op die kaart 2 kronkelende beekjes, de Rietbeek en Spekkebeek, die het aangevoerde water niet voldoende konden afvoeren, zodat de Kalverpeel en Spekken het grootste deel van het jaar onder water stonden. Dat hele gebied werd in de volksmond ook wel "het Blaak" genoemd. (een gebied dat "blank" stond). Onder water dus....
Bij de ontginning en ontwatering van Wijfelterbroek, Kalverpeel en Spekken van 1902 tot ongeveer 1916, is de Tungelroyse Beek vanaf de Diesterbaan tot aan de Heltenbosbrug beek gegraven. Het Ringselven was met behulp van een duiker, die onder de Zuid-Willemsvaart liep, al op de beek aangesloten, zodat de Dorpleinse zinkfabriek er ook zijn koel- en afvalwater op kon lozen. Knap trouwens dat men dat met de middelen die men toen had heeft klaargespeeld.

Zo is in de afgelopen eeuw een groot deel van de sponswerking in de moerassige gebieden verloren gegaan en raakte de beek sterk vervuild. Gedurende de 60 er jaren van de vorige eeuw zijn ook nog eens de meeste meanders in de rest van de beek afgesneden, waardoor die 20% korter is geworden; het werd toen van belang geacht dat het water zo snel mogelijk moest worden afgevoerd.

Daar denkt men nu heel anders over; water vasthouden in de moerassen aan de bovenloop van beken wordt steeds belangrijker. Men heeft met de onlangs voltooide herinrichting en sanering van de Tungelroyse Beek een mooi stukje natuur gecreëerd in de Spikke, zoals je op onderstaande foto's kunt zien.
Het zo laten meanderen in de bovenloop is historisch gezien dan wel niet correct, maar levert wel een "mooi" natuurlijk geheel op!!

De Spikke is nu ruwweg het gebied bij de Wijffelterbroekdijk in de hoek Kruisdijk- Baanbrug - Heltenboschbrug. Genoemd naar de vroegere Spekken, die samen met de Kalverpeel één groot doorstroommoeras vormde. Om het water na de ontginning van Wijffelterbroek en Kalverpeel/Spekken snel af te kunnen voeren is vanaf de Spikke via een "omweg"  van ongeveer 2 km (o.a. langs Stolberg) tot ongeveer halverwege de de beek tussen Bocholterweg-Baanbrug, de Spikkelossing gegraven. Een zgn. Bosman Windwatermolen (’t “meulke”) op de weilanden van Blok maalde het water vanuit de Spikkelossing en omliggende slootjes in de beek.

Ik kan me dat kletsnatte gebied met de vele slootjes eind jaren '50 begin jaren '60 nog heel goed herinneren vanwege de talrijke weidevogels. Toen was vooral het zoeken van kievitseieren een leuke bezigheid voor de jeugd, die zelfs met 4 eitjes nog naar vrouwke Nouwen op de Maaspoort fietste. Die brachten met wat geluk 1 dubbeltje per stuk op... Nadat de beek eind 60-er jaren is uitgediept, is het molentje verdwenen. Door de zeer sterke afwatering en vooral na de ruilverkaveling, is ook dit oorspronkelijke natte weidegebied veranderd in (vooral in de zomer) droog akkerland en is dit voor weidevogels uitermate geschikte weidegebied helaas verdwenen.

detail kadasterkaart van 1902
Op deze oude kadasterkaart van 1902 wordt nog gesproken over Spekkedijk, Weg langs Spekke- en Kruispeel (de latere Heihuisweg) en Weg naar Spekke.

De namen Spikke en Spekke zijn afgeleid van spijk, een eenvoudig "moerasbruggetje". Afgaande op de kadasterkaart van 1902 moet dat het smalste stuk tussen Kalverpeel en de Spekken zijn geweest. Om precies te zijn aan de Spekkedijk ( de huidige Bocholterweg bij Centrum en Peelwoning). De Bocholterweg bestond toen dus nog niet.

Andere gebruikte namen voor spikke zijn : spiek, spijk, spijc, speik, speck, specken, spik. Namen die je in onze omgeving vaker tegen komt. Aan de Diesterbaan, vlak bij de Tungelroyse beek, ligt een zandweg met de naam Spekkestraat (*vroeger liep daar de Spekkebeek) en op de Mastenbroekweg lag vroeger een brandkuil met de naam "Speikkoel" . Of deze twee plaatsen oorspronkelijk ook iets te maken hadden met een "moerasbruggetje", is mij niet bekend. Ik vermoed van wel.

Het woord (moeras)bruggetje is eigenlijk verwarrend, want een spikke was geen brug zoals wij die nu kennen. Het is een Middelnederlands woord voor een uit rijshout, boomstammetjes, zand, zoden e.d. bestaande weg, waarmee men in vroeger tijden een moerassig gebied of wetering kon passeren.

Men vulde een smalle doorwaadbare plaats op met takken, twijgen en stammetjes en vormde zo een water doorlatende dam. Zo’n “dam” kon dan nog niet gepasseerd worden. Beestenpoten zakten er bijvoorbeeld in weg. Wat ontbrak was nog een wegdek. Men bracht daarom een “vlaak” aan, een mat van gevlochten twijgen of soepele stokken. Men legde ze over de gemaakte dam en dekte ze af met ter plekke gestoken zoden. Zo ontstond de “spikke” of "spekdam", die geschikt was voor alle soorten vee en indien stevig materiaal was gebruikt kon er ook een beladen hooiwagen overheen.

Tussen de Dijkerpeelweg en de Wijffelterbroekdijk liep na het graven van de beek en de ontginning van Kalverpeel en Spekken het zogenaamde "Kropspaedje". Het zandpaadje liep vanaf het "Brook" langs de boerderij van Krops. Vandaar waarschijnlijk die naam. Dat paadje doorkruiste dus de Wijffelterbroekdijk. De weilanden waar dat paadje door liep, waren overigens niet van Krops, maar werden gepacht door de pachter van Hollandia op de de Beekwoning. Om de beek over te kunnen steken, werd er een smal houten bruggetje aangelegd. Dat zal ergens in eindjaren 20 beginjaren  30 van de vorige eeuw zijn geweest. Het paadje en bruggetje, het “kerkebrögske” genoemd, werd door de bewoners van 't "Brook" gebruikt als ze naar het dorp of de stad gingen. Ook de bewoners aan de andere kant van de Raam, gingen via de Ossebrök (over de Raam)en 't Kerkebrökske naar de kerk, school, boodschappen doen in het dorp, of naar de stad. Dat ging per fiets of te voet. Auto's waren er in die tijd nagenoeg geen en het zandpaadje en de brug waren er ook te smal voor. De jeugd van het dorp ging bij de brug altijd zwemmen. ("met de navel door de zavel" dan, want het was eigenlijk te ondiep om er te kunnen zwemmen.). Het paadje en het bruggetje zijn niet lang na de ruilverkaveling weggehaald.

De Tungelroyse Beek tussen Baanbrug en Heltenboschbrug
Afkalving van de oever door plaatselijke sterke stroming
De Beek gaat haar eigen weg zoeken
Zicht op de meanderende beek, met stroomopwaarts de Baanbrug
Verzanding zodat niveauverschillen in de beek ontstaan
De Raam (li.) die in de Tungelroyse Beek uitmondt
Raam richting Wijffelterbroek





Blogarchief