Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Select language

Volgers

COPYRIGHT..

Deze posts zijn auteursrechtelijk beschermd. Overname van de inhoud van deze rapportage, hetzij integraal, gedeeltelijk of parafraserend, ongeacht het analoge of digitale medium waarin, ongeacht het doel en ongeacht de aanvrager, is niet toegestaan zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de beheerder.

Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht altweerterheide. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht altweerterheide. Sorteren op datum Alle posts tonen

maandag 10 december 2012

Altweerterheide; Beej os in de Hei-j

Rond 1880 is "Altweertsche heide" nog één groot troosteloos en uitgestrekt gebied

Detail historische militaire kaart van rond 1900
De prachtige natuur van de Hei-j was, zoals eerder gezegd,  als kind mijn speeltuin. Ruim 100 jaar geleden was dat wel anders, want hoewel Delbroek, Dijkerpeel en Mastenbroek (deels) ontgonnen waren en boeren kleinere percelen langs o.a. Dijkerstraat, de Helten- boschdijk, Stramproyergrens- weg en Weerterbeek (o.a. Stillenoord, de Figaro en Reuzel) ontgonnen hadden , was toen van het dorp Altweerterheide nog geen sprake.
Op deze oude historische kaart van rond 1900 staat enkel vermeld de "Altweertsche heide".  Afgeleid van het naburige Altweert (Aôvert) wat oud-Weert betekent.

Wat sinds 1937 Altweerterheide wordt genoemd, was eind 19de, begin 20e eeuw nog steeds één groot troosteloos, uitgestrekt gebied, waar je bij het woord heide ook niet alleen moet denken aan hei, maar aan "woeste", onvruchtbare grond, met overwegend (stuif)zand, drassige broekgrond, vennen en hei met hier en daar wat bos en houtgewas. In tegenstelling tot andere buitenijen zijn er van ouds her dan ook weinig perceelnamen.
Heihuis, midden jaren 60.
 In die open vlakte valt het "Heihuis" (ontginning "Hoop op beter") aan de handelsroute van Weert naar Diest op. Het is een van de oudste boerderijen van Altweerterheide.
op Leje-gele Bertus
De oudste boerderij vinden we op de Dijkerstraat. De inmiddels gerenoveerde boerderij, van oudsher genaamd "op Leje-gele Bertus" is van 1767. Dit is de boerderij waar in mijn jeugd de familie van Dooren woonde.  Opvallend aan deze boerderij is, dat de voordeur aan de achterkant ligt! Waarschijnlijk heeft in het verleden daar een weg gelegen.

Vroeger lag het Heihuis aan de Leegerweg. Dat is nu de huidige Diesterbaan/Laurabosweg.
Hoewel wel eens anders wordt beweerd, heeft  "Leegerweg" niéts met een leger of strijdmacht te maken, maar met een lager (lieëger) gelegen bos en heidegebied.  Hoe verder je in  het vroegere "Mèrling" of  "Merlik" (huidige Laurabossen dus) kwam, des te lager of "lieëger" ( maar ook "leger" )het daar werd. Het was een onbewoond gebied met onvruchtbare woeste grond, hei en verder weinig begroeiing, waar niet veel te halen viel.
Hoewel...... als "gemene" grond viel er voor de gewone man voor eigen gerief nog genoeg te halen. Ook was  "de hei in het Mèrling schier onmisbaar voor veel imkers". Aldus Willem Lenaers in Alt-weert of Aovert.

't Mèrling, Merlik of Meerlik is het dialectwoord voor een merlijn, de kleinste valkensoort die beter bekend is als 't smelleken  (géén "smaerling" , meerling of merel dus zoals zo vaak wordt beweerd!!)
't Smelleken heeft een open gebied (zoals hei) nodig als jachtterrein . Dit in tegenstelling tot een merel die een typische bosvogel is.
Een gedeelte van het toeristisch fietspad dat door de Laurabossen loopt, heet nog steeds Meerlingweg.
In  "Men moet straten uit stegen kennen" , het verklarend straatnamenboek van de gemeente Weert, uitgave Veldeke 2001, staat bij de (verbasterde naam)  "Meerlingweg"  dat bij oudere toponiemen de uitgang  - ing (Weerts - înk) zoals in Meerling  een wat laatdunkende aanduiding voor een "onbruikbaar gebied"  was. Ook daar is wel wat voor te zeggen, want het sluit goed aan op de betekenis van Legerweg .

Wat voor soort gebied het Mèrling moet zijn geweest, kun je ook opmaken uit de daar nog steeds gelegen “Verlorenweg”. Verloren in de toponymische betekenis van: afgelegen, waardeloos gebied. Ook de "Drekhoop" (eigendom van de Sauvage van o.a. Ceresa), was een gebied, dat veel zegt over hoe het daar toen was.

Achter het Mèrling, aan de grens met Lozen, lag de "Weerter Kempen" , met in het laagste deel een 10-tal vennen en vennetjes zoals Zwart water, Lang ven, Papeven en Keekven. Deze zijn begin 20e eeuw bij de ontginning van het gebied dichtgegooid.

Je ziet op de oudste kaart dat die Leegerweg  zich in de Weerter Kempen splitste en vandaar richting Veldhoven (Bocholt) en Lozen liep. Vanaf de Leegerweg liep ook nog via Delbroek de "Weg naar Bocholt" (de latere Delbroekweg). Tot slot was er nog de Heltenboschdijk - Stramproyergrensweg. Dat waren dus de enige (onverharde) doorgaande wegen richting België.

Hoe troosteloos en uitgestrekt het ooit moet zijn geweest, is enigszins ook af te leiden aan wat W. Lenaers hierover in 1948 schreef in "Veldnamen in en rond Stramproy":

“Volgens de overlevering behoeven we maar enkele eeuwen terug te gaan om vanaf “het Indj” (* bij het Nûnkske kruûs op de Bergerrothweg) met het blote oog het Heihuis bij de tegenwoordige Diesterbaan te kunnen zien.  Zo onbebost was destijds Altweert!”



Parochiegrens Altweerterheide

Een rondje Altweerterheide is ongeveer 24 km. en met een oppervlakte van ca. 3000 ha. besloeg het vroeger bijna 1/3 van de totale oppervlakte van de gemeente Weert. In een schrijven van Mgr. Lemmens, bisschop van Roermond, is op 22-12-1933 de grens van het rectoraat en latere parochie Altweerterheide vastgesteld. Bijzonder is het om tot de ontdekking te komen, dat de Tungelderse wel nagenoeg in zijn geheel op grondgebied van Altweerterheide ligt!!. De Keutelraatweg liep namelijk waar later het kamp van de NAD en het ambonezenkamp kwamen te liggen. Ook de hoge wal, bij de oudere generatie bekend als St. Jansberg, ligt dus op grondgebied van Altweerterheide.

De inwoners moesten toen nog in de stad, Tungelroy of Stramproy naar de kerk en de kinderen gingen naar de lagere school op de Keenterstraat of naar Tungelroy. Als je bijvoorbeeld op de Heltenbosdijk of Wijffelterbroekdijk woonde, betekende dat nog altijd 1 uurtje lopen voor je in Tungelroy was......'s Zomers was dat nog wel te doen, maar 's winters moesten ze zowel 's morgens als 's avonds  in het donker door de bossen van de Tungeler wallen. Uiteraard bleven ze tussen de middag op school over.

Men schat dat er rond 1900 ongeveer 40 (kinderrijke) gezinnen woonden. Bij de inzegening van de noodkerk in 1925, telde de parochie echter al ongeveer 700 inwoners. Dit was vooral te danken aan de ontginnings- activiteiten van Bolle Jan. Het leven moet er in het begin van de 20e eeuw, zoals bijna overal elders trouwens, geen vetpot zijn geweest. Er moest hard gewerkt worden voor een karige boterham.

boerderij "Klein Karelke"
Het ontstaan van het dorp Altweerterheide is voor een groot deel te danken aan de Weerter graanhandelaar Jan Hend(e)riks (1876-1942). Beter bekend als "Bolle Jan". Willem Lenaers noemt hem in Oorlogskroniek van Stramproy en omgeving  (1945) overigens "Jan de Graanman". Hij importeerde onder andere goedkoop, ongezuiverd en verontreinigd graan uit Amerika, maar pakte eigenlijk alles aan waar wat aan te verdienen viel. Hierbij schuwde hij ook onoorbare praktijken niet. Het bekendste voorbeeld is de smokkel van 850 schapen vanaf zijn schaapskooi (waar nu de  boerderij aan de huidige Bergheisteeg 2 ligt), naar België op 19-12-1916. Voor dat feit werd hij veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf (bron o.a. de Zuidwillemsvaart,03-03-1917). In Hoger beroep in Den Bosch werd dat teruggebracht tot 3 maanden (bron o.a. Maasbode, 18-09-1917). In de Helmondse krant "de Zuidwillemsvaart" wordt op 4 oktober 1919 vermeld dat hij door de marechaussee in Weert is aangehouden en naar Veenhuizen is gebracht om daar zijn straf van 3 maanden uit te zitten.

Moeilijke tijden  voor het huidige "Klein Karelke".

De naam  "Bolle Jan", zou hij te danken hebben aan het Weerter woord “bolle”. Dat is een oud dialectwoord voor de bolletjes of pelletjes die overbleven nadat het Amerikaans graan gezuiverd was. Samen met het ander graanafval en de onkruidzaden die er tussen zaten werd dat vermalen en door Jan verkocht als krachtvoer voor het vee. Wat overbleef werd gebruikt voor de bemesting op zijn ontginningen.

De percelen op Karelke werden door o.a. natuurkenner Mathijs VerStraeten, een Weerter landbouw-onderwijzer en een groot natuurliefhebber, graag bezocht vanwege de bijzondere uitheemse planten (adventieven)  die daar groeiden vanwege die bemesting.  Dezelfde adventieven werden toentertijd ook op de losplaats bij het station aangetroffen. (bron:Egelie in het Weerter jaarboek 1994)

Meer gangbaar is dat zijn bijnaam "Bolle" te maken zou hebben met een scheepslading tulpenbollen, die hij uit een gezonken schip in de Rotterdamse haven wist te halen en met grote winst wist te verhandelen. En natuurlijk wordt ook gewezen naar zijn bolle uiterlijk. Welke nu klopt, is voor mij echter nog steeds onduidelijk. Ik ga er van uit dat de "bolle" van graan- en onkruidafval klopt en niet het eenmalig "handeltje" met tulpenbollen.

 Hij kocht in 1905, 1907 en 1910 grote stukken waardeloze grond in de Hei-j voor een habbekrats om die te gaan ontginnen. Zijn ontginnings- bedrijf kreeg de de al bestaande naam "Karelke". Zo vond ik o.a. in Kanton Weert van 5 februari 1887 al een advertentie waarin Leopold Wenmaekers  een grote partij dennenhout te koop aanbood, "ter plaatse in het bosch aan Karelke en aan de Smalpeel". Genoemd naar Karelke Schaeken, die ter plaatse woonde en er een lapje grond en boerderijtje had. Toezichthouder werd Driekske Lenders uit Helden. Jan Hendriks liet er "Klein Karelke" bouwen, dat tevens als café diende.

Ontginningsboerderij Groot Karelke
De grote ontginnings- boerderij die hij bouwde in 1910 werd "Groot Karelke" genoemd.
Wat de invloed van Karelke is geweest, is mij niet duidelijk, maar Bolle Jan had schijnbaar een erg hoge dunk van Karelke; zijn woonhuis op de Biest noemde hij namelijk ook "Villa Karelke". Henri Emanuel Smeets (Harrie) (1868-1940) van de drukkersfamilie Smeets, die op de Wilhelminastraat woonde en getrouwd was met Elza (Alice), de jongste dochter van Bolle Jan, kocht op de Hoogbosweg (tegenwoordig Stienestraat) op Laar “Op van Tulden” van C. Verspagen (Cor van Aerkes Nol). Hij gebruikte het als buitenverblijf en gaf het ook de naam "Villa Karelke". In de villa woont nu nog zijn zoon Jos Smeets. Deze is getrouwd met Jacqueline Dor, een dochter van de Dors in Budel-Dorplein. Tegenwoordig ligt daar ook nog (als ik het goed heb) een bungalow met de naam "Swaentjeshof".

De komst van kunstmest en kalk, in het begin per tram aangevoerd tot Tungelroy en vandaar met paard en wagen naar de Hei getransporteerd, speelde een grote rol. Dagloners ontvingen  toen 1 gld. per dag. Geen werk (bv ziekte) betekende ook geen loon...

Mocht je geïnteresseerd zijn in de geschiedenis van "Karelke", dan moet je zeker HIER op KLIKKEN.

Landerij en boerderij "Groot Karelke" in december 2012
Weilanden "Groot Karelke" in december 2012
Landschappen van Maas en Peel, J.E. Renes 1999
Vóór 1900 waren er in Altweert eigenlijk nog geen grote ontginningen. De ontginning op Delbroek was wel al eerder begonnen, maar verder bleef het beperkt tot het ontginnen van kleine percelen (op de kaart zijn die oranje ingekleurd). De grotere ontginningen begonnen pas in het begin van de 20e eeuw. Dan hebben we het dus over: Karelke,  Wijffelterbroek, Hollandia, Kruispeel , Kettingdijk en Eigen Erf.

De Tungelroyse beek, Raam , Lossing of Emissaire   en tal van andere lossingen zoals Meilossing, Herenvenlossing, Vetpeellossing en Karelkelossing hebben hierin vanwege de afvoer van het vele water een grote rol van betekenis gespeeld.

* Door op een naam van de hierboven genoemde ontginningen te klikken kom je uit bij de post, waarin de geschiedenis van die ontginning uitgebreid beschreven wordt.

De nieuwe, vruchtbaar gemaakte grond op deze ontginningen bood nu ook mogelijkheden voor mensen buiten de Hei om zich er te vestigen. Zo groeide de gemeenschap continue.
Jan Henderiks schonk in 1924 ongeveer 3 ha. grond op Karelke, om een kerk en een school op te laten bouwen. Nadien breidde de bevolking zich verder uit en kwamen er in de nabije omgeving van de kerk ook niet- agrariërs te wonen, zoals timmerman, winkelier of arbeider. Zo ook mijn ouders die hier in 1940 kwamen wonen, omdat er voor mijn vader als hoefsmid geen mogelijkheden waren in zijn geboorteplaats Stramproy. Daar waren er nl. al 3.

Vooral in de periode na de Tweede Wereldoorlog nam de bevolking snel toe. Gezinnen met 8, 9, 10 of meer kinderen waren heel gewoon. In het boek "Altweerterheide, namen en bijnamen", heb ik 63 gezinnen geteld met 10 en meer kinderen.  De "koploper" vóór WO2  (Mathijs Rietjens) woonde met 17 kinderen op Daalhook....  "Koploper" ná WO2 was Neerke Geelen x A. Schreurs  met 15 kinderen. Wij waren thuis met 8 kinderen, dus een gemiddeld gezin!!. Mijn vader was hoefsmid en verdiende met name in de jaren na de oorlog een goede boterham. Een beetje boer had toch al gauw 2 à 3 paarden, dus er was altijd werk. In het eerder genoemde boek, wordt vermeld dat er in 1950 118 werkpaarden op de Hei-j waren.(geregistreerd tijdens de jaarlijkse paardenkeuring). De boeren uit Keent die ook naar de Hei-j kwamen om hun paard(en) te laten beslaan zijn hier niet bij geteld. De mechanisatie, de tractor en opkomst van de Boerenbond, heeft zijn werk als hoefsmid later onmogelijk gemaakt, zodat hij genoodzaakt was zijn werk als hoefsmid op te geven en elders werk te gaan zoeken.
huidige Altweerterheide vanaf de vroegere Heerenvennen, ook wel "Oud-Karelke" genoemd.

kaartje huidige Altweerterheide
De grote variatie in natuur in Weert is ontstaan dankzij het golvend landschap. Een overblijfsel uit de IJstijd. Ook in Altweerterheide is dit goed merkbaar. De laag gelegen ontgonnen gebieden van Altweerterheide die ik hierboven noemde, worden namelijk afgewisseld met hoger gelegen zandruggen, oorspronkelijk bestaande uit heide en zandverstuivingen; onvruchtbare grond die in de loop der tijd is beplant met productiehout. Dennenbossen dus en landschappen, die door mensenhanden zijn gemaakt.
De gebieden die ik bedoel zijn: het IJzerenmangebied, de Altweertsche Heide met bossen achter de huidige Schuttershoeve met o.a. de Molsbeerenberg, de Laurabossen  met het militair oefenterrein en de Tungelerwallen. Hoewel je bij de laatste anders zou verwachten, ligt het grootste deel van de Tungelerwallen op grondgebied van Altweerterheide......Op het kaartje waarop de parochiegrenzen van Altweerterheide zijn aangegeven kun je dat nog eens op je gemak bekijken.

Deze grote variatie in natuurgebieden heeft er voor gezorgd dat Altweerterheide voor de jeugd vroeger één grote speeltuin was. Voor mij is de Hei-j dan ook een plekje geweest, waar ik een onbezorgde jeugd had en kennis heb mogen maken met al het moois, dat de omgeving te bieden heeft. Hoewel ik dat toen allemaal heel normaal vond.....

Met wat foto's en het prachtige liedje van Pjeir van Pol Doorke, "Beej os in de Hei-j" (gezongen door Mark Fonteijn), wil ik daar graag iedereen ook een beetje mee kennis laten maken.
Wel even klikken op de foto.

vrijdag 23 november 2018

Zes jaar “Weert en natuur”

Op 19 november was het precies 6 jaar geleden dat ik met de blog "Weert en natuur" ben begonnen. Vanwege mijn verhuizing heb ik deze post niet op de dag zelf kunnen plaatsen, waarvoor mijn excuses.

Toen ik in 2012 begon met deze blog, was het mijn bedoeling om iets over alle natuurgebieden in Weert en omgeving te schrijven (ook enkele die net over de grens liggen en in Nederweert). Veel van deze gebieden liggen in het grensoverschrijdende Grenspark Kempen~Broek.

Albums op fotosite Flickr
In 2016 had ik aan alle gebieden een bezoek gebracht, wat betekende dat ik op zoek moest gaan naar een nieuwe uitdaging. Dat werden posts over de flora, fauna, mossen en paddenstoelen in de omgeving van Weert. Ik heb een account op de fotosite Flickr.com en de foto's die ik in de loop der jaren gemaakt hebt, kun je daar bekijken.

statistieken overzicht van 16 november 2018
Ik vind het nog steeds een uitdaging om bezig te zijn met mijn blog en doe er blijkbaar ook veel mensen een plezier mee. Mijn blog wordt namelijk boven verwachting goed bezocht. Inmiddels is het totaal van 177.000 pageviews ruim overschreden. Dit jaar was er helaas een terugval. Terwijl er vorig jaar nog bijna 40.000 pageviews waren, waren er dit jaar “slechts” 30.000. Dat betekent dat vorig jaar elke week gemiddeld zo'n 750 pagina's werden bekeken en/of gelezen, terwijl het dit jaar gemiddeld 575 bezoekjes per week waren. Wat een mogelijke verklaring van deze terugval was, kun je verder in deze post lezen.

Poster van Kempen~Broek
Enkele voorbeelden welke posts in die 6 jaar vaak werden bezocht, zijn: “Natuur(gebieden) in Weert" (1934 keer ), "Otterontsnippering" (1922) en ”Het ontstaan van Kempen~Broek" (1255). Ook interessant is te zien dat “Waarom is het water van het Blauwe meertje zo blauw?” meer dan 1400 keer werd bezocht.

Reuzenbalsemien
Post als “Reuzenbalsemien” (1136), “Koekoeksbloem” (1031), “Paddenstoelen in de winter” (1063), en “Allemaal beestjes#2”(778) werden ook opvallend vaak gelezen.
Zo kan ik nog wel even doorgaan, maar dit is voldoende lijkt me. Als je de rode titels aanklikt, kun je de betreffende posts nog eens nalezen. Dat geldt ook voor de eerder genoemde posts.

Kerkdorp Altweerterheide
Ik heb in die 6 jaar tijd inmiddels 272 berichtjes geplaatst. Dat is gemiddeld 45 posts per jaar. In tegenstelling tot de vorige jaren waren er dit jaar tot nu toe "slechts" 11. Dat had echter een goede reden. Vorig jaar gaf ik namelijk al aan dat ik nagenoeg alle natuurgebieden en gebiedjes had bezocht en dat ik nog moest bedenken hoe ik verder zou gaan. Al snel had ik een doel voor ogen, namelijk het schrijven van een boek. Een doel dat uiteindelijk veel tijd zou vergen om te verwezenlijken......

Ik heb in de loop der jaren veel informatie verzameld over de ontstaansgeschiedenis van gebieden in Weert en omgeving. Mijn keus viel al snel op de grote ontginningen die begin 20e eeuw in mijn eigen geboortedorp Altweerterheide hebben plaatsgevonden. Ontginningen die bepalend zijn geweest voor grote veranderingen in het landschap, maar die ook van belang zijn geweest voor het ontstaan van Altweerterheide. Officieel bestaat die naam dan ook pas sinds 1937.

boek over Altweerterheide
Uitzoeken hoe dit allemaal is verlopen, betekende vele vele uren werk. Ik ben er dan ook lang mee bezig geweest, maar kijk er met veel voldoening op terug nu het klaar is.De presentatie was op 16 juni. Inmiddels zijn ongeveer 300 boeken verkocht. Een aantal waar ik uiteraard trots op ben. Zeker omdat ik zoveel niet verwacht had.

De natuur die er ooit in Altweerterheide was, is dus door menselijk handelen in korte tijd danig op de schop gegaan. Veel is helaas verdwenen; we hebben natuur verloren en er landbouwgrond voor terug gekregen. Wat we nog hebben aan natuur is echter nog steeds de moeite waard. Altweerterheide mag met recht het groenste dorp van Weert worden genoemd.

Beschreven ontginningen in Altweerterheide
Niet eerder is iemand bij mijn weten zo uitgebreid bezig geweest met het beschrijven van de geschiedenis van deze ontginningen. Het betreft Karelke, Wijffelterbroek, Delbroek en Hollandia en de kleinere ontginningen Kettingdijk en Eigen Erf.

Eerder geplaatste post over deze ontginningen, heb ik inmiddels van de blog afgehaald. Wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van deze gebieden, zal dat moeten lezen in het boek  “Ontstaansgeschiedenis van het kerkdorp Altweerterheide”. Inschrijven kan uiteraard niet meer, maar meer over het boek kun je HIER lezen. Besluit je het boek aan te schaffen, dan kan dat nog, want ik heb een aantal exemplaren extra laten drukken. Stuur dan even een mail naar geervannesmeed@gmail.com

 

Na een korte rustpauze, een lange vakantie en een verhuizing, heb ik toch nog tijd vrij gemaakt om een aantal posts te plaatsen. Ze gaan over "beestjes"  en over paddenstoelen die ik dit jaar vond.

Bijna wekelijks ben ik de afgelopen maanden weer met Mycologische werkgroep Midden-Limburg op pad gegaan om opvallende, onopvallende, grote, kleine en vooral bijzondere soorten paddenstoelen te vinden. Hoewel de “oogst” dit jaar wat tegen viel, hebben we toch meerdere interessante soorten gevonden. Soorten die we nog niet eerder gezien hadden. Voor zover je deze berichtjes (nog) niet gelezen hebt, nodig ik je uit om die eens te lezen. Je vindt ze onder deze post.

Dit jaar ben ik voornemens de eerder bezochte gebieden nog eens te gaan bezoeken. Kijken wat er allemaal veranderd is. Hopelijk allemaal ten goede..................


Voor mijn volgers, mijn trouwe bezoekers, degenen die de moeite namen te reageren en verder iedereen die wel eens een bezoekje brengt aan "Weert en natuur", HARTELIJK BEDANKT

woensdag 28 december 2016

Karelke

De ontwikkeling en bewoning van Altweerterheide is vanwege zijn moerassen,vennen, hei, bossen en zand anders en later begonnen dan in de andere kerkdorpen en gehuchten. Pas toen de ontginningen eind 19e - begin 20e eeuw startten, begon Altweerterheide aan een nieuw tijdperk. Zonder de noeste werkers van ontginningen als Wijffelterbroek, Delbroek, Hollandia, Eigen Erf en Kettingdijk tekort te doen, mag je toch wel stellen dat de ontginning van Karelke het meest tot onze verbeelding spreekt. In "Altweerterheide, beej os in de hei-j" heb ik al het een en ander hier over verteld.

zondag 19 november 2017

Vijf jaar Weert en natuur

Toen ik in 2012 begon met deze blog, was het mijn bedoeling om iets over alle natuurgebieden in Weert en omgeving te schrijven (ook enkele die net over de grens liggen en in Nederweert).
Vorig jaar was het zover, wat betekende dat ik op zoek moest gaan naar een nieuwe uitdaging.
Al eerder was ik begonnen met berichtjes over flora, fauna, mossen en paddenstoelen in onze omgeving.
Daar wil ik sowieso mee doorgaan.

   

Vandaag 19 november 2017 is het precies 5 jaar geleden dat ik met de blog "Weert en natuur" ben begonnen. Mijn eerste lustrum dus en een goede reden om weer terug te kijken.

maandag 12 februari 2018

Ontstaansgeschiedenis van het kerkdorp Altweerterheide


Blijkbaar doe ik veel mensen met mijn posts over de ontginningen in Altweerterheide een groot plezier. Die worden namelijk heel vaak bezocht. Ik kreeg van meerdere kanten dan ook regelmatig de vraag, waarom ik die niet ging samenvoegen om ze te kunnen publiceren. Ik heb nu besloten hieraan tegemoet te komen. Dit alles gebeurt in nauwe samenwerking met Stichting Geschied- en Oudheidkundig Genootschap De Aldenborgh.

Zoals het er nu naar uit ziet, zal “Ontstaansgeschiedenis van het kerkdorp Altweerterheide” medio JUNI  in een beperkte oplage verschijnen. Uitgever is Stichting Cultuurhistorische Publicaties voor de Regio Weert. In een bijna 200 pagina’s tellend boekwerk worden de 6 grote ontginningen in Altweerterheide van eind 19e en begin 20e eeuw uitgebreid beschreven.

Dat zijn dus:
Karelke, Delbroek, Wijffelterbroek, Hollandia, Eigen erf en Kettingdijk. 



Dit boek, met soft cover en met zwart-wit en kleurenfoto’s, is niet alleen een must voor degenen die de “He-j” een warm hart toedragen, maar is voor iedereen bedoeld die meer wil weten over de geschiedenis van dit dorp.
Het boek is te verkrijgen bij voorintekening en zal daarna in een beperkte oplage in de boekhandel komen te liggen. Nadere bijzonderheden zullen in maart op deze blog en in de lokale media verschijnen.

Wil je het boek na voorinschrijving nog bestellen, neem dan contact op via geervannesmeed@gmail.com. 
Bellen kan natuurlijk ook: 0495-540182.

woensdag 6 augustus 2014

Voormalige stortplaats Delbroek.

"Afvalbergen hebben meestal een slecht imago. Hoewel voor voormalige vuilstortlocaties meestal een lage urgentie voor herontwikkeling geldt, kan de herontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving naar een "hoger" niveau tillen en kan de negatieve indruk van de "vuilnisbelt" getransformeerd worden naar een positief beeld". (in: project Wastescape - ontwikkelingskansen voor voormalige vuilstortlocaties.)

Deze herontwikkeling is wat we de afgelopen jaren zien gebeuren bij de voormalige stortplaats aan de Hazenweg. Wie het heuvelachtige, groene landschap tussen Bocholterweg (vlakbij de Belgische grens)en Hazenweg voor het eerst ziet, zal niet direct vermoeden dat hij bergen afval ziet.

Nadat begin jaren 60 de kleinere gemeentelijke stortplaats aan de noordkant van de Hazenweg was volgestort, verrees aan de zuidkant een grotere vuilstort die steeds verder uitdijde en tot ongeveer het jaar 2005 gefunctioneerd heeft als gemeente- lijke en later regionale stortplaats. Hier is in ruim 40 jaar een gigantische hoeveelheid afval terecht gekomen, die vooral in de laatste jaren zorgde voor een grote mate van verontreiniging in de naaste omgeving. Naast deze stortplaats ligt er ook nog steeds een particuliere stortplaats (Kirkels), met voornamelijk bouwafval.

de 25 m. hoge "duinen van Altweerterheide".
De voormalige stortplaats is ongeveer 750 meter lang, 300 meter breed en heeft een hoogte van 25 meter. Het gebied wordt door de mensen wel eens gekscherend  de "duinen van Altweerterheide" genoemd, maar is vooral bekend als Hazenheuvel. Mijn voorkeur gaat uit naar "Delbroek". Dit is de naam van een voormalige ontginning, die in de jaren '30 of '40 van de 19e eeuw is begonnen. Een van de eerste eigenaren was een pastoor. Vandaar ook de namen Heipastoor en Pastoorshuis.
In de taalkundige betekenis is del een "natuurlijke laagte" of "tongvormig nat gebied" en ook broek heeft de betekenis van "laaggelegen gebied dat nat blijft door opwellend grondwater (aldus mr. Stan Smeets in "Altweerterheide 1937-1987".)
Maar ook zeker is dat Delbroek verwijst naar Kürten- Delbrouck, een Duitser die de ontginning van het grote woeste gebied, eind 19e eeuw van zijn schoonvader Franz Joseph Delbrouck overnam en noemde naar zijn vrouw Josephina Delbrouck.  Zowel Kürten als Delbrouck waren Duitsers uit Keulen en Geilenkirchen.
Daarom denk ik dat, afgaande op de oorspronkelijke ligging van het gebied in de betekenis van "tongvormig en laag nat gebied" én de persoon Delbrouck, de enig juiste naam voor de voormalige stortplaats niet Hazenheuvel maar Delbroek moet zijn. De namen "Pastoorshuis" en "Lindenhof" verwijzen eigenlijk naar de boerderij.

Als je geïnteresseerd bent in de geschiedenis van Delbroek, moet je zeker eens mijn post daarover lezen.
Dan moet je HIER op klikken.

Het is een (nog) niet toegankelijk terrein, maar ik ben er de afgelopen weken een paar keer geweest met de Ecologische Werkgroep Weert Zuid voor een inventarisatie van de flora. Het park ligt er keurig bij en voor wie het niet weet, doet niets vermoeden dat het onder de oppervlakte gist en broeit en dat maar enkele meters teelaarde de scheiding vormen tussen rottend loof en ander afval en de stille, bloemrijke omgeving. De ontwikkelingen aldaar zijn gunstig te noemen, want we hebben er ruim 160 verschillende planten kunnen inventariseren. De verslagen van die bezoekjes vind je op de site van de Ecologische Werkgroep Weert-Zuid.

Herontwikkeling gezien vanuit de lucht (foto Attero)
aanbrengen van de afdichtingslagen (foto Attero)
De voormalige stortplaats is eigendom van afvalverwerkingsbedrijf Attero die ook het beheer uitvoert, maar in afspraken staat dat de provincie verantwoordelijk is voor "eeuwig durende nazorg". Vanuit die rol kunnen Gedeputeerde Staten invloed uitoefenen op de nabestemming van de stortplaats. Met de afwerking en landschappelijke inpassing van de "berg" is in 2005 een aanvang gemaakt.
Het terrein is voorzien van een definitieve onder-, tussen- en bovenafdichting en een natuurlijke inrichting.
Door het aanbrengen van waterdichte afdichtingslagen wordt de hoeveelheid (regen)water die de stortplaats binnendringt, teruggedrongen of zelfs voorkomen.

Er lopen afwateringssloten voor het regen- en kwelwater en een gedeelte wordt opgevangen in een poel langs de Hazenweg. 

Het gebied wordt begraasd door schapen.
Na  afdichting en aanplanting is gaandeweg een uniek landschap aan het ontstaan in Altweerterheide, dat in de toekomst opengesteld zal worden als extensief recreatiegebied. Er wordt begraasd door schapen.

Controle van de bodem- water- en luchtkwaliteit blijft voorlopig nog vereist
"Zand erover" is niet voldoende.... Een jarenlange nazorg blijft noodzakelijk, want mogelijke negatieve effecten van de stortplaats op de omgeving (bodem, grondwater en lucht) moeten voorkomen worden.
Denk aan het bemonsteren van de peilbuizen voor de kwaliteit van het grondwater, emissiemetingen van stortgas ter controle van het functioneren van de bovenafdichting en het groenbeheer.
* Emissie is de uitstoot van een stof vanuit een bron, doorgaans naar de lucht, de bodem of het water.

Uitzicht op Vetpeel en Kettingdijk, met rechtsonder het bassin voor de opvang van percolatiewater
Om te voorkomen dat het verontreinigd afvalwater (of percolatiewater), uit het stortlichaam in het grondwater komt, wordt het via een drainagestelsel opgevangen en naar een waterzuiveringsinstallatie in Montfort getransporteerd. Controle van de grondwaterkwaliteit gebeurt aan de hand van monsters die genomen worden via controledrains die onder de stortplaats lopen en een netwerk van peilbuizen.

Het vrijkomende stortgas (een mengsel van methaan en kooldioxide dat vrijkomt uit een vuilnisbelt) wordt voor een deel met een stortgasmotor omgezet in elektriciteit en voor een deel afgefakkeld. In 2010 is de container met een stortgasmotor en een fakkelinstallatie geplaatst.

Twee eeuwenoude Robinia's (valse acacia's) net buiten de afrastering zijn bewaard gebleven.
Vanaf het hoogste punt heb je een schitterend uitzicht op de omgeving. Dit is o.a. wat bedoeld wordt met "door herontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving naar een hoger niveau tillen".
Voor de voormalige stortplaats Delbroek geldt dat dus niet alleen figuurlijk, maar ook letterlijk.

Op een redelijk heldere dag kun je in het noord-westen de Laurabossen en Kruispeel met daarachter o.a. Nyrstar en Trespatorens zien. In het noord-oosten zie je behalve de Martinuskerk ook de kerk van Nederweert en Ospel. In het zuid-oosten de zendmast van Ittervoort, de koeltorens van de Clauscentrale en in het zuiden de drie turbinewindmolens bij het Belgische Opoeteren. In het zuid-westen ligt de Vetpeel, Kettingdijk en de Smeetshof.

Blogarchief