Weert en omgeving

Introductie Natuur in Weert en omgeving.
Op onderstaande tabel zie je een overzicht van de door mij bezochte natuurgebieden. Deze kun je aanklikken.
Woorden in de berichten die rood gekleurd zijn, verwijzen naar een onderwerp. Als je daar op klikt kom je in dat bericht terecht. Door links bovenaan het scherm op het pijltje te klikken, ga je weer terug naar het vorige bericht.

"De huidige gemeente Weert en omgeving was in oude tijden voor ¾ omringd door woeste gronden, plassen en moerasgebieden. Het "eiland van Weert" kon toen ook alleen maar bereikt worden via hoger gelegen zandruggen (een overblijfsel uit de ijstijd), die in de moerassige gebieden lagen." (Bron: Stan Smeets, in "Andermaal Altweert").
Volledige tekst >>

Select language

Volgers

COPYRIGHT..

Deze posts zijn auteursrechtelijk beschermd. Overname van de inhoud van deze rapportage, hetzij integraal, gedeeltelijk of parafraserend, ongeacht het analoge of digitale medium waarin, ongeacht het doel en ongeacht de aanvrager, is niet toegestaan zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de beheerder.

Posts gesorteerd op datum tonen voor zoekopdracht tungelroyse beek. Sorteren op relevantieAlle posts tonen
Posts gesorteerd op datum tonen voor zoekopdracht tungelroyse beek. Sorteren op relevantieAlle posts tonen

zondag 17 september 2023

Laurabossen

Al heel wat jaren zijn Ark en Natuurmonumenten bezig met natuurherstel in onze omgeving. Zo is men de laatste tijd vooral bezig om een goede hydrologie te creëren. Dit jaar (2023) heeft men o..a.  Laagbroek en Roukespeel (de Krang in Swartbroek) onder handen genomen en aan de grens tussen Altweerterheide en Bocholt is de Raam omgeleid en de Vetpeel heringericht.  De Raam en Vetpeellossing zorgen voor de afvoer van water van de Lossing/Emissaire, de Kettingdijk en het Wijffelterbroek naar de Tungelrooyse beek. Nu  zijn Wijffelterbroek en Kettingdijk weer zoveel als mogelijk was, teruggebracht zoals het ooit geweest moet zijn, namelijk één groot nat gebied met schoon gebiedseigen (regen)water en een gebied waar het water zo lang mogelijk wordt vastgehouden. 
Plattegrond Laurabossen
Heel anders is het in de ruim 300 ha. grote Laurabossen. Sinds 1998 zijn die in erfpacht bij Natuurmonumenten.  Het gebied vormt een bijzonder contrast met de nattere delen van Kempen~Broek, waar het deel van uitmaakt. Het ligt tussen de natte natuurgebieden Kruispeel en Kettingdijk/Wijffelterbroek en het is er vooral droog........
Hoogtekaart Laurabossen en omgeving
De drooggelegen Laurabossen zijn een typisch kenmerk van het Weerter landschap; moerassige, laaggelegen gebieden worden doorsneden met verhoogde zandruggen en stuifduinen. Het zijn zandafzettingen uit de ijstijd. Zo kennen we o.a. ook de Weerter- en Budeler bergen, de Boshover- en Loozerheide en de Tungelroyse Wallen. 

Het is al 10 jaar geleden dat ik een post plaatste, waarin ik schreef over de Laurabossen. Toen was Natuurmonumenten mondjesmaat bezig met werkzaamheden, maar toen schreef ik al dat het hoog tijd werd  dat wat meer gedaan moest worden aan die eentonige saaie dennenbossen en dat er meer variatie moest komen.  Het heeft nog een aantal jaren geduurd, maar de afgelopen 5 jaar heeft Natuurmonumenten  het beheer gelukkig grootschaliger aangepakt. 

De bosbeheermaatregelen strekten zich, verdeeld over 6 jaar, uit over een oppervlakte van 235 ha. en bestonden uit: groepsgewijs kappen van bomen, dunning van  percelen, creëren van dood hout, kappen  en verwijderen van invasieve exoten, aanplanten van loofbomen en struiken.

Om de grondwaterstand enigszins te herstellen en verdere verdroging van het gebied een halt toe te roepen, zijn al eerder enkele oude vennen, die nagenoeg dichtgegroeid waren, hersteld, zijn nieuwe poeltjes gegraven  en zijn afvoersloten afgesloten of gedempt.
Ook is de diep uitgegraven 1e zijtak van de Vetpeellossing tussen de schietbaan en bossen  dit jaar gedempt omdat deze veel water afvoerde. Zo gaat men het water in het gebied zelf vasthouden. 
Militair oefenterrein Kruispeel/Achterbroek is eigendom van defensie en valt daardoor ook buiten de bosbeheermaatregelen van Natuurmonumenten. Hoewel er wel wordt samengewerkt (bijvoorbeeld wat betreft de begrazing), is dat de verantwoording van Defensie.

De vennetjes/poelen kunnen droogvallen, maar dat is op zich geen probleem. Het periodiek droogvallen van vennen kan namelijk ook positieve gevolgen hebben. Vennen worden gevoed door regenwater en lokaal grondwater. Ze zijn daarom arm aan fosfaat, stikstof en koolstof en zwak gebufferd tot zuur. 
In deze vennetjes wordt ophoping van slib en voedingsstoffen van nature voorkomen door periodieke, gedeeltelijke droogval. Deze droogval is een bestaansvoorwaarde voor veel venplanten en door mineralisatie van de sliblaag krijgen bijzondere planten nieuwe kansen.

Je vindt er vooral de Grove den, maar ook de Corsicaanse den en Douglasspar. Met de aanplant is rond 1900 begonnen door exploitanten van de Lauramijnen in Eygelshoven (gemeente Kerkrade). De stammen van de naaldbomen werden gebruikt om de mijngangen te stutten. Deze houtsoort was namelijk ideaal, omdat ze een krakend geluid maakte bij te grote druk (dreiging van instorten van de gangen) en voor mijnwerkers was het dus een waarschuwing om zich snel uit de voeten te maken. 

Het gekapte hout moest zo efficiënt en snel mogelijk worden afgevoerd naar de mijnen. Daarom zijn de bomen destijds in hele rechte blokken aangeplant en is het bos doorsneden met kaarsrechte paden. De laatst aangelegde percelen dateren van 1962. Voordat deze bomen in de Laurabossen groot genoeg waren, werden de mijnen echter gesloten. De Lauramijn sloot namelijk al in 1964. 
De percelen zorgen  voor een eentonig bosgebied, met weinig variatie en weinig ondergroei. Je ziet er nu nog voornamelijk pijpenstrootje en bochtige smele. Naaldbomen zijn jaarrond groen en onttrekken op die manier ook veel water uit het bos en de verterende naalden op de bosbodem verzuren ook de grond. Nu is dat hout dus niet meer nodig en is men eindelijk iets gaan doen aan de strak aangelegde percelen en paden.
Daarom worden op meerdere plaatsen bomen weggehaald en worden inheemse loofbomen terug geplant. Deze soorten kunnen ook beter neerslag vasthouden, wat goed is voor de grondwaterstand. Dan moet je vooral denken aan zomer- en wintereik, beuken en berken, maar ook winterlinde, hazelaar, meidoorn, gewone esdoorn, boswilg, ratelpopulier en zoete kers tref je er aan. 
Dit soort bossen zijn ook prettiger en koeler om te recreëren dan een eentonig saai dennenbos. 
Kap- en snoeihout heeft men nagenoeg helemaal laten liggen. Hier en daar werden er ook zogenaamde “broedhopen” (houtstapels) mee gemaakt die dienen als (winter)schuilplaats voor holtedieren, insecten, amfibieën en kleine zoogdieren, zoals bijvoorbeeld de egel. Op deze foto's zie je nog de oude afwateringsslootjes. Het gebied moet dus oorspronkelijk natter zijn geweest.
Van de dode takken werden ook zogenaamde "exclosures" (kringen) gemaakt, om de net aangeplante jonge inheemse loofboompjes tegen vooral reeën en zwijnen, maar ook andere dieren zoals de grote grazers te beschermen. Zij kunnen er dan namelijk minder makkelijk bij komen. 
Over de hele oppervlakte van de Laurabossen zijn de afgelopen jaren geen complete percelen omgekapt, maar is men groepsgewijs te werk gegaan. Er wordt namelijk naar gestreefd de Laurabossen natuurlijker te krijgen, door hier en daar open plekken met een diameter van ca. 30 tot 40 meter te creëren, met een grotere variatie aan bomen en met meer ondergroei. Op deze open plekken zijn struiken en bomen aangeplant en groeien soorten op die verschillende hoogtes gaan bereiken. 
In de periode 2018-2023 ging het om bijna 40.000 nieuwe bomen en planten........
Ook zijn meerdere percelen gedund, zodat het licht gemakkelijker de bodem kan bereiken en de kruidige gewassen ook een kans krijgen om tot ontwikkeling te komen. De komende decennia gaat zich zo langzaam nieuw loofbos ontwikkelen. 
Door meer open plekken, de geleidelijke overgangen, meer licht en variatie gaan veel dieren ongetwijfeld profiteren. Grote grazers als Exmoorpony’s (sinds 2019) en Schotse Hooglanders (in 2021 uitgebreid) zorgen voor meer afwisseling in het bos en dat het gebied meer open blijft. 
Door het opener landschap krijgen andere soorten kansen. Om voor de biodiversiteit waardevol dood hout in het bos te creëren, zijn exoten als Robinia, Douglas en Japanse lariks bomen omgetrokken en omgezaagd en heeft men de dikkere bomen (> 30 cm) laten liggen. 
Op locaties waar Amerikaanse eiken staan zijn er een aantal geringd (het rondom de stam afschillen van een strook bast, inclusief cambium). Het zijn snelgroeiende bomen die het bos kleur geven in de herfst. Maar er kleeft ook een nadeel aan deze bomen; de kroon is dicht en breed, waardoor er vrijwel geen licht op de grond valt. Zo krijgen andere soorten bomen, struiken en kruidige gewassen, zoals je op de foto kunt zien, weinig kans. Kortom: het is slecht voor de biodiversiteit. Dit betekent dat er uiteindelijk minder insecten en daarmee minder vogels in het bos gaan voorkomen. 
Door de Amerikaanse eiken te ringen wordt de sapstroom gestopt en zullen deze langzaam afsterven. De stam blijft wel gewoon in het bos staan, maar de eik kan zich in elk geval niet meer voortplanten. De dode stam is weer een thuis voor insecten, spechten en andere vogels. Per hectare worden 10 bomen dikker dan 30 centimeter geringd of, als er al een aantal aanwezig zijn, aangevuld tot 10 bomen per hectare. Daarmee is men al jaren geleden begonnen. 
 Omdat men besloten heeft om niet rigoreus te werk te gaan, maar heeft gekozen voor geleidelijkheid, vallen de veranderingen amper op. Wil je meer weten over de 8 soorten maatregelen die Natuurmonumenten de afgelopen jaren heeft genomen, dan kun je het beste het "Maatregelenplan-Laurabossen-werkplan-bosbeheer-2018-2024" lezen. Dit is een pdf-bestand waarin de te nemen maatregelen verder uitgewerkt staan. 
Men wil de natuur zoveel mogelijk haar vrije gang laten gaan, wat straks ongetwijfeld unieke natuurwaarden oplevert én de recreatieve waarden van het bos vergroot. Het is dus niet de bedoeling er een park van te maken, maar een meer gevarieerd en kleurrijk bos te creëren dat voor de wandelaar een speelser beeld geeft. Het begin is gemaakt, maar voor het zover is, zullen er nog wel wat jaartjes voorbijgaan.
De Laurabossen is toegankelijk voor iedereen en is/wordt geschikt gemaakt voor wandel-, fiets-, ruiter- en ATB-routes over de talloze paadjes. Er is een slingerende bosrand ontstaan en aan de rand van de bossen is al een aantal jaren geleden vanaf de Lozerweg aan de Zuid-Willemsvaart tot aan de Bocholterweg een mooi verhard fietspad aangelegd, dat aansluit op het veel gebruikte fietsknooppunten netwerk.

woensdag 24 mei 2023

Roukespeel 2023

 In september van het afgelopen jaar heeft Natuurmonumenten in het Laagbroek (een kerngebied van natuurgebied "de Krang" in Swartbroek) werkzaamheden verricht met als doel vernatting van het gebied. De genomen maatregelen beïnvloeden alleen het Laagbroek zelf en hebben dus geen effect op de omliggende percelen. Wie geen weet heeft van die werkzaamheden, zal daar niet veel van gemerkt hebben, want men is bewust niet rigoureus te werk gegaan.  Dat kun je HIER nog eens nalezen.
Er zijn dus slechts kleine aanpassingen gemaakt zoals het dempen en afdichten van de talloze afwateringssloten en slootjes. Op enkele plaatsen zijn (boeren)stuwtjes aangelegd om de waterstand goed te kunnen reguleren en voorden (doorwaadbare plaatsen met verstevigde bodem) zorgen voor een goede geleidelijke doorstroming en afwatering naar de lager gelegen gebieden in het Laagbroek.
In de secundaire waterloop "Leegbroek", die via een buis onder de Venboordstraat doorloopt naar de Kranglossing (deze mondt iets verder uit in de Tungelroyse beek), zag ik veel in bloei staande Waterviolier. Een goed teken, want Waterviolier is een echte indicatorsoort voor kwel. Kwel is grondwater dat vanuit de diepte door druk omhoog borrelt  en in slootjes en plasjes aan de oppervlakte komt. Omdat het de bedoeling is dat dit gebiedseigen water zo lang mogelijk wordt vastgehouden, zorgt een stuw voor een geleidelijke en gecontroleerde afvoer  naar deze lossing.

De volgende stap in de Krang betrof herstelwerkzaamheden in het andere kerngebied: de Roukespeel. Daarmee is men in oktober van het vorig jaar begonnen en daar gaat deze post dus over.
Vroeger was de Roukespeel een zogenaamd doorstroommoeras: een met bos en moeras dichtgegroeid beekdal met een zeer trage afwatering. Het streven is nu om dat moeraskarakter weer enigszins te herstellen, zodat het gebied steeds meer als klimaatbuffer gaat werken. Natte natuur werkt namelijk als een soort spons; in periodes met veel regen neemt het gebied water op en houdt het vast, zodat in droge periodes dit water langzaam kan worden afgegeven. Daardoor wordt het risico op wateroverlast en het effect van langdurige droogte in de omgeving kleiner. 

Al in 2013 is er een belangrijke stap genomen door het scheiden van de afvoer van water. Water uit de landbouwgebieden stroomt sindsdien door de Nieuwe Leukerbeek en het schone kwel-/regenwater uit Moeselpeel, Kootspeel en Roeventerpeel gaat via de Oude Leukerbeek. 
De Nieuwe Leukerbeek met voedselrijk water is al in 2013 om het gebied geleid. (foto mei 2023)
De Oude Leukerbeek met gebiedseigen water, gezien vanaf brug bij de Grotekouseykweg.
De Oude Leukerbeek aan de noordzijde van het ven heeft nu een hoge waterstand.
Door deze hoge waterstand  staat een onlangs geplagd weiland grotendeels onder water.
Ook in de Nieuwe Leukerbeek is een hoge waterstand te zien (mei 2023).
Ten oosten van het ven komen de Nieuwe- en Oude Leukerbeek weer samen.
Waar de oude beek uitmondt in de nieuwe beek, zorgt een kantelstuw ervoor dat het water zo lang mogelijk wordt vastgehouden en gereguleerd wordt afgevoerd. Het is de bedoeling dat de Oude Leukerbeek ook nog verondiept wordt, maar dat heeft men voorlopig nog uitgesteld. 
Er is echter nog meer nodig om ervoor te zorgen dat het water minder snel het gebied verlaat. 
Dat hoopt men bereiken door: 
• het op twee plekken doorsteken van de grondwal met begroeiing bij het Roukespeelven, zodat de Oude Leukerbeek weer verbonden wordt met het ven en het water heel langzaam kan doorstromen en de waterkwaliteit in het ven zal ongetwijfeld verbeteren. De grondwal zorgde voor een afscheiding van het ven en de oude beek.
• het minder diep maken (verondiepen) van de bermgreppels langs de Grotekouseykweg zodat water minder snel het gebied verlaat.
• het plaggen van fosfaatrijke gronden en het chopperen (het ondiep plaggen) van bestaande wei-/hooilanden in de directe omgeving, zodat karakteristieke plantensoorten meer ontwikkelkansen krijgen.
Roukespeel in mei 2013
Roukespeel in mei 2023
De doorgestoken grondwal aan de westzijde van het Roukespeelven  (foto mei 2023)
De doorgestoken grondwal aan de oostzijde van het Roukespeelven zorgt voor uitstroom.
 
De genomen maatregelen zorgen samen met de overvloedige regenval voor natte omstandigheden
 
verondieping van de bermgreppels langs de  Grote Kouseykweg  heeft meteen gevolgen.

De plannen zijn onderdeel van het klimaatbuffer- en natte natuurparelbeleid van de Provincie Limburg, waarbij verschillende organisaties samenwerken aan het bestrijden van verdroging in de belangrijkste natte natuurgebieden in Limburg.  Aannemer Roodbeen is in opdracht van Natuurmonumenten al in oktober vorig jaar begonnen met de werkzaamheden en hoewel de overvloedige regenval van de afgelopen maanden heeft gezorgd voor enige vertraging is men nu (mei 2023), met uitzondering van de directe omgeving van de Grotekouseykweg en de percelen tot aan de verderop gelegen Zigzagweg, toch nagenoeg klaar. 
Dit weiland aan de Grotekouseyckweg moet nog gechopperd worden. Dat geldt ook nog voor 2 verderop gelegen percelen richting Zigzagweg.  Omdat het er nu nog te nat is om met machines te rijden, is dat deel van het werk naar de zomer van 2023 verplaatst, dus nu kunnen we nog even ervan genieten van dit bloemtapijt. Chopperen is een vorm van minimaal plaggen. Er wordt alleen een dunne laag organisch materiaal afgevoerd. Door het chopperen ontstaat wel een meer schrale situatie, die goed blijkt te zijn voor de ontwikkeling van vochtige hooilandsoorten. De natte, kruidenrijke en gevarieerde omstandigheden maken dat de vegetaties van groot belang zijn voor o.a. insecten (als dagvlinders, sprinkhanen) en verscheidene, vaak kwetsbare vogelsoorten. 
Weiland aan de Zigzagweg dat wel al grotendeels geplagd is
Weiland aan de Zigzagweg waar al geplagd is.
De verondiepte en afgedamde bermsloot zorgt voor ondergelopen hooigraslanden.
De natte omstandigheden zorgen  wel voor een kleurrijk bloementapijt.
Het zijn nu met name boterbloemen, maar ook zag ik Pinksterbloemen en Koekoeksbloemen

donderdag 30 maart 2023

Raam en Lossing

Maart is gemiddeld gezien één van de droogste maanden. Vorig jaar viel er gemiddeld over het land slechts 9 mm tegen 56 normaal, maar dit jaar was het uitzonderlijk nat. Met iets meer dan 100 mm. komt maart 2023 in het rijtje met natste maanden ooit sinds de metingen in 1906 begonnen. In het zuiden viel de meeste neerslag, met plaatselijk meer dan 130 millimeter. Het record blijft in handen van 1981, toen er in de derde maand van het jaar gemiddeld 128 millimeter neerslag viel.

Er viel dit jaar dus bijna twee keer zoveel regen als normaal. Dat is onder andere, zeker  na de uitvoering van het  “Bestemmingsplan Wijffelterbroekdijk - Omlegging Raam” van de afgelopen maanden, in het Wijffelterbroek- en Vetpeelgebied heel goed zichtbaar ; het is er momenteel klets- en kletsnat.
Het doel van het plan  is het schone gebiedseigen kwel- en regenwater vast te houden en zoveel mogelijk te scheiden van het verontreinigde water (meststoffen en andere vervuiling) van de Lossing en de Raam die vanuit België langs en door het Wijffelterbroek in Altweerterheide stromen. 

De Lossing (in 1865) en de Raam (in 1930)  zijn gegraven voor een snelle ontwatering van het moerasgebied en snelle afvoer van het water om het zo geschikt te maken als landbouwgrond. In een post over het Wijffelterbroek heb ik de historie ervan beschreven. 
Plaats waar de Lossing uitmondt in de in 1930 gegraven Raambeek. Foto van 2012
Om dat plan te verwezenlijken was het nodig om het déél van de De Raam van de Lossing tot aan de Pruiskesweg te dempen en de Lossing vanaf de Bocholterweg om te leiden tot aan de Vetpeelweg om vervolgens af te buigen langs het fietspad richting Kwaoj Gaat tot aan de brug aan de Pruiskesweg. Daar mondt die dan uit in de oorspronkelijk gegraven Raam. Door de Lossing vanaf de Bocholterweg tot de oude Raam zal geen water meer afgevoerd worden.
Door de omleiding kan het laaggelegen gebied ook gaan fungeren als klimaatbuffer. Zo'n buffer werkt als een soort groene spons; water opvangen en indien nodig weer loslaten. Het gaat er dus om het waterbergend vermogen in het gebied te vergroten door het vast te houden in tijden van hevige regenval en zo voorkomen dat verder stroomopwaarts wateroverlast optreedt en het tijdens droge perioden langzaam laten wegstromen, zodat geen verdroging optreedt. Zo wordt weer getracht terug te keren naar het oorspronkelijke grensoverschrijdende moerasbos en sla je drie vliegen in één klap: het verleggen van de ontwateringssloot en het creëren van een klimaatbuffer komen ten goede aan zowel de natuur, als de waterhuishouding én de landbouw. 
Veel belangstelling voor de wandeling van 15 oktober.
Sietze van der Linden (oranje jas), projectleider namens ARK Natuurontwikkeling, 
geeft uitleg over het verleggen van de Raam. — Foto: Jeroen Kuit  — 

Om geïnteresseerde natuurliefhebbers en omwonenden op de hoogte te brengen van wat er nou precies stond te gebeuren,  organiseerde Natuurmonumenten de afgelopen maanden  enkele wandelingen. Op 15 oktober van het afgelopen jaar gebeurde dat voor de eerste keer en kon je kennismaken met de eerste werkzaamheden aldaar. Men is daarna in sneltreinvaart begonnen met de uitvoeringswerkzaamheden en al op dinsdag 28 februari 2023 kon een feestelijke toost uitgebracht worden op de realisatie ervan.
Op deze plek gaat de Vetpeellossing onder de Raam door
Zaterdag 25 maart was de tweede en afsluitende wandeling die weer onder leiding stond van Robin Peeters en Yvonne van  Moll van Natuurmonumenten. Het verschil met de situatie op 15 oktober was groot en het Wijffelterbroek met o.a. het smokkelpaadje was zelfs niet toegankelijk vanwege de hoge waterstand. Vandaar dat er niks anders op zat dan langs de nieuwe Raam/Lossing te lopen en vervolgens naar de Vetpeel te gaan om te zien welke werkzaamheden door hebben plaatsgevonden. Daarover in de volgende post meer.
Lossing komend vanaf de Kettingdijk
Aftakking van de nieuwe Raam vanaf de Lossing aan de Bocholterweg
Aftakking van de nieuwe Raam vanaf de Lossing
Nieuw gegraven Raam/Lossing langs de Bocholterweg richting Vetpeelweg
Nieuwe Raam langs de Bocholterweg richting Vetpeelweg
Nieuwe Raam met aan de overkant de hooigraslandjes die "Wisseblök" worden genoemd
Nieuwe Raam die afbuigt richting  "Kwaoj Gaat"
Raam tussen het fietspad en het gebied dat de naam "Kwaoj Gaat" heeft.
Raam stromend langs de Pruiskesweg richting brug bij de oorspronkelijke Raam.
Nieuwe Raam (links) die uitmondt in de  oorspronkelijke oude Raam
Oude gedempte Raam en nieuwe Raam die bij de brug aan de Pruiskesweg samenkomen
Gedempte oude Raam die  zorgde voor verdroging van het Wijffelterbroekgebied.
Vanaf de brug aan de Pruiskesweg vervolgt de Raam zijn weg naar de Tungelroyse beek.

In de volgende post vertel ik over de werkzaamheden in het Vetpeelgebied. Dat is het gebied tegenover het Wijffelterbroek aan de andere kant van de Bocholterweg.

Blogarchief